Ga naar hoofdinhoud

Artikel 8 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Dat God enig is in Wezen en nochtans in drie Personen onderscheiden

In het kort

Artikel 8 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt één God in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zij zijn werkelijk onderscheiden, maar niet gedeeld en niet vermengd. Er zijn dus geen drie goden, en God is ook niet één Persoon die drie gedaanten aanneemt.

De tekst van NGB 8

Volgens deze waarheid en dit Woord Gods, zo geloven wij in een enigen God; Die een enig Wezen is, in Hetwelk zijn drie Personen, in der daad en waarheid en van eeuwigheid onderscheiden naar Hun onmededeelbare eigenschappen; namelijk de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

De Vader is de Oorzaak, Oorsprong en Begin aller dingen, zowel zienlijke als onzienlijke. De Zoon is het Woord, de Wijsheid en het beeld des Vaders. De Heilige Geest de eeuwige Kracht en Mogendheid, uitgaande van den Vader en den Zoon.

Alzo nochtans, dat dit onderscheid niet maakt, dat God in drieën gedeeld zij; aangezien de Heilige Schrift ons leert, dat de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, elk Zijn zelfstandigheid heeft, onderscheiden door haar eigenschappen; doch alzo, dat deze drie Personen maar een enig God zijn. Zo is het dan openbaar, dat de Vader niet is de Zoon, en dat de Zoon niet is de Vader, dat ook insgelijks de Heilige Geest niet is de Vader, noch de Zoon.

Intussen, deze Personen, zó onderscheiden, zijn niet gedeeld, noch ook ondereen vermengd. Want de Vader heeft het vlees niet aangenomen, noch ook de Heilige Geest, maar alleen de Zoon. De Vader is nooit zonder Zijn Zoon, noch zonder Zijn Heiligen Geest geweest; want Zij zijn alle drie van gelijke eeuwigheid in één zelfde Wezen. Daar is noch eerste, noch laatste; want Zij zijn alle drie één in waarheid, in mogendheid, in goedheid en barmhartigheid.

Tekst: Nederlandse Geloofsbelijdenis, zoals overzien door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619), in de gangbare kerkboekspelling. Publiek domein. Deze tekst is ontleend aan www.nederlandse-geloofsbelijdenis.nl.

Artikel 8 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis gaat over het diepe geheim van de Drie-eenheid: één God, drie Personen. Het artikel begint met 'Volgens deze waarheid en dit Woord Gods'. Het bouwt dus voort op wat de vorige artikelen over de Schrift zeggen. De kerk bedenkt deze leer niet zelf. Zij zegt na wat God van Zichzelf bekendmaakt, en wil daarbij niet verder gaan dan de Schrift.

Eén Wezen, drie Personen

Het artikel belijdt 'een enigen God; Die een enig Wezen is'. Wezen betekent hier: wat God is. Er is maar één Goddelijk Wezen, zoals artikel 1 al leerde. Mozes zei: "de HEERE, onze God, is een enig HEERE". In dat ene Wezen 'zijn drie Personen'. Persoon betekent hier niet drie losse individuen naast elkaar. Met Persoon bedoelt de kerk dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ieder werkelijk bestaan, en toch samen de ene God zijn.

Die Personen zijn 'in der daad en waarheid en van eeuwigheid onderscheiden'. In der daad betekent: werkelijk. Het onderscheid is dus geen schijn en geen rol die God soms speelt. Het bestaat ook niet pas sinds de schepping, maar van eeuwigheid. Zij zijn onderscheiden 'naar Hun onmededeelbare eigenschappen'. Onmededeelbaar wil zeggen: een eigenschap die alleen bij die ene Persoon hoort en niet aan een andere wordt meegedeeld.

Vader, Zoon en Heilige Geest

Daarna noemt het artikel wat bij elke Persoon hoort. De Vader is 'de Oorzaak, Oorsprong en Begin aller dingen'. Van Hem gaat alles uit, het zienlijke en het onzienlijke, dus wat wij zien en wat wij niet zien. Paulus schrijft dat wij "maar een God, den Vader, uit Welken alle dingen zijn" hebben.

De Zoon is 'het Woord, de Wijsheid en het beeld des Vaders'. Johannes begint zijn Evangelie zo: "In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God". Paulus noemt Christus "de kracht Gods, en de wijsheid Gods". Hij schrijft ook dat Christus "het Beeld is des onzienlijken Gods".

De Heilige Geest is 'de eeuwige Kracht en Mogendheid'. Mogendheid is een oud woord voor macht. De Geest gaat uit 'van den Vader en den Zoon'. De Heere Jezus spreekt over de Geest, "Dien Ik u zenden zal van den Vader" en Die "van den Vader uitgaat". Over de woorden 'en den Zoon' gaat artikel 11 verder.

Geen drie goden

Het onderscheid betekent niet 'dat God in drieën gedeeld zij'. Er zijn geen drie goden. Wel heeft elke Persoon 'Zijn zelfstandigheid'. Dat oude woord betekent dat elke Persoon werkelijk bestaat en geen onderdeel of andere naam van een andere Persoon is. Toch zijn 'deze drie Personen maar een enig God'. Daarom wordt gedoopt "in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes". Zo belijdt de kerk dat de drie Personen samen de ene God zijn.

Het artikel concludeert 'dat de Vader niet is de Zoon'. Ook is de Heilige Geest niet de Vader en niet de Zoon. Zo wijst het de gedachte af dat God één Persoon is Die Zich beurtelings als Vader, Zoon of Geest laat zien. In Zijn gebed spreekt de Zoon tot de Vader over "de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was". Zo zijn de Personen van eeuwigheid onderscheiden.

Niet gedeeld en niet vermengd

De Personen zijn 'niet gedeeld, noch ook ondereen vermengd'. Ondereen vermengd betekent: door elkaar gehaald, zodat het onderscheid verdwijnt. Het artikel geeft als voorbeeld de menswording. 'De Vader heeft het vlees niet aangenomen', en ook de Heilige Geest niet, 'maar alleen de Zoon'. Johannes schrijft: "het Woord is vlees geworden".

Toch is de Vader 'nooit zonder Zijn Zoon' geweest, en ook nooit zonder Zijn Geest. Zij zijn 'van gelijke eeuwigheid in één zelfde Wezen'. Daarom is er 'noch eerste, noch laatste'. De Zoon en de Geest zijn niet later ontstaan, en zij zijn niet minder God dan de Vader. Alle drie zijn één 'in waarheid, in mogendheid, in goedheid en barmhartigheid'.

Aanbidden wat wij niet doorgronden

Dit artikel vraagt om eerbied. Geen beeld uit de schepping maakt de Drie-eenheid helemaal duidelijk, en vergelijkingen schieten snel tekort. De kerk wil daarom niet meer zeggen dan de Schrift, maar ook niet minder. Paulus zegent de gemeente met "de genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes".

Zo mag u de ene God kennen en aanbidden: de Vader in Zijn liefde, de Zoon in Zijn genade, de Geest in Zijn gemeenschap. Zondag 8 van de Heidelbergse Catechismus zegt het eenvoudig. Wij spreken zo over God, omdat Hij Zich zo in Zijn Woord heeft geopenbaard.

Bijbelse onderbouwing

  • Mattheüs 28:19

    “Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.”

    De Heere Jezus laat dopen in de ene Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en noemt de drie Personen naast elkaar.

    Uitleg bij Mattheüs 28

  • 2 Korinthe 13:13

    “De genade van den Heere Jezus Christus, en de liefde van God, en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen. Amen.”

    Paulus zegent de gemeente met de genade van de Zoon, de liefde van de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest.

  • Johannes 1:1

    “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”

    Johannes noemt de Zoon het Woord, Dat in den beginne bij God was en Zelf God is.

  • Kolossenzen 1:15

    “Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.”

    Paulus noemt Christus het Beeld van de onzienlijke God, zoals het artikel de Zoon het beeld des Vaders noemt.

  • 1 Korinthe 1:24

    “Maar hun, die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods, en de wijsheid Gods.”

    Paulus noemt Christus de kracht Gods en de wijsheid Gods, zoals het artikel de Zoon het Woord en de Wijsheid des Vaders noemt.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Historische achtergrond

De woorden Wezen en Persoon gebruikte de kerk al in de eerste eeuwen. Zij koos ze zorgvuldig in de strijd tegen twee dwalingen. Arius leerde dat de Zoon een schepsel is. Sabellius zag Vader, Zoon en Geest als drie gedaanten van één Persoon. Artikel 8 neemt de taal over waarmee de oude kerk beide dwalingen afwees, zoals ook de Geloofsbelijdenis van Athanasius doet.

Dat is in het artikel zelf terug te zien. De zin 'dat de Vader niet is de Zoon' weerspreekt Sabellius: de Personen zijn geen namen voor één en dezelfde. De woorden 'noch eerste, noch laatste' weerspreken Arius, want de Zoon is niet later ontstaan. En dat God niet 'in drieën gedeeld' is, weert de gedachte van drie goden.

Om over door te praten

  1. Waarom zegt artikel 8 dat de drie Personen 'in der daad en waarheid' onderscheiden zijn, en niet alleen in onze manier van spreken?
  2. Welke eigenschappen noemt het artikel bij de Vader, bij de Zoon en bij de Heilige Geest, en wat leert u daaruit?
  3. Waarom schieten vergelijkingen uit de natuur, zoals water, ijs en damp, tekort om de Drie-eenheid uit te leggen?
  4. Wat betekent het voor uw gebed en uw dankbaarheid dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest samen één God zijn?
  5. Hoe kunt u eerbiedig spreken over een geheim dat u niet kunt doorgronden, zonder erover te zwijgen?

Heidelbergse Catechismus