De roeping van Jesaja
Jesaja ziet de heilige God en wordt gezonden
Samenvatting
De roeping van Jesaja is de geschiedenis uit Jesaja 6 waarin de profeet in het sterfjaar van koning Uzzia de Heere ziet op een hoge troon. De serafs roepen dat de HEERE der heirscharen heilig is. Jesaja belijdt zijn onreine lippen, een seraf raakt zijn mond aan met een gloeiende kool, en daarna zegt hij: "Zie, hier ben ik, zend mij henen".
Bijbelgedeelte
“In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel.”
“En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!”
“Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.”
“En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend.”
“Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.”
Het verhaal
In Jesaja 6 vertelt de profeet zelf, in de ik-vorm, hoe hij de Heere zag en door Hem gezonden werd. Het gebeurde in het jaar dat koning Uzzia stierf, de koning die meer dan vijftig jaar over Juda had geregeerd.
Wat zag Jesaja in het jaar dat koning Uzzia stierf?
Jesaja zag de Heere zitten op een hoge en verheven troon. De zomen van Zijn kleed vulden de tempel. Boven Hem stonden de serafs. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn gezicht, met twee zijn voeten, en met twee vloog hij. Zij riepen tot elkaar: "Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol" (Jesaja 6:3). De posten van de drempels bewogen van hun stem, en het huis werd vervuld met rook.
Waarom riep Jesaja "Wee mij"?
Toen riep Jesaja: "Wee mij, want ik verga" (Jesaja 6:5). Hij zag dat hij een man met onreine lippen was en dat hij woonde te midden van een volk met onreine lippen, en zijn ogen hadden de Koning gezien, de HEERE der heirscharen. Wie de heiligheid van God ziet, ziet ook zijn eigen zonde. Jesaja verontschuldigde zich niet en wees niet eerst naar het volk: hij noemde zichzelf als eerste.
Wat betekent de gloeiende kool van het altaar?
Toen vloog een van de serafs naar Jesaja. In zijn hand had hij een gloeiende kool, die hij met de tang van het altaar had genomen. Hij raakte de mond van Jesaja ermee aan en zei: "Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend" (Jesaja 6:7). Jesaja deed zelf niets. De kool kwam van het altaar, uit de dienst van de verzoening, en God gaf de verzoening.
Wie zei "Hier ben ik, zend mij"?
Pas daarna klonk de stem van de Heere: "Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan" (Jesaja 6:8)? Niemand werd bij name genoemd. Jesaja antwoordde: "Zie, hier ben ik, zend mij henen". De man die kort tevoren riep dat hij verging, bood zich nu aan. Dat kon omdat zijn zonde was verzoend.
Welke opdracht kreeg Jesaja voor het volk?
De opdracht was zwaar. Jesaja moest het volk zeggen: "Horende hoort, maar verstaat niet" (Jesaja 6:9). Zijn prediking zou hun hart vet maken en hun oren zwaar, zodat zij zich niet zouden bekeren. Jesaja vroeg hoe lang dat zo zou blijven. Het antwoord was: totdat de steden verwoest zouden zijn, de huizen leeg en het land verlaten, omdat de HEERE de mensen ver weg zou doen. Toch eindigt het hoofdstuk niet bij de verwoesting. Er zou nog een tiende deel zijn, maar ook dat zou opnieuw worden afgeweid. Toch zou, zoals een eik na het afvallen van de bladeren nog steunsel heeft, het heilige zaad het steunsel van het land zijn (Jesaja 6:13).
Achtergrond
Uzzia was zestien jaar toen hij koning werd en regeerde tweeënvijftig jaar te Jeruzalem (2 Kronieken 26:3). Toen hij sterk was geworden, ging hij de tempel in om te roken op het reukaltaar, wat alleen de priesters mochten. De HEERE sloeg hem met melaatsheid, en hij bleef melaats tot zijn dood (2 Kronieken 26:16-21). Zijn sterfjaar wordt meestal rond 740 voor Christus gedateerd; de Bijbel geeft zelf geen jaartal.
Jesaja, de zoon van Amoz, profeteerde onder vier koningen: Uzzia, Jotham, Achaz en Hiskia (Jesaja 1:1). Of Jesaja 6 zijn eerste roeping is of een latere zending, daarover verschillen uitleggers, omdat het hoofdstuk niet aan het begin van het boek staat. De tekst spreekt over "den tempel" en "het huis" (Jesaja 6:1, 4). Of Jesaja in de tempel in Jeruzalem stond of in een gezicht de hemelse tempel zag, zegt de tekst niet met zekerheid. De Bijbel noemt serafs alleen in dit hoofdstuk.
Betekenis
Jesaja 6 begint bij God. De aardse koning Uzzia stierf, maar de Heere zat op Zijn troon, en Jesaja noemt Hem "den Koning" (Jesaja 6:5). Het drievoudige "Heilig" zegt dat de HEERE volstrekt anders en rein is dan alles wat geschapen is. Veel uitleggers zien in dat drievoudige "Heilig" en in het woord "Ons" (Jesaja 6:8) een heenwijzing naar de Drie-eenheid; anderen lezen de herhaling vooral als de sterkste nadruk. Zelfs de serafs bedekken hun gezicht voor Hem. Een vergelijkbaar lied klinkt in Openbaring bij de troon, waar de vier dieren, ook met zes vleugels, roepen: "Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige" (Openbaring 4:8). In het hele boek Jesaja heet God de Heilige Israëls, al vanaf het eerste hoofdstuk (Jesaja 1:4). Op Gods heiligheid rust de hele roeping.
De volgorde is wezenlijk: eerst de heiligheid van God, dan de belijdenis van zonde, dan de verzoening, en pas daarna de zending. God zendt niemand die nog onder zijn schuld ligt. De kool kwam van het altaar, uit de dienst van de verzoening. Zo laat God al in het Oude Testament zien dat de schuld alleen weggaat door een verzoening die Hij Zelf geeft.
Het Nieuwe Testament trekt de lijn naar Christus. Johannes haalt de verharding uit Jesaja 6:10 aan en schrijft: "Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak" (Johannes 12:41). Volgens Johannes zag Jesaja dus de heerlijkheid van de Heere Jezus. Zo wijst dit gezicht vooruit naar de Zoon, in Wie God Zich laat kennen. Ook de verharding komt terug: de Heere Jezus en Paulus halen haar aan wanneer velen hun woord niet aannemen (Mattheüs 13:14-15; Handelingen 28:25-27). Gods oordeel is geen willekeur. Het volk had de HEERE al verlaten (Jesaja 1:4). Toch belooft God in het heilige zaad een rest die blijft.
Lessen voor vandaag
De heiligheid van God leert ons onszelf kennen. Jesaja vergeleek zich niet met anderen, maar zag zichzelf in het licht van de Koning. Zo ging het ook Petrus, toen hij aan de knieën van Jezus viel: "Heere! ga uit van mij; want ik ben een zondig mens" (Lukas 5:8). Wie God groot ziet, wordt zelf klein, en dat is geen verlies.
Vergeving gaat vooraf aan dienst. Jesaja werd eerst gereinigd en daarna gezonden. Niemand hoeft zich eerst waardig te maken voordat hij naar God gaat. Johannes schrijft: "het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde" (1 Johannes 1:7). Wie die reiniging heeft ontvangen, mag zich beschikbaar stellen voor het werk waartoe God roept. De dienst komt dan niet voort uit de wens om iets goed te maken, maar uit dankbaarheid.
God roept, ook als het werk zwaar is. Jesaja kreeg geen belofte van succes, maar wel de zekerheid dat God een rest zou bewaren. Of de roeping nu een ambt is of het gewone werk in gezin, kerk en samenleving: de vrucht ligt in Gods hand, en ook het "hier ben ik" werkt Hij, zoals bij Jesaja na de verzoening: "Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken" (Filippenzen 2:13).
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Uzzia was lang koning geweest in het land Juda. In het jaar dat koning Uzzia stierf, gebeurde er iets bijzonders met Jesaja. Jesaja was een profeet. Een profeet is iemand die de woorden van God doorgeeft aan de mensen.
Jesaja zag de Heere. Hij zat op een hoge troon. De zomen van Zijn kleed vulden de hele tempel. Zomen zijn de randen van een lang kleed. Boven de Heere stonden serafs. Dat zijn hemelse dienaren van God. Ieder had zes vleugels. Met twee vleugels bedekten ze hun gezicht. Met twee bedekten ze hun voeten. En met twee vlogen ze.
De serafs riepen tegen elkaar: "Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen". Heilig betekent: helemaal rein, zonder één zonde, heel anders dan wij mensen. Heirscharen zijn grote legers. De HEERE is de Koning over alle legers in de hemel. De serafs riepen ook dat de hele aarde vol is van Zijn heerlijkheid. Van hun stem bewogen de deurposten. En het huis werd vol rook.
Toen riep Jesaja: "Wee mij, want ik verga". Daarmee bedoelde Jesaja dat het uit was met hem en dat hij verloren ging. Jesaja zag hoe heilig God is. En toen zag hij ook hoe onrein hij zelf was. Zijn lippen waren onrein: ook wat hij zei, was niet rein voor God. En het hele volk om hem heen was net zo. Want zijn ogen hadden de Koning gezien, de HEERE der heirscharen.
Toen vloog een van de serafs naar Jesaja. In zijn hand had hij een gloeiende kool. Die had hij met een tang van het altaar gepakt. Een altaar is de plaats waar offers aan God werden gebracht. De seraf raakte met de kool de mond van Jesaja aan. Hij zei: "alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend". Zo nam God de zonde van Jesaja weg. Er stond niets meer tussen Jesaja en God.
Daarna hoorde Jesaja de stem van de Heere. De Heere vroeg: "Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan"? Henengaan betekent: weggaan, op weg gaan met een boodschap. Toen zei Jesaja: "Zie, hier ben ik, zend mij henen". Eerst had hij geroepen dat hij verloren ging. Nu was zijn zonde weggenomen. En nu mocht hij voor God op weg gaan.
De Heere gaf Jesaja een moeilijke opdracht. Jesaja moest tegen het volk spreken. Maar door de woorden van Jesaja zou hun hart nog harder worden. Ze zouden horen, maar niet begrijpen, en zich niet bekeren. Dat was het oordeel van de HEERE over Zijn volk. Jesaja vroeg hoe lang dat zo zou blijven. De Heere antwoordde: totdat de steden verwoest zijn en het land leeg is.
Toch zou niet alles verdwijnen. Er zou een klein deel overblijven, en ook dat zou het nog zwaar krijgen. Een eik kan al zijn bladeren verliezen. Maar dan blijft de boom zelf nog staan. Zo zou er van het volk iets blijven. God noemt dat het heilige zaad: mensen die bij Hem horen en overblijven.
Zo is de HEERE: heilig, en toch neemt Hij Zelf de zonde weg. Veel later schreef de apostel Johannes dat Jesaja hier de heerlijkheid van de Heere Jezus zag.
“Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol!” (Jesaja 6:3)
Tips voor de verteller
- Een paar woorden vragen uitleg: profeet, serafs, zomen, heirscharen, altaar en verzoend. U kunt Jesaja 6:1-8 uit de Bijbel zelf voorlezen. Laat de meeste ruimte aan wat God doet: Hij is heilig, Hij neemt de zonde weg en daarna zendt Hij. Maak van Jesaja geen held die dapper vooraan stond; hij riep eerst dat hij verging.
- Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u eindigen bij "Zie, hier ben ik, zend mij henen" en daarna in één zin zeggen dat God Jesaja naar een volk zond dat niet wilde luisteren. Vraagt een ouder kind waarom God het hart van het volk harder liet worden, zeg dan eerlijk wat de Bijbel zegt: het volk had de HEERE al lang verlaten (Jesaja 1:4), en Gods oordeel is nooit willekeurig. Toch hield God het heilige zaad over. Meer zegt deze geschiedenis er niet over.
- Kinderen vragen vaak of de gloeiende kool pijn deed. De Bijbel zegt daar niets over; zeg dat ook. Het gaat erom dat God de zonde wegnam en dat de kool van het altaar kwam. Leg geen druk op kinderen om zelf "hier ben ik" te zeggen; laat zien dat het antwoord van Jesaja volgde op Gods vergeving.
- Kinderen vragen misschien of mensen God kunnen zien. Zeg eerlijk dat God Zich op een bijzondere manier aan Jesaja liet zien, en dat Johannes schrijft dat Jesaja daar de heerlijkheid van de Heere Jezus zag (Johannes 12:41). Meer zegt deze geschiedenis er niet over.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat riepen de serafs tegen elkaar?
- NavertellenWat deed de seraf met de gloeiende kool?
- VerwonderenWat vind jij het mooiste dat God voor Jesaja deed?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenHoeveel vleugels hadden de serafs, en wat deden ze met elk paar?
- BetekenisWaarom riep Jesaja "Wee mij" toen hij de HEERE zag, terwijl de serafs God prezen?
- VerbindingOok Samuël zei tegen God dat hij luisterde. Wat is hetzelfde en wat is anders bij de roeping van Jesaja?
- ToepassingJesaja werd eerst gereinigd en daarna gezonden. Wat betekent het voor jou dat God zonden wegneemt?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Johannes 12:37-41. Over wie zegt Johannes dat Jesaja sprak toen hij Zijn heerlijkheid zag? Wat betekent dat voor hoe jij Jesaja 6 leest?
- Wie is God?De serafs roepen drie keer "Heilig". Wat zegt die heiligheid over God, en waarom bedekken zelfs zij hun gezicht?
- Moeilijke vraagGod zendt Jesaja met een boodschap waarvan Hij al zegt dat het volk haar niet zal verstaan. Waarom zou God iemand sturen naar mensen die niet luisteren?
- PersoonlijkJesaja zei "Zie, hier ben ik, zend mij henen" pas na de verzoening. Waarom komt de zending pas na de vergeving, en wat betekent dat voor jou?
Gebedspunt: Aanbid de HEERE om Zijn heiligheid en dank Hem dat Hij Zelf de zonde verzoent. Bid om een hart dat, gereinigd door Hem, bereid is te gaan waar Hij zendt.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De roeping van Jesaja
Waar staat het verhaal van de roeping van Jesaja in de Bijbel?
De roeping van Jesaja staat in Jesaja 6:1-13. Jesaja vertelt het zelf, in de ik-vorm. Het hoofdstuk begint met de tijdsaanduiding "In het jaar, toen de koning Uzzia stierf" en loopt van het gezicht van de Heere op de troon via de reiniging met de kool tot de opdracht aan het volk en de belofte van het heilige zaad. Hoofdstuk 7 gaat daarna verder in de tijd van koning Achaz.
Was Jesaja in de aardse tempel of zag hij de hemelse tempel?
Dat zegt de tekst niet met zekerheid. Jesaja spreekt over "den tempel" en "het huis" (Jesaja 6:1, 4), en dat kan de tempel in Jeruzalem zijn. Maar wat hij zag, gaat een gebouw te boven: "den Heere, zittende op een hogen en verheven troon" (Jesaja 6:1), met serafs boven Hem. Sommige uitleggers denken dat Jesaja in de tempel in Jeruzalem stond en daar de Heere zag; anderen dat hij de hemelse tempel zag. Beide lezingen houden vast dat Jesaja werkelijk de Heere zag.
Wat zijn serafs?
Serafs zijn hemelse wezens die bij de troon van God staan. De Bijbel noemt ze alleen in Jesaja 6. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn gezicht, met twee zijn voeten, en met twee vloog hij (Jesaja 6:2). Zij roepen Gods heiligheid uit, en een van hen brengt de gloeiende kool naar Jesaja. Meer vertelt de Bijbel niet over hun gestalte. Afbeeldingen met kindergezichtjes of harpen komen niet uit de Bijbel.
Wat betekent "een man van onreine lippen"?
Jesaja zei: "dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is" (Jesaja 6:5). Met de lippen spreekt een mens. Jesaja beleed dat ook zijn spreken niet rein was voor God, en dat van het hele volk evenmin. Dat zag hij in het licht van de heilige God: "want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien". Hij noemde zichzelf als eerste en wees niet naar anderen. Het was een eerlijke belijdenis, geen overdrijving.
Van welk altaar kwam de gloeiende kool?
De tekst zegt alleen dat de seraf de kool "met de tang van het altaar genomen had" (Jesaja 6:6). Welk altaar bedoeld is, zegt hij niet; uitleggers denken aan het brandofferaltaar of aan het reukaltaar. Beide hoorden bij de dienst van de verzoening. De seraf raakte de mond van Jesaja aan en zei: "alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend" (Jesaja 6:7). Zo laat God zien dat Hij Zelf de schuld wegneemt. Jesaja deed niets om rein te worden. Veel uitleggers zien hierin een heenwijzing naar de verzoening die God later in Christus geeft.
Wat betekent "Hier ben ik, zend mij"?
Op de vraag van de Heere "Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan" antwoordde Jesaja: "Zie, hier ben ik, zend mij henen" (Jesaja 6:8). Hij stelde zich beschikbaar als bode van God. Dat antwoord volgde op de verzoening: de man die riep dat hij verging, was gereinigd en kon nu gaan. De woorden worden vaak gebruikt bij zending en roeping, maar in Jesaja 6 staan ze niet los van Gods vergeving.
Waarom moest Jesaja het hart van het volk vet maken?
God zei tegen Jesaja: "Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen" (Jesaja 6:10). Jesaja moest niet onduidelijk preken. Zijn heldere prediking zou het volk, dat de HEERE al had verlaten (Jesaja 1:4), verder verharden. Het is een oordeel over langdurige ongehoorzaamheid. De Heere Jezus, Johannes en Paulus halen deze woorden aan als velen het Evangelie niet aannemen (Mattheüs 13:14-15; Johannes 12:40; Handelingen 28:25-27).
Was Jesaja 6 de eerste roeping van Jesaja?
Dat is niet zeker. Het hoofdstuk staat niet aan het begin van het boek; Jesaja 1 tot 5 gaan eraan vooraf. Sommige uitleggers denken dat Jesaja 6 toch zijn eerste roeping beschrijft en later in het boek is geplaatst. Anderen zien het als een nieuwe of diepere zending van een profeet die al sprak. De tekst zelf geeft geen uitsluitsel. Wel staat vast dat het gezicht plaatsvond in het sterfjaar van koning Uzzia.
Wie zag Jesaja volgens het Nieuwe Testament?
Johannes schrijft na het aanhalen van Jesaja 6:10: "Dit zeide Jesaja, toen hij Zijn heerlijkheid zag, en van Hem sprak" (Johannes 12:41). In de verzen daarvoor gaat het over de Heere Jezus en de tekenen die Hij deed. Volgens Johannes zag Jesaja dus de heerlijkheid van Christus. Zo wijst het gezicht in Jesaja 6 vooruit naar de Zoon van God, in Wie de heilige God Zich laat kennen.
Hoe vertelt u de roeping van Jesaja aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die Jesaja 6 volgt, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat God de hoofdpersoon zijn: Hij is heilig, Hij neemt de zonde weg en Hij zendt Jesaja. Leg woorden als serafs, heirscharen en verzoend kort uit. Voor jonge kinderen kunt u de verharding van het volk in één zin vertellen.
Stel een vraag over De roeping van Jesaja
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.