Ga naar hoofdinhoud
Oude Testament~1000 v.Chr.

Obed-Edom in de Bijbel

Obed-Edom (עֹבֵד אֱדֹם, Hebreeuws) - “Knecht van Edom (uitleg onzeker)”

Wie was Obed-Edom?

Obed-Edom was de Gethiet in wiens huis David de ark Gods liet brengen na de dood van Uza. De ark bleef daar drie maanden, en de HEERE zegende Obed-Edom en zijn hele huis (2 Samuël 6:11). In Kronieken dient een Obed-Edom als poortier en harpspeler bij de ark.

Obed-Edom komt voor in 2 Samuël 6:10-12 en in 1 Kronieken 13, 15, 16 en 26. De Statenvertaling schrijft zijn naam met een koppelteken. In 2 Samuël 6 en 1 Kronieken 13 is hij "Obed-Edom, den Gethiet", de man bij wie de ark Gods terechtkwam nadat Uza bij de ark gestorven was. David was ontstoken en bang geworden. Hij vroeg: "Hoe zal de ark des HEEREN tot mij komen?" (2 Samuël 6:9), en liet haar afwijken in het huis van Obed-Edom. Daar bleef zij drie maanden, "en de HEERE zegende Obed-Edom en zijn ganse huis" (2 Samuël 6:11). Dat nieuws gaf David de moed om de ark alsnog met vreugde naar de stad Davids te halen. In Kronieken komt de naam daarna terug bij de Levieten. Een Obed-Edom speelde de harp en was poortier van de ark (1 Kronieken 15:21, 15:24), diende later voor de ark in Jeruzalem (1 Kronieken 16:5) en werd de vader van een groot geslacht van poortwachters (1 Kronieken 26:4-8). Of de Gethiet en de Leviet dezelfde man zijn, is onder uitleggers niet zeker. Het verhaal van de hele tocht met de ark staat in het bijbelverhaal over David die danst voor de ark; de dood van Uza wordt bij Uza zelf besproken.

Historische context

De gebeurtenissen spelen rond 1000 voor Christus, aan het begin van Davids koningschap in Jeruzalem; dat is een gangbare schatting. Het huis van Obed-Edom lag waarschijnlijk dicht bij de dorsvloer van Nachon, waar Uza stierf, maar de Bijbel noemt geen plaatsnaam. De toevoeging "den Gethiet" betekent: iemand uit Gath. Welk Gath bedoeld is, zegt de tekst niet. Het kan de Filistijnse stad Gath zijn; later volgden ook zeshonderd Gethieten David, "die van Gath te voet gekomen waren", met Ithai, de Gethiet (2 Samuël 15:18-19). Het kan ook Gath-Rimmon zijn, een stad die aan de kinderen van Kahath, een geslacht van de Levieten, gegeven was (Jozua 21:24-26). In het laatste geval zou de Gethiet zelf een Leviet zijn geweest. Kronieken plaatst een Obed-Edom duidelijk onder de Levieten. Hij hoort bij "hun broeders van de tweede orde" en speelt "met harpen op de Scheminith" (1 Kronieken 15:18, 15:21). In 1 Kronieken 16:38 worden mogelijk twee mannen genoemd: Obed-Edom met achtenzestig broeders, en "Obed-Edom, den zoon van Jeduthun". In 1 Kronieken 26 staan zijn zonen tussen de verdelingen van de poortiers, direct na de Korahiet Meselemja. Het lot wees Obed-Edom de zuidpoort toe, "en voor zijn kinderen het huis der schatkameren" (1 Kronieken 26:15). Generaties later, in de tijd van koning Amazia, roofde koning Joas van Israël de vaten "die in het huis Gods gevonden werden, bij Obed-Edom" (2 Kronieken 25:24). Veel uitleggers denken dat hier de familie van Obed-Edom bedoeld is, die de schatkameren bewaakte.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Had de ark drie maanden in zijn huis, toen de koning er bang voor was (2 Samuël 6:10-11)
  • Ontving met zijn hele huis de zegen van de HEERE (2 Samuël 6:11)
  • Diende, als het om dezelfde man gaat, trouw als poortier en speler bij de ark (1 Kronieken 15:24)

Theologische betekenis

Het verslag van 2 Samuël 6 zet twee mannen vlak na elkaar. Bij Uza ontstak de toorn des HEEREN; bij Obed-Edom staat: "de HEERE zegende Obed-Edom en zijn ganse huis" (2 Samuël 6:11). De ark was in beide gevallen dezelfde. Het verschil zat niet in een kracht die in het voorwerp school, maar in de levende God, de HEERE der heirscharen, "Die daarop woont tussen de cherubim" (2 Samuël 6:2). De ark werkte niet als talisman: dat had Israël al geleerd toen het haar in de dagen van Eli mee de strijd in nam en verloor (1 Samuël 4:11). De boodschap aan David luidde dat de HEERE het huis van Obed-Edom gezegend had "om der ark Gods wil" (2 Samuël 6:12). Gods nabijheid is in de Schrift niet alleen gevaarlijk voor wie haar lichtvaardig behandelt, maar ook de bron van zegen voor wie haar ontvangt. Als het om dezelfde man gaat, laat Kronieken die zegen doorwerken in de geslachten: bij de acht zonen van Obed-Edom staat "want God had hem gezegend" (1 Kronieken 26:5). Als de Gethiet en de Leviet dezelfde man zijn, dan werd de gastheer van de ark later een dienaar bij de ark. Dat zou een treffende lijn zijn, maar de Bijbel legt haar niet uitdrukkelijk. Wel is duidelijk dat de zegen in Kronieken samengaat met dienst: zingen, spelen en de poorten bewaken van het huis des HEEREN.

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Obed-Edom (עֹבֵד אֱדֹם, Hebreeuws)

Betekenis

Knecht van Edom (uitleg onzeker)

Sleutelmomenten

1

De ark komt in zijn huis

Na de dood van Uza wil David de ark niet in de stad Davids brengen. Hij laat haar afwijken in het huis van Obed-Edom de Gethiet.

2 Samuël 6:10

2

Drie maanden zegen

De ark blijft bij het huisgezin van Obed-Edom, in zijn huis, drie maanden. De HEERE zegent het huis van Obed-Edom en alles wat hij heeft.

1 Kronieken 13:14

3

Het bericht aan David

Men meldt David dat de HEERE het huis van Obed-Edom gezegend heeft om der ark Gods wil. David haalt de ark met vreugde naar de stad Davids.

2 Samuël 6:12

4

Poortier en harpspeler bij de ark

Bij de tweede tocht staat een Obed-Edom onder de Levieten van de tweede orde. Hij speelt met harpen op de Scheminith en is samen met Jehia poortier van de ark.

1 Kronieken 15:21-24

5

Dienst voor de ark in Jeruzalem

Als de ark in de tent staat, laat David Asaf en zijn broeders daar om dagelijks voor de ark te dienen. Obed-Edom en zijn broeders, achtenzestig man, dienen mee, en een Obed-Edom wordt met Hosa poortier. Al eerder staat Obed-Edom bij de spelers die de HEERE loven (1 Kronieken 16:5).

1 Kronieken 16:37-38

6

Een gezegend geslacht poortwachters

Een Obed-Edom heeft acht zonen, "want God had hem gezegend". Zijn nakomelingen zijn kloeke mannen in de dienst en krijgen de zuidpoort en het huis der schatkameren.

1 Kronieken 26:4-8

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Obed-Edom beter te begrijpen.

2 Samuël 6:11

“En de ark des HEEREN bleef in het huis van Obed-Edom, den Gethiet, drie maanden; en de HEERE zegende Obed-Edom en zijn ganse huis.”

De kern van Obed-Edoms geschiedenis: drie maanden de ark in huis, en zegen over zijn hele huis.

2 Samuël 6:12

“Toen boodschapte men den koning David, zeggende: De HEERE heeft het huis van Obed-Edom, en al wat hij heeft, gezegend om der ark Gods wil; zo ging David heen en haalde de ark Gods uit het huis van Obed-Edom opwaarts in de stad Davids, met vreugde.”

De zegen over Obed-Edom geeft David de moed om de ark alsnog naar Jeruzalem te halen.

1 Kronieken 13:14

“Alzo bleef de ark Gods bij het huisgezin van Obed-Edom, in zijn huis, drie maanden; en de HEERE zegende het huis van Obed-Edom, en alles, wat hij had.”

Het parallelle verslag noemt nadrukkelijk het huisgezin: de zegen raakte het hele huis.

1 Kronieken 15:24

“En Sebanja, en Josafat, en Nethaneel, en Amasai, en Zecharja, en Benaja, en Eliezer, de priesters, trompetten met trompetten voor de ark Gods; en Obed-Edom en Jehia waren poortiers der ark.”

In Kronieken is een Obed-Edom poortier van de ark bij de tocht naar Jeruzalem.

1 Kronieken 26:4-5

“Obed-Edom had ook kinderen: Semaja was de eerstgeborene, Jozabad de tweede, Joah de derde, en Sachar de vierde, en Nethaneel de vijfde. Ammiel de zesde, Issaschar de zevende, Peullethai de achtste; want God had hem gezegend.”

De Kroniekschrijver verbindt het grote gezin van Obed-Edom met de zegen van God.

Tijdperiode

~1000 v.Chr.

Obed-Edom leefde in de tijd van het Oude Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Obed-Edom kreeg de ark in huis op een moment dat de koning zelf haar niet durfde te ontvangen. Toch werd zijn huis gezegend, "om der ark Gods wil" (2 Samuël 6:12): waar God Zelf woont, daar gebiedt Hij de zegen. Dat leert ons dat Gods heiligheid niet alleen afstand schept: Zijn nabijheid is ook de bron van zegen. Wie zo’n God ontvangt, doet dat met eerbied. De zegen bleef niet bij Obed-Edom alleen. De tekst noemt zijn "ganse huis" en "al wat hij heeft" (2 Samuël 6:11-12). Waar God gediend wordt, kan dat een heel gezin raken. Dat is geen automatisme, maar het geeft ouders wel moed om hun huis open te zetten voor Gods Woord en dienst. Kronieken laat bovendien zien dat zegen en dienst bij elkaar horen. De zonen van Obed-Edom werden poortwachters, "kloeke mannen in kracht tot den dienst" (1 Kronieken 26:8). Gezegend worden betekent in de Bijbel niet in de eerste plaats rust of rijkdom, maar inzet voor het huis van God, ook in een eenvoudige taak bij de poort.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Obed-Edom

Wie was Obed-Edom in de Bijbel?
Obed-Edom was de Gethiet bij wie koning David de ark Gods onderbracht nadat Uza bij de ark gestorven was. De ark bleef drie maanden in zijn huis, en de HEERE zegende Obed-Edom en zijn hele huis (2 Samuël 6:10-11). In Kronieken is een Obed-Edom een Leviet die als poortier en harpspeler bij de ark diende en vader werd van een groot geslacht van poortwachters.
Wat betekent de naam Obed-Edom?
Obed betekent knecht of dienaar; letterlijk staat er dus knecht van Edom. Edom is in het Oude Testament de naam van Ezau en van het volk dat van hem afstamt (Genesis 36:1). Wat de naam bij deze man bedoelde, zegt de Bijbel niet, en uitleggers geven er verschillende verklaringen voor.
Waar staat Obed-Edom in de Bijbel?
Obed-Edom staat in 2 Samuël 6:10-12 en in 1 Kronieken 13:13-14, waar het verblijf van de ark in zijn huis beschreven wordt. Daarna komt de naam voor bij de Levieten die de ark begeleidden en voor haar dienden (1 Kronieken 15:18-25; 1 Kronieken 16:5; 1 Kronieken 16:38) en bij de poortiers (1 Kronieken 26:4-8; 1 Kronieken 26:15). In 2 Kronieken 25:24 is sprake van vaten in het huis Gods "bij Obed-Edom".
Waarom kwam de ark in het huis van Obed-Edom?
Toen Uza de ark aanraakte en stierf, werd David toornig en bang. Hij vroeg: "Hoe zal de ark des HEEREN tot mij komen?" (2 Samuël 6:9). Daarom wilde hij de ark niet verder naar de stad Davids brengen en liet hij haar afwijken in het huis van Obed-Edom de Gethiet (2 Samuël 6:10). Waarom juist zijn huis gekozen werd, zegt de tekst niet; het lag waarschijnlijk in de buurt.
Hoe lang stond de ark bij Obed-Edom?
De ark stond drie maanden in het huis van Obed-Edom (2 Samuël 6:11, 1 Kronieken 13:14). In die tijd zegende de HEERE hem en zijn hele huis. Toen David dat hoorde, haalde hij de ark met vreugde naar de stad Davids, dit keer gedragen door de Levieten (2 Samuël 6:12, 1 Kronieken 15:15).
Hoe zegende God Obed-Edom?
De tekst zegt alleen dat de HEERE "het huis van Obed-Edom, en al wat hij heeft" zegende (2 Samuël 6:12). Waaruit die zegen bestond, wordt in Samuël niet beschreven. Kronieken noemt bij de acht zonen van een Obed-Edom: "want God had hem gezegend" (1 Kronieken 26:5). Als het om dezelfde man gaat, wordt de zegen daar zichtbaar in een groot gezin en in de dienst van zijn nakomelingen.
Was Obed-Edom een Filistijn uit Gath?
Hij heet "Obed-Edom, den Gethiet" (2 Samuël 6:10), iemand uit Gath. Welk Gath bedoeld is, staat er niet. Het kan de Filistijnse stad zijn; David had ook Gethieten in zijn dienst (2 Samuël 15:18). Het kan ook Gath-Rimmon zijn, een stad van de Levieten uit het geslacht van Kahath (Jozua 21:24-26). Beide uitleggingen worden verdedigd; zekerheid geeft de tekst niet.
Is de Gethiet dezelfde als de Leviet Obed-Edom in Kronieken?
Dat is onzeker. Kronieken noemt een Obed-Edom onder de Levieten die poortier en harpspeler waren (1 Kronieken 15:21-24), en zegt bij zijn zonen "want God had hem gezegend" (1 Kronieken 26:5). Veel uitleggers zien daarin dezelfde man als de Gethiet. Anderen wijzen erop dat 1 Kronieken 16:38 mogelijk twee mannen met deze naam noemt. De Bijbel trekt zelf geen uitdrukkelijke conclusie.
Wat kunnen wij leren van Obed-Edom?
Obed-Edom leert ons dat Gods nabijheid niet alleen ontzag vraagt, maar ook zegen brengt: de HEERE zegende zijn huis "om der ark Gods wil" (2 Samuël 6:12). Zijn hele huis deelde in die zegen (2 Samuël 6:11). In Kronieken gaan zegen en dienst samen: zijn nakomelingen werden poortwachters van het huis des HEEREN. Zegen is in de Bijbel geen magie rond een voorwerp, maar de gunst van de levende God.

Stel een vraag over Obed-Edom

Wilt u meer weten over Obed-Edom? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Obed-Edom

Bijbelverhalen rond Obed-Edom

Verdiep u verder