Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1100 v.Chr.

Delila in de Bijbel

Delila (דְּלִילָה, Hebreeuws) - “Onzeker; mogelijk teer of kwijnend”

Wie was Delila?

Delila was de vrouw aan de beek Sorek van wie de richter Simson hield, en die hem aan de Filistijnen verraadde. Voor elk duizend en honderd zilverlingen van de Filistijnse vorsten ontfutselde zij hem het geheim van zijn kracht: zijn wijding als nazireeër. Haar verhaal staat in Richteren 16:4-21.

Delila staat in één hoofdstuk van de Bijbel, Richteren 16, en daar alleen in het verhaal van vers 4 tot en met 21. Haar naam valt er zes keer; in vers 20 spreekt zij voor het laatst, en vers 21 vertelt alleen nog de afloop voor Simson. Toch kent bijna iedereen haar naam. Zij is de vrouw van wie Simson hield, en die hem voor geld aan de Filistijnen uitleverde. Het verhaal begint zonder aanloop: "En het geschiedde daarna, dat hij een vrouw lief kreeg, aan de beek Sorek, welker naam was Delila" (Richteren 16:4). Van haar afkomst, haar familie of haar leeftijd zegt de tekst niets. Opvallend is wel dat zij de enige vrouw in Simsons geschiedenis is van wie de naam genoemd wordt; zijn moeder, de bruid uit Thimnath en de vrouw in Gaza blijven naamloos. Wat volgt is een gesprek in vier rondes. Delila vraagt waarin zijn grote kracht ligt, Simson geeft driemaal een verzonnen antwoord, en driemaal blijkt het niet te kloppen. Bij de vierde keer, na dagen van aandringen, vertelt hij de waarheid. Delila laat zijn haar afscheren, de Filistijnen grijpen hem, en daarmee verdwijnt zij uit de Bijbel. Deze pagina gaat over Delila zelf: wie zij was, wat de tekst over haar zegt en wat niet. De geschiedenis van Simson als geheel staat op de pagina over Simson en in het bijbelverhaal over Simson de richter. Delila is niet te verwarren met de Filistijnse vrouw uit Thimnath met wie Simson eerder trouwde (Richteren 14:1-3), en evenmin met de vrouw in Gaza uit Richteren 16:1.

Historische context

Simson leefde aan het einde van de richterentijd, toen de HEERE Israël gaf "in de hand der Filistijnen veertig jaren" (Richteren 13:1). Een exact jaartal geeft de Bijbel niet; meestal plaatst men deze geschiedenis rond 1100 voor Christus. Simson richtte Israël twintig jaar "in de dagen der Filistijnen" (Richteren 15:20), zonder dat de overheersing werd opgeheven. De beek Sorek, waar Delila woonde, wordt meestal gezocht in het dal dat vanuit het heuvelland westwaarts naar de kustvlakte loopt. Het Hebreeuwse woord dat de Statenvertaling met beek vertaalt, duidt een dal aan met een stroom die vaak alleen in het regenseizoen water heeft. Klopt die identificatie, dan lagen in deze streek ook Zora en Esthaol, waar Simson opgroeide en waar hij later begraven werd (Richteren 16:31). Het was grensgebied: Israëlieten en Filistijnen woonden er dicht bij elkaar. Dat verklaart waarom de tekst niet zegt of Delila een Filistijnse of een Israëlitische was. Haar naam klinkt Semitisch; omdat de Filistijnen ook plaatselijke namen overnamen, beslist dat de vraag niet. Dat de vorsten haar om hulp vroegen en geld boden, maakt voor sommige uitleggers een Filistijnse afkomst waarschijnlijker; anderen zien juist in het geld een aanwijzing dat zij er niet bij hoorde. De tekst laat het open. De vorsten der Filistijnen waren de heersers van de Filistijnse steden; Richteren 3:3 spreekt van "Vijf vorsten der Filistijnen". Ieder beloofde Delila "duizend en honderd zilverlingen" (Richteren 16:5). Hoeveel vorsten bij haar kwamen, staat er niet. Waren het er vijf, dan ging het om vijfduizend vijfhonderd zilverlingen. Hoe groot dat bedrag was, blijkt een hoofdstuk later: een Leviet kreeg daar als priester jaarlijks "tien zilverlingen" (Richteren 17:10). Simsons kracht was verbonden aan zijn wijding als nazireeër. Volgens Numeri 6:5 mocht het scheermes niet over het hoofd van een nazireeër gaan. Gewoonlijk was dat een gelofte voor een bepaalde tijd; bij Simson gold zij "van moeders buik af" (Richteren 13:5), zijn hele leven lang. Dat geheim was het enige wat Delila nodig had.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Vasthoudend: na drie mislukte pogingen gaf zij niet op, al was het doel verraad (Richteren 16:15-16)
  • Direct: zij vroeg zonder omwegen waarin zijn kracht lag (Richteren 16:6)
  • Opmerkzaam: zij merkte dat Simson nu de waarheid sprak (Richteren 16:18)

−Zwakke kanten

  • Liet zich omkopen met zilver om de man die haar liefhad uit te leveren (Richteren 16:5)
  • Gebruikte Simsons liefde als drukmiddel (Richteren 16:15)
  • Leverde hem welbewust over aan wie hem wilden plagen (Richteren 16:18-19)

Theologische betekenis

De Schrift vertelt de geschiedenis van Delila sober en zonder commentaar. Er staat geen oordeel bij over haar motieven, en de liefde komt alleen van Simsons kant: hij was het die "een vrouw lief kreeg" (Richteren 16:4). Of zij hem liefhad, zegt de tekst niet. Haar eigen verwijt, "Hoe zult gij zeggen: Ik heb u lief, daar uw hart niet met mij is?" (Richteren 16:15), gebruikt zijn liefde als hefboom. Het zwaartepunt van het hoofdstuk ligt daarom niet bij Delila maar bij Simson en bij God. Zijn haar was niet uit zichzelf de bron van zijn kracht; het was het teken van zijn wijding aan de HEERE. Toen dat teken werd prijsgegeven, staat er niet dat zijn haar weg was, maar dat hij niet wist "dat de HEERE van hem geweken was" (Richteren 16:20). Hij merkte het niet eens; daar ligt de ernst van het verhaal. Er is een duidelijk patroon met Richteren 14. Ook de bruid uit Thimnath kreeg van haar volk de opdracht: "Overreed uw man" (Richteren 14:15), ook zij "perste hem" (Richteren 14:17), en ook toen gaf Simson toe. Hij leerde niet van die eerste keer. Bij Delila komt het geld erbij, en het geheim is groter: geen raadsel, maar zijn wijding aan God. Veel uitleggers wijzen ook op het contrast met Jaël in Richteren 4. Daar brengt een vrouw de vijand van Israël ten val terwijl hij slaapt (Richteren 4:21); hier brengt een vrouw de richter van Israël ten val terwijl hij op haar knieën slaapt. Het boek laat zo zien hoe de richterentijd steeds verder uit het lood raakt. Toch eindigt het hoofdstuk niet bij Delila. "En het haar zijns hoofds begon weder te wassen" (Richteren 16:22), en Simsons laatste gebed werd verhoord (Richteren 16:28-30). Hebreeën 11:32 noemt hem, als Samson, bij de geloofsgetuigen. Gods trouw reikt verder dan menselijk verraad en menselijke zwakheid.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Delila (דְּלִילָה, Hebreeuws)

Betekenis

Onzeker; mogelijk teer of kwijnend

Betekenis van de naam Delila: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Simson krijgt Delila lief

Na zijn nacht in Gaza krijgt Simson een vrouw lief aan de beek Sorek. De tekst noemt haar naam, maar niet haar volk, haar familie of haar gevoelens voor hem.

Richteren 16:4

2

Omgekocht door de vorsten der Filistijnen

De vorsten der Filistijnen komen naar haar toe en vragen haar Simson te overreden. Ieder van hen belooft haar duizend en honderd zilverlingen als zij ontdekt waarmee hij gebonden kan worden.

Richteren 16:5

3

Drie verzonnen antwoorden

Simson noemt achtereenvolgens zeven verse zelen, nieuwe touwen en het vlechten van zijn zeven haarlokken aan een weversboom. Delila probeert het telkens; de eerste twee keren zit er een achterlage in de kamer, en telkens breekt hij los.

Richteren 16:6-14

4

Dagelijks aandringen

Delila verwijt hem dat zijn hart niet met haar is en blijft dag na dag aandringen, tot zijn ziel verdrietig wordt tot stervens toe. Dan verklaart hij haar zijn ganse hart: hij is een nazireeër Gods van zijn moeders buik af.

Richteren 16:15-17

5

De zeven haarlokken afgeschoren

Delila ziet dat het nu de waarheid is en roept de vorsten, die het geld meebrengen. Zij laat Simson op haar knieën slapen en een man zijn haar afscheren. Als hij ontwaakt, weet hij niet dat de HEERE van hem geweken is.

Richteren 16:18-20

6

Simson naar Gaza gevoerd

De Filistijnen grijpen hem, steken zijn ogen uit en laten hem in Gaza malen in het gevangenhuis. Daarmee verdwijnt Delila uit het verhaal; wat er met haar gebeurde, vertelt de Bijbel niet.

Richteren 16:21

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Delila beter te begrijpen.

Richteren 16:4

“En het geschiedde daarna, dat hij een vrouw lief kreeg, aan de beek Sorek, welker naam was Delila.”

De enige introductie die Delila krijgt: een naam en een woonplaats, verder niets.

Richteren 16:5

“Toen kwamen de vorsten der Filistijnen tot haar op, en zeiden tot haar: Overreed hem, en zie, waarin zijn grote kracht zij, en waarmede wij hem zouden machtig worden, en hem binden, om hem te plagen; zo zullen wij u geven, een iegelijk, duizend en honderd zilverlingen.”

Het aanbod van de vorsten. Het doel wordt openlijk genoemd: Simson binden om hem te plagen.

Richteren 16:6

“Delila dan zeide tot Simson: Verklaar mij toch, waarin uw grote kracht zij, en waarmede gij zoudt kunnen gebonden worden, dat men u plage.”

Delila vraagt het zonder omwegen, inclusief het doel. Dat Simson toch bleef, zegt veel over hem.

Richteren 16:15

“Toen zeide zij tot hem: Hoe zult gij zeggen: Ik heb u lief, daar uw hart niet met mij is? Gij hebt nu driemaal met mij gespot, en mij niet verklaard, waarin uw grote kracht zij.”

Na drie mislukkingen verandert Delila van toon: zij maakt van het geheim een toets voor zijn liefde.

Richteren 16:17

“Zo verklaarde hij haar zijn ganse hart, en zeide tot haar: Er is nooit een scheermes op mijn hoofd gekomen, want ik ben een Nazireer Gods van mijn moeders buik af; indien ik geschoren wierd, zo zou mijn kracht van mij wijken, en ik zou zwak worden, en wezen als alle de mensen.”

Simson geeft het teken van zijn wijding prijs aan de vrouw die al driemaal had geprobeerd hem gebonden aan de Filistijnen uit te leveren.

Richteren 16:19

“Toen deed zij hem slapen op haar knieen, en riep een man en liet hem de zeven haarlokken zijns hoofds afscheren, en zij begon hem te plagen; en zijn kracht week van hem.”

Het verraad zelf. Delila doet het niet met eigen hand, maar laat een man het scheren.

Richteren 16:20

“En zij zeide: De Filistijnen over u, Simson! En hij ontwaakte uit zijn slaap, en zeide: Ik zal ditmaal uitgaan, als op andere malen, en mij uitschudden; want hij wist niet, dat de HEERE van hem geweken was.”

De laatste keer dat Delila spreekt. Het zwaartepunt ligt bij de slotzin: niet het haar, maar de HEERE was geweken.

Tijdperiode

~1100 v.Chr.

Delila leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Dit verhaal laat eerst zien wat aanhoudende druk vermag. Delila won niet in één gesprek. Zij vroeg, werd afgescheept en vroeg opnieuw, en zette hem "alle dagen met haar woorden" onder druk, tot zijn ziel "verdrietig werd tot stervens toe" (Richteren 16:16). Wat wij uit overtuiging nooit zouden prijsgeven, kunnen wij uit vermoeidheid toch loslaten. Wie merkt dat iets of iemand telkens aan dezelfde grens trekt, doet er goed aan niet te wachten tot de kracht op is. Het gaat ook over waarschuwingen die wij liever niet zien. Driemaal werd duidelijk wat Delila wilde; tweemaal zat er een achterlage in de kamer (Richteren 16:9, 12). Simson bleef. Jozef deed het omgekeerde: hij liet zijn kleed in de hand van de vrouw van Potifar "en vluchtte" (Genesis 39:12). Soms is weggaan de enige verstandige keuze. "Behoed uw hart boven al wat te bewaren is" (Spreuken 4:23). Wat God ons toevertrouwt, is bovendien geen onderhandelingsstuk. Simsons nazireeërschap was geen privégeheim maar een wijding aan God. Voor ons kan dat het geloof zijn, een huwelijk of een geweten: dingen die niet in ruil voor genegenheid of rust worden weggegeven. Ten slotte de afloop. Simson ontwaakte in de veronderstelling dat alles was als altijd. "Die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle" (1 Korinthe 10:12). Maar ook dit hoort erbij: in de gevangenis begon zijn haar weer te groeien. Wie gevallen is, mag weten dat God met hem nog niet klaar is.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Delila

Wie was Delila in de Bijbel?
Delila was de vrouw aan de beek Sorek van wie de richter Simson hield, en die hem aan de Filistijnen verraadde. De vorsten der Filistijnen beloofden haar elk duizend en honderd zilverlingen als zij ontdekte waarin zijn kracht lag. Na drie verzonnen antwoorden vertelde Simson haar dat hij een nazireeër was. Zij liet zijn haar afscheren, en de Filistijnen grepen hem (Richteren 16:4-21).
Wat betekent de naam Delila?
De betekenis van de naam Delila is niet zeker. Sommigen verbinden hem met een Hebreeuws werkwoord voor zwak of gering worden, anderen met een woord voor afhangend haar of met de betekenis teer of kwijnend. De Bijbel geeft zelf geen verklaring. Dat de naam staat in een verhaal over afgeschoren haar en verloren kracht, maakt zulke woordspelingen aantrekkelijk, maar het blijven gissingen.
Waar staat Delila in de Bijbel?
Alleen in Richteren 16. Het verhaal over haar loopt van vers 4 tot en met 21; haar naam valt zes keer, en in vers 20 spreekt zij voor het laatst. Elders in de Bijbel komt zij niet voor, ook niet in het Nieuwe Testament. Hebreeën 11:32 noemt Simson wel, in de Statenvertaling als Samson, in de rij van de geloofsgetuigen, maar Delila wordt daar en nergens anders meer genoemd.
Was Delila een Filistijnse?
Dat zegt de Bijbel niet. Zij woonde aan de beek Sorek, een grensgebied waar Israëlieten en Filistijnen dicht bij elkaar woonden. Bij de bruid uit Thimnath staat uitdrukkelijk dat zij was "van de dochteren der Filistijnen" (Richteren 14:1); bij Delila ontbreekt zo’n aanduiding. Veel uitleggers houden haar voor een Filistijnse, omdat de vorsten bij haar aanklopten, maar de tekst laat het open.
Hoeveel geld kreeg Delila voor het verraad van Simson?
Iedere vorst der Filistijnen beloofde haar "duizend en honderd zilverlingen" (Richteren 16:5). Toen Simson zijn geheim had verteld, kwamen de vorsten "en brachten dat geld in hun hand" (Richteren 16:18). Het aantal vorsten staat er niet bij; Richteren 3:3 noemt er vijf, wat zou neerkomen op vijfduizend vijfhonderd zilverlingen. Een priester kreeg een hoofdstuk later tien zilverlingen per jaar (Richteren 17:10).
Hoe ontdekte Delila het geheim van Simsons kracht?
Door het te blijven vragen. Driemaal gaf Simson een verzonnen antwoord: zeven verse zelen, nieuwe touwen en zijn haarlokken gevlochten aan een weversboom. Telkens probeerde Delila het en riep: "De Filistijnen over u, Simson!" Daarna verweet zij hem dat zijn hart niet met haar was en drong zij alle dagen aan, tot hij vertelde dat er nooit een scheermes op zijn hoofd was gekomen (Richteren 16:6-17).
Zat Simsons kracht in zijn haar?
Niet in het haar zelf. Het ongeschoren haar was het teken van zijn wijding als nazireeër, die al voor zijn geboorte was aangekondigd (Richteren 13:5). Zijn kracht kwam van de Geest des HEEREN, die telkens "vaardig over hem" werd (Richteren 14:6, 19; 15:14). Daarom zegt Richteren 16:20 na het scheren niet dat zijn haar weg was, maar dat hij niet wist "dat de HEERE van hem geweken was". Het teken prijsgeven betekende de wijding prijsgeven.
Was Delila de vrouw van Simson?
De Bijbel noemt haar nergens zijn vrouw. Er staat alleen dat Simson haar liefhad (Richteren 16:4). Of hij met haar getrouwd was, zegt de tekst niet. Simson was wel eerder getrouwd met een Filistijnse vrouw uit Thimnath, die de Bijbel uitdrukkelijk zijn huisvrouw noemt (Richteren 14:15). Die vrouw werd later aan zijn metgezel gegeven (Richteren 14:20).
Wat gebeurde er met Delila na het verraad?
Dat vertelt de Bijbel niet. Na Richteren 16:20 komt zij niet meer voor. Dat zij het geld kreeg, wordt alleen aangeduid: de vorsten brachten het mee (Richteren 16:18). Of zij aanwezig was bij het feest voor Dagon, waar Simson het huis liet instorten, is een gissing zonder grond in de tekst. Latere verhalen, gedichten en films vullen dit in, maar dat is verbeelding, geen Schrift.
Is Delila dezelfde als de vrouw uit Thimnath of de vrouw in Gaza?
Nee. In Simsons geschiedenis komen drie vrouwen voor. De eerste is de Filistijnse vrouw uit Thimnath met wie hij trouwde (Richteren 14). De tweede is de vrouw in Gaza, die de Bijbel een hoer noemt (Richteren 16:1). De derde is Delila aan de beek Sorek (Richteren 16:4). Alleen Delila wordt bij name genoemd; de andere twee blijven naamloos.
Wat kunnen wij leren van Delila?
Dat aanhoudende druk kan bereiken wat een enkele verleiding niet lukt. Dat waarschuwingen die zich herhalen ernstig genomen moeten worden: driemaal riep zij de Filistijnen over hem, tweemaal zat er een achterlage in de kamer, en Simson bleef. Dat wat God ons toevertrouwt niet in ruil voor genegenheid wordt weggegeven. En dat God ook na een val niet klaar is: in de gevangenis begon Simsons haar weer te groeien (Richteren 16:22).

Stel een vraag over Delila

Wilt u meer weten over Delila? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Delila

Bijbelverhalen rond Delila

Verdiep u verder