Verouderd woord
Heirscharen
zelfstandig naamwoord, meervoud
In het kort
Heirscharen betekent legerscharen: grote, geordende menigten. Heir is een oud woord voor leger. In de Statenvertaling heet God vaak de HEERE der heirscharen: de Opperheer van alle engelen, sterren en schepselen, die Hem dienen als een leger zijn veldheer.
In hedendaags Nederlands: legerscharen, legers, menigte, krijgsmacht
Wat betekent heirscharen?
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft heir als een geordende menigte krijgslieden, een krijgsmacht. Het WNT zegt dat het woord veel in het Oude Testament staat, maar nu beperkt is tot de verheven taal en enkele samenstellingen; het gewone woord is leger. De spelling heir, in plaats van heer, vonden de Statenvertalers volgens het WNT de beste, en zo is ze gebleven. Heir kan ook een troep van mensen en dieren betekenen, de schare van de engelen, en het geheel van alle schepselen; het heir des hemels zijn in bijbelse taal zon, maan en sterren. Heirschaar is volgens het WNT een legerschaar, met dezelfde toepassingen. Bij de HEERE der heirscharen noemt het WNT twee opvattingen: de opperste Gebieder van alle hemelse machten, of de Aanvoerder van Israëls legers.
Heirscharen in de Statenvertaling
544 keer, in 512 verzen en 36 bijbelboeken (heir 162, heiren 41, heirs 13, heirscharen 290, heirleger 12, heirlegers 13, heirkracht 13).
De zeven vormen heir, heiren, heirs, heirscharen, heirleger, heirlegers en heirkracht staan samen 544 keer in de Statenvertaling, in 512 verzen en 36 bijbelboeken. Heirscharen alleen staat er 290 keer, bijna altijd in de naam de HEERE der heirscharen. Die naam komt voor het eerst voor in 1 Samuel 1:3, en het meest bij Jeremia, Jesaja, Zacharia en Maleachi.
Heir betekent vaak gewoon een leger: het heir van Farao, het heir van de koning van Babel, de oversten des heirs. Jakob verdeelde zijn mensen en zijn vee in twee heiren. Maar al in Genesis 2:1 heten alle schepselen samen een heir: 'Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir'. De kanttekening legt uit waarom: om hun menigte en orde, en omdat zij God als hun Overste dienen.
Zo krijgt de naam HEERE der heirscharen zijn inhoud. David trekt tegen Goliath op 'in den Naam van den HEERE der heirscharen' (1 Samuel 17:45), de serafs roepen in Jesaja 6 'Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen', en Psalm 46 belijdt: 'De HEERE der heirscharen is met ons'. In de geboortenacht van Christus verschijnt bij de engel 'een menigte des hemelsen heirlegers' (Lukas 2:13). In Romeinen 9:29 en Jakobus 5:4 staat het Hebreeuwse woord zelf, Sebaoth; de kanttekening bij Jakobus zegt dat het heirscharen betekent.
Verzen met heirscharen
“Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir.”
Na de schepping heet alles wat in hemel en op aarde is een heir. Niet omdat het tegen God strijdt, maar omdat het in grote menigte en goede orde Hem ten dienste staat.
“Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli.”
Hier staat de naam de HEERE der heirscharen voor het eerst. Elkana gaat jaarlijks naar Silo, waar de tabernakel stond, om Hem te aanbidden en te offeren.
“En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!”
De serafs roepen elkaar de heiligheid van de HEERE der heirscharen toe. Jesaja ziet de Koning, Die door alle hemelse legers gediend wordt, en de hele aarde is vol van Zijn heerlijkheid.
“En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende:”
Bij de geboorte van Christus voegt zich een menigte van het hemelse leger bij de engel. De kanttekening zegt dat de engelen als een heir des Heeren zijn.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Wat de kanttekeningen zeggen
Bij Genesis 2:1
al hun. De schepselen, in hemel en aarde begrepen, worden een heir genaamd, niet alleen om hun grote menigte en verscheidenheid, welgestelde orde en zonderlinge sieraad; maar ook omdat zij van God als hun overste worden onderhouden en geregeerd, en Hem steeds ten dienste moeten staan. Alzo Psa 103:21; Isa 45:12.
De vertalers geven vier redenen waarom de schepselen een heir heten: hun grote menigte, hun verscheidenheid, hun goede orde en hun schoonheid. Daarbij komt dat God hen als hun Overste onderhoudt en regeert, en dat zij Hem steeds dienen.
Bij 1 Koningen 18:15
de HEERE. Versta, door de heirscharen, alle schepselen, hemelse en aardse, zienlijke en onzienlijke, redelijke en redeloze, levende en levenloze. De redenen om welke zij heiren genoemd worden, zie Gen 2:1. Dezer aller opperste Heere is God; niet alleen, omdat Hij hen allen geschapen heeft en nog onderhoudt, zodat zij eigenlijk hem alleen toebehoren, maar ook omdat Hij hen zo regeert, dat zij hem steeds in het uitvoeren van zijn heiligen wil in grote menigte ten dienste staan; en werd deze naam Gode dikwijls toegeschreven gelijk 1Sa 1:3, en 1Sa 4:4; 2Sa 5:10; Psa 24:10; Isa 1:9, enz.
Bij Elia's eed verklaren de kanttekeningen de heirscharen als alle schepselen, hemels en aards, zichtbaar en onzichtbaar. God is hun opperste Heere, omdat Hij ze geschapen heeft, onderhoudt en regeert, zodat zij Zijn wil uitvoeren.
Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).
Uit de grondtekst
צָבָא tsaba (Hebreeuws, H6635)
Het Hebreeuwse tsaba betekent volgens het Strong's-lexicon een leger of krijgsdienst, en ook het leger van de engelen, van zon, maan en sterren, en van de hele schepping. In de naam de HEERE der heirscharen staat het meervoud.
Onder meer in Genesis 2:1, 1 Samuel 1:3, Jesaja 6:3 en 1 Samuel 17:45. Woordstudie bij H6635 (na inloggen).
στρατιά stratia (Grieks, G4756)
Het Griekse stratia betekent volgens het lexicon een leger, en figuurlijk de engelen of de hemellichamen. Bij Lukas is het het hemelse heirleger dat in de geboortenacht God prijst.
Onder meer in Lukas 2:13. Woordstudie bij G4756 (na inloggen).
Verwante woorden
- Sebaoth: Het Hebreeuwse woord voor heirscharen, onvertaald in Romeinen 9:29 en Jakobus 5:4.
- engel: De hemelse heirscharen zijn de engelen. In Lukas 2:13 is er bij de engel 'een menigte des hemelsen heirlegers', die God prijst.
- cherubim: Hemelse wezens rondom de troon; in 1 Samuel 4:4 staan de HEERE der heirscharen en de cherubim in één vers.
- oversten: In de uitdrukking de oversten des heirs: de legeraanvoerders.
- legeren: Een kamp opslaan, zoals een heir dat doet.
Bronnen
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M025233. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M025241. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
- Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 2:1, 1 Koningen 18:15, Lukas 2:13 en Jakobus 5:4
- Strong's-lexicon: H6635 en G4756
- Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.