Ga naar hoofdinhoud
Oude TestamentOergeschiedenis (rond de zondvloed)

Sem in de Bijbel

Sjem (שֵׁם, Hebreeuws) of Sem (Grieks) - “Naam, roem”

Wie was Sem?

Sem was een van de drie zonen van Noach, naast Cham en Jafeth. Hij overleefde de zondvloed in de ark en werd de stamvader van Abraham. Toen hij zijn dronken vader eerbiedig bedekte, prees Noach de HEERE als "de God van Sem" (Genesis 9:26).

Sem komt in de Bijbel vooral voor als naam in een rij: "Sem, Cham en Jafeth" (Genesis 6:10). Toch is hij geen bijfiguur. Door hem loopt de lijn van Noach naar Abraham, en daarmee de lijn van de belofte. Zijn geschiedenis staat in Genesis 5 tot en met 11, met korte herhalingen in 1 Kronieken 1 en Lukas 3:36. De Statenvertaling schrijft zijn naam overal als Sem; in Lukas 3:36 heet zijn vader Noe. Het verhaal begint bij de geboorte van Noachs zonen (Genesis 5:32). Sem ging met zijn vrouw, zijn ouders, zijn broers en hun vrouwen de ark in, acht mensen in totaal (Genesis 7:13, 1 Petrus 3:20). Na de vloed leest Genesis over de drie zonen dat "van dezen is de ganse aarde overspreid" (Genesis 9:19). Het enige voorval waarin Sem zelf handelt, is kort en pijnlijk. Noach werd dronken en lag ontbloot in zijn tent. Cham zag het en vertelde het buiten aan zijn broers. Sem en Jafeth namen een kleed, "gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders" (Genesis 9:23). Daarop sprak Noach een vloek uit over Kanaän, de zoon van Cham, en een zegen waarin Sem centraal staat: "Gezegend zij de HEERE, de God van Sem" (Genesis 9:26). Daarna volgt Sem als stamvader. Genesis 10 noemt zijn nakomelingen in de volkerentafel, en Genesis 11 volgt alleen de lijn van zijn zoon Arfachsad tot aan Terah en Abram. Deze pagina behandelt ook de vragen rond de zonen van Noach samen: wie Cham en Jafeth waren, en wat de zogenaamde vloek van Cham inhoudt. Sem is niet te verwarren met Set (in de Statenvertaling Seth), de zoon van Adam.

Historische context

Sem hoort bij de oergeschiedenis van Genesis 1 tot en met 11. Die tijd laat zich niet met jaartallen dateren, en buiten de Bijbel bestaan er geen bronnen over Sem zelf. Wat wij weten, komt uit Genesis, 1 Kronieken 1 en Lukas 3. Genesis geeft wel leeftijden. Noach was vijfhonderd jaar toen hij zijn zonen kreeg (Genesis 5:32) en zeshonderd bij het begin van de vloed (Genesis 7:6). "Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed", en leefde daarna nog vijfhonderd jaar (Genesis 11:10-11). Samen is dat zeshonderd jaar; Genesis telt het niet zelf op. Wie de getallen van Genesis 11 aaneensluitend optelt, laat Sem nog leven in de tijd van Abram; leest men Genesis 11:26 zo dat Abram in Terahs zeventigste jaar geboren werd, dan overleeft Sem hem zelfs. Of het register elke generatie noemt, is onder uitleggers omstreden: Lukas 3:36 noemt tussen Arfaxad en Sala nog een Kainan die in Genesis 11 ontbreekt. Wie de oudste zoon was, staat niet vast. Sem wordt steeds eerst genoemd, maar Genesis 10:21 noemt hem "broeder van Jafeth, den grootste", een zin die in het Hebreeuws op twee manieren te lezen is. Rekent men met Genesis 7:6 en 11:10, dan was Noach 502 jaar bij Sems geboorte, terwijl Genesis 5:32 bij de geboorte van zijn zonen vijfhonderd noemt. Veel uitleggers denken daarom dat Sem eerst genoemd wordt vanwege de lijn van de belofte, niet vanwege zijn geboortevolgorde. In Genesis 9:24 spreekt Noach over "zijn kleinste zoon"; meestal wordt dat op Cham als de jongste betrokken, soms op Kanaän. De volkerentafel van Genesis 10 ordent de bekende wereld per zoon. Van Jafeth komen onder meer Gomer, Madai en Javan, volken rond de "eilanden der volken" in het noorden en westen (Genesis 10:2-5). Van Cham komen Cusch, Mitsraim (Egypte), Put en Kanaän (Genesis 10:6); de Psalmen noemen Egypte later "het land van Cham" (Psalm 105:23). Cusch is de vader van Nimrod, die in Babel zijn rijk begon (Genesis 10:8-10). Van Sem komen Elam, Assur, Arfachsad, Lud en Aram (Genesis 10:22), volken in Mesopotamië, Syrië en Arabië. Sem heet "de vader aller zonen van Heber" (Genesis 10:21); de naam Hebreeër, die voor het eerst valt in Genesis 14:13 ("Abram, den Hebreer"), wordt vaak met Heber in verband gebracht, al is dat verband niet zeker. Het woord Semieten komt niet uit de Bijbel. Het werd in 1781 door de Duitse geleerde August Ludwig von Schlözer ingevoerd voor een taalfamilie. Die indeling valt niet samen met Genesis 10: Elam sprak geen Semitische taal, terwijl de taal van Kanaän, verwant aan het Hebreeuws, wel Semitisch is.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Eerbiedig tegenover zijn vader, ook toen die faalde (Genesis 9:23)
  • Ingetogen: hij bedekte de schande zonder te kijken (Genesis 9:23)
  • Eensgezind met zijn broer Jafeth in het goede (Genesis 9:23)
  • Gezegend in zijn God: de HEERE heet "de God van Sem" (Genesis 9:26)

Theologische betekenis

De kern van Sems betekenis ligt in één zin van Noach: "Gezegend zij de HEERE, de God van Sem" (Genesis 9:26). Opvallend is dat Noach niet Sem zegent maar de HEERE. De zegen van Sem bestaat hierin dat de HEERE zijn God is. Daarmee klinkt al vroeg in Genesis wat later het hart van het verbond wordt: God verbindt Zijn naam aan een mens en zijn geslacht, zoals Hij later de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob heet (Exodus 3:6). Ook de naam Sem draagt betekenis. Het Hebreeuwse sjem betekent naam. In Genesis 11 willen de bouwers van Babel zelf een naam verwerven: "laat ons een naam voor ons maken" (Genesis 11:4). Direct daarna volgt het geslachtsregister van Sem, dat uitkomt bij Abram, tot wie God zegt: "uw naam groot maken" (Genesis 12:2). Veel uitleggers lezen die volgorde als een bewuste tegenstelling: de naam die mensen zelf willen maken tegenover de naam die God geeft. Het geslachtsregister van Genesis 11 is daarom geen dorre lijst. Het laat zien hoe God na de vloed en na Babel één lijn bewaart, generatie na generatie, tot aan "Abram; die is Abraham" (1 Kronieken 1:27). Aan Abraham belooft God dat in hem "alle geslachten des aardrijks gezegend worden" (Genesis 12:3), en Paulus noemt dat het evangelie dat aan Abraham vooruit verkondigd werd (Galaten 3:8). Lukas trekt de lijn nog verder door, van Christus terug tot "den zoon van Sem, den zoon van Noe" (Lukas 3:36), en verder tot Adam. Noachs woorden over Jafeth, "hij wone in Sems tenten" (Genesis 9:27), worden in de christelijke uitleg sinds lang verstaan als een vooruitwijzing naar de heidenvolken die deel krijgen aan de zegen die bij Sem bewaard werd. Calvijn en vele anderen lazen er de roeping van de heidenen in. De meeste christelijke uitleggers lezen dat Jafeth onderdak vindt bij Sem; de Targum Onkelos, een oude joodse vertaling, maakt God tot onderwerp, die in Sems tenten woont. De tekst zelf werkt het niet verder uit. De vloek treft niet Cham maar Kanaän (Genesis 9:25). Die woorden kregen in het Oude Testament een vervulling toen Kanaänitische volken onder Israël dienstbaar werden, zoals de Hevieten van Gibeon (Jozua 9:7, Jozua 9:23), die Genesis 10:17 als "de Hivviet" onder de nakomelingen van Kanaän noemt. In latere eeuwen is deze tekst misbruikt om slavernij van Afrikanen en rassenscheiding te rechtvaardigen. Daar biedt de tekst geen grond voor: hij noemt geen huidskleur, hij vervloekt Cham niet, en Cusch, Mitsraim en Put vallen er niet onder.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Sjem (שֵׁם, Hebreeuws) of Sem (Grieks)

Betekenis

Naam, roem

Betekenis van de naam Sem: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Geboren als zoon van Noach

Noach is vijfhonderd jaar oud wanneer de geboorte van zijn drie zonen wordt vermeld: Sem, Cham en Jafeth.

Genesis 5:32

2

Behouden in de ark

Op de dag dat de vloed begint, gaat Sem met zijn vrouw, zijn ouders, zijn broers en hun vrouwen de ark in. Acht mensen worden behouden.

Genesis 7:13

3

Uit de ark

De zonen van Noach gaan uit de ark. Genesis vermeldt meteen dat Cham de vader van Kanaän is, en dat van deze drie de hele aarde bevolkt is.

Genesis 9:18-19

4

De naaktheid van Noach bedekt

Noach ligt dronken en ontbloot in zijn tent. Cham ziet het en vertelt het buiten; Sem en Jafeth bedekken hun vader met een kleed, achterwaarts lopend en met afgewend gezicht.

Genesis 9:20-23

5

Noachs zegen en vloek

Noach vervloekt Kanaän, zegent de HEERE als de God van Sem en bidt dat God Jafeth uitbreidt en dat hij woont in de tenten van Sem.

Genesis 9:24-27

6

Stamvader in de volkerentafel

Genesis 10 noemt de zonen van Sem: Elam, Assur, Arfachsad, Lud en Aram, met hun nakomelingen tot Heber, Peleg en Joktan.

Genesis 10:21-31

7

Arfachsad geboren

Twee jaar na de vloed krijgt de honderdjarige Sem zijn zoon Arfachsad. Daarna leeft hij nog vijfhonderd jaar en krijgt hij zonen en dochters.

Genesis 11:10-11

8

De lijn naar Abram

Het geslachtsregister volgt de lijn van Arfachsad via Selah, Heber, Peleg, Rehu, Serug en Nahor naar Terah, de vader van Abram.

Genesis 11:12-26

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Sem beter te begrijpen.

Genesis 9:18

“En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaan.”

De drie zonen van Noach na de vloed. De verteller noemt meteen Kanaän, die in het volgende voorval een rol krijgt.

Genesis 9:23

“Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij legden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts, gekeerd zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen.”

Het enige voorval waarin Sem zelf handelt: hij bedekt de schande van zijn vader in plaats van ernaar te kijken.

Genesis 9:25

“En hij zeide: Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!”

De zogenaamde vloek van Cham. De tekst noemt niet Cham maar zijn zoon Kanaän.

Genesis 9:26

“Voorts zeide hij: Gezegend zij de HEERE, de God van Sem; en Kanaan zij hem een knecht!”

Noach zegent niet Sem maar de HEERE. Sems zegen is dat de HEERE zijn God is.

Genesis 9:27

“God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaan zij hem een knecht!”

De zegen over Jafeth, die onderdak vindt in de tenten van Sem. Christelijke uitleggers zien hier de heidenen die delen in Sems zegen.

Genesis 10:21

“Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.”

Sem als vader van de zonen van Heber. Wie met "den grootste" bedoeld wordt, Sem of Jafeth, is onzeker.

Genesis 11:10

“Deze zijn de geboorten van Sem: Sem was honderd jaren oud, en gewon Arfachsad, twee jaren na den vloed.”

Het begin van het geslachtsregister dat na de toren van Babel naar Abram loopt.

1 Kronieken 1:24-27

“Sem, Arfachsad, Selah, Heber, Peleg, Rehu, Serug, Nahor, Terah, Abram; die is Abraham.”

Kronieken vat de lijn van Sem naar Abraham samen in tien namen.

Lukas 3:36

“Den zoon van Kainan, den zoon van Arfaxad, den zoon van Sem, den zoon van Noe, den zoon van Lamech,”

Sem in het geslachtsregister van Jezus. Lukas spelt Arfaxad en Noe, en noemt een Kainan die in Genesis 11 ontbreekt.

Tijdperiode

Oergeschiedenis (rond de zondvloed)

Sem leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Sem leert ons hoe wij met de zwakheid van een ander omgaan. Noach, die rechtvaardig voor God gewandeld had, lag dronken en ontbloot in zijn tent. Cham maakte er een verhaal van; Sem en Jafeth liepen achterwaarts en bedekten hem. Dat praat Noachs dronkenschap niet goed, maar het weigert de schande groter te maken dan ze is. Ook vandaag ligt de verleiding dichtbij om de fout van een ouder, een voorganger of een broeder rond te vertellen. Sem laat een andere weg zien. Opvallend is de zegen. Noach zegent niet Sem zelf, maar zegt: "Gezegend zij de HEERE, de God van Sem" (Genesis 9:26). De grootste rijkdom van een mens is niet wat hij heeft of wordt, maar Wie zijn God is. Dat geldt voor ons evengoed als voor Sem. Ook laat zijn geschiedenis trouw door de generaties heen zien. Van Sem tot Abram liggen tien namen, en van de meeste weten wij niet meer dan hun leeftijd. Toch werkte God door die gewone levens heen aan Zijn belofte. Wie ouder is, vader of moeder, grootouder of leraar, mag weten dat het doorgeven van het geloof aan een volgende generatie geen klein werk is. Ten slotte waarschuwt deze geschiedenis tegen misbruik van de Schrift. De vloek over Kanaän is eeuwenlang gebruikt om onrecht tegen hele volken te rechtvaardigen, terwijl de tekst daar niets van zegt. Wie de Bijbel leest, moet nauwkeurig lezen wat er staat, en er niet in lezen wat goed uitkomt.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Sem

Wie was Sem in de Bijbel?
Sem was een van de drie zonen van Noach, naast Cham en Jafeth. Hij overleefde de zondvloed in de ark met zijn vrouw, zijn ouders en zijn broers. Toen Noach dronken in zijn tent lag, bedekte Sem samen met Jafeth zijn vader. Noach prees daarop de HEERE als "de God van Sem" (Genesis 9:26). Via zijn zoon Arfachsad werd Sem de stamvader van Abraham, en Lukas 3:36 noemt hem in de stamboom van Jezus.
Wat betekent de naam Sem?
Sem komt van het Hebreeuwse sjem, dat naam betekent, en in sommige verbanden ook roem of faam. Die betekenis speelt mee in Genesis 11: de bouwers van Babel zeggen "laat ons een naam voor ons maken" (Genesis 11:4), en direct daarna volgt het geslacht van Sem dat uitkomt bij Abram, tot wie God zegt dat Hij zijn naam groot zal maken (Genesis 12:2). De Statenvertaling schrijft de naam als Sem, zowel in Genesis als in Lukas 3:36.
Waar staat Sem in de Bijbel?
Sem staat in Genesis 5:32, 6:10, 7:13, 9:18-27, 10:1 en 10:21-31 en in het geslachtsregister van Genesis 11:10-26. 1 Kronieken 1 herhaalt zijn naam en zijn nakomelingen (1 Kronieken 1:4, 1 Kronieken 1:17-27). In het Nieuwe Testament staat hij in het geslachtsregister van Jezus in Lukas 3:36, waar de Statenvertaling zijn vader Noe noemt en zijn zoon Arfaxad.
Wie zijn de zonen van Noach?
Noach had drie zonen: Sem, Cham en Jafeth (Genesis 6:10). Zij gingen met hun vrouwen en hun ouders de ark in, en van hen stammen volgens Genesis alle volken na de vloed af: "van dezen is de ganse aarde overspreid" (Genesis 9:19). Genesis 10, de volkerentafel, noemt de nakomelingen van elk van de drie. Jafeth wordt verbonden met volken in het noorden en westen, Cham met Egypte, Cusch en Kanaän, en Sem met Elam, Assur, Aram en de voorouders van Abraham.
Was Sem de oudste zoon van Noach?
Dat is niet zeker. Sem wordt altijd als eerste genoemd, maar Genesis 10:21 noemt hem "broeder van Jafeth, den grootste", een zin die in het Hebreeuws zowel Sem als Jafeth de oudste kan maken. Rekent men met Genesis 7:6 en 11:10, dan werd Sem geboren toen Noach 502 jaar was, terwijl Genesis 5:32 vijfhonderd noemt. Veel uitleggers denken daarom dat Sem vooraan staat vanwege de lijn van de belofte. Genesis 9:24 spreekt van "zijn kleinste zoon", wat meestal op Cham betrokken en als de jongste verstaan wordt.
Wat is de vloek van Cham?
De zogenaamde vloek van Cham is eigenlijk een vloek over Kanaän, de zoon van Cham: "Vervloekt zij Kanaan; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!" (Genesis 9:25). Noach sprak die uit nadat Cham zijn vaders naaktheid had gezien en rondverteld. Waarom de vloek Kanaän treft en niet Cham, zegt de tekst niet. Uitleggers wijzen erop dat God Cham al gezegend had (Genesis 9:1), dat Cham gestraft wordt in zijn zoon, of dat Noach profetisch spreekt over de latere Kanaänieten. In latere eeuwen is deze tekst misbruikt om slavernij van Afrikanen en rassenscheiding te verdedigen. Daar biedt hij geen grond voor: hij noemt geen huidskleur, en Cusch, Mitsraim en Put vallen er niet onder.
Wie was Cham, de zoon van Noach?
Cham was een van de drie zonen van Noach en de vader van Cusch, Mitsraim, Put en Kanaän (Genesis 10:6). Toen Noach dronken en ontbloot in zijn tent lag, zag Cham het en vertelde hij het buiten aan zijn broers (Genesis 9:22). Daarop volgde de vloek over zijn zoon Kanaän. Mitsraim is de Hebreeuwse naam voor Egypte; de Psalmen noemen Egypte daarom "het land van Cham" (Psalm 105:23). Ook Nimrod stamt via Cusch van Cham af (Genesis 10:8).
Wie was Jafeth, de zoon van Noach?
Jafeth was een van de drie zonen van Noach. Samen met Sem bedekte hij de naaktheid van zijn vader (Genesis 9:23). Noach zegende hem met de woorden "God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten!" (Genesis 9:27). Zijn zonen, onder wie Gomer, Madai en Javan, worden verbonden met de "eilanden der volken" (Genesis 10:2-5), volken in het noorden en westen. Christelijke uitleggers lazen het wonen in Sems tenten vaak als een vooruitwijzing naar de heidenen die delen in de zegen van Israël.
Hoe oud werd Sem?
Sem werd zeshonderd jaar. Genesis 11:10-11 zegt dat hij honderd jaar oud was toen hij Arfachsad kreeg, twee jaar na de vloed, en dat hij daarna nog vijfhonderd jaar leefde. Het totaal staat niet in de tekst, maar volgt uit die twee getallen. Na de vloed nemen de leeftijden in Genesis 11 in grote lijnen af: Arfachsad werd 438 (Genesis 11:12-13), Terah 205 (Genesis 11:32) en Abraham 175 (Genesis 25:7).
Wat zijn Semieten en wat betekent Semitisch?
Semieten zijn genoemd naar Sem. Het woord zelf staat niet in de Bijbel: de Duitse geleerde August Ludwig von Schlözer voerde het in 1781 in voor een groep verwante talen, waaronder Hebreeuws, Aramees en Arabisch. Die taalindeling valt niet samen met Genesis 10. Elam is daar een zoon van Sem maar sprak geen Semitische taal, terwijl Kanaän bij Cham hoort en de taal van Kanaän wel Semitisch is. De Bijbel verbindt Sem vooral met het geslacht van Heber en Abraham.
Was Sem dezelfde als Melchisedek?
De Bijbel zegt dat niet. Het idee komt uit latere joodse overlevering, die Melchisedek, de koning van Salem die Abram zegende (Genesis 14:18-20), met Sem gelijkstelde. Die gedachte steunt op de getallen van Genesis 11: wie ze aaneensluitend optelt, laat Sem nog leven in de tijd van Abram. Hebreeën 7:3 benadrukt juist dat van Melchisedek geen afkomst wordt vermeld, wat slecht past bij Sem, wiens geslacht uitvoerig beschreven staat.
Wat kunnen wij leren van Sem?
Sem leert ons de zwakheid van een ander te bedekken in plaats van rond te vertellen, zoals hij met Jafeth deed toen Noach dronken in zijn tent lag (Genesis 9:23). Zijn zegen laat zien dat de grootste rijkdom is dat de HEERE onze God is: "Gezegend zij de HEERE, de God van Sem" (Genesis 9:26). En het lange geslachtsregister van Sem naar Abram leert dat God door gewone generaties heen trouw blijft aan Zijn belofte.

Stel een vraag over Sem

Wilt u meer weten over Sem? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Sem

Bijbelverhalen rond Sem

Verdiep u verder