Borstius les 3: De straf der zonde, hel en hemel
In het kort
Borstius les 3 spreekt eerlijk over de straf der zonde: de dood en de hel. Het boekje noemt ook de hemel, waar God heilig genoemd wordt. Niemand komt daar door eigen goedheid; onze Zaligmaker brengt Zijn volk daar.
De vragen en antwoorden van Borstius, les 3
18. Welke is de straf der zonde?
Antw.De dood en de Hel.
Bewijstekst: 2 Thessalonicenzen 1:9
- 2 Thessalonicenzen 1:9 Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,
19. Wie heeft de Hel gemaakt?
Antw.God de Heere.
20. Voor wie?
Antw.Voor de kwade kinderen en alle goddelooze menschen.
Bewijstekst: Mattheüs 25:41
- Mattheüs 25:41 Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.
21. Wat zijn kwade kinderen?
Antw.Die hunnen ouders en meesters ongehoorzaam zijn en Gods geboden verachten.
22. Welke straf lijden zij in de Hel?
Antw.Zij branden in het eeuwige vuur.
Bewijstekst: Markus 9:48
- Markus 9:48 Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
23. Wilt gij daar zijn?
Antw.Neen; ik wil gaarne in den Hemel.
24. Wie zullen daar inkomen?
Antw.Alle goede kinderen en geloovige menschen.
Bewijstekst: Johannes 5:29
- Johannes 5:29 En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.
25. Wat doen zij daar?
Antw.Zij zingen: Heilig, Heilig, Heilig is de Heere der Heirscharen.
Bewijstekst: Openbaring 4:8
- Openbaring 4:8 En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.
26. Wie zal ons daar brengen?
Antw.Onze Zaligmaker.
Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.
Uitleg om te leren en te bespreken
Deze les is ernstig, en dat mag zo blijven. Borstius spreekt tot kinderen over de straf der zonde. Hij doet dat niet om bang te maken zonder uitweg, want de les eindigt bij de Zaligmaker.
De dood en de hel
Vraag 18 noemt de straf der zonde: 'De dood en de Hel'. Paulus schrijft over hen die "tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren". De hel is voor altijd buiten Gods genade, weg van Zijn vriendelijk aangezicht. Vraag 19 zegt dat God de Heere de hel gemaakt heeft. God is heilig en rechtvaardig en laat de zonde niet ongestraft. De Heere Jezus spreekt Zelf over "het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is".
Kwade kinderen
Vraag 20 spreekt over kwade kinderen. Vraag 21 zegt wie dat zijn: 'Die hunnen ouders en meesters ongehoorzaam zijn en Gods geboden verachten'. Meesters zijn hier de onderwijzers en anderen die over het kind gesteld zijn. Verachten is geringschatten. Vraag 22 zegt wat hun straf is: 'Zij branden in het eeuwige vuur'. Eeuwig betekent: zonder einde. De Heere Jezus spreekt Zelf over de plaats "Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt".
Ouders mogen hier eerlijk zijn. Les 2 leerde al dat wij van nature verdorven zijn. Dit woord past dus op ieder kind zoals het geboren wordt. Juist daarom heeft elk kind de Zaligmaker nodig.
Ik wil gaarne in den Hemel
Vraag 23 vraagt het kind persoonlijk of het daar wil zijn. Het antwoord is: 'Neen; ik wil gaarne in den Hemel'. Gaarne betekent graag. Vraag 24 zegt wie daar zullen inkomen: 'Alle goede kinderen en geloovige menschen'. Dat zijn geen kinderen die zelf goed genoeg zijn. Het zijn kinderen die door genade de Heere liefhebben en Hem gehoorzamen. Johannes 5 spreekt over hen "die het goede gedaan hebben", en ook dat goede is een vrucht van het geloof.
Heilig, heilig, heilig
In de hemel zingen zij: 'Heilig, Heilig, Heilig is de Heere der Heirscharen'. Heirscharen zijn legers; God is de Heere over alles in hemel en op aarde. Dezelfde lofzang klinkt in Jesaja 6. In Openbaring 4 zeggen de vier dieren dag en nacht: "Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige". Dieren zijn hier levende wezens rondom de troon. De hemel is de plaats waar God zonder zonde geëerd wordt.
Wie ons daar brengt
De les eindigt bij vraag 26: wie zal ons daar brengen? Onze Zaligmaker. Een kind komt niet in de hemel door eigen goedheid. De Heere Jezus zegt: "Niemand komt tot den Vader, dan door Mij". Daarom mag deze ernstige les met een uitnodiging eindigen. Ouders mogen hun kinderen naar Hem wijzen en met hen bidden dat zij Hem leren kennen.
Bijbelse onderbouwing
“Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,”
Paulus noemt de straf der zonde uit vraag 18 een eeuwig verderf, weg van het aangezicht des Heeren.
“Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.”
De Heere Jezus spreekt Zelf over het eeuwige vuur, bereid voor de duivel en zijn engelen; vraag 20 zegt wat Hij zegt.
“En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.”
Bij vraag 24 laat dit vers zien dat er bij de opstanding twee wegen zijn, naar het leven of naar de verdoemenis.
“En de vier dieren hadden elkeen voor zichzelven zes vleugelen rondom, en waren van binnen vol ogen; en hebben geen rust dag en nacht, zeggende: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.”
De lofzang van de hemel uit vraag 25 klinkt hier dag en nacht voor de troon van God.
“Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.”
Christus is de enige weg tot de Vader, en daarom zegt vraag 26 dat onze Zaligmaker ons in de hemel brengt.
Bijbelteksten uit de Statenvertaling.
Om over door te praten
- Waarom spreekt Borstius al tegen jonge kinderen zo eerlijk over de hel?
- Wat zegt het over God dat Hij de zonde niet ongestraft laat?
- Waarom kan geen kind zichzelf goed genoeg maken voor de hemel?
- Hoe kunt u met uw kinderen over de hel spreken zonder het einde van deze les te vergeten?
Samen leren thuis
Lees deze les rustig en ernstig, en altijd met het einde erbij. Lees Openbaring 4:8-11 voor en vertel wat er in de hemel gebeurt. Laat de kinderen vraag 26 met het antwoord opzeggen. Beantwoord hun vragen eerlijk en kort, en zeg gerust dat u iets niet weet. Bid samen dat de Heere Jezus hen zalig wil maken en eens bij Zich wil brengen.