Ga naar hoofdinhoud

Zondag 2: De wet

Schriftbewijzen: Mattheus 22:37-40, Lukas 10:27

Vraag 3: Waaruit kent gij uw ellende?

Uit de wet Gods.

Schriftbewijzen: Romeinen 3:20, Romeinen 7:7-24

Vraag 4: Wat eist de wet Gods van ons?

Dat leert ons Christus in een hoofdsom, Mattheus 22: Gij zult den Heere uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met al uw krachten. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.

Schriftbewijzen: Mattheus 22:37-40, Lukas 10:27, Deuteronomium 6:5

Vraag 5: Kunt gij dit alles volkomenlijk houden?

Neen ik; want ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten.

Schriftbewijzen: Romeinen 3:10, Romeinen 3:23, 1 Johannes 1:8, 1 Johannes 1:10

Antwoord:

Dat leert ons Christus in een hoofdsom, Mattheus 22: Gij zult den Heere uw God liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand en met al uw krachten. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.