De engelen Gods ontmoeten Jakob
Op de terugweg naar Kanaän ziet Jakob de engelen Gods. Hij zegt dat het een heirleger Gods is en noemt de plaats Mahanaïm.
Mahanaïm (Hebreeuws מַחֲנַיִם) is een tweevoud van het woord voor legerplaats of heir en wordt meestal verklaard als twee legers of twee legerplaatsen. Jakob gaf de naam toen hij de engelen zag en zei: "Dit is een heirleger Gods" (Genesis 32:2).
Mahanaïm was een stad in Gilead, ten oosten van de Jordaan in de buurt van de Jabbok. Jakob gaf haar de naam toen de engelen Gods hem daar ontmoetten (Genesis 32:1-2). Later regeerde Isboseth er, en vond David er onderdak op de vlucht voor Absalom.
Ook bekend als: Mahanaim
Mahanaïm lag in Gilead, in het heuvelland ten oosten van de Jordaan. Volgens Genesis 32 lag de plaats aan de weg van Jakob vóór hij de Jabbok overstak, en de meeste uitleggers zoeken haar daarom ten noorden van die rivier. De stad lag op de grens van het erfdeel van Gad en dat van de halve stam Manasse (Jozua 13:26, 13:30). Abner bereikte haar na de Jordaan en het Bithron door te trekken (2 Samuël 2:29).
Een gangbaar voorstel is Tell edh-Dhahab el-Gharbi aan de Jabbok in Jordanië, maar de ligging is onzeker. Het is de westelijke van twee heuvels aan de rivier; de oostelijke, Tell edh-Dhahab esh-Sherqi, wordt dan vaak met Pniël gelijkgesteld. Andere onderzoekers zoeken Mahanaïm verder naar het noorden in het bergland van Gilead. Opgravingen hebben de vraag niet beslist.
De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.
Op de terugweg naar Kanaän ziet Jakob de engelen Gods. Hij zegt dat het een heirleger Gods is en noemt de plaats Mahanaïm.
Mahanaïm wordt met haar voorsteden aan de Levieten gegeven, uit het erfdeel van Gad.
Abner brengt Isboseth, de zoon van Saul, naar Mahanaïm en maakt hem koning over Gilead en heel Israël. Juda volgt David.
Op de vlucht voor Absalom trekt David over de Jordaan naar Mahanaïm, terwijl Absalom hem met het leger volgt.
Sobi, Machir en Barzillai brengen beddengoed, vaten en voedsel voor David en zijn volk, dat hongerig en moe is.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Mahanaïm in de Schrift beter te begrijpen.
Mahanaïm lag in Gilead, ten oosten van de Jordaan, in de buurt van de Jabbok, op de grens van Gad en de halve stam Manasse. Waar precies, is onzeker. Een gangbaar voorstel is Tell edh-Dhahab el-Gharbi aan de Jabbok in Jordanië; andere onderzoekers zoeken de stad verder naar het noorden in het bergland van Gilead. De Bijbel zelf geeft alleen de omgeving aan.
Mahanaïm is in het Hebreeuws een tweevoud van het woord voor legerplaats of heir en betekent waarschijnlijk twee legers of twee legerplaatsen. Jakob gaf de plaats die naam toen de engelen Gods hem ontmoetten en hij zei: "Dit is een heirleger Gods" (Genesis 32:2). Uitleggers denken bij de twee aan het leger van God en het kamp van Jakob, of aan de twee heiren waarin Jakob zijn volk verdeelde (Genesis 32:7). Zeker is die uitleg niet.
De Statenvertaling noemt Mahanaim in dertien verzen: Genesis 32:2, Jozua 13:26, 13:30 en 21:38, 2 Samuël 2:8, 2:12 en 2:29, 2 Samuël 17:24 en 17:27, 2 Samuël 19:32, 1 Koningen 2:8 en 4:14, en 1 Kronieken 6:80. Het gaat om Jakob, de landverdeling, het koningschap van Isboseth, Davids vlucht voor Absalom en het bestuur van Salomo.
In Mahanaïm ontmoetten de engelen Gods Jakob op zijn terugweg naar Kanaän (Genesis 32:1-2). Na de dood van Saul werd zijn zoon Isboseth er door Abner koning gemaakt (2 Samuël 2:8-9). Tijdens de opstand van Absalom vluchtte David naar Mahanaïm, waar Barzillai en anderen hem van voedsel voorzagen (2 Samuël 17:24-29). In de poort van de stad hoorde David van de dood van zijn zoon (2 Samuël 18:24-33).
Vooral drie mannen: Sobi, de zoon van Nahas, uit Rabba der Ammonieten, Machir uit Lodebar en Barzillai, de Gileadiet, uit Rogelim. Zij brachten beddengoed, vaten en voedsel, want het volk was hongerig en moe (2 Samuël 17:27-29). Barzillai, een rijke, oude man, onderhield de koning zolang die daar verbleef (2 Samuël 19:32). Later droeg David Salomo op weldadigheid te doen aan de zonen van Barzillai (1 Koningen 2:7).
De naam heeft vier lettergrepen: Ma-ha-na-im. Het trema op de i geeft aan dat de a en de i apart worden uitgesproken en niet samen één klank vormen. De Statenvertaling schrijft de naam zonder trema, als Mahanaim, maar bedoelt dezelfde plaats in Gilead. De naam is in het Hebreeuws een tweevoud, wat in het Nederlands meestal wordt weergegeven als twee legers.
Nee, er is geen plaats meer met die naam, en de ligging is onzeker. De oude stad lag in het huidige Jordanië, in de omgeving van de Jabbok, die nu Nahr ez-Zarqa heet. Tell edh-Dhahab el-Gharbi is een gangbare kandidaat, maar opgravingen hebben nog geen opschrift of ander bewijs opgeleverd dat de identificatie vastlegt.
Jabbok
De identificatie is zeker: de Jabbok is de Nahr ez-Zarqa in Jordanië, wat blauwe rivier betekent
Gilead
Het bijbelse Gilead ligt in het noordwesten van Jordanië, rond de Wadi Zarqa, de oude Jabbok
Sukkoth
Sukkoth wordt meestal gelijkgesteld met Tell Deir Alla in de Jordaanvallei in Jordanië, even ten noorden van de Jabbok
Ammon en Rabba
Rabba is met zekerheid het huidige Amman, de hoofdstad van Jordanië
Jordaan
De Jordaan stroomt nog en de identificatie is zeker
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Mahanaïm? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Mahanaïm.
Plaats Mahanaïm in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Mahanaïm.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Mahanaïm.
Verken thema's die verbonden zijn met Mahanaïm.