Ga naar hoofdinhoud
Nieuwe Testament~30 n.Chr.

Johanna in de Bijbel

Ioanna (Ἰωάννα, Grieks) - “De HEERE is genadig”

Wie was Johanna?

Johanna was een volgelinge van Jezus en de vrouw van Chusas, "den rentmeester van Herodes" (Lukas 8:3). Met andere vrouwen uit Galilea diende zij Jezus van haar goederen. Op de opstandingsmorgen vond zij het graf leeg en bracht zij die boodschap naar de apostelen (Lukas 24:10).

Johanna wordt in de Bijbel twee keer bij naam genoemd, beide keren door Lukas. In Lukas 8:1-3 beschrijft hij hoe Jezus van stad tot stad trok om het Evangelie van het Koninkrijk Gods te prediken, met de twaalf en een groep vrouwen. Daar staat: "En Johanna, de huisvrouw van Chusas, den rentmeester van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die Hem dienden van haar goederen" (Lukas 8:3). In Lukas 24:10 staat zij in het rijtje van de vrouwen die het lege graf vonden: "Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus". Haar man heet in de Statenvertaling Chusas, in andere vertalingen en boeken ook Chuzas. Haar eigen naam is de vrouwelijke vorm van Johannes. Zij is niet te verwarren met de apostel Johannes of met Johannes de Doper: met hen heeft zij alleen de naam gemeen. Tussen die twee vermeldingen ligt het verhaal van lijden en opstanding. Lukas vertelt dat de vrouwen die Jezus uit Galilea gevolgd waren, de kruisiging van verre zagen, het graf aanschouwden en specerijen bereidden (Lukas 23:49-56). Uit Lukas 24:10 blijkt dat Johanna bij die vrouwen hoorde. Over haar leven na de opstanding zwijgt de Bijbel.

Historische context

Johanna leefde rond 30 n.Chr. in Galilea, het gebied waarover Herodes Antipas als viervorst regeerde (Lukas 3:1). Antipas was een zoon van Herodes de Grote. Hij liet Johannes de Doper onthoofden (Lukas 9:9), en Jezus noemde hem "dien vos" (Lukas 13:32). Volgens Josephus bouwde hij de stad Tiberias aan het meer van Galilea. Chusas was zijn rentmeester. Het Griekse woord (epitropos) staat voor iemand die de bezittingen of de huishouding van een ander beheert; de Statenvertaling gebruikt hetzelfde woord rentmeester in de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20:8). Johanna hoorde daarmee bij een welgestelde kring rond het hof. Of Chusas zelf in Jezus geloofde, vertelt de Bijbel niet. Sommige uitleggers hebben geopperd dat hij de koninklijke hoveling uit Johannes 4:46 was, wiens zoon te Kapernaüm genezen werd, maar die man wordt niet bij naam genoemd en de gedachte blijft een vermoeden. Wel weten wij dat Manahen, "die met Herodes den viervorst opgevoed was", later leraar was in de gemeente van Antiochië (Handelingen 13:1). Volgens veel uitleggers was het niet ongewoon dat vrouwen een leraar met hun bezit steunden; dat zij met Hem en Zijn leerlingen meereisden, was minder gewoon. Hoe hun dienen er in de praktijk uitzag, beschrijft Lukas niet. Op de opstandingsmorgen waren het vrouwen die als eersten getuigden. Josephus schrijft dat het getuigenis van vrouwen in een rechtszaak niet werd aanvaard (Joodse Oudheden 4.219). Ook de apostelen hielden hun woorden eerst voor "ijdel geklap" (Lukas 24:11). Lukas zegt aan het begin van zijn evangelie dat hij steunde op hen die "van den beginne zelven aanschouwers en dienaars des Woords geweest zijn" (Lukas 1:2). Veel uitleggers vermoeden dat Johanna een van die ooggetuigen was, ook voor wat alleen Lukas over Herodes vertelt (Lukas 23:6-12), maar de tekst zegt dat niet.

Karaktereigenschappen

+Positieve eigenschappen

  • Vrijgevig: zij diende Jezus van haar goederen (Lukas 8:3)
  • Trouw: zij zag de kruisiging van verre en volgde naar het graf (Lukas 23:49-55)
  • Toegewijd: zij ging zeer vroeg met specerijen naar het graf (Lukas 24:1)
  • Getuige: zij bracht de boodschap van de opstanding over, ook toen die niet geloofd werd (Lukas 24:10-11)

−Zwakke kanten

  • Zij verwachtte de opstanding niet en zocht de Levende bij de doden, tot zij aan de woorden van Jezus herinnerd werd (Lukas 24:5-8)

Theologische betekenis

Lukas noemt Johanna op twee sleutelplaatsen: aan het begin van de rondreis door Galilea en aan het einde van zijn evangelie, bij het lege graf. Zo is zij een getuige die Jezus kende vanaf Galilea tot de opstanding. Dat is precies waar de twee mannen bij het graf op wijzen: "Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was" (Lukas 24:6). "En zij werden indachtig Zijner woorden" (Lukas 24:8). Wie Hem in Galilea had horen spreken, kon begrijpen wat er bij het graf gebeurd was. Opvallend is ook de kring waaruit zij kwam. Het hof van Herodes Antipas stond tegenover Jezus: Herodes had Johannes de Doper onthoofd, wilde volgens enkele Farizeeën ook Jezus doden (Lukas 13:31) en bespotte Hem bij het verhoor (Lukas 23:11). Toch diende de vrouw van zijn rentmeester de Heere met haar bezit. Het evangelie drong door tot in de kring rond de vorst die het tegenstond. Het dienen van de vrouwen weerspiegelt de weg van Christus zelf: "Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen, om gediend te worden, maar om te dienen" (Markus 10:45). Zij steunden Hem met hun goederen; Hij gaf Zijn leven. God maakte juist vrouwen, wier getuigenis in hun tijd weinig gold, tot de eerste boodschappers van de opstanding. De apostelen geloofden hen eerst niet (Lukas 24:11), maar het lege graf en de verschijning van de Heere aan Simon bevestigden hun woorden (Lukas 24:24, Lukas 24:34). Op die opstanding rust het christelijk geloof: "En indien Christus niet opgewekt is, zo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof" (1 Korinthe 15:14).

Naamsbetekenis

Oorspronkelijke naam

Ioanna (Ἰωάννα, Grieks)

Betekenis

De HEERE is genadig

Betekenis van de naam Johanna: grondwoord, uitspraak en wie de naam droegen

Sleutelmomenten

1

Genezen

Lukas rekent Johanna tot de vrouwen "die van boze geesten en krankheden genezen waren". Waarvan zij genezen werd, vertelt hij niet.

Lukas 8:2

2

Dienen van haar goederen

Als vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, trekt zij met Jezus en de twaalf mee. Samen met Maria Magdalena, Susanna en vele anderen steunt zij Hem met haar bezit.

Lukas 8:3

3

Bij het kruis en het graf

De vrouwen uit Galilea zien van verre de kruisiging, volgen Jozef van Arimathea naar het graf en zien hoe het lichaam van Jezus gelegd wordt. Thuis bereiden zij specerijen en zalven, en op de sabbat rusten zij.

Lukas 23:49-56

4

Het lege graf

Zeer vroeg op de eerste dag van de week gaan zij met de specerijen naar het graf. Zij vinden de steen afgewenteld en het lichaam van de Heere Jezus is er niet.

Lukas 24:1-3

5

De boodschap van de twee mannen

Twee mannen in blinkende klederen vragen waarom zij de Levende bij de doden zoeken. Zij herinneren de vrouwen aan wat Jezus in Galilea had gezegd over Zijn lijden en opstanding.

Lukas 24:4-8

6

Getuige bij de apostelen

Johanna en de andere vrouwen vertellen alles aan de elf en de anderen. De apostelen houden het voor ijdel geklap en geloven hen niet.

Lukas 24:9-11

Belangrijke bijbelteksten

De volgende bijbelgedeelten zijn van belang om het leven en de rol van Johanna beter te begrijpen.

Lukas 8:3

“En Johanna, de huisvrouw van Chusas, den rentmeester van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die Hem dienden van haar goederen.”

De eerste vermelding van Johanna. Huisvrouw betekent hier echtgenote; de Statenvertaling spelt de naam van haar man als Chusas.

Lukas 23:55

“En ook de vrouwen, die met Hem gekomen waren uit Galilea, volgden na en aanschouwden het graf, en hoe Zijn lichaam gelegd werd.”

De vrouwen uit Galilea, onder wie Johanna, zagen waar Jezus begraven werd. Daardoor wisten zij op de eerste dag van de week naar welk graf zij moesten gaan.

Lukas 24:6

“Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt, hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galilea was,”

De boodschap van de twee mannen bij het graf. Zij verwijzen naar wat de vrouwen zelf in Galilea van Jezus gehoord hadden.

Lukas 24:10

“En deze waren Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus, en de andere met haar, die dit tot de apostelen zeiden.”

De tweede vermelding van Johanna. Lukas noemt haar bij naam onder de eerste getuigen van de opstanding.

Lukas 24:11

“En haar woorden schenen voor hen als ijdel geklap, en zij geloofden haar niet.”

De apostelen geloofden de vrouwen eerst niet. Dat Lukas dit ongeloof niet verzwijgt, maakt zijn verslag juist geloofwaardig.

Tijdperiode

~30 n.Chr.

Johanna leefde in de tijd van het Nieuwe Testament.

Gerelateerde personen

Lessen voor vandaag

Johanna laat zien dat dienen in het Koninkrijk van God vaak praktisch en verborgen is. Zij preekte niet en leidde geen gemeente; zij gaf van haar goederen, zodat Jezus en Zijn discipelen konden rondtrekken. Ook wij mogen wat wij bezitten gebruiken in de dienst van de Heere. Jezus zei: "Want waar uw schat is, aldaar zal ook uw hart zijn" (Lukas 12:34). Zij kwam uit een omgeving waar geloof in Jezus niet vanzelf sprak. Haar man diende een vorst die Johannes de Doper had laten doden en de Heere bespotte. Toch volgde zij Jezus. Ook voor ons kan trouw aan Christus betekenen dat wij anders kiezen dan onze omgeving. Johanna bleef bij Jezus, ook toen alles verloren leek. Zij zag het kruis van verre en bereidde specerijen voor een dode. Zij verwachtte geen opstanding, maar werd bij het graf herinnerd aan wat Hij gezegd had. Zo mogen ook wij in donkere tijden terugkeren naar de woorden van de Heere. Zij gaf de boodschap door, ook toen de apostelen het voor ijdel geklap hielden. Het getuigenis van de opstanding hangt er niet van af of het meteen geloofd wordt. Wij mogen het doorgeven en het overtuigen aan God overlaten.

Bijbelse plaatsen

Veelgestelde vragen over Johanna

Wie was Johanna in de Bijbel?
Johanna was een volgelinge van Jezus en de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes Antipas, de viervorst van Galilea. Met Maria Magdalena, Susanna en vele andere vrouwen trok zij met Jezus en de twaalf mee en diende Hem van haar goederen (Lukas 8:3). Na de kruisiging ging zij met andere vrouwen naar het graf, vond het leeg en bracht de boodschap van de opstanding naar de apostelen (Lukas 24:10).
Wat betekent de naam Johanna?
Johanna is de vrouwelijke vorm van Johannes, in het Grieks Ioanna. De naam gaat terug op het Hebreeuwse Jochanan, dat betekent: de HEERE is genadig, of: de HEERE heeft genade bewezen. De mannelijke vorm Johannes was in de eerste eeuw een veelvoorkomende Joodse naam; de vrouwelijke vorm Johanna komt in bronnen uit die tijd minder vaak voor. Dezelfde naam, in mannelijke vorm, droegen Johannes de Doper en de apostel Johannes.
Waar staat Johanna in de Bijbel?
Johanna wordt alleen in het evangelie naar Lukas bij naam genoemd, op twee plaatsen. In Lukas 8:3 staat zij onder de vrouwen die Jezus in Galilea volgden en Hem dienden van haar goederen. In Lukas 24:10 staat zij onder de vrouwen die het lege graf vonden en dit aan de apostelen vertelden. Lukas 23:49-56 spreekt over de vrouwen uit Galilea bij het kruis en het graf; daar staat haar naam niet, maar uit Lukas 24:10 blijkt dat Johanna bij hen hoorde.
Wie was Chusas, de man van Johanna?
Chusas (in andere spelling Chuzas) was "den rentmeester van Herodes" (Lukas 8:3), dat wil zeggen een beheerder van de bezittingen of de huishouding van Herodes Antipas. Meer vertelt de Bijbel niet over hem. Of hij zelf in Jezus geloofde, is onbekend. Sommige uitleggers hebben vermoed dat hij de koninklijke hoveling uit Johannes 4:46 was, maar de tekst geeft daar geen zekerheid over.
Wat deed Johanna voor Jezus?
Johanna diende Jezus met haar bezit. Lukas schrijft dat zij met andere vrouwen Jezus en de twaalf op hun reizen door Galilea vergezelde, "die Hem dienden van haar goederen" (Lukas 8:3). Hoe dat er precies uitzag, zegt de tekst niet. Na de kruisiging bereidde zij met de andere vrouwen specerijen en zalven om het lichaam van Jezus te verzorgen (Lukas 23:56).
Was Johanna bij het lege graf?
Ja. In Lukas 24:10 noemt Lukas haar bij naam onder de vrouwen die op de eerste dag van de week zeer vroeg met specerijen naar het graf waren gegaan. Zij vonden de steen afgewenteld en het graf leeg, en twee mannen in blinkende klederen zeiden: "Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan" (Lukas 24:6). Daarna vertelden "Maria Magdalena, en Johanna, en Maria, de moeder van Jakobus" het aan de apostelen (Lukas 24:10).
Is Johanna dezelfde als de apostel Johannes?
Nee. Johanna was een vrouw, de vrouw van Chusas, en de apostel Johannes was een van de twaalf, een zoon van Zebedeüs. Zij hebben alleen dezelfde naam, in een vrouwelijke en een mannelijke vorm. Johanna is ook niet dezelfde als Johannes de Doper, die door Herodes Antipas werd onthoofd, de vorst in wiens dienst haar man stond.
Wat gebeurde er later met Johanna?
De Bijbel vertelt niets over haar leven na de opstandingsmorgen. Mogelijk hoorde zij bij de vrouwen die met de apostelen in Jeruzalem eendrachtig baden (Handelingen 1:14), maar haar naam staat daar niet. Veel uitleggers vermoeden dat zij een van de ooggetuigen was op wie Lukas zich beriep (Lukas 1:2). In de oosterse kerkelijke traditie wordt zij geëerd onder de vrouwen die met specerijen naar het graf gingen.
Wat kunnen wij leren van Johanna?
Johanna leert ons dat dienen vaak verborgen gebeurt: zij steunde Jezus met haar bezit, zonder op de voorgrond te treden. Zij volgde Hem vanuit een omgeving die Hem vijandig was, bleef bij Hem tot aan het kruis en het graf, en gaf de boodschap van de opstanding door, ook toen die eerst niet geloofd werd. Zo mogen ook wij trouw dienen en getuigen, en de vrucht aan God overlaten.

Stel een vraag over Johanna

Wilt u meer weten over Johanna? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Stel een vraag over Johanna

Verdiep u verder