Artikel 2 van de Apostolische Geloofsbelijdenis: "En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere"
In het kort
Artikel 2 van de Apostolische Geloofsbelijdenis belijdt het geloof in Jezus Christus, Gods eniggeboren Zoon. Elke naam zegt iets over Hem. Jezus is de Zaligmaker en Christus de Gezalfde, de Zoon is eeuwig God en de Heere heeft Zijn volk gekocht. Wie dit belijdt, vertrouwt zich aan Hem toe.
De tekst van Apostolicum 2
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere;
Tekst: de twaalf artikelen van het algemeen ongetwijfeld christelijk geloof, zoals opgenomen in de Heidelbergse Catechismus, vraag 23 (traditionele kerkboektekst). Publiek domein.
Na de Vader noemt de geloofsbelijdenis de Zoon. Artikel 2 van de Apostolische Geloofsbelijdenis is maar één regel, maar het draagt veel. Er staan vier namen in: Jezus, Christus, eniggeboren Zoon en Heere. Het woordje 'en' aan het begin verbindt dit artikel met het eerste. Wie in God de Vader gelooft, gelooft ook in Jezus Christus, Gods Zoon. De Heidelbergse Catechismus legt deze namen uit in de zondagen 11, 12 en 13.
Jezus: de Zaligmaker
De naam Jezus bedachten Maria en Jozef niet zelf. God gaf die naam door een engel. Die zei tegen Jozef: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden". Zalig maken is een oud woord voor redden en volkomen gelukkig maken. Jezus betekent daarom Zaligmaker. Zijn naam zegt wat Hij komt doen.
De catechismus zegt erbij dat er bij niemand anders zaligheid te vinden is. Petrus verkondigde: "er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden". Wie zijn redding half bij Jezus en half bij zichzelf zoekt, doet Hem dus tekort. Hij is een volkomen Zaligmaker, en wie Hem door het geloof aanneemt, heeft in Hem alles wat nodig is.
Christus: de Gezalfde
Christus is geen achternaam. Het is een Grieks woord en betekent Gezalfde, net als het Hebreeuwse woord Messias. In Israël werden profeten, priesters en koningen met olie gezalfd voor hun ambt. Christus is gezalfd met de Heilige Geest. Petrus zegt het zo: "hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht".
De catechismus noemt drie ambten. Christus is onze hoogste Profeet: Hij maakt ons bekend hoe God zondaars verlost. Hij is onze enige Hogepriester: Hij offerde Zichzelf eenmaal en bidt nog altijd voor de Zijnen. En Hij is onze eeuwige Koning: Hij regeert ons door Zijn Woord en Geest. Hij houdt ons vast bij de verlossing die Hij verworven heeft, veilig tegen alle vijanden.
Toen de Heere Jezus vroeg wie Hij was, antwoordde Petrus: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods". Dat had geen mens hem geleerd, maar de Vader had het hem geopenbaard.
Zijn eniggeboren Zoon
Het artikel noemt Hem 'Zijn eniggeboren Zoon'. Eniggeboren wil zeggen: Hij is de enige Zoon Die van eeuwigheid uit de Vader geboren is. Johannes schrijft: "de eniggeboren Zoon, Die in den schoot des Vaders is, Die heeft Hem ons verklaard". Ook de bekendste tekst uit de Bijbel gebruikt dit woord: "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft".
Gelovigen heten toch ook kinderen van God? De catechismus maakt het verschil duidelijk. Christus alleen is "de eeuwige natuurlijke Zone Gods". Hij is niet op een bepaald moment Zoon geworden, maar Hij is het van eeuwigheid. Wij worden kinderen van God om Zijnentwil, uit genade aangenomen. De Zoon werd mens, want "het Woord is vlees geworden", maar Hij bleef ook waarachtig God. De Geloofsbelijdenis van Nicea zegt het nog nadrukkelijker: Hij van hetzelfde wezen is als de Vader.
Onzen Heere
Het artikel eindigt met 'onzen Heere'. Onzen is de oude vorm van onze. Een heer is iemand die zeggenschap heeft over wat van hem is. De catechismus legt uit waarom Christus onze Heere is. Hij heeft ons met lichaam en ziel van al onze zonden gekocht, "niet met goud of met zilver, maar met Zijn dierbaar bloed". Hij heeft ons ook bevrijd uit de macht van de duivel en ons zo tot Zijn eigendom gemaakt.
Paulus schrijft daarom: "gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest". Christus als Heere belijden is dus meer dan een titel uitspreken. Het betekent dat u Hem toebehoort en naar Hem wilt luisteren. Eens zal "alle tong" belijden "dat Jezus Christus de Heere zij". Wie dat nu al van harte doet, mag weten dat hij niet van zichzelf is, maar van zijn trouwe Zaligmaker.
Bijbelse onderbouwing
“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”
De engel geeft de naam Jezus en verklaart die direct: Hij redt Zijn volk van hun zonden en is zo de Zaligmaker.
“En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.”
Petrus belijdt dat Jezus de Christus is, de Gezalfde, en tegelijk de Zoon van de levende God.
“En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.”
Johannes getuigt dat het eeuwige Woord mens werd en dat de discipelen Zijn heerlijkheid zagen als die van de Eniggeborene van de Vader.
“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.”
Deze tekst noemt Christus Gods eniggeboren Zoon en laat zien dat de Vader Hem uit liefde gegeven heeft.
“En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.”
Paulus zegt dat eens iedere tong zal belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot eer van God de Vader.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Historische achtergrond
Het tweede artikel opent het langste deel van de Apostolische Geloofsbelijdenis. Al in de oude doopbelijdenis van de gemeente in Rome stonden hier de namen Christus Jezus, Zijn enige Zoon, onze Heere. Het stuk over de Zoon werd het uitvoerigst, omdat het evangelie over Zijn persoon en werk gaat.
De woorden 'onzen Heere' hadden in de eerste eeuwen een scherpe klank. De Romeinse keizer liet zich als heer eren, en christenen die weigerden hem zo te noemen, liepen gevaar. Voor hen was er maar één Heere. Christenen gebruikten toen ook het teken van een vis. De letters van het Griekse woord voor vis zijn de beginletters van Jezus Christus, Gods Zoon, Zaligmaker.
Om over door te praten
- Wat zegt elk van de vier namen in dit artikel over wie Christus is en wat Hij doet?
- Waarom doet iemand die zijn redding ook bij zichzelf zoekt de naam Jezus tekort?
- Welk ambt van Christus als Profeet, Priester of Koning betekent op dit moment het meest voor u, en waarom?
- Wat is het verschil tussen Christus als eniggeboren Zoon en gelovigen als kinderen van God?
- Wat verandert er in uw dagelijks leven als u Christus werkelijk als uw Heere belijdt?