Ga naar hoofdinhoud

Borstius les 2: De wet en de zonde

In het kort

Borstius les 2 leert dat zonde ongerechtigheid is en dat men de zonde kent uit de wet van God. Die wet vraagt liefde tot God en tot de naaste. Niemand kan dat volkomen doen, want sinds Adam van de verboden boom at, zijn wij verdorven.

De vragen en antwoorden van Borstius, les 2

  1. 7. Wat is zonde?

    Antw.Ongerechtigheid.

    Bewijstekst: 1 Johannes 3:4
    • 1 Johannes 3:4 Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.
  2. 8. Waaruit kent gij de zonde?

    Antw.Uit de Wet Gods.

    Bewijstekst: Romeinen 3:20
    • Romeinen 3:20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.
  3. 9. Wat is de Wet Gods?

    Antw.Een regel van ons leven.

    Bewijstekst: Galaten 6:16
    • Galaten 6:16 En zovelen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israel Gods.
  4. 10. Wat eischt de Wet Gods van ons?

    Antw.God lief te hebben boven al, en onze naasten als ons zelven.

    Bewijstekst: Mattheüs 22:37-40
    • Mattheüs 22:37-40 En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.
  5. 11. Kunnen wij dat volkomenlijk doen?

    Antw.Neen.

    Bewijstekst: Spreuken 20:9
    • Spreuken 20:9 Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?
  6. 12. Waarom niet?

    Antw.Omdat wij zoo verdorven zijn.

    Bewijstekst: Titus 3:3
    • Titus 3:3 Want ook wij waren eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheden en wellusten dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde, en elkander hatende.
  7. 13. Vanwaar komt die verdorvenheid?

    Antw.Van Adam.

    Bewijstekst: Romeinen 5:12
    • Romeinen 5:12 Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.
  8. 14. Wat heeft Adam gedaan?

    Antw.Van den verboden boom gegeten.

    Bewijstekst: Genesis 3:6
    • Genesis 3:6 En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom, die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook haar man met haar, en hij at.
  9. 15. Hoe heet die boom?

    Antw.De boom der kennis des goeds en des kwaads.

    Bewijstekst: Genesis 2:9
    • Genesis 2:9 En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en den boom des levens in het midden van den hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads.
  10. 16. Waarom was dat zonde?

    Antw.Omdat God het verboden had.

    Bewijstekst: Genesis 2:16-17
    • Genesis 2:16-17 En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
  11. 17. Waar bleef Adam toen?

    Antw.De engel met een zwaard jaagde hem uit het Paradijs.

    Bewijstekst: Genesis 3:24
    • Genesis 3:24 En Hij dreef de mens uit; en stelde cherubim tegen het oosten des hofs van Eden, en een vlammig lemmer eens zwaards, dat zich omkeerde, om te bewaren den weg van den boom des levens.

Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Na de schepping komt de zonde. Vraag 7 vraagt wat zonde is, en het antwoord is één woord: ongerechtigheid. Dat is alles wat niet recht is voor God. Johannes schrijft het net zo: "de zonde is de ongerechtigheid". Zonde is dus meer dan iets stouts doen. Het is ingaan tegen wat God wil.

De wet als regel

Hoe weet een kind wat zonde is? 'Uit de Wet Gods', zegt vraag 8. Paulus schrijft: "door de wet is de kennis der zonde". De wet is als een liniaal: daarlangs ziet men wat krom is. Vraag 9 noemt de wet 'Een regel van ons leven'. Een regel is hier een richtsnoer, een lijn waarlangs men gaat. Paulus spreekt over hen die "naar dezen regel zullen wandelen". God gaf Zijn wet niet om ons te plagen. Hij wijst ermee de goede weg.

Liefde tot God en de naaste

Vraag 10 vat de hele wet samen: 'God lief te hebben boven al, en onze naasten als ons zelven'. Boven al betekent: meer dan alles en iedereen. De naaste is ieder mens die God op onze weg brengt: vader en moeder, broertjes en zusjes, de juf, de buurman. De Heere Jezus noemt dit het eerste en grote gebod, en het tweede dat daaraan gelijk is.

Waarom wij het niet kunnen

Kunnen wij dat volkomen doen? Het boekje zegt eerlijk: neen. Volkomenlijk betekent helemaal, zonder één fout. Spreuken vraagt: "Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd"? Niemand kan dat. De reden staat in vraag 12: 'Omdat wij zoo verdorven zijn'. Verdorven betekent bedorven, zoals een appel die van binnen rot is. Het kwaad zit niet alleen in wat wij doen. Het zit in ons hart.

Adam en de verboden boom

Die verdorvenheid komt van Adam, zegt vraag 13. Door één mens is "de zonde in de wereld ingekomen". Vraag 14 zegt wat Adam deed: 'Van den verboden boom gegeten'. Die boom heette 'De boom der kennis des goeds en des kwaads'. Des goeds en des kwaads betekent: van het goede en het kwade. Was één vrucht dan zo erg? Vraag 16 antwoordt: 'Omdat God het verboden had'. Het ging om gehoorzaamheid.

Adam zette zijn eigen wil boven het woord van God. Daarom moest hij het Paradijs uit. Vraag 17 zegt: 'De engel met een zwaard jaagde hem uit het Paradijs'. Genesis noemt die engelen cherubim, met "een vlammig lemmer eens zwaards". Een lemmer is het blad van een zwaard; dit zwaard was als een vlam.

De weg terug was dicht. Toch gaf God in Genesis 3 al een belofte: het zaad van de vrouw zou de slang de kop vermorzelen. Die belofte wijst naar de Zaligmaker van les 4.

Bijbelse onderbouwing

  • 1 Johannes 3:4

    “Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.”

    Johannes geeft hetzelfde antwoord als vraag 7: zonde is ongerechtigheid.

  • Romeinen 3:20

    “Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.”

    Door de wet leren wij onze zonde kennen, zoals vraag 8 zegt.

  • Mattheüs 22:37-40

    “En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.”

    De Heere Jezus vat de wet samen in liefde tot God en tot de naaste, het antwoord van vraag 10.

  • Romeinen 5:12

    “Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.”

    Door Adam kwamen de zonde en de dood in de wereld, en daarom zijn wij van nature verdorven.

  • Genesis 2:16-17

    “En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.”

    God had duidelijk gezegd dat de mens niet van deze boom mocht eten, en daarom was het eten zonde.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Wat betekent het dat het boekje de wet 'Een regel van ons leven' noemt?
  2. Wie is in uw eigen leven de naaste die God op uw weg brengt?
  3. Waarom was het eten van één vrucht toch een grote zonde?
  4. Hoe kunt u een kind uitleggen dat het kwaad niet alleen buiten ons zit, maar ook in ons hart?

Samen leren thuis

Lees met de kinderen Genesis 3:1-13 als verhaal voor. Vraag daarna waarom het eten van die vrucht zonde was, en laat ze het antwoord van vraag 16 opzeggen. Leer samen de twee grote geboden uit vraag 10. Praat aan tafel over een moment waarop het moeilijk was om iemand lief te hebben. Bid daarna samen of God ons een nieuw hart wil geven.

Bijbelse personen