Exodus 12
Samenvatting
Exodus 12 beschrijft de instelling van het Pascha en de nacht van de uittocht. Israël moet op de tiende dag van de maand een lam nemen, het op de veertiende slachten en het bloed strijken aan de beide zijposten en aan de bovendorpel. Waar God het bloed ziet, gaat Hij voorbij. Diezelfde nacht sterven de eerstgeborenen van Egypte en trekt het volk uit Rameses weg. Het hoofdstuk telt eenenvijftig verzen.
Lees de volledige uitleg →