Ga naar hoofdinhoud

Borstius les 1: God, de schepping en Gods beeld

In het kort

Borstius les 1 leert kinderen wie hen gemaakt heeft: God. Er is maar één God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hij schiep de mens naar Zijn beeld, goed en oprecht, maar door de zonde is dat beeld verloren.

De vragen en antwoorden van Borstius, les 1

  1. 1. Wie heeft u geschapen?

    Antw.God.

    Bewijstekst: Genesis 1:1
    • Genesis 1:1 In den beginne schiep God den hemel en de aarde.
  2. 2. Hoeveel Goden zijn er?

    Antw.Eén God.

    Bewijstekst: Deuteronomium 6:4
  3. 3. Wie is die God?

    Antw.De Vader, Zoon en Heilige Geest, één Goddelijk Wezen en drie Personen.

    Bewijstekst: 1 Johannes 5:7
    • 1 Johannes 5:7 Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
  4. 4. Hoe heeft God den mensch geschapen?

    Antw.Naar Zijn beeld, goed en oprecht.

    Bewijstekst: Genesis 1:27
    • Genesis 1:27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.
  5. 5. Waarin bestaat Gods beeld?

    Antw.In kennis, gerechtigheid en heiligheid.

    Bewijstekst: Efeze 4:24
    • Efeze 4:24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
  6. 6. Heeft de mensch dat beeld nog?

    Antw.Neen; hij heeft het verloren door de zonde.

    Bewijstekst: Prediker 7:29
    • Prediker 7:29 Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.

Tekst: Eenige korte vragen voor de kleine kinderen, door Jacobus Borstius, in leven predikant te Rotterdam. Uitgegeven door de docenten aan de Theol. School der Christelijke Gereformeerde Kerk. 14e druk, 's-Gravenhage: S. van Velzen jr. (W.A. Beschoor), 1898. Scan op Delpher. Woord voor woord op de scan nagelezen en vergeleken met 3 andere drukken. Publiek domein. De Vries-Te Winkel, zoals in de kopieerbron (1898); niet gemoderniseerd. Over de tekst.

Uitleg om te leren en te bespreken

Het boekje van Borstius begint met een vraag die een klein kind al kan beantwoorden. Wie heeft u geschapen? Het antwoord is één woord: God. Geschapen betekent gemaakt, en God maakte de wereld uit niets. Een kind is dus geen toeval. God heeft het gewild en gemaakt. De Bijbel opent met dezelfde waarheid: "In den beginne schiep God den hemel en de aarde". Wie dat weet, weet ook aan Wie hij toebehoort.

Eén God in drie Personen

Vraag 2 leert dat er maar één God is. In Deuteronomium staat: "de HEERE, onze God, is een enig HEERE". Toch zegt vraag 3 wie die ene God is: 'De Vader, Zoon en Heilige Geest, één Goddelijk Wezen en drie Personen'. Johannes schrijft: "de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een".

Het woord Wezen zegt dat God één is. Het woord Personen zegt dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest onderscheiden zijn. Geen mens kan dat helemaal begrijpen. Een kind mag het wel eerbiedig geloven, omdat God het Zelf in Zijn Woord bekendmaakt.

Goed en oprecht geschapen

Vraag 4 leert hoe God de mens maakte: 'Naar Zijn beeld, goed en oprecht'. Oprecht betekent recht van hart, zonder bedrog. In Genesis staat: "En God schiep den mens naar Zijn beeld". Vraag 5 noemt drie dingen waarin Gods beeld bestaat: kennis, gerechtigheid en heiligheid. Adam kende God en wist wat goed was. Hij deed wat recht was. Hij was rein en leefde helemaal voor God.

Het beeld verloren

Vraag 6 is kort en eerlijk. Heeft de mens dat beeld nog? 'Neen; hij heeft het verloren door de zonde'. Prediker zegt dat "God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht". Vonden zijn hier eigen bedenksels, eigen wegen buiten God om.

Toch spreekt Paulus over de nieuwe mens, "die vernieuwd wordt tot kennis" en "die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid". Zo komen de drie woorden van vraag 5 terug. Wat verloren ging, vernieuwt God in Christus. Zo wijst deze eerste les al vooruit naar de Zaligmaker van de volgende lessen.

Bijbelse onderbouwing

  • Genesis 1:1

    “In den beginne schiep God den hemel en de aarde.”

    Het eerste vers van de Bijbel geeft het antwoord van vraag 1: God heeft alles gemaakt, ook u.

  • Deuteronomium 6:4

    “Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!”

    Bij vraag 2 leert dit vers dat er maar één HEERE is, de enige ware God.

  • Genesis 1:27

    “En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.”

    Hier staat wat vraag 4 zegt: God schiep de mens naar Zijn beeld.

  • Efeze 4:24

    “En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.”

    Paulus noemt rechtvaardigheid en heiligheid uit vraag 5, en in Kolossenzen 3:10 ook de kennis: zo vernieuwt God Zijn beeld in Christus.

  • Prediker 7:29

    “Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.”

    God maakte de mens recht, maar de mens zocht eigen wegen en verloor zo het beeld Gods.

Bijbelteksten uit de Statenvertaling.

Om over door te praten

  1. Wat betekent het voor u dat God u gemaakt heeft en dat u Hem toebehoort?
  2. Hoe zou u een kind uitleggen dat er één God is en toch drie Personen?
  3. Welke drie dingen hoorden bij het beeld Gods waarin Adam geschapen werd?
  4. Waaraan merkt u in uw eigen leven dat de mens het beeld Gods verloren heeft?

Samen leren thuis

Lees met de kinderen Genesis 1:26-31 voor. Vraag daarna: wie heeft u geschapen? Laat ze samen antwoorden: God. Leer zo vraag 1 tot en met 3 uit het hoofd, elke dag één vraag erbij. Wijs bij het eten of buiten op iets wat God gemaakt heeft, zoals een bloem, een vogel of de handen van een kind. Zeg erbij dat God de mens goed maakte, maar dat de mens door de zonde Gods beeld verloren heeft.