Borstius les 4: De Zaligmaker
In het kort
Borstius les 4 gaat over de Zaligmaker, Jezus Christus. Hij is God van eeuwigheid en werd Mens, geboren uit de maagd Maria. Met Zijn lijden en sterven aan het kruis onder Pontius Pilatus maakt Hij Zijn volk zalig: alle gelovigen.
De vragen en antwoorden van Borstius, les 4
27. Wie is uw Zaligmaker?
Antw.Jezus Christus.
Bewijstekst: Mattheüs 1:21
- Mattheüs 1:21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
28. Hoedanig persoon is Hij?
Antw.God en Mensch.
Bewijstekst: 1 Timotheüs 2:5
- 1 Timotheüs 2:5 Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;
29. Is hij God van Eeuwigheid?
Antw.Ja, Hij is God van Eeuwigheid, eer de wereld was.
Bewijstekst: Johannes 1:1
- Johannes 1:1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
30. Wanneer is Hij Mensch geworden?
Antw.In de volheid des tijds.
Bewijstekst: Galaten 4:4
- Galaten 4:4 Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;
31. Uit wie is Hij geboren?
Antw.Uit de Maagd Maria.
Bewijstekst: Lukas 2:7
- Lukas 2:7 En zij baarde haar eerstgeboren Zoon, en wond Hem in doeken, en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
32. Door wiens kracht is dat geschied?
Antw.Door de kracht des H. Geestes.
Bewijstekst: Lukas 1:35
- Lukas 1:35 En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.
33. Waarmede maakt Hij ons zalig?
Antw.Met Zijn lijden en sterven.
Bewijstekst: 1 Petrus 3:18
- 1 Petrus 3:18 Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest;
34. Onder welken Rechter heeft Hij geleden?
Antw.Onder Pontius Pilatus.
Bewijstekst: Johannes 19:15
- Johannes 19:15 Maar zij riepen: Neem weg, neem weg, kruis Hem! Pilatus zeide tot hen: Zal ik uw Koning kruisigen? De overpriesters antwoordden: Wij hebben geen koning, dan den keizer.
35. Welken dood is Hij gestorven?
Antw.Den dood des kruises.
Bewijstekst: Filippenzen 2:8
- Filippenzen 2:8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
36. Voor wie is Hij gestorven?
Antw.Voor Zijn Volk.
Bewijstekst: Mattheüs 1:21
- Mattheüs 1:21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
37. Wie zijn Zijn Volk?
Antw.Alle geloovigen.
Bewijstekst: Johannes 3:16
- Johannes 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Les 3 eindigde met de Zaligmaker. Les 4 vertelt Wie Hij is. Vraag 27 noemt Zijn naam: Jezus Christus. Een Zaligmaker maakt zalig. Hij redt van zonde en straf en brengt bij God. De engel zei tot Jozef: "gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden".
God en Mens
Vraag 28 vraagt hoedanig persoon Hij is. Hoedanig betekent: wat voor. Het antwoord is 'God en Mensch'. De Catechismus legt in zondag 5 en 6 uit waarom. Hij moest mens zijn, want de mens had gezondigd. Hij moest God zijn om de zware straf te kunnen dragen. Paulus noemt Hem de "Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus". Een middelaar staat tussen twee partijen in om vrede te maken.
God van eeuwigheid, Mens in de tijd
Vraag 29 zegt: 'Ja, Hij is God van Eeuwigheid, eer de wereld was'. Eer betekent: voordat. Johannes begint zijn Evangelie met "In den beginne was het Woord" en zegt verder "en het Woord was God". Toch werd Hij Mens 'In de volheid des tijds', op de tijd die God bepaald had.
Vraag 31 en 32 zeggen hoe Hij geboren werd: 'Uit de Maagd Maria' en 'Door de kracht des H. Geestes'. H. staat voor Heilig. Een maagd is een ongehuwde jonge vrouw; Maria werd moeder zonder man, door de Heilige Geest. Lukas vertelt dat Maria Hem in doeken wond en in een kribbe legde. Zo laag kwam de Zoon van God.
Lijden en sterven
Vraag 33 zegt waarmee Hij zalig maakt: 'Met Zijn lijden en sterven'. Petrus schrijft: "Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen". Vraag 34 vraagt onder welke Rechter Hij leed: 'Onder Pontius Pilatus', de Romeinse stadhouder. Het boekje noemt Pilatus een Rechter. De Catechismus legt in zondag 15 uit waarom dat ertoe doet. Christus werd onschuldig door een wereldlijke rechter veroordeeld, opdat Hij ons van het oordeel van God zou bevrijden.
Vraag 35 noemt Zijn dood: 'Den dood des kruises'. Dat was de dood van een vervloekte. Paulus schrijft dat Christus ons verloste, "een vloek geworden zijnde voor ons". Hij droeg de vloek in onze plaats. Zo werd Hij gehoorzaam "tot den dood, ja, den dood des kruises".
Voor Zijn volk
Voor wie is Hij gestorven? 'Voor Zijn Volk'. En wie zijn dat? Het antwoord is: alle gelovigen. Het boekje geeft geen lijst met namen, maar een kenmerk: het geloof. Johannes 3 zegt het zo: "opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe". Zo leert elk kind de vraag stellen of het zelf in Hem gelooft. Die vraag mag het meenemen naar de Heere in het gebed.
Bijbelse onderbouwing
“En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”
De naam Jezus uit vraag 27 zegt wat Hij doet: Hij maakt Zijn volk zalig van hun zonden.
“Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus;”
Christus is de enige Middelaar tussen God en mensen, en Hij is waarlijk Mens, zoals vraag 28 zegt.
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.”
Bij vraag 29 laat dit vers zien dat Christus als het Woord al was voordat de wereld bestond.
“Want Christus heeft ook eens voor de zonden geleden, Hij rechtvaardig voor de onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen; Die wel is gedood in het vlees, maar levend gemaakt door den Geest;”
Christus leed als de Rechtvaardige voor onrechtvaardigen, om hen tot God te brengen, zoals vraag 33 leert.
“En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.”
Christus was gehoorzaam tot in de dood des kruises, het antwoord van vraag 35.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom moest de Zaligmaker tegelijk God en Mens zijn?
- Wat zegt het u dat de eeuwige Zoon van God in een kribbe werd gelegd?
- Waarom is het een troost dat de Heere Jezus door een rechter veroordeeld werd?
- Hoe weet iemand of hij bij het volk van Christus hoort?
Samen leren thuis
Lees met de kinderen Lukas 2:1-20 voor, of in de lijdenstijd Johannes 19:16-30. Laat de kinderen daarna in eigen woorden navertellen wat er in Bethlehem of op Golgotha gebeurde. Vraag dan: wie is uw Zaligmaker? Leer samen vraag 27, 28 en 33 uit het hoofd. Zing een psalmvers en vertel erbij dat de Heere Jezus God en Mens is, en dat Hij voor zondaars gestorven is.