Ga naar hoofdinhoud
GenesisGenesis 32:22-32

Jakob worstelt bij de Jabbok

Een nacht waarin God Jakobs kracht breekt en hem zegent

Samenvatting

Jakob worstelt bij de Jabbok (Genesis 32:22-32) gaat over de nacht voordat Jakob zijn broer Esau terugziet. Bij de beek Jabbok blijft hij alleen achter, en een man worstelt met hem tot de dageraad. Met één aanraking verwringt Hij Jakobs heup, maar Jakob laat niet los zonder zegen. God geeft hem de naam Israël. Jakob noemt de plaats Pniël, want hij heeft God gezien.

Bijbelgedeelte

“Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging.”
Genesis 32:24 (Statenvertaling)
“En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.”
Genesis 32:26 (Statenvertaling)
“Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht.”
Genesis 32:28 (Statenvertaling)
“En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest.”
Genesis 32:30 (Statenvertaling)
“In moeders buik hield hij zijn broeder bij de verzenen; en in zijn kracht gedroeg hij zich vorstelijk met God.”
Hosea 12:4 (Statenvertaling)

Het verhaal

Genesis 32 beschrijft de nacht voordat Jakob na twintig jaar zijn broer Esau terugziet. Jakob is met zijn gezin op weg terug naar Kanaän, omdat de HEERE tegen Jakob gezegd had dat hij moest terugkeren, met de belofte: "Ik zal met u zijn" (Genesis 31:3). Onderweg ontmoeten hem de engelen van God, en hij noemt die plaats Mahanaïm (Genesis 32:1-2).

Waarom was Jakob bang voor Esau?

Twintig jaar eerder had Jakob zijn vader bedrogen en de zegen gekregen die Izak voor Esau bedoeld had. Esau had toen in zijn hart gezegd dat hij zijn broer zou doden (Genesis 27:41). Die geschiedenis staat bij Jakob en Esau. Nu stuurt Jakob boden naar Esau in het land Seïr. Zij komen terug met het bericht dat Esau hem tegemoet trekt, met vierhonderd mannen. "Toen vreesde Jakob zeer, en hem was bange" (Genesis 32:7). Hij verdeelt zijn mensen en zijn vee in twee legers, zodat er bij een aanval tenminste één kan ontkomen.

Wat bad Jakob voordat hij Esau ontmoette?

Dan bidt Jakob. Hij spreekt de HEERE aan als de God van Abraham en Izak, Die hem zelf had gezegd terug te keren. Hij belijdt: "Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt" (Genesis 32:10). Hij vraagt om redding uit de hand van zijn broer en houdt God Zijn eigen woord voor: God had beloofd hem wel te doen en zijn nakomelingen te maken als het zand van de zee (Genesis 32:11-12). Daarna stuurt Jakob een groot geschenk vooruit, honderden geiten, schapen, kamelen, runderen en ezels, kudde na kudde. Zo hoopt hij Esau te verzoenen (Genesis 32:13-21).

Hoe worstelde Jakob met God bij de Jabbok?

In dezelfde nacht brengt Jakob zijn twee vrouwen, zijn twee dienstmaagden en zijn elf kinderen over het veer van de Jabbok, en daarna alles wat hij heeft. Dan staat er: "Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging" (Genesis 32:24). De tekst zegt niet waar de man vandaan komt. Vanaf het volgende vers schrijft de Statenvertaling Hij met een hoofdletter: de vertalers zien hier God Zelf.

De worsteling duurt de hele nacht. Toen de man zag dat Hij Jakob niet overmocht, raakte Hij het gewricht van Jakobs heup aan, en dat werd verwrongen (Genesis 32:25). Eén aanraking was genoeg. Toch laat Jakob niet los. De man zegt dat Jakob Hem moet laten gaan, omdat de dageraad is opgegaan. Jakob antwoordt: "Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent" (Genesis 32:26).

Hoe kreeg Jakob een nieuwe naam?

De man vraagt: "Hoe is uw naam"? Jakob noemt zijn naam. Het is de naam die herinnert aan de hiel van Esau bij de geboorte (Genesis 25:26), en die Esau later met bedrog verbond (Genesis 27:36). Dan zegt de man: "Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht" (Genesis 32:28). Jakob vraagt op zijn beurt naar Zijn naam. Hij krijgt die niet te horen, maar een wedervraag, en dan staat er: "En Hij zegende hem aldaar" (Genesis 32:29).

Jakob noemt de plaats Pniël, dat is aangezicht van God, "want, zeide hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest" (Genesis 32:30). Als hij verder trekt, komt de zon op, en hij loopt hinkend aan zijn heup (Genesis 32:31). Hij gaat gezegend en gewond tegelijk zijn broer tegemoet.

Hoe ging Jakob na de worsteling verder?

Kort daarna ziet Jakob Esau aankomen met vierhonderd mannen. Esau loopt hem tegemoet, valt hem om de hals en kust hem, "en zij weenden" (Genesis 33:4). Jakob komt behouden bij Sichem en bouwt daar een altaar, dat hij noemt: De God Israëls is God (Genesis 33:18-20).

Achtergrond

De Jabbok is een zijrivier die van het oosten in de Jordaan uitmondt, tussen het meer van Galilea en de Dode Zee. Meestal wordt hij gelijkgesteld met de Zarqa in het huidige Jordanië. Een veer is hier een plek waar men door het water kon trekken. Later vormde de Jabbok een grens: Mozes noemt de beek Jabbok "de landpale der kinderen Ammons" (Deuteronomium 3:16).

Pniël bleef een plaatsnaam. In het boek Richteren komt Gideon langs de stad, die daar Pnuel heet (Richteren 8:8), en koning Jerobeam bouwde later Penuel (1 Koningen 12:25). Genesis 32:32 vertelt dat de Israëlieten de "verrukte zenuw" niet eten, die op het gewricht van de heup ligt. Bedoeld is waarschijnlijk de heupzenuw. Die gewoonte gold "tot op dezen dag", omdat God het gewricht van Jakobs heup had aangeroerd.

Betekenis

In deze nacht is God Degene Die handelt. Hij komt naar Jakob toe, Hij worstelt, Hij verwringt de heup, Hij geeft een nieuwe naam en Hij zegent. Wie de man is, zegt de tekst eerst niet. Jakob zegt het daarna zelf: hij heeft God gezien. De profeet Hosea zegt dat Jakob zich "vorstelijk tegen den Engel" gedroeg (Hosea 12:5), en noemt die Engel in het volgende vers de HEERE. Veel uitleggers zien hier, net als elders, de Engel des HEEREN, en in Hem de Zoon van God vóór Zijn menswording. Anderen houden het voorzichtiger bij een verschijning van God Zelf. De Bijbel legt niet uit hoe dit kon.

Hoe kan een mens van God winnen? De tekst laat zien dat de man met één aanraking Jakobs heup kon verwringen. God liet Zich vasthouden. Hosea beschrijft hoe Jakob overmocht: "hij weende en smeekte Hem" (Hosea 12:5). De overwinning ligt niet in Jakobs kracht, maar in zijn vastklampen aan God en zijn bede om zegen. De Jakob die altijd zelf greep, ontvangt nu met lege handen.

Daarom is de vraag naar zijn naam zo zwaar. Jakob moet zijn eigen naam zeggen, met alles wat eraan vastzit, en krijgt van God een nieuwe naam. In Bethel bevestigt God later de nieuwe naam (Genesis 35:10). Die nieuwe naam wordt de naam van het volk. Aan het eind van zijn leven noemt Jakob "Die Engel, Die mij verlost heeft van alle kwaad" (Genesis 48:16). Hosea gebruikt deze geschiedenis om het volk van zijn tijd op te roepen: "bekeer u tot uw God" (Hosea 12:7). Zie verder de uitleg bij Genesis 32.

Lessen voor vandaag

God breekt eigen kracht om te zegenen. Jakob had zijn leven lang geprobeerd zelf te krijgen wat God beloofd had. Bij de Jabbok raakt God Jakob aan, en daarna kan Jakob alleen nog vasthouden en vragen. Dat is geen nederlaag maar genade. Paulus hoorde later van de Heere: "Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht" (2 Korinthe 12:9). Wie hinkt, maar gezegend is, staat sterker dan wie op eigen kracht loopt.

God wil gebeden worden op grond van Zijn eigen woord. Jakob hield de HEERE Zijn belofte voor, en hij liet niet los zonder zegen. Zo mogen ook wij in benauwdheid tot God gaan met wat Hij beloofd heeft. De Heere Jezus leerde Zijn discipelen "dat men altijd bidden moet, en niet vertragen" (Lukas 18:1).

God vraagt eerst naar de oude naam en geeft dan een nieuwe. Jakob kreeg de naam Israël pas nadat hij zijn eigen naam had uitgesproken. Wie voor God niets verbergt, mag weten dat Hij een mens niet vastpint op zijn verleden. Wie door God gezegend is, kan ook de broer tegemoet gaan die hij vreesde.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Jakob was op weg naar huis. Hij had lang bij zijn oom Laban gewoond, ver weg. De HEERE had tegen hem gezegd dat hij terug moest gaan naar zijn land en zijn familie. Jakob had twee vrouwen, elf kinderen en heel veel dieren: schapen, geiten, koeien, kamelen en ezels.

Jakob had ook een broer: Esau. Vroeger had Jakob zijn vader en zijn broer bedrogen. Esau was toen zo boos dat hij Jakob wilde doden. Jakob stuurde boden naar Esau, mannen die een boodschap brengen. Ze kwamen terug en vertelden dat Esau eraan kwam, met vierhonderd mannen.

Toen werd Jakob heel bang. Hij verdeelde zijn mensen en zijn dieren in twee groepen. En hij bad tot de HEERE. Hij zei dat hij al het goede van God niet verdiend had. Hij bad: "Ruk mij toch uit mijns broeders hand". Dat betekent: red mij van mijn broer. Jakob zei ook tegen de HEERE wat Hij zelf beloofd had: dat Hij Jakob goed zou doen. Daarna stuurde Jakob een groot cadeau vooruit naar Esau: honderden dieren, kudde na kudde.

In de nacht stond Jakob op. Hij bracht zijn vrouwen en kinderen naar de overkant van de Jabbok. Dat was een beek, een kleine rivier. Ook alles wat hij had, bracht hij naar de overkant. Toen bleef Jakob alleen achter.

En er was een man die met Jakob worstelde. Zo noemt de Bijbel Hem: een man. Worstelen is met elkaar vechten zonder wapens, door elkaar vast te pakken. Ze worstelden de hele nacht, tot het licht begon te worden.

Toen raakte de man Jakobs heup aan. Alleen maar even aanraken, en Jakobs heup schoot uit het gewricht. De heup is de plek waar je been aan je lichaam vastzit. Toen zei de man dat Jakob Hem moest laten gaan, want het werd licht. Maar Jakob hield Hem vast. Hij zei: "Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent". Tenzij betekent: behalve als. Jakob wilde niet loslaten voordat hij gezegend was. Zegenen betekent: iemand veel goeds geven dat van God komt.

De man vroeg: "Hoe is uw naam"? Jakob zei dat hij Jakob heette. Die naam had te maken met een hiel. Toen Jakob geboren werd, hield hij de hiel van zijn broer vast. En later had hij zijn broer bedrogen. Maar nu kreeg hij een nieuwe naam. De man zei: "Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israël". Hij zei dat Jakob met God en met mensen gestreden had, en dat hij had overwonnen.

Jakob vroeg hoe Hij heette. Maar dat zei Hij niet. Hij vroeg waarom Jakob dat wilde weten. En daar zegende Hij Jakob.

Nu wist Jakob met Wie hij had geworsteld. Hij noemde die plaats Pniël. Dat betekent: het gezicht van God. Jakob zei: "ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest". Hij had God gezien, en toch leefde hij nog. Toen kwam de zon op. Jakob ging verder, maar hij liep mank. Hij hinkte, omdat de man zijn heup had aangeraakt.

Daarna zag Jakob Esau aankomen met zijn vierhonderd mannen. Jakob boog zich zeven keer diep voor zijn broer. Maar Esau rende naar Jakob toe. Hij sloeg zijn armen om hem heen en kuste hem. En ze huilden allebei.

Zo deed de HEERE wat Hij beloofd had. Hij liet Jakob niet alleen en Hij deed hem goed: Hij gaf hem Zijn zegen en een nieuwe naam.

Om te onthouden
“Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.” (Genesis 32:26)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen wie de man was. De Bijbel noemt Hem eerst een man, maar Jakob zegt daarna dat hij God gezien heeft (Genesis 32:30), en Hosea 12:5 spreekt van de Engel. U kunt eerlijk zeggen dat God Zelf naar Jakob toe kwam, als een man. Hoe dat precies kon, legt de Bijbel niet uit.
  • Een kind kan vragen of Jakob sterker was dan God. Antwoord eerlijk: nee, één aanraking van God was genoeg om Jakobs heup uit het gewricht te laten schieten. God liet Zich vasthouden. Hosea zegt dat Jakob won doordat hij huilde en God smeekte (Hosea 12:5). Hij won niet met zijn spieren, maar door te bidden om zegen.
  • Leg de moeilijke woorden één keer uit: worstelen, tenzij, zegenen en gewricht. Voor kinderen van vier tot zeven kunt u het geschenk voor Esau en de twee groepen overslaan en beginnen bij de beek. Lees Genesis 32:24-30 langzaam voor uit de Bijbel zelf en geef het meeste gewicht aan wat God doet en zegt.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat deed de man de hele nacht met Jakob?
  2. NavertellenWelke nieuwe naam gaf God aan Jakob?
  3. VerwonderenJakob zag God en bleef toch leven. Wat vind jij daarvan?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat zei Jakob toen de man weg wilde gaan, en wat gebeurde er daarna?
  2. BetekenisGod raakte Jakobs heup aan en zegende hem daarna. Waarom deed God allebei?
  3. VerbindingIn Bethel beloofde God aan Jakob: "Ik ben met u". Hoe hield God Zich in deze geschiedenis aan die belofte?
  4. ToepassingJakob was bang en bad tot God. Wanneer ben jij bang, en wat mag je dan aan God vragen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Hosea 12:4-5. Hoe beschrijft Hosea de worsteling van Jakob, en hoe heeft Jakob volgens hem overwonnen?
  2. Wie is God?God laat Zich in deze nacht vasthouden door een mens die Hij met één aanraking kan verwonden. Wat zegt dat over Wie God is?
  3. Moeilijke vraagJakob krijgt de zegen pas als zijn heup verwrongen is, en hij gaat hinkend verder. Waarom zou God iemand eerst zwak maken voordat Hij zegent?
  4. PersoonlijkJakob moest eerst zijn eigen naam noemen, de naam die aan zijn bedrog herinnerde. Wat betekent het voor jou om eerlijk tegenover God te zijn over wie je bent?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Jakob trouw bleef, hem zegende en een nieuwe naam gaf. Bid om een hart dat niet op eigen kracht vertrouwt, maar God vasthoudt in het gebed.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Gebed in benauwdheidGods zegenEen nieuwe naamKracht in zwakheidGods trouw aan Zijn belofte

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Jakob worstelt bij de Jabbok

Waar staat het verhaal van Jakob bij de Jabbok in de Bijbel?

Het verhaal staat in Genesis 32:22-32. Ervoor vertelt Genesis 32:1-21 hoe Jakob op weg naar huis hoort dat Esau eraan komt, hoe hij bidt en een geschenk vooruitstuurt. Erna beschrijft Genesis 33 de ontmoeting en verzoening van de broers. De profeet Hosea komt op de worsteling terug in Hosea 12:4-5.

Met wie worstelde Jakob bij de Jabbok?

Genesis noemt Hem eerst "een man" (Genesis 32:24), maar Jakob zegt daarna: "ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht" (Genesis 32:30). Hosea spreekt van de Engel en noemt Hem de HEERE (Hosea 12:5-6). Veel uitleggers zien hier de Engel des HEEREN, en in Hem de Zoon van God vóór Zijn menswording. Anderen spreken voorzichtiger van een verschijning van God. Duidelijk is dat Jakob God Zelf ontmoette.

Heeft Jakob God overwonnen?

Niet door kracht. Dat is een veelvoorkomend misverstand. God zegt wel dat Jakob "overmocht" heeft (Genesis 32:28), maar met één aanraking verwrong Hij Jakobs heup. Hosea legt uit hoe Jakob overwon: "hij weende en smeekte Hem" (Hosea 12:5). Jakob won doordat hij God niet losliet en om Zijn zegen bleef vragen. God liet Zich door dat gebed overwinnen.

Waarom kreeg Jakob bij de Jabbok de naam Israël?

God gaf hem die naam aan het eind van de worsteling, en Hij noemde zelf de reden: "want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht" (Genesis 32:28). De naam wordt uitgelegd als: hij strijdt (als een vorst) met God, of: God strijdt. God bevestigde de naam later in Bethel (Genesis 35:10). Het werd de naam van het hele volk dat uit de twaalf zonen van Jakob voortkwam.

Waarom liep Jakob mank na de worsteling?

Omdat de man het gewricht van Jakobs heup had aangeraakt, "zodat het gewricht van Jakobs heup verwrongen werd" (Genesis 32:25). Toen de zon opkwam, was hij "hinkende aan zijn heup" (Genesis 32:31). Of hij de rest van zijn leven mank bleef, zegt de Bijbel niet uitdrukkelijk. Veel uitleggers zien in het hinken een teken dat Jakob de zegen niet in eigen kracht had verkregen.

Waar lag de Jabbok?

De Jabbok is een zijrivier van de Jordaan, aan de oostkant, tussen het meer van Galilea en de Dode Zee. Meestal wordt hij gelijkgesteld met de Zarqa in het huidige Jordanië. Jakob kwam uit Haran en trok via het gebergte Gilead (Genesis 31:21) naar het zuiden. Op weg naar Kanaän moest hij de Jabbok oversteken. Later noemt de Bijbel de beek als grens van het gebied van de Ammonieten (Deuteronomium 3:16).

Wat betekent Pniël?

Pniël betekent aangezicht van God. Jakob gaf de plaats die naam omdat hij daar God had ontmoet: "ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest" (Genesis 32:30). Later zegt God tegen Mozes dat geen mens Hem kan zien en leven (Exodus 33:20). Jakob verwondert zich erover dat hij God zag en toch leefde. Later werd Pniël een stad, ook Pnuel of Penuel genoemd.

Waarom wilde God Zijn naam niet zeggen?

De tekst geeft geen reden. God antwoordde Jakob met een wedervraag: "Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt"? (Genesis 32:29). Daarna zegende Hij hem. Iets vergelijkbaars zegt de Engel des HEEREN tegen Manoach: "Waarom vraagt gij dus naar Mijn naam? Die is toch Wonderlijk" (Richteren 13:18). Jakob kreeg geen naam om over God te beschikken, maar wel Zijn zegen.

Wat heeft de worsteling van Jakob met gebed te maken?

Veel. Vlak ervoor bad Jakob om redding en hield hij God Zijn belofte voor (Genesis 32:9-12). In de worsteling zei hij: "Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent" (Genesis 32:26). Hosea zegt dat Jakob "weende en smeekte" (Hosea 12:5). Daarom wordt deze geschiedenis vaak gelezen als een beeld van volhardend gebed dat God aan Zijn woord houdt.

Hoe vertelt u de worsteling bij de Jabbok aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die dicht bij Genesis 32 blijft, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Laat God de hoofdpersoon zijn: Hij komt naar Jakob toe, raakt hem aan en zegent hem. Leg uit dat Jakob niet won met kracht, maar door vast te houden en om zegen te vragen.

Stel een vraag over Jakob worstelt bij de Jabbok

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder