Ga naar hoofdinhoud

Gath in de Bijbel

Gath (Hebreeuws) betekent wijnpers of perskuip. Het woord komt ook in andere plaatsnamen voor, zoals Gath-Hefer, de woonplaats van Jona, en Gath-Rimmon. Een inwoner van Gath heet in de Statenvertaling een Gethiet of Gathiet.

Gath was een van de vijf hoofdsteden van de Filistijnen, aan de rand van de heuvels van Juda. Het was de stad van Goliath en van koning Achis, bij wie David twee keer een schuilplaats zocht (1 Samuël 21:10, 27:2). Gath wordt gelijkgesteld met Tell es-Safi in Israël.

Ook bekend als: Gat, Tell es-Safi, Tel Tsafit

Ligging

Gath lag in het binnenland van Filistea, waar de kustvlakte overgaat in de Sefela, het heuvelland aan de voet van het gebergte van Juda. De stad lag bij de westelijke uitgang van het eikendal, het dal van Ela, waar Saul tegenover de Filistijnen stond (1 Samuël 17:2). Van de vijf Filistijnse steden lag Gath, net als Ekron, het dichtst bij het gebied van Israël.

Vandaag

Gath is Tell es-Safi, in het Hebreeuws Tel Tsafit, in het midden van Israël; die identificatie is algemeen aanvaard. Sinds 1996 is de heuvel stelselmatig opgegraven door archeologen van de Bar-Ilan-universiteit. De resten tonen een grote Filistijnse stad met meerdere bewoningslagen uit de tijd van de richteren en de koningen.

Geschiedenis

Gath komt al voor in het boek Jozua. Toen Jozua de Enakieten uit het bergland verdreef, bleven zij alleen over te Gaza, te Gath en te Asdod (Jozua 11:22). De vorst van Gath, de Gathiet, was een van de vijf vorsten der Filistijnen in het land dat Israël nog niet had ingenomen (Jozua 13:2-3). In de dagen van Eli namen de Filistijnen de ark van God mee. Toen de hand van de HEERE zwaar was over Asdod, brachten zij de ark naar Gath, maar ook daar werden de inwoners van klein tot groot geslagen (1 Samuël 5:8-9). Gath stuurde daarom een gouden speen mee toen de ark werd teruggegeven (1 Samuël 6:17). Uit Gath kwam ook Goliath, de kampvechter die het leger van Saul hoonde (1 Samuël 17:4); na zijn dood vervolgde Israël de Filistijnen tot aan Gath (1 Samuël 17:52). David vluchtte voor Saul naar Achis, de koning van Gath. Toen de knechten van Achis hem herkenden, veinsde hij waanzin (1 Samuël 21:10-15). Later kwam hij terug met zeshonderd mannen en woonde hij bij Achis te Gath, tot de koning hem Ziklag gaf (1 Samuël 27:2-6). Na de dood van Saul en Jonathan klaagde David: "Verkondigt het niet te Gath" (2 Samuël 1:20). Als koning versloeg hij de Filistijnen; 1 Kronieken 18:1 zegt dat hij Gath innam. Zeshonderd Gethieten onder Ithai trokken met hem mee toen hij voor Absalom vluchtte (2 Samuël 15:18-22). In de tijd van Salomo regeerde in Gath een koning Achis, de zoon van Maacha (1 Koningen 2:39); of hij dezelfde is als de Achis bij wie David woonde, de zoon van Maoch (1 Samuël 27:2), is onzeker. Tegen het einde van de negende eeuw voor Christus, volgens de gangbare datering, nam Hazaël, de koning van Syrië, de stad in (2 Koningen 12:17). Later brak koning Uzzia van Juda de muur van Gath (2 Kronieken 26:6). Amos noemt Gath der Filistijnen naast Kalne en Hamath (Amos 6:2); veel uitleggers lezen dat als steden die het oordeel al had getroffen. De opgravingen op Tell es-Safi voegen daar een belegeringsgracht en een verwoestingslaag aan toe, die de opgravers met de inname door Hazaël verbinden.

Betekenis in de Bijbel

In de Bijbel staat Gath voor de macht van de Filistijnen tegenover Israël. De reuzen uit het geslacht van Enak bleven er wonen (Jozua 11:22), en uit Gath kwamen Goliath en de vier mannen die aan Rafa geboren waren (2 Samuël 21:22). De stad was het beeld van een vijand die sterker leek dan Israël. Tegelijk is Gath de plaats waar David op zijn zwakst was. De man die Goliath had verslagen, ging naar diens stad en moest zich daar gek houden om te ontkomen. Psalm 56 hoort volgens het opschrift bij die tijd: "als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath" (Psalm 56:1). Ook het opschrift van Psalm 34 wordt meestal met deze gebeurtenis verbonden; de koning heet daar Abimelech. Opvallend is dat uit Gath ook trouwe mannen kwamen. Ithai de Gethiet zwoer David trouw tot in de dood (2 Samuël 15:21), en de ark rustte drie maanden in het huis van Obed-Edom de Gethiet (2 Samuël 6:11). Of Obed-Edom uit het Filistijnse Gath kwam of uit Gath-Rimmon, een stad van de Levieten, is onzeker. In de profetieën tegen de Filistijnen ontbreekt Gath: Amos 1, Jeremia 25, Sefanja 2 en Zacharia 9 noemen Gaza, Askelon, Asdod en Ekron, maar Gath niet.

Sleutelgebeurtenissen in Gath

1

Enakieten blijven over in Gath

Jozua roeit de Enakieten uit in het bergland, maar in Gaza, Gath en Asdod blijven zij over.

Jozua 11:22

2

De ark wordt rond Gath gedragen

De Filistijnen brengen de ark van God van Asdod naar Gath. Ook daar slaat de HEERE de inwoners met spenen, van de kleine tot de grote.

1 Samuël 5:8-9

3

Goliath van Gath daagt Israël uit

In het eikendal treedt Goliath van Gath naar voren als kampvechter van de Filistijnen. David verslaat hem in de Naam van de HEERE.

1 Samuël 17:4

4

David veinst waanzin bij Achis

Op de vlucht voor Saul komt David bij Achis, de koning van Gath. Uit vrees houdt hij zich krankzinnig en ontkomt zo.

1 Samuël 21:10-15

5

David woont bij Achis en krijgt Ziklag

David trekt met zeshonderd man naar Achis en woont in Gath. Op zijn verzoek geeft Achis hem de stad Ziklag.

1 Samuël 27:2-6

6

Ithai de Gethiet trekt met David mee

Als David voor Absalom vlucht, gaan zeshonderd mannen uit Gath met hem mee. Hun aanvoerder Ithai belooft hem trouw, ten dode of ten leven.

2 Samuël 15:18-22

7

Hazaël neemt Gath in

Hazaël, de koning van Syrië, trekt tegen Gath op en neemt de stad in. Daarna richt hij zich op Jeruzalem.

2 Koningen 12:17

Theologische betekenis

Gath laat twee kanten van het leven met God zien. In het eikendal stond David tegenover de kampvechter van Gath met het vertrouwen dat de strijd van de HEERE was (1 Samuël 17:47). Kort daarna vluchtte dezelfde David naar Gath, uit vrees voor Saul, en werd hij zeer bevreesd voor de koning van die stad (1 Samuël 21:12). Ook een gelovige die grote dingen van God gezien heeft, kan in angst eigen wegen gaan. Toch liet God David in Gath niet los. De psalm die bij deze tijd hoort, leert hoe hij in zijn angst tot God terugkeerde: "ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen" (Psalm 56:5). Het vertrouwen dat in het eikendal zo vanzelfsprekend leek, moest in Gath opnieuw worden geleerd. Dat juist uit Gath mannen als Ithai kwamen, die David trouw bleven toen zijn eigen zoon hem verraadde, wijst ook vooruit. Vreemdelingen uit een vijandig volk kozen de zijde van Davids huis en bleven de koning trouw, ten dode of ten leven (2 Samuël 15:21). Zo wordt in het Oude Testament al iets zichtbaar van de belofte dat de heidenen zullen vragen naar de Wortel van Isaï (Jesaja 11:10).

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Gath in de Schrift beter te begrijpen.

Veelgestelde vragen over Gath

Waar lag Gath?

Gath lag in Filistea, aan de oostrand van de kustvlakte waar het heuvelland van de Sefela begint, bij de uitgang van het eikendal (het dal van Ela). Het was de Filistijnse stad die het dichtst bij het gebied van Juda lag, samen met Ekron. Vandaag wordt Gath algemeen gelijkgesteld met Tell es-Safi in het midden van Israël.

Wat betekent de naam Gath?

Gath is het Hebreeuwse woord voor wijnpers of perskuip. Omdat het een gewoon woord was, komt het ook voor in andere plaatsnamen, zoals Gath-Hefer, Gath-Rimmon en Morescheth-Gath. Waarom de Filistijnse stad zo heette, vertelt de Bijbel niet; een verband met wijnbouw in de omgeving ligt voor de hand, maar is niet zeker.

Wat gebeurde er in Gath?

In de dagen van Eli werd de ark van God naar Gath gebracht, en de HEERE sloeg er de inwoners (1 Samuël 5:8-9). David vond er twee keer een schuilplaats bij koning Achis (1 Samuël 21 en 27). Later trokken zeshonderd Gethieten onder Ithai met David mee op zijn vlucht voor Absalom (2 Samuël 15:18). Hazaël van Syrië nam de stad in (2 Koningen 12:17). Gath is ook de stad waar Goliath vandaan kwam (1 Samuël 17:4).

Waarom vluchtte David naar Gath?

David vluchtte twee keer naar Gath om aan Saul te ontkomen. De eerste keer herkenden de knechten van koning Achis hem, en David hield zich krankzinnig om weg te komen (1 Samuël 21:10-15). Later ging hij met zeshonderd man naar Achis, omdat hij vreesde anders door Sauls hand om te komen (1 Samuël 27:1-2). Saul hield toen op hem te zoeken.

Waar staat Gath in de Bijbel?

Gath staat in een kleine veertig verzen. De belangrijkste zijn Jozua 11:22, 1 Samuël 5 (de ark in Gath), 1 Samuël 17 (Goliath), 1 Samuël 21 en 27 (David bij Achis), 2 Samuël 1:20, 2 Samuël 15 (Ithai de Gethiet), 2 Samuël 21:15-22, 2 Koningen 12:17 (Hazaël), 2 Kronieken 26:6, Amos 6:2 en Micha 1:10. Ook het opschrift van Psalm 56 noemt Gath.

Wat betekent "Verkondigt het niet te Gath"?

Met deze woorden begint David zijn klaaglied over Saul en Jonathan: "Verkondigt het niet te Gath, boodschapt het niet op de straten van Askelon" (2 Samuël 1:20). Hij wilde niet dat de Filistijnen zich over de dood van Israëls koning zouden verblijden. Micha gebruikt dezelfde woorden later in zijn klacht over Juda (Micha 1:10).

Is Gath hetzelfde als Gath-Hefer?

Nee. Gath-Hefer lag in het gebied van Zebulon in Galilea (Jozua 19:13) en was de woonplaats van de profeet Jona (2 Koningen 14:25). Gath, de stad van Goliath, lag in het zuiden bij de Filistijnen. Beide namen bevatten het woord gath, wijnpers. Ook Gath-Rimmon en Morescheth-Gath zijn andere plaatsen.

Wat is er op Tell es-Safi gevonden?

Sinds 1996 hebben archeologen van de Bar-Ilan-universiteit op Tell es-Safi een grote Filistijnse stad blootgelegd, met een gracht die de stad bij een belegering omsloot en een verwoestingslaag die zij met de inname door Hazaël verbinden (2 Koningen 12:17). Een potscherf draagt twee niet-Semitische namen die aan de naam Goliath doen denken. Dat het om Goliath zelf gaat, beweert niemand; de scherf laat alleen zien dat zulke namen in Gath gebruikt werden.

Bijbelverhalen in Gath

Gerelateerde plaatsen

Bijbelse personen verbonden aan Gath

Bijbelhoofdstukken die zich in Gath afspelen

Leer meer over Gath met AI BijbelAssistent

Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Gath? Onze AI-assistent helpt u verder.

Verdiep u verder