Ga naar hoofdinhoud

Verouderd woord

Hovaardij

zelfstandig naamwoord

In het kort

Hovaardij betekent hoogmoed: trots, eigendunk en neerkijken op anderen. Een hovaardig mens denkt groot van zichzelf, en de hovaardigen zijn in de Statenvertaling de trotsen die God niet vrezen. God wederstaat hen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.

In hedendaags Nederlands: hoogmoed, trots, eigendunk, verwaandheid, arrogantie

Wat betekent hovaardij?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft hovaardij als hoogmoed, verwatenheid, eigendunk en eigenwaan, en citeert daarbij Jesaja 13:11 uit de Statenvertaling. Het woord is volgens het WNT gevormd van het oudere hovaart. Hovaardig betekent hoogmoedig, ingebeeld en trots; als zelfstandig naamwoord is een hovaardige een trotsaard. Het WNT haalt daarvoor Jakobus 4:6 aan. Vroeger schreef men soms hoogvaardig, maar het WNT noemt dat een spelling naar een vermeende afleiding: men dacht aan hoog, maar het woord komt van hovaart. Opvallend is dat hovaardig vroeger niet altijd een ongunstige klank had. Het WNT noemt ook de betekenissen fier en, van dingen, prachtig of luisterrijk. In de Statenvertaling is het steeds de trots die zich tegen God verheft.

Hovaardij in de Statenvertaling

57 keer, in 50 verzen en 17 bijbelboeken (hovaardij 24, hovaardig 4, hovaardige 5, hovaardigen 18, hovaardigheid 6).

De vormen staan 57 keer in de Statenvertaling, in 50 verzen verdeeld over zeventien bijbelboeken. In de Psalmen zijn de hovaardigen de vijanden van de rechtvaardige. Zij bespotten hem, leggen strikken en verzinnen leugens, terwijl de dichter de wet van God bewaart; vooral in Psalm 119 komen zij steeds terug. Spreuken waarschuwt: 'Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val' (Spreuken 16:18).

Bij de profeten is hovaardij de trots van volken en steden. Jesaja en Jeremia spreken over de hovaardij van Moab, die zij met een rij van woorden beschrijven: trotsheid, hoogmoed, verbolgenheid. Ezechiël spreekt over de hovaardij van de sterkte van Egypte. Daar gaat het ook om waar een volk trots op is: zijn macht en aanzien. De kanttekening bij Leviticus 26:19 legt de hovaardigheid uit uw kracht op die manier uit. Daniël herinnert Belsazar eraan hoe het Nebukadnezar ging: toen zijn geest verstijfd werd ter hovaardij, werd hij van de troon gestoten.

In het Nieuwe Testament noemt de Heere Jezus hovaardij in de rij van boze dingen die uit het hart komen (Markus 7:22). Paulus noemt de hovaardigen in Romeinen 1:30 en 2 Timotheüs 3:2. De kanttekening bij Romeinen 1:30 legt smaders en hovaardigen daar samen uit als mensen die anderen smaadheid of ongelijk aandoen: trots die de ander kleineert. Jakobus en Petrus halen Spreuken 3:34 aan: 'God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade' (Jakobus 4:6).

Verzen met hovaardij

  • Spreuken 16:18

    “Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val.”

    De bekendste spreuk over hoogmoed. Hovaardigheid gaat voor de verbreking uit: wie zich verheft, komt ten val. Spreuken 11:2 zegt bijna hetzelfde: na de hovaardigheid komt de schande.

  • Daniël 5:20

    “Maar toen zich zijn hart verhief, en zijn geest verstijfd werd ter hovaardij, werd hij van den troon zijns koninkrijks afgestoten, en men nam de eer van hem weg.”

    Daniël vertelt Belsazar wat zijn vader Nebukadnezar overkwam. Zijn hart verhief zich en zijn geest werd verstijfd ter hovaardij, en daarom werd het koninkrijk hem ontnomen, totdat hij erkende dat God over de koninkrijken heerst.

  • Markus 7:22

    “Dieverijen, gierigheden, boosheden, bedrog, ontuchtigheid, een boos oog, lastering, hovaardij, onverstand.”

    Christus somt op wat de mens verontreinigt. Hovaardij staat daar tussen lastering en onverstand. Het komt niet van buiten, zegt Hij, maar van binnen, uit het hart.

  • Jakobus 4:6

    “Ja, Hij geeft meerdere genade. Daarom zegt de Schrift: God wederstaat de hovaardigen, maar den nederigen geeft Hij genade.”

    Jakobus haalt Spreuken aan. God staat de hovaardigen tegen, maar geeft genade aan de nederigen. Daarom roept hij in de volgende verzen op om zich te vernederen voor de Heere.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij 2 Timotheüs 3:2

    laatdunkend, hovaardig,. Dat is, pochers, roemers van hunne gaven en deugden.

    Bij de opsomming van mensen in de laatste dagen verklaren de kanttekeningen laatdunkend en hovaardig als pochers: mensen die roemen op hun gaven en deugden. Hovaardij laat zich horen in praten over zichzelf.

  • Bij Leviticus 26:19

    de hovaardigheid. Dat is, de sterke, waarover gij hovaardig zijt.

    Hier wijst de hovaardigheid op datgene waar het volk trots op is: zijn kracht. Als het volk Gods geboden verlaat, zal Hij juist die kracht verbreken waarop het zich verhief, en de hemel als ijzer en de aarde als koper maken.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • גָּאוֹן gaon (Hebreeuws, H1347)

    Het Hebreeuwse gaon betekent volgens het Strong's-lexicon verhevenheid, majesteit en trots. Dat verklaart waarom hovaardij in de Statenvertaling ook kan wijzen op de grootheid of kracht waar een volk trots op is, zoals bij Juda en Jakob.

    Onder meer in Spreuken 16:18, Leviticus 26:19, Jeremia 13:9 en Amos 6:8. Woordstudie bij H1347 (na inloggen).

  • זֵד zed (Hebreeuws, H2086)

    In de Psalmen staat achter de hovaardigen meestal het woord zed. Het lexicon geeft arrogant, trots, onbeschaamd en vermetel. Het zijn mensen die zich boven Gods geboden verheffen en de rechtvaardige bespotten.

    Onder meer in Psalm 119:21, Psalm 119:51 en Psalm 86:14. Woordstudie bij H2086 (na inloggen).

  • ὑπερήφανος huperephanos (Grieks, G5244)

    Het Griekse huperephanos is volgens het Strong's-lexicon samengesteld uit huper, boven, en phaino, zich vertonen: iemand die zich boven anderen laat zien. In overdrachtelijke zin betekent het hooghartig. Zo heten de hovaardigen bij Jakobus, Petrus en Paulus.

    Onder meer in Jakobus 4:6, 1 Petrus 5:5, Romeinen 1:30 en 2 Timotheüs 3:2. Woordstudie bij G5244 (na inloggen).

Verwante woorden

  • hovaardig: Het bijvoeglijk naamwoord: hoogmoedig. De hovaardigen zijn de hoogmoedigen.
  • hoogmoed: Het gewone woord van nu. In Jesaja 16:6 en Jeremia 48:29 staat het vlak naast hovaardij.
  • ootmoedig: Het tegendeel. In Spreuken 11:2 en 1 Petrus 5:5 staan beide tegenover elkaar.
  • verootmoedigen: Wat de hovaardige weigert: zich vernederen voor God, zoals Farao in Exodus 10:3.
  • laatdunkend: Staat in 2 Timotheüs 3:2 en Romeinen 1:30 naast hovaardig; de kanttekening bij 2 Timotheüs 3:2 noemt beide pochers.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M026604. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M026602. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Leviticus 26:19, Romeinen 1:30 en 2 Timotheüs 3:2
  • Strong's-lexicon: H1347, H2086, G5244 en G5243
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.