Ga naar hoofdinhoud

Lachis in de Bijbel

Lachis (Hebreeuws לָכִישׁ, Lakhisj). De betekenis van de naam is onzeker. Micha speelt met de klank: hij roept de inwoners van Lachis op de snelle dieren voor de wagen te spannen, een Hebreeuws woord dat op de stadsnaam lijkt (Micha 1:13).

Lachis was een van de sterkste vestingsteden van Juda, in de Laagte ten zuidwesten van Jeruzalem. Jozua nam de stad in, Sanherib belegerde haar in de dagen van Hiskia (2 Koningen 18:14) en zij behoorde tot de laatste vaste steden die tegen Babel standhielden.

Ook bekend als: Tel Lachis, Tell ed-Duweir, Lachish

Ligging

Lachis lag in de Laagte (de Sefela), het heuvelland tussen de kustvlakte van de Filistijnen en het bergland van Juda, ongeveer 40 kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem. In de verdeling van het land valt de stad onder Juda, in hetzelfde district als Eglon (Jozua 15:39). De stad bewaakte de wegen die vanuit de kustvlakte het bergland in leidden, naar Hebron en Jeruzalem. In de buurt lagen Libna, Azeka en Maresa.

Vandaag

Lachis wordt algemeen gelijkgesteld met Tel Lachis (Tell ed-Duweir), een grote ruïneheuvel in het zuiden van Israël. De identificatie is zeker. Er is in de twintigste en eenentwintigste eeuw uitgebreid opgegraven: stadspoorten, de fundamenten van een paleisachtig gebouw, een Assyrische belegeringswal en verwoestingslagen uit de Assyrische en de Babylonische tijd.

Geschiedenis

Lachis was een Kanaänitische koningsstad. Jafia, de koning van Lachis, sloot zich aan bij het verbond van vijf koningen der Amorieten dat Adoni-Zedek van Jeruzalem smeedde tegen Gibeon (Jozua 10:3-5). Na hun nederlaag werden de vijf koningen uit de spelonk bij Makkeda gehaald (Jozua 10:23). Daarna trok Jozua van Libna naar Lachis en belegerde de stad; de HEERE gaf haar in de hand van Israël, "en hij nam haar in op den tweeden dag" (Jozua 10:32). Horam, de koning van Gezer, die Lachis te hulp kwam, werd verslagen. Lachis kwam aan Juda, in het district van de Laagte (Jozua 15:39). Rehabeam bouwde Lachis uit tot een van de vaste steden van Juda (2 Kronieken 11:9). Koning Amazia vluchtte voor een samenzwering in Jeruzalem naar Lachis, maar men zond hem na en doodde hem daar (2 Koningen 14:19). Micha noemt de stad in zijn klaagzang over de steden van de Laagte (Micha 1:13). In het veertiende jaar van Hiskia trok Sanherib, de koning van Assyrië, op tegen de vaste steden van Juda. Hij lag zelf met zijn hele macht voor Lachis (2 Kronieken 32:9). Daarheen zond Hiskia zijn onderwerping en de zware schatting (2 Koningen 18:14-16), en vandaar stuurde Sanherib Rabsake met een groot leger naar Jeruzalem (2 Koningen 18:17). Toen Rabsake terugkeerde, vond hij de koning van Assyrië strijdende tegen Libna, want die was van Lachis vertrokken (2 Koningen 19:8). De Bijbel vertelt niet hoe het beleg afliep. Ruim een eeuw later belegerde het leger van de koning van Babel Jeruzalem. Lachis en Azeka waren toen de enige vaste steden van Juda die nog overgebleven waren (Jeremia 34:7). Na de ballingschap woonden er weer mensen van Juda in Lachis en haar akkers (Nehemia 11:30). Buiten de Bijbel wordt Lachis al genoemd in de Amarnabrieven uit de veertiende eeuw voor Christus. In het paleis van Sanherib in Nineve werden in de negentiende eeuw wandreliëfs gevonden die de belegering en inname van Lachis uitbeelden; zij zijn nu in het British Museum. Uit de laatste verwoestingslaag, die gewoonlijk aan de Babylonische inval rond 588 tot 586 voor Christus wordt toegeschreven, komen de Lachisbrieven: beschreven potscherven met berichten van een post in het land aan een bevelhebber in Lachis.

Betekenis in de Bijbel

Lachis is in de Bijbel de grensvesting die het lot van Juda weerspiegelt. De stad lag aan de westkant van het koninkrijk en moest de weg naar het bergland afsluiten. Wie Lachis had, stond voor de deur van Hebron en Jeruzalem. Daarom komen de grote vijanden van Juda telkens langs Lachis: de koningen van Kanaän in de tijd van Jozua, Sanherib in de tijd van Hiskia en Nebukadnezar in de tijd van Zedekia. In het verhaal van Sanherib staan Lachis en Jeruzalem naast elkaar. Lachis was een sterke vesting, maar Sanherib lag er met zijn hele macht voor, en de Assyrische bronnen laten de inname zien. Jeruzalem, waar Hiskia de brief van Sanherib voor de HEERE uitspreidde, bleef gespaard. De HEERE zei: "Want Ik zal deze stad beschermen, om die te verlossen, om Mijnentwil, en om Davids, Mijns knechts wil" (2 Koningen 19:34). Jeruzalem werd niet door muren gered, maar door het woord en de daad van God (2 Koningen 19:35-36). Micha legt een andere lijn. Hij noemt Lachis het beginsel der zonde voor de dochter van Sion, omdat in de stad de overtredingen van Israël gevonden werden (Micha 1:13). De profeet zegt niet welke zonde hij bedoelt. Veel uitleggers denken aan het vertrouwen op paarden en wagens, waarvoor Lachis als vestingstad stond; anderen aan afgoderij die via Lachis in Juda kwam. Jeremia 34:7 laat Lachis voor het laatst zien als een van de twee vestingen die nog stonden. Kort daarna viel ook Jeruzalem, zoals de HEERE door Jeremia aan Zedekia had aangezegd (Jeremia 34:2).

Sleutelgebeurtenissen in Lachis

1

De koning van Lachis tegen Gibeon

Jafia, de koning van Lachis, trekt met vier andere Amoritische koningen op tegen Gibeon, dat vrede met Israël had gesloten.

Jozua 10:3-5

2

Jozua neemt Lachis in

Jozua trekt van Libna naar Lachis, belegert de stad en neemt haar op de tweede dag in. Horam van Gezer, die te hulp komt, wordt verslagen.

Jozua 10:31-32

3

Rehabeam versterkt de stad

Rehabeam bouwt in Juda vijftien vaste steden, waaronder Lachis, en legt er oversten, voorraden en wapens in.

2 Kronieken 11:5-12

4

Amazia gedood in Lachis

Koning Amazia vlucht voor een samenzwering uit Jeruzalem naar Lachis. Men zendt hem na en doodt hem daar.

2 Koningen 14:19

5

Hiskia onderwerpt zich aan Sanherib

Terwijl Sanherib voor Lachis ligt, zendt Hiskia daarheen de boodschap dat hij gezondigd heeft. Hij moet driehonderd talenten zilver en dertig talenten goud betalen.

2 Koningen 18:14

6

Rabsake vertrekt uit Lachis naar Jeruzalem

Vanuit Lachis zendt de koning van Assyrië Tartan, Rabsaris en Rabsake met een zwaar heir naar Jeruzalem om de stad tot overgave te dwingen.

2 Koningen 18:17

7

Een van de laatste vestingen tegen Babel

Tijdens het beleg van Jeruzalem door Babel zijn alleen Lachis en Azeka nog over als vaste steden van Juda.

Jeremia 34:7

8

Weer bewoond na de ballingschap

In de lijst van woonplaatsen na de terugkeer staan Lachis en haar akkers onder de plaatsen waar mensen van Juda gaan wonen.

Nehemia 11:30

Theologische betekenis

De Schrift laat in de geschiedenis van Lachis zien waar een volk zijn kracht zoekt. Lachis was sterk, met muren, wapens en voorraden (2 Kronieken 11:11-12). Toch kon de stad Assyrië niet tegenhouden: Sanherib lag ervoor en ontving er de schatting van Hiskia (2 Koningen 18:14), en volgens de Assyrische reliëfs en de opgravingen werd zij ingenomen. Later was zij een van de laatste vestingen die nog tegen Babel stonden (Jeremia 34:7). Psalm 20 zegt: "Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods" (Psalm 20:8). Jesaja waarschuwde in dezelfde tijd tegen wie vertrouwen op wagenen en niet zien op de Heilige Israëls (Jesaja 31:1). Spreuken vat het samen: "maar de overwinning is des HEEREN" (Spreuken 21:31). Tegelijk staat Lachis naast Jeruzalem. De sterke vesting kon Sanherib niet tegenhouden, maar de stad zonder leger bleef gespaard, niet omdat het volk sterk was, maar omdat God Zijn belofte aan David hield (2 Koningen 19:34). In Jeremia 34 is Lachis een van de laatste plaatsen die nog overeind staan. Dat bevestigt het woord van de profeet: het oordeel dat lang was aangekondigd, kwam. Na de ballingschap woonden er weer mensen in Lachis (Nehemia 11:30). Ook dat is deel van de geschiedenis: na het oordeel bracht de HEERE een overblijfsel terug in het land.

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Lachis in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Lachis

Waar lag Lachis?

Lachis lag in de Laagte van Juda, het heuvelland tussen de kustvlakte en het bergland, ongeveer 40 kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem. De stad bewaakte de wegen van de kust naar Hebron en Jeruzalem. De plaats wordt algemeen gelijkgesteld met Tel Lachis, ook Tell ed-Duweir genoemd, in het zuiden van het huidige Israël. Die identificatie geldt als zeker.

Wat betekent de naam Lachis?

De betekenis van de naam Lachis is onzeker; de Bijbel zelf legt hem niet uit. De profeet Micha speelt wel met de klank van de naam. Hij roept de inwoners van Lachis op de snelle dieren voor de wagen te spannen (Micha 1:13), en het Hebreeuwse woord voor die dieren klinkt bijna als de stadsnaam. Zo verbindt hij de stad met paarden en wagens; waarom precies, zegt de tekst niet.

Waar staat Lachis in de Bijbel?

Lachis komt voor in Jozua 10, 12 en 15 (de verovering en de verdeling van het land), in 2 Koningen 14, 18 en 19 en 2 Kronieken 11, 25 en 32 (Rehabeam, Amazia en Sanherib), in Jesaja 36 en 37, in Jeremia 34:7, in Micha 1:13 en in Nehemia 11:30. De Statenvertaling schrijft de naam overal als Lachis.

Wat gebeurde er in Lachis?

Jozua nam Lachis op de tweede dag van het beleg in (Jozua 10:32). Rehabeam maakte er een vaste stad van, en koning Amazia werd er na zijn vlucht uit Jeruzalem gedood (2 Koningen 14:19). Sanherib van Assyrië belegerde Lachis en ontving er de schatting van Hiskia (2 Koningen 18:14). Tijdens het beleg van Jeruzalem door Babel was Lachis een van de laatste vestingen die nog stonden (Jeremia 34:7).

Wat is het Lachisreliëf?

Het Lachisreliëf bestaat uit stenen wandpanelen uit het paleis van Sanherib in Nineve. Zij tonen de belegering van Lachis: stormrammen tegen de muren, verdedigers op de torens, gevangenen die worden weggevoerd en Sanherib op zijn troon die de buit in ontvangst neemt. De panelen werden in de negentiende eeuw opgegraven en staan nu in het British Museum in Londen. Een opschrift bij de panelen zegt dat de buit van Lachis voor Sanherib langs trok; zo tonen zij de inname die de Bijbel niet beschrijft.

Wat zijn de Lachisbrieven?

De Lachisbrieven zijn beschreven potscherven (ostraca) die in de jaren dertig van de twintigste eeuw in het poortgebied van Lachis zijn gevonden. Het zijn berichten van een officier op een post in het land aan een bevelhebber in Lachis, uit de laatste jaren voor de val van Juda. In één brief schrijft de afzender dat men uitkijkt naar de vuurtekens van Lachis, omdat Azeka niet te zien is. Velen leggen dat naast Jeremia 34:7.

Heeft Sanherib Lachis ingenomen?

De Bijbel zegt alleen dat Sanherib de vaste steden van Juda innam en dat hij voor Lachis lag (2 Koningen 18:13, 2 Kronieken 32:9). Over de afloop van het beleg zwijgt de tekst. De Assyrische reliëfs uit Nineve beelden de inname van Lachis uit, en bij de opgraving zijn een Assyrische belegeringswal en een verwoestingslaag gevonden die meestal aan Sanherib worden toegeschreven. Jeruzalem bleef wel gespaard (2 Koningen 19:35-36).

Waarom noemt Micha Lachis het beginsel der zonde?

Micha zegt dat Lachis voor de dochter van Sion het beginsel der zonde is, omdat de overtredingen van Israël in de stad gevonden werden (Micha 1:13). Welke zonde hij bedoelt, zegt hij niet. Veel uitleggers denken aan het vertrouwen op paarden en wagens, waarop Micha met de klank van de naam lijkt te zinspelen. Anderen denken dat afgodendienst uit het noordelijke rijk via Lachis Juda binnenkwam.

Wat is er vandaag van Lachis te zien?

Tel Lachis is een grote ruïneheuvel in het zuiden van Israël die in de twintigste en eenentwintigste eeuw uitgebreid is opgegraven. Bezoekers zien er de resten van de stadspoorten, de fundering van een groot gebouw dat vaak als paleis of residentie wordt geduid, en de Assyrische belegeringswal aan de zuidwestkant. Vondsten als de Lachisbrieven zijn in musea ondergebracht.

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Lachis

Leer meer over Lachis met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Lachis? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder