Ga naar hoofdinhoud

Kort Begrip les 4: het ware geloof

In het kort

Les 4 van het Kort Begrip leert wat een oprecht geloof is. Het is een zekere kennis van God en Zijn beloften, en een hartelijk vertrouwen dat al mijn zonden om Christus wil vergeven zijn. De inhoud staat in de twaalf artikelen. Daarna gaat het over de drie-enige God en over God de Vader.

De vragen en antwoorden van Kort Begrip, les 4

  1. 19. Wat is een oprecht geloof?

    Antw.Het is eene zekere kennis van God en Zijne beloften, ons in het Evangelium geopenbaard, en een hartelijk vertrouwen, dat mij al mijne zonden om Christus wil vergeven zijn.

    Bewijsteksten: Johannes 17:3; Johannes 3:36; Johannes 3:33; 1 Johannes 5:10; Jesaja 50:10; Psalm 2:12; Jesaja 45:22
    • Johannes 17:3 En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.
    • Johannes 3:36 Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.
    • Johannes 3:33 Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is.
    • 1 Johannes 5:10 Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.
    • Jesaja 50:10 Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op zijn God.
    • Psalm 2:12 Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden. Welgelukzalig zijn allen, die op Hem betrouwen.
    • Jesaja 45:22 Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer.
  2. 20. Welke is de hoofdsom van hetgeen ons God in het Evangelium belooft, en bevolen heeft te gelooven?

    Antw.Dat is begrepen in de twaalf Artikelen van het Algemeen Christelijk geloof, die aldus luiden:

    1. Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des Hemels en der Aarde.

    2. En in Jezus Christus, Zijnen eeniggeboren Zoon, onzen Heere;

    3. Die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria;

    4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus; is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle;

    5. Ten derden dage weder opgestaan van de dooden;

    6. Opgevaren ten Hemel, zittende ter rechterhand Gods, des Almachtigen Vaders;

    7. Van waar Hij komen zal, om te oordeelen de levenden en de dooden.

    8. Ik geloof in den Heiligen Geest.

    9. Ik geloof eene Heilige, Algemeene, Christelijke Kerk, de gemeenschap der Heiligen.

    10. Vergeving der zonden.

    11. Wederopstanding des Vleesches.

    12. En een Eeuwig leven.

    Bewijstekst: Handelingen 24:14
    • Handelingen 24:14 Maar dit beken ik u, dat ik naar dien weg, welken zij sekte noemen, den God der vaderen alzo diene, gelovende alles, wat in de wet en in de profeten geschreven is;

    Noot. Achter de vraag staat in de kopieerbron 'Zie Hand. 24:14.'

  3. 21. Als gij belijdt te gelooven in God, den Vader en den Zoon en den Heiligen Geest, verstaat gij daarbij drie Goden?

    Antw.Neen ik geenszins, want er is maar één eenig waarachtig God.

    Bewijstekst: Deuteronomium 6:4
  4. 22. Waarom noemt gij dan die drie: den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest?

    Antw.Omdat God Zich alzoo in Zijn Woord heeft geopenbaard, dat deze drie onderscheidene Personen de eenige en waarachtige God zijn, gelijk wij ook gedoopt zijn in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes.

    Bewijsteksten: Mattheüs 28:19; 1 Johannes 5:7; 2 Korinthe 13:13; Psalm 33:6; Haggaï 2:5-6; Johannes 10:30
    • Mattheüs 28:19 Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.
    • 1 Johannes 5:7 Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
    • 2 Korinthe 13:13 De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.
    • Psalm 33:6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.
    • Haggaï 2:5-6 Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de HEERE; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HEERE; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen; Met het woord, in hetwelk Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet!
    • Johannes 10:30 Ik en de Vader zijn een.

    Noot. 'dan die drie' is de lezing van 1895 (op de scan nagezien); de druk van 1892 heeft 'dan drie: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest'.

  5. 23. Wat gelooft gij met deze woorden: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des Hemels en der Aarde?

    Antw.Dat de eeuwige Vader van onzen Heere Jezus Christus, die hemel en aarde uit niet geschapen heeft, en nog door Zijne Voorzienigheid onderhoudt, om Zijns Zoons Christus wil, mijn God en mijn Vader zij.

    Bewijsteksten: Genesis 1:1; Handelingen 4:24; Psalm 33:9; Hebreeën 11:3; Psalm 36:7; 1 Petrus 4:19; Handelingen 17:28; Mattheüs 10:29-30; 2 Korinthe 6:18; Efeze 1:5; Johannes 20:17
    • Genesis 1:1 In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
    • Handelingen 4:24 En als dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtelijk hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn.
    • Psalm 33:9 Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.
    • Hebreeën 11:3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods is toebereid, alzo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden.
    • Psalm 36:7 Uw gerechtigheid is als de bergen Gods; Uw oordelen zijn een grote afgrond; HEERE! Gij behoudt mensen en beesten.
    • 1 Petrus 4:19 Zo dan ook die lijden naar den wil van God, dat zij hun zielen Hem, als den getrouwen Schepper, bevelen met weldoen.
    • Handelingen 17:28 Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.
    • Mattheüs 10:29-30 Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.
    • 2 Korinthe 6:18 En Ik zal u tot een Vader zijn, en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Heere, de Almachtige.
    • Efeze 1:5 Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil.
    • Johannes 20:17 Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.

    Noot. De bewijsplaatsen na Handelingen 4:24 staan in 1895 op het ontbrekende blad en komen uit de druk van 1892.

Tekst: Kort Begrip der Christelijke Religie, voor hen die zich willen begeven tot des Heeren Heilig Avondmaal. 15e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1895. Uitgave van de docenten der Theologische School (De Haan, Van Velzen, Brummelkamp, De Cock). Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1895); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Les 3 eindigde met de woorden dat alleen zalig wordt wie Christus met een oprecht geloof aanneemt. Daarom vraagt vraag 19 nu: 'Wat is een oprecht geloof'? Het antwoord heeft twee delen, kennis en vertrouwen. Daarna laat het boekje zien wat een christen gelooft, en Wie de God is in Wie hij gelooft.

Kennis en vertrouwen

Het eerste deel is 'eene zekere kennis van God en Zijne beloften, ons in het Evangelium geopenbaard'. Evangelium is het oude woord voor evangelie, de blijde boodschap. Zeker betekent: vast, zonder te twijfelen aan wat God zegt. Het geloof rust dus op wat God in Zijn Woord gezegd heeft. De Heere Jezus zegt: "dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen".

Het tweede deel is 'een hartelijk vertrouwen, dat mij al mijne zonden om Christus wil vergeven zijn'. Hartelijk betekent: uit het hart. Het is niet genoeg om te weten dat Christus zondaren redt. Het geloof steunt op Hem voor de eigen zonden. Jesaja roept wie in het duister wandelt op, "dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN". Let op het woordje mij: het geloof zegt dat ook mijn zonden vergeven zijn.

De twaalf artikelen

Vraag 20 vraagt naar de hoofdsom van wat God in het Evangelium belooft en bevolen heeft te geloven. Hoofdsom betekent de korte samenvatting. Het antwoord geeft 'de twaalf Artikelen van het Algemeen Christelijk geloof'. Wij kennen ze ook als de Apostolische Geloofsbelijdenis. Algemeen betekent hier: van de hele kerk. Het is goed deze artikelen uit het hoofd te kennen. Vanaf vraag 23 legt het Kort Begrip deze artikelen uit.

Eén God in drie Personen

Vraag 21 en 22 gaan over een groot geheim. In de artikelen belijden wij te geloven in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zijn dat drie goden? 'Neen ik geenszins, want er is maar één eenig waarachtig God'. Geenszins betekent: helemaal niet. Mozes zegt: "de HEERE, onze God, is een enig HEERE".

Waarom spreken wij dan toch van drie? 'Omdat God Zich alzoo in Zijn Woord heeft geopenbaard'. Het boekje noemt de doop als voorbeeld: wij zijn gedoopt 'in den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes'. Er staat de naam, en niet de namen: één God, drie onderscheiden Personen. Wij kunnen dat niet doorgronden. Wij geloven het, omdat God het Zelf zo bekendmaakt.

God de Vader, Schepper en Onderhouder

Vraag 23 legt het eerste artikel uit. God de Vader is 'de eeuwige Vader van onzen Heere Jezus Christus'. Hij heeft 'hemel en aarde uit niet geschapen'. Uit niet betekent: zonder dat er al iets was. Hebreeën 11 zegt dat de dingen die men ziet, "niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden".

God heeft de wereld daarna niet aan zichzelf overgelaten. Hij onderhoudt haar nog door Zijn voorzienigheid: Hij draagt en bestuurt alles. De Heere Jezus zegt dat geen musje "zal op de aarde vallen zonder uw Vader". Het mooiste staat aan het eind. Deze God is 'om Zijns Zoons Christus wil, mijn God en mijn Vader'. Wie in Christus gelooft, mag God zijn Vader noemen, ook als het leven moeilijk is.

Bijbelse onderbouwing

  • Johannes 17:3

    “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.”

    Het eeuwige leven is God en Christus kennen, en dat is het eerste deel van het oprecht geloof uit vraag 19.

  • Jesaja 50:10

    “Wie is er onder ulieden, die den HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in de duisternissen wandelt, en geen licht heeft, dat hij betrouwe op den Naam des HEEREN, en steune op zijn God.”

    Wie in het duister wandelt, wordt geroepen op de Naam des HEEREN te vertrouwen, en dat is het tweede deel van het geloof.

  • Deuteronomium 6:4

    “Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!”

    De HEERE is een enig HEERE, en daarom zegt vraag 21 dat wij geen drie goden belijden.

  • Mattheüs 28:19

    “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.”

    De doop in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is het voorbeeld dat vraag 22 zelf noemt.

  • Mattheüs 10:29-30

    “Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld.”

    Geen musje valt zonder de Vader, en zo leert vraag 23 dat God alles door Zijn voorzienigheid onderhoudt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Waarom heeft een oprecht geloof zowel kennis als vertrouwen nodig?
  2. Wat is het verschil tussen geloven dat God zonden vergeeft en geloven dat Hij uw zonden vergeeft?
  3. Hoe helpt de doop in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest u om over de Drie-eenheid te spreken?
  4. Wat betekent het voor uw dagelijks leven dat God alles onderhoudt en bestuurt?

Samen leren thuis

Zeg samen de twaalf artikelen op uit vraag 20, bijvoorbeeld aan tafel na het eten. Lees daarna Mattheüs 10:29-31 en vraag de kinderen wat het betekent dat God zelfs de haren op ons hoofd telt. Leer samen vraag 19 uit het hoofd en vertel elkaar waarom weten alleen nog geen geloven is.