Jakob maakt hutten voor zijn vee
Na de ontmoeting met Ezau trekt Jakob naar Sukkoth, bouwt er een huis en maakt hutten voor zijn vee. Naar die hutten noemt hij de plaats.
Sukkoth (Hebreeuws סֻכּוֹת) betekent hutten. Genesis 33:17 legt de naam zelf uit: Jakob maakte er hutten voor zijn vee. Hetzelfde woord is de naam van het feest der loofhutten (Leviticus 23:34).
Sukkoth was een stad in de Jordaanvlakte ten oosten van de Jordaan, bij de plaats waar de Jabbok uit de bergen de vlakte in stroomt. Jakob bouwde er een huis en maakte hutten voor zijn vee, en daarom heet de plaats Sukkoth (Genesis 33:17). Later weigerden de oversten van de stad Gideon brood.
Ook bekend als: Tell Deir Alla
Sukkoth lag in de Jordaanvlakte aan de oostkant van de rivier, in het gebied van Gilead, vlak bij de plaats waar de Jabbok uit de bergen de vlakte in stroomt. Jozua 13:27 rekent de stad tot het erfdeel van Gad, in het dal van de Jordaan. Wie uit Gilead naar het westen trok, kwam hier langs, zoals Jakob op weg naar Sichem.
Sukkoth wordt meestal gelijkgesteld met Tell Deir Alla in de Jordaanvallei in Jordanië, even ten noorden van de Jabbok. Die identificatie is waarschijnlijk, maar niet zeker: niet alle opgravers vinden dat de vondsten bij de bijbelse stad passen, en ook een andere heuvel in de omgeving is voorgesteld.
Na de ontmoeting met Ezau trekt Jakob naar Sukkoth, bouwt er een huis en maakt hutten voor zijn vee. Naar die hutten noemt hij de plaats.
Mozes geeft Gad het land in het dal van de Jordaan, met Beth-haram, Beth-nimra, Sukkoth en Zefon, het overschot van het rijk van Sihon.
Gideon vraagt brood voor zijn vermoeide mannen. De oversten van Sukkoth weigeren zolang de koningen van Midian niet gevangen zijn, en Gideon kondigt een straf aan.
Een jongen uit Sukkoth schrijft voor Gideon de namen van zevenenzeventig oversten en oudsten op. Gideon tuchtigt hen met doornen der woestijn en distelen.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Sukkoth in de Schrift beter te begrijpen.
Sukkoth lag ten oosten van de Jordaan, in de Jordaanvlakte bij de plaats waar de Jabbok uit het gebergte van Gilead de vlakte in stroomt. De stad hoorde bij het erfdeel van Gad (Jozua 13:27). Meestal wordt Sukkoth gelijkgesteld met Tell Deir Alla in de Jordaanvallei in Jordanië. Die identificatie is waarschijnlijk, maar niet onomstreden.
Sukkoth betekent hutten. De Bijbel legt de naam zelf uit: Jakob bouwde er een huis voor zich "en maakte hutten voor zijn vee; daarom noemde hij den naam dier plaats Sukkoth" (Genesis 33:17). Het gaat om eenvoudige onderkomens van takken of loof.
Na de worsteling bij de Jabbok en de verzoening met Ezau trok Jakob niet met zijn broer mee naar Seir, maar naar Sukkoth. Daar bouwde hij een huis voor zichzelf en hutten voor zijn vee (Genesis 33:17). Hoe lang hij er bleef, zegt de Bijbel niet. Daarna stak hij de Jordaan over en kwam behouden tot de stad Sichem in Kanaän (Genesis 33:18).
Gideon achtervolgde met driehonderd vermoeide mannen de koningen van Midian, Zebah en Tsalmuna. Hij vroeg de lieden van Sukkoth om brood, maar de oversten weigerden en dreven de spot met hem (Richteren 8:5-6). Zij wilden Gideon niet helpen zolang Zebah en Tsalmuna niet gevangen waren; hun antwoord laat zien dat zij de afloop afwachtten (Richteren 8:6). Na de overwinning tuchtigde Gideon de oudsten met doornen en distelen, zoals hij had aangekondigd (Richteren 8:16).
Nee. De eerste legerplaats van Israël bij de uittocht heette ook Sukkoth: "Alzo reisden de kinderen Israels uit van Rameses naar Sukkoth" (Exodus 12:37). Die plaats lag in het oosten van de Nijldelta, op de weg naar Etham (Exodus 13:20), en wordt vaak in de Wadi Tumilat gezocht; de precieze ligging is onzeker. Sukkoth van Jakob en Gideon lag ten oosten van de Jordaan.
Alleen het woord. Sukkoth betekent hutten, en het Hebreeuwse woord voor het feest der loofhutten is hetzelfde (Leviticus 23:34). Het feest herinnerde Israël eraan dat de HEERE het volk in loofhutten had laten wonen toen Hij het uit Egypte uitvoerde (Leviticus 23:43). Met de stad in de Jordaanvlakte heeft het feest geen verband. Ook Sukkoth Benoth in 2 Koningen 17:30 is geen plaats; het wordt meestal opgevat als de naam van een afgod die de lieden van Babel in Samaria maakten.
Bij Tell Deir Alla, de heuvel die meestal met Sukkoth wordt gelijkgesteld, is in 1967 een tekst op pleisterwerk gevonden. Die noemt een ziener Bileam, zoon van Beor, dezelfde naam als de profeet uit Numeri 22-24. De inscriptie wordt gewoonlijk in de achtste eeuw voor Christus gedateerd. Zij wijst erop dat de naam van Bileam, zoon van Beor, in deze streek eeuwen later nog bekend was; de tekst zelf zegt niets over Sukkoth.
Jabbok
De identificatie is zeker: de Jabbok is de Nahr ez-Zarqa in Jordanië, wat blauwe rivier betekent
Jordaan
De Jordaan stroomt nog en de identificatie is zeker
Gilead
Het bijbelse Gilead ligt in het noordwesten van Jordanië, rond de Wadi Zarqa, de oude Jabbok
Mahanaïm
Een gangbaar voorstel is Tell edh-Dhahab el-Gharbi aan de Jabbok in Jordanië, maar de ligging is onzeker
Sichem
Bijbels Sichem wordt algemeen gelijkgesteld met Tell Balata, aan de oostrand van de stad Nablus op de Westelijke Jordaanoever
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Sukkoth? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Sukkoth.
Plaats Sukkoth in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Sukkoth.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Sukkoth.
Verken thema's die verbonden zijn met Sukkoth.