Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~480 v.Chr.

Mordechai in de Bijbel

Mordechai (מָרְדֳּכַי, Hebreeuws) - “Waarschijnlijk afgeleid van Marduk”

Wie was Mordechai?

Mordechai was een Jood uit de stam Benjamin in de Perzische burg Susan. Hij voedde zijn nicht Esther op, weigerde voor Haman te buigen en spoorde Esther aan voor haar volk te pleiten (Esther 4:14). Na Hamans val werd hij de tweede man van het rijk en legde hij met Esther Purim vast.

Mordechai staat in het boek Esther, waar hij in bijna elk hoofdstuk naast Esther optreedt, van Esther 2 tot en met Esther 10. De Statenvertaling stelt hem voor als "een Joods man op den burg Susan, wiens naam was Mordechai, een zoon van Jair, den zoon van Simei, den zoon van Kis, een man van Jemini" (Esther 2:5). Hij behoorde dus tot de stam Benjamin en woonde in Susan, de residentie van de Perzische koning Ahasveros. Het verhaal begint in huiselijke kring. Hadassa, de dochter van zijn oom Abichail, had geen ouders meer, en "als haar vader en haar moeder stierven, had Mordechai ze zich tot een dochter aangenomen" (Esther 2:7). Esther was dus zijn nicht en pleegdochter, niet zijn dochter of zijn zuster. Toen zij in het huis van de koning werd opgenomen, liep hij elke dag langs het voorhof van het vrouwenhuis om te horen hoe het met haar ging (Esther 2:11). Daarna volgt de lijn die het boek zo bekend maakt. Mordechai ontdekte een aanslag op de koning, maar kreeg geen beloning. Hij weigerde te buigen voor de machtige Haman, die daarop alle Joden in het rijk wilde laten ombrengen. Mordechai trok een zak aan met as en zond Esther de oproep om voor haar volk te pleiten, met de bekende woorden: "wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt" (Esther 4:14). Een slapeloze nacht van de koning keerde alles om. Haman moest Mordechai eren, werd zelf opgehangen aan de galg die hij voor Mordechai had laten maken, en Mordechai kreeg de zegelring van de koning. Het boek eindigt niet met Esther maar met Mordechai: hij was "de tweede bij den koning Ahasveros", groot bij de Joden, en hij zocht het beste voor zijn volk (Esther 10:3). Niet te verwarren met de Mordechai die in Ezra 2:2 en Nehemia 7:7 met Zerubbabel uit Babel terugkeerde; dat was waarschijnlijk een naamgenoot.

Historische context

Het boek Esther speelt in het Perzische rijk, enkele generaties na de wegvoering naar Babel. Ahasveros regeerde volgens Esther 1:1 "van Indie af tot aan Morenland toe, honderd zeven en twintig landschappen". Hij wordt meestal gelijkgesteld met de Perzische koning Xerxes I (486-465 voor Christus), maar dat is een historische identificatie en geen gegeven uit de Bijbel zelf. De Griekse vertaling en Josephus noemen hem Artaxerxes. In die lezing speelt het verhaal rond 480 voor Christus: Esther werd koningin in het zevende jaar van de koning (Esther 2:16), en het lot over de Joden werd geworpen in het twaalfde jaar (Esther 3:7). Susan (Susa, in het zuidwesten van het huidige Iran) was een van de residenties van de Perzische koningen. De Joden die daar woonden, waren nakomelingen van de ballingen. Esther 2:6 zegt van iemand uit dat geslacht dat hij "weggevoerd was van Jeruzalem met de weggevoerden, die weggevoerd waren met Jechonia, den koning van Juda". Dat was de wegvoering door Nebukadnezar in 597 voor Christus (2 Koningen 24:12-15). Of dat vers op Mordechai zelf slaat of op zijn voorvader Kis, laat de zinsbouw open. Leest men Jair, Simei en Kis als vader, grootvader en overgrootvader, dan slaat het vers meestal op Kis, een balling uit 597 voor Christus en niet de vader van Saul; anders zou Mordechai in Esther ruim honderd jaar oud zijn. Andere uitleggers zien Simei en Kis als verre, bekende voorvaderen (2 Samuël 16:5, 1 Samuël 9:1); dan wijst de stamboom bewust naar het huis van Saul. Mordechai zat "in de poort des konings" (Esther 2:19 en 2:21). In het oude Oosten was de poort de plaats van bestuur en rechtspraak; uitleggers zien hierin daarom vaak een aanwijzing dat hij een functie aan het hof had, al zegt de tekst niet welke. In de administratieve kleitabletten uit Persepolis (de zogenoemde vestingtabletten) komt de naam Marduka meer dan eens voor, ook bij ambtenaren. Of een van hen de Mordechai van Esther is, valt niet vast te stellen. Zijn afstamming krijgt reliëf door die van zijn tegenstander. Haman heet "den Agagiet" (Esther 3:1), en Agag was de koning van de Amalekieten die Saul, de zoon van Kis uit Benjamin, had gespaard (1 Samuël 9:1-2, 1 Samuël 15:8-9). Veel uitleggers lezen de strijd tussen Mordechai en Haman daarom als een late voortzetting van de oorlog tegen Amalek (Exodus 17:16). De tekst legt dat verband niet uitdrukkelijk; de afstamming uit Benjamin en de naam Agag maken het voor veel uitleggers zinvol. De Griekse vertaling van Esther (de Septuaginta) heeft toevoegingen met onder meer een droom en een gebed van Mordechai. Die horen bij de apocriefe boeken en staan niet in de Hebreeuwse tekst die de Statenvertaling volgt.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Zorgzaam: hij neemt zijn verweesde nicht aan als dochter en blijft over haar waken (Esther 2:7)
  • Trouw aan de koning, ook zonder beloning (Esther 2:22 en Esther 6:3)
  • Standvastig tegenover de macht van Haman (Esther 3:2)
  • Vertrouwt dat verlossing komt en roept toch op tot handelen (Esther 4:14)
  • Gebruikt zijn invloed voor zijn volk (Esther 10:3)

−Zwakke kanten

  • Zijn weigering te buigen werd de aanleiding voor Hamans plan tegen heel het volk; de tekst velt daarover zelf geen oordeel (Esther 3:5-6)
  • Hij liet Esther haar afkomst verzwijgen, wat uitleggers verschillend beoordelen (Esther 2:10)

Theologische betekenis

Het boek Esther noemt de naam van God niet, en juist in de geschiedenis van Mordechai wordt zichtbaar hoe God toch regeert. Een goede daad die niet beloond werd (Esther 6:3), een koning die niet kon slapen, een Haman die precies op dat moment het voorhof binnenkwam: de schrijver vertelt het zonder commentaar, maar de lezer ziet de hand die de draden vasthoudt. Het lot dat Haman liet werpen, illustreert wat Spreuken 16:33 zegt: "Het lot wordt in den schoot geworpen; maar het gehele beleid daarvan is van den HEERE." Mordechais woorden tot Esther zijn daarvan de sleutel. Hij zegt dat de Joden "verkwikking en verlossing uit een andere plaats" zullen krijgen als zij zwijgt (Esther 4:14). Veel uitleggers, in de joodse traditie en in de kerk, horen in die "andere plaats" een bedekte verwijzing naar God; de tekst zegt dat niet uitdrukkelijk. Wel spreekt er een vast vertrouwen uit dat God Zijn volk niet laat vergaan, gecombineerd met de oproep aan Esther om haar plaats in te nemen. Gods voorzienigheid maakt menselijke verantwoordelijkheid niet overbodig maar geeft haar richting. Het boek is ook een verhaal van omkering. Haman wilde Mordechai hangen en moest hem eren; de galg die hij liet bouwen werd de zijne; de maand van de ondergang werd "van droefenis in blijdschap, en van rouw in een vrolijken dag" (Esther 9:22). Zelfs Hamans wijzen en zijn vrouw Zeres zeiden dat hij tegen Mordechai niet zou vermogen als die "van het zaad der Joden" was (Esther 6:13). Daarin klinkt de belofte aan Abraham door: "vervloeken, die u vloekt" (Genesis 12:3). Zoals bij Jozef heeft God het kwaad ten goede gedacht (Genesis 50:20). Typologisch kan Mordechai worden gelezen als iemand die vernederd werd en daarna verhoogd tot de tweede naast de koning, die het goede zocht voor zijn volk en vrede sprak tot zijn nageslacht. Dat wijst met mate vooruit naar Christus, die na Zijn vernedering verhoogd werd en voor de Zijnen pleit. Tegelijk blijft Mordechai een mens in een gebroken wereld: het boek beschrijft ook de strijd op de dertiende Adar zonder die te verheerlijken.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Mordechai (מָרְדֳּכַי, Hebreeuws)

Betekenis

Waarschijnlijk afgeleid van Marduk

Betekenis van de naam Mordechai: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Pleegvader van Hadassa

Mordechai neemt zijn nicht Hadassa, die geen vader of moeder meer heeft, aan als zijn dochter. Wanneer zij naar het paleis wordt gebracht, gebiedt hij haar haar volk niet bekend te maken.

Esther 2:5-11

2

Een aanslag ontdekt

In de poort hoort Mordechai dat Bigthan en Theres de koning willen vermoorden. Esther meldt het in zijn naam, de daders worden opgehangen en het voorval wordt in de kronieken geschreven, zonder beloning voor Mordechai.

Esther 2:21-23

3

Hij buigt niet voor Haman

Alle dienaren in de poort knielen voor Haman, maar Mordechai niet. Hij had hun gezegd dat hij een Jood was. Haman besluit daarop niet alleen Mordechai, maar heel zijn volk te verdelgen.

Esther 3:2-6

4

Zak en as en de oproep aan Esther

Mordechai scheurt zijn kleren en roept luid in de stad. Via de kamerling Hatach vraagt hij Esther voor haar volk bij de koning te pleiten, en hij houdt haar voor dat zij misschien juist met het oog op deze tijd koningin is geworden (Esther 4:14).

Esther 4:1-17

5

Geëerd door zijn vijand

De koning kan niet slapen, laat de kronieken voorlezen en hoort dat Mordechai nooit beloond is. Haman, die juist kwam vragen Mordechai op te hangen, moet hem in het koninklijke kleed door de straten leiden.

Esther 6:1-11

6

De zegelring van de koning

Na Hamans val geeft de koning Mordechai de ring die hij van Haman had teruggenomen, en Esther stelt hem over het huis van Haman. Mordechai mag een nieuw edict schrijven waardoor de Joden zich mogen verdedigen.

Esther 8:1-10

7

Brieven over Purim

Mordechai schrijft deze geschiedenissen op en stuurt brieven aan alle Joden om jaarlijks de veertiende en vijftiende dag van Adar te vieren met maaltijden, gaven aan elkaar en aan de armen.

Esther 9:20-23

8

De tweede bij de koning

Het boek sluit met Mordechai: groot bij de koning, geliefd bij zijn broeders, iemand die het beste zocht voor zijn volk en opkwam voor het welzijn van zijn nageslacht.

Esther 10:2-3

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Mordechai beter te begrijpen.

Esther 2:5

“Er was een Joods man op den burg Susan, wiens naam was Mordechai, een zoon van Jair, den zoon van Simei, den zoon van Kis, een man van Jemini;”

De introductie van Mordechai: een Benjaminiet in Susan, met een stamboom die terugloopt tot een Kis.

Esther 2:7

“En hij was het, die opvoedde Hadassa (deze is Esther, de dochter zijns ooms); want zij had geen vader noch moeder; en zij was een jonge dochter, schoon van gedaante, en schoon van aangezicht; en als haar vader en haar moeder stierven, had Mordechai ze zich tot een dochter aangenomen.”

Esther is de dochter van zijn oom, dus zijn nicht. Mordechai werd haar pleegvader.

Esther 3:2

“En al de knechten des konings, die in de poort des konings waren, neigden en bogen zich neder voor Haman; want de koning had alzo van hem bevolen; maar Mordechai neigde zich niet, en boog zich niet neder.”

De weigering die het conflict met Haman in gang zet. De reden wordt alleen aangeduid: hij was een Jood (Esther 3:4).

Esther 4:1

“Als Mordechai wist al wat er geschied was, zo verscheurde Mordechai zijn klederen, en hij trok een zak aan met as; en hij ging uit door het midden der stad, en hij riep met een groot en bitter geroep.”

Mordechai rouwt openlijk over het edict. Zijn rouw wordt in het hele rijk gedeeld met vasten en geween.

Esther 4:14

“Want indien gij enigszins zwijgen zult te dezer tijd, zo zal den Joden verkwikking en verlossing uit een andere plaats ontstaan; maar gij en uws vaders huis zult omkomen; en wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt.”

De bekendste woorden uit het boek. Mordechai is zeker van verlossing en roept Esther toch op haar plaats in te nemen.

Esther 6:11

“En Haman nam dat kleed en dat paard, en trok het kleed Mordechai aan, en deed hem rijden door de straten der stad, en hij riep voor hem: Alzo zal men dien man doen, tot wiens eer de koning een welbehagen heeft!”

De omkering: Haman moet de man eren die hij die ochtend wilde laten ophangen.

Esther 8:15

“En Mordechai ging uit van voor het aangezicht des konings in een hemelsblauw en wit koninklijk kleed, en met een grote gouden kroon, en met een opperkleed van fijn linnen en purper; en de stad Susan juichte en was vrolijk.”

De man die in zak en as door de stad liep, gaat nu in koninklijke kleding uit, en de stad juicht.

Esther 10:3

“Want de Jood Mordechai was de tweede bij den koning Ahasveros, en groot bij de Joden, en aangenaam bij de menigte zijner broederen, zoekende het beste voor zijn volk, en sprekende voor den welstand van zijn ganse zaad.”

Het slotvers van het boek Esther tekent Mordechai als een machtig man die zijn invloed gebruikt voor zijn volk.

Tijdperiode

~480 v.Chr.

Mordechai leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Mordechai deed zijn werk in de poort, ontdekte een aanslag en kreeg er niets voor terug. "Aan hem is niets gedaan," zeiden de dienaars van de koning (Esther 6:3). Toch was die vergeten daad op het juiste moment beslissend. Wij hoeven onze trouw niet te meten aan erkenning; God vergeet niet wat mensen over het hoofd zien. Hij hield ook zijn geweten vast tegenover de macht. Alle anderen bogen voor Haman, Mordechai niet. Dat kostte hem bijna alles. Voor ons is dat geen pleidooi voor koppigheid, maar wel een vraag: waar buigen wij mee omdat iedereen het doet, en waar vraagt de trouw aan God dat wij blijven staan? Zijn woorden tot Esther zijn misschien de belangrijkste les. Mordechai wist zeker dat verlossing zou komen, ook als Esther zweeg. Toch riep hij haar op te handelen: "wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt" (Esther 4:14). Gods regering maakt onze inzet niet overbodig. De plaats waar u nu staat, met de mensen en mogelijkheden die daarbij horen, kan precies de plaats zijn waar God u wil gebruiken. Ten slotte gebruikte Mordechai zijn macht niet voor zichzelf. Het boek eindigt met een man die "het beste voor zijn volk" zocht (Esther 10:3). Wie invloed krijgt, ontvangt die om anderen te dienen. En het Purimfeest dat hij met Esther vastlegde, met gaven aan de armen, leert ons Gods verlossing te gedenken en die dankbaarheid te delen.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Mordechai

Wie was Mordechai in de Bijbel?
Mordechai was een Jood uit de stam Benjamin die in de Perzische burg Susan woonde, in de tijd van koning Ahasveros. Hij voedde zijn verweesde nicht Esther op als zijn dochter. Toen hij weigerde voor Haman te buigen, wilde Haman alle Joden laten ombrengen. Mordechai spoorde Esther aan bij de koning voor haar volk te pleiten. Na Hamans val werd hij de tweede man van het rijk en legde hij samen met Esther het Purimfeest vast (Esther 2 tot en met Esther 10).
Wat betekent de naam Mordechai?
De naam Mordechai is waarschijnlijk afgeleid van Marduk, de hoofdgod van Babel. Het is dus vermoedelijk een Babylonische naam, wat past bij een Jood die in de ballingschap of de diaspora geboren werd. Ook Esther had naast haar Hebreeuwse naam Hadassa een niet-Hebreeuwse naam. Soms wordt de naam uitgelegd als dienaar van Marduk, maar de precieze betekenis is onzeker. De Bijbel zelf legt de naam niet uit.
Waar staat Mordechai in de Bijbel?
Mordechai staat in het boek Esther, waar hij voorkomt van Esther 2 tot en met Esther 10. Hij wordt voorgesteld in Esther 2:5-7, weigert te buigen in Esther 3, roept Esther op tot handelen in Esther 4, wordt geëerd in Esther 6, krijgt de zegelring in Esther 8, schrijft over Purim in Esther 9 en het boek sluit met hem in Esther 10:3. Een Mordechai in Ezra 2:2 en Nehemia 7:7 is waarschijnlijk een andere persoon.
Was Mordechai de oom of de neef van Esther?
Mordechai was de neef van Esther, niet haar oom. Esther 2:7 noemt haar "de dochter zijns ooms", en Esther 2:15 noemt haar vader Abichail "den oom van Mordechai". Esther was dus de dochter van Mordechais oom, zijn nicht. Omdat haar vader en moeder gestorven waren, nam Mordechai haar aan als zijn dochter. Hij was daarmee tegelijk haar neef en haar pleegvader, wat verklaart waarom zij zijn bevelen opvolgde "gelijk als toen zij bij hem opgevoed werd" (Esther 2:20).
Waarom boog Mordechai niet voor Haman?
De Bijbel geeft geen uitgebreide reden. Esther 3:4 zegt alleen dat Mordechai de dienaren van de koning "te kennen gegeven, dat hij een Jood was". Uitleggers noemen twee mogelijke achtergronden. Sommigen denken dat de eerbewijzing aan Haman te veel op aanbidding leek. Anderen wijzen op de afkomst van Haman, "den Agagiet" (Esther 3:1), een nakomeling van Agag, de koning van Amalek met wie Israël van oudsher in oorlog was. Tegen de eerste verklaring pleit dat Abraham en David zich wel voor mensen neerbogen (Genesis 23:7, 1 Samuël 24:9). Beide verklaringen zijn uitleg; de tekst zelf laat het bij zijn Jood-zijn.
Wat betekent "wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze" in Esther 4:14?
In de Statenvertaling luiden Mordechais woorden: "wie weet, of gij niet om zulken tijd als deze is, tot dit koninkrijk geraakt zijt" (Esther 4:14). Hij bedoelde dat Esther misschien juist koningin was geworden om haar volk te redden. In hetzelfde vers zegt hij dat de verlossing anders "uit een andere plaats" zou komen. Mordechai vertrouwde dus op redding, maar riep Esther op haar positie te gebruiken. Het vers wordt vaak aangehaald als het hart van het boek.
Wat had Mordechai met Poerim (Purim) te maken?
Mordechai schreef brieven aan alle Joden om de veertiende en vijftiende dag van Adar jaarlijks te vieren met maaltijden, gaven aan elkaar en gaven aan de armen (Esther 9:20-22). Daarna bevestigde koningin Esther samen met Mordechai die brief (Esther 9:29-32). Poerim, ook gespeld als Purim, gedenkt de redding uit het boek Esther. De naam komt van het lot (pur) dat Haman liet werpen: "Daarom noemt men die dagen Purim, van den naam van dat Pur" (Esther 9:26). Het voorlezen van de Esterrol is een latere joodse gewoonte.
Is Mordechai dezelfde als de Mordechai in Ezra en Nehemia?
Waarschijnlijk niet. In Ezra 2:2 en Nehemia 7:7 staat een Mordechai in de lijst van leiders die met Zerubbabel uit Babel naar Jeruzalem terugkeerden, rond 538 voor Christus. De Mordechai van Esther woonde ruim een halve eeuw later nog in Susan en bleef daar aan het hof. De naam was in die tijd niet zeldzaam. De joodse overlevering in de Talmoed houdt hen wel voor dezelfde man, maar de meeste latere uitleggers achten dat onwaarschijnlijk en zien twee verschillende personen.
Was Mordechai familie van koning Saul?
Mogelijk in de verte. Mordechai was "een zoon van Jair, den zoon van Simei, den zoon van Kis, een man van Jemini" (Esther 2:5), dus een Benjaminiet. Ook de vader van Saul heette Kis en kwam uit Benjamin; zijn stamboom eindigt daar met "den zoon eens mans van Jemini" (1 Samuël 9:1-2). Of het om dezelfde Kis gaat, zegt de tekst niet. Leest men de stamboom als vader, grootvader en overgrootvader, dan is deze Kis een latere balling; ziet men Kis als verre voorvader, dan wijst hij naar het huis van Saul. Wel lezen veel uitleggers de strijd tussen Mordechai en Haman de Agagiet als een echo van Saul, die Agag de Amalekiet had gespaard (1 Samuël 15:8-9).
Heeft Mordechai het boek Esther geschreven?
Dat is niet zeker. Esther 9:20 zegt: "En Mordechai beschreef deze geschiedenissen", en hij stuurde brieven aan alle Joden. Daarom hebben sommigen hem als schrijver of als belangrijke bron van het boek gezien. Het boek zelf noemt echter geen auteur, en het slot spreekt over Mordechai in de derde persoon en verwijst naar de kronieken van Medië en Perzië (Esther 10:2). De joodse overlevering in de Talmoed schrijft het boek toe aan de mannen van de Grote Synagoge. Wij weten het niet met zekerheid.
Wat kunnen wij leren van Mordechai?
Mordechai leert ons trouw te zijn, ook zonder beloning: zijn redding van de koning werd pas veel later gezien (Esther 6:1-3). Hij leert ons ons geweten vast te houden tegenover de macht. Zijn woorden tot Esther laten zien dat vertrouwen op God en eigen verantwoordelijkheid samengaan: God kan ons gebruiken op de plaats waar Hij ons gesteld heeft. En als machtig man zocht hij "het beste voor zijn volk" (Esther 10:3): invloed is er om anderen te dienen.

Stel een vraag over Mordechai

Wilt u meer weten over Mordechai? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Mordechai

Bijbelverhalen rond Mordechai

Verdiep u verder