Ga naar hoofdinhoud

Uit de bijbelse wereld

Cherubim

zelfstandig naamwoord, meervoud

In het kort

Cherubim is het meervoud van cherub: een hemels wezen dat tot de engelen behoort. In de Statenvertaling bewaken cherubim de weg naar de boom des levens, staan zij in goud op de ark, en omringen zij de troon van God.

In hedendaags Nederlands: engelen, hemelse wezens, wachters

Wat betekent cherubim?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal omschrijft een cherub als een bovennatuurlijk wezen dat tot de engelen behoort. Het woord komt uit het Hebreeuws, waar het enkelvoud kerub en het meervoud kerubim is; via het Grieks en Latijn kwam het in de Europese talen. Cherubim is dus eigenlijk een meervoud. Volgens het WNT zijn vormen als cherubijn ontstaan doordat men cherubim, of het cherubin van de Latijnse bijbel, als enkelvoud opvatte. Dat cherubijnen vaak als gevleugelde kinderen worden afgebeeld, en dat men een lief kind zo noemt, vermeldt het WNT ook. In de Schrift zijn cherubim geen kinderen: zij bewaken de heiligheid van God. Het Strong's-lexicon noemt de herkomst van het Hebreeuwse woord onzeker.

Niet wat u nu denkt

Wie aan een cherubijn denkt, ziet misschien een mollig engeltje met vleugels, zoals op schilderijen en kerstkaarten. Het WNT legt uit dat cherubijnen vaak als gevleugelde kinderen of kinderhoofdjes worden afgebeeld, en dat men een lief kind daarom een cherubijntje noemt. In de Statenvertaling staat iets heel anders. De cherubim in Genesis 3:24 houden met een vlammend zwaard de mens buiten het paradijs, en bij Ezechiël zijn het machtige wezens met vier aangezichten.

Cherubim in de Statenvertaling

92 keer, in 68 verzen en 14 bijbelboeken (cherub 21, cherubim 32, cherubs 39).

De drie vormen cherub, cherubim en cherubs staan samen 92 keer in de Statenvertaling, in 68 verzen en 14 bijbelboeken, allemaal in het Oude Testament. De eerste keer is direct na de zondeval: God 'stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden' (Genesis 3:24). De kanttekening zegt dat het engelen zijn, en dat de Israëlieten de naam kenden van de ark in het heilige der heiligen.

Want in de tabernakel kregen de cherubim een vaste plaats. Mozes moest twee cherubim van dicht goud maken, uit één stuk met het verzoendeksel, met de vleugels uitgespreid boven de ark. Van tussen die twee cherubim wilde God met Mozes spreken. Ook op de gordijnen van de tabernakel waren cherubim geweven. Salomo maakte voor de tempel twee grote cherubs van olieachtig hout, tien ellen hoog.

Daarom spreken de Psalmen en de historische boeken over God als Hij 'Die tussen de cherubim zit' (Psalm 80:2), of die tussen de cherubim woont (1 Samuel 4:4). In Psalm 18 en 2 Samuel 22 vaart Hij op een cherub, op de vleugelen des winds. Bij Ezechiël zijn de cherubs de levende wezens van zijn eerste visioen: in hoofdstuk 10 bemerkt de profeet dat het cherubs waren. In het Nieuwe Testament spreekt alleen Hebreeën 9:5 van 'de cherubijnen der heerlijkheid', een vorm die niet in de telling zit.

Verzen met cherubim

  • Genesis 3:24

    “En Hij dreef de mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.”

    Na de zondeval bewaken cherubim met een vlammend zwaard de weg naar de boom des levens. De mens kan niet meer op eigen kracht terug naar de gemeenschap met God.

  • Exodus 25:18

    “Gij zult ook twee cherubim van goud maken; van dicht goud zult gij ze maken, uit de beide einden des verzoendeksels.”

    Op het verzoendeksel van de ark kwamen twee gouden cherubim. De kanttekening zegt dat zij uit één stuk met het deksel gemaakt moesten worden, niet erop gezet of gesoldeerd.

  • Psalm 80:2

    “O Herder Israels! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende.”

    De psalmdichter roept God aan als de Herder Israëls, Die tussen de cherubim zit. Hij verwijst naar de ark, de plaats waar God beloofde bij Zijn volk tegenwoordig te zijn.

  • Ezechiël 10:20

    “Dit is het dier, dat ik zag onder den Gods Israels bij de rivier Chebar; en ik bemerkte, dat het cherubs waren.”

    Ezechiël herkent in de wezens van zijn visioen dezelfde dieren die hij bij de rivier Chebar zag, en bemerkt dat het cherubs zijn: dragers van de heerlijkheid van God.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Wat de kanttekeningen zeggen

  • Bij Genesis 3:24

    cherubim. Versta hierdoor, engelen, die alzo genoemd worden; en de Israëlieten waren met dien naam bekend, overmits de ark des verbonds in het heilige der heiligen met twee cherubim [in menselijke gedaante met uitgebreide vleugels] bedekt was, Exo 25:18; 1Ki 6:23; 2Ch 3:10.

    De vertalers verklaren de cherubim als engelen. Zij merken op dat Israël de naam kende van de ark in het heilige der heiligen, die bedekt werd door twee cherubim in menselijke gedaante met uitgespreide vleugels.

  • Bij Psalm 80:2

    die. Of, die op de cherubim pleegt te zitten; want nadat de tempel door de Chaldeën was afgebroken en verwoest, zat de Heere niet langer op de cherubim. Van de cherubim, zie de aantekeningen bij 1Sa 4:4 .

    De kanttekening geeft een andere vertaling: Die op de cherubim pleegt te zitten. Zij verklaart dat zo omdat de tempel toen door de Chaldeeën verwoest was, zodat de Heere niet meer boven de cherubim van de ark troonde.

Uit de Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637).

Uit de grondtekst

  • כְּרוּב kerub (Hebreeuws, H3742)

    Het Hebreeuwse kerub, meervoud kerubim, betekent volgens het Strong's-lexicon een engelachtig wezen: als wachter van Eden, aan weerszijden van Gods troon, als beeld boven de ark en als wagen van de HEERE. De afleiding noemt het lexicon onzeker.

    Onder meer in Genesis 3:24, Exodus 25:18, Psalm 80:2 en Ezechiël 10:20. Woordstudie bij H3742 (na inloggen).

Verwante woorden

  • verzoendeksel: Het gouden deksel van de ark, waarop de twee cherubim stonden.
  • tabernakel: De heilige tent waarin de ark met de cherubim stond, en op wier gordijnen cherubim geweven waren.
  • serafs: Andere hemelse wezens, die Jesaja in zijn roepingsvisioen rondom de troon ziet.
  • engel: De kanttekeningen verklaren cherubim steeds als engelen: dienaars van God.

Bronnen

  • Woordenboek der Nederlandsche Taal (Instituut voor de Nederlandse Taal), artikel M012657. De betekenis staat hierboven in eigen woorden.
  • Kanttekeningen bij de Statenvertaling (1637), bij Genesis 3:24, Exodus 25:18, Psalm 80:2, 1 Koningen 6:23 en Ezechiël 10:1
  • Strong's-lexicon: H3742
  • Telling en verzen: de Statenvertaling zoals die op BijbelAssistent staat.