Priesterstad in Benjamin
Anathoth wordt met haar weidegronden toegewezen aan de priesters, de zonen van Aäron.
Anathoth (Hebreeuws) is een meervoudsvorm. Veel onderzoekers verbinden de naam met de Kanaänitische godin Anath, maar de betekenis is niet zeker. Een inwoner heet in de Statenvertaling een Anathothiet.
Anathoth was een priesterstad in het stamgebied van Benjamin, ongeveer vijf kilometer ten noordoosten van Jeruzalem. Het was de geboorteplaats van de profeet Jeremia (Jeremia 1:1). Tijdens het beleg van Jeruzalem kocht hij hier een akker, als teken dat het land weer bewoond zou worden (Jeremia 32:6-15).
Ook bekend als: Anatot, Anata, Ras el-Kharrubeh
Anathoth lag in het heuvelland van Benjamin, ongeveer vijf kilometer ten noordoosten van Jeruzalem, aan de rand van het land dat naar de woestijn van Juda en het Jordaandal afloopt. De stad hoorde bij de vier steden die de stam Benjamin aan de priesters gaf (Jozua 21:17-18). In de opsomming van Jesaja 10:28-32 ligt zij op de weg waarlangs een vijand vanuit het noorden naar Jeruzalem trekt.
De naam leeft voort in het Arabische dorp Anata, ten noordoosten van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever. De bijbelse stad wordt meestal gezocht op de heuvel Ras el-Kharrubeh, vlak bij Anata; andere onderzoekers houden het dorp zelf of een plek in de buurt voor de oude stad. De ligging in deze omgeving is waarschijnlijk, de precieze plek niet zeker.
Anathoth wordt met haar weidegronden toegewezen aan de priesters, de zonen van Aäron.
Salomo zet de priester Abjathar af en stuurt hem naar zijn akkers in Anathoth. Zo wordt het woord over het huis van Eli vervuld.
In het beeld van een vijand die op Jeruzalem afkomt, roept Jesaja de ellendige Anathoth toe.
De mannen van Anathoth dreigen Jeremia te doden als hij blijft profeteren. De HEERE kondigt over hen een jaar van bezoeking aan.
Tijdens het beleg van Jeruzalem koopt Jeremia het veld van Hanameel. De koopbrieven gaan via Baruch in een aarden vat, als teken dat er weer velden gekocht zullen worden.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Anathoth in de Schrift beter te begrijpen.
Anathoth lag in het gebied van de stam Benjamin, ongeveer vijf kilometer ten noordoosten van Jeruzalem. De naam leeft voort in het dorp Anata op de Westelijke Jordaanoever. De oude stad wordt meestal gezocht op de heuvel Ras el-Kharrubeh vlak bij dat dorp; sommige onderzoekers denken aan Anata zelf of een plek in de buurt. Dat de stad in deze omgeving lag, is waarschijnlijk; de precieze plek is niet zeker.
Dat weten wij niet zeker. De naam is in het Hebreeuws een meervoudsvorm. Veel onderzoekers verbinden hem met Anath, een godin die in Kanaän werd vereerd, zodat de naam van vóór de Israëlitische tijd zou stammen. Dat is een gangbare verklaring, geen vaststaand feit. De Bijbel geeft zelf geen uitleg van de naam. Een inwoner van de stad heet in de Statenvertaling een Anathothiet (Jeremia 29:27).
De HEERE kondigde aan dat Hanameel, de zoon van Jeremia’s oom, hem zijn veld bij Anathoth zou aanbieden, omdat Jeremia het recht van lossing had (Jeremia 32:7). Het gebeurde terwijl Jeruzalem door het leger van Babel werd belegerd en Jeremia gevangen zat. Hij betaalde zeventien zilveren sikkels en liet de koopbrieven in een aarden vat bewaren. Het was een teken: "Er zullen nog huizen, en velden, en wijngaarden in dit land gekocht worden" (Jeremia 32:15).
De stad komt voor in Jozua 21:18 en 1 Kronieken 6:60 als priesterstad, in 1 Koningen 2:26 bij de verbanning van Abjathar, in Jesaja 10:30, en vooral bij Jeremia: Jeremia 1:1, 11:21-23, 29:27 en het hele verhaal van de akker in Jeremia 32. Na de ballingschap wordt zij genoemd in Ezra 2:23, Nehemia 7:27 en Nehemia 11:32. De helden Abiëzer en Jehu worden Anathothieten genoemd.
Zij wilden dat Jeremia ophield met profeteren in de Naam des HEEREN, en dreigden dat hij anders door hun handen zou sterven (Jeremia 11:21). Jeremia had niet geweten dat zij plannen tegen hem smeedden, totdat de HEERE het hem liet zien (Jeremia 11:18-19). Ook zijn eigen familie handelde trouweloos tegen hem (Jeremia 12:6). De HEERE kondigde over de mannen van Anathoth een jaar van bezoeking aan (Jeremia 11:22-23).
Abjathar was priester onder David en had zijn akkers in Anathoth. Na de dood van David koos hij de kant van Adonia. Salomo zette hem daarom af en stuurde hem naar Anathoth, maar spaarde zijn leven omdat hij de ark voor David had gedragen en diens verdrukking had gedeeld (1 Koningen 2:26). Daarmee werd volgens 1 Koningen 2:27 het woord over het huis van Eli in Silo vervuld. Of Jeremia van Abjathar afstamde, zegt de Bijbel niet.
Ja. Naast de stad noemt de Bijbel twee mannen met deze naam: Anathoth, een zoon van Becher en kleinzoon van Benjamin (1 Kronieken 7:8), en Anathoth, een van de hoofden van het volk die het verbond onder Nehemia ondertekende (Nehemia 10:19). Die personen moeten niet verward worden met de stad. Of de naam van de stad en de personen met elkaar samenhangen, is niet bekend.
Jeruzalem
Jeruzalem bestaat nog en is een van de oudste voortdurend bewoonde steden ter wereld
Gibeon
Gibeon is el-Jib, een dorp met een oude heuvel ten noordwesten van Jeruzalem, op de Westelijke Jordaanoever; de identificatie is zeker
Rama
Rama in Benjamin wordt algemeen gelijkgesteld met het dorp er-Ram, ongeveer 8 kilometer ten noorden van Jeruzalem op de Westelijke Jordaanoever
Gibea
Gibea wordt meestal gelijkgesteld met Tell el-Ful, een heuvel aan de noordrand van het huidige Jeruzalem; die identificatie is waarschijnlijk, maar niet onbetwist
Silo
Silo wordt algemeen gelijkgesteld met Khirbet Seilun, ook Tel Silo genoemd, op de Westelijke Jordaanoever
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Anathoth? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden in Anathoth.
Plaats Anathoth in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Anathoth.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Anathoth.
Verken thema's die verbonden zijn met Anathoth.