Ga naar hoofdinhoud
HandelingenHandelingen 17:16-34

Paulus op de Areopagus

Een altaar voor de onbekende God en de prediking van de Schepper

Samenvatting

Paulus op de Areopagus is de geschiedenis uit Handelingen 17:16-34 over de prediking van Paulus in Athene, een stad vol afgoden. Bij een altaar met het opschrift "DEN ONBEKENDEN GOD" begint hij te spreken over de Schepper, Die niet ver is van ieder mens. Hij roept allen tot bekering, want God zal de wereld oordelen door de Man Die Hij uit de doden heeft opgewekt.

Bijbelgedeelte

“Want de stad doorgaande, en aanschouwende uw heiligdommen, heb ik ook een altaar gevonden, op hetwelk een opschrift stond: DEN ONBEKENDEN GOD. Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden.”
Handelingen 17:23 (Statenvertaling)
“De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt;”
Handelingen 17:24 (Statenvertaling)
“Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.”
Handelingen 17:28 (Statenvertaling)
“God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.”
Handelingen 17:30 (Statenvertaling)
“Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.”
Handelingen 17:31 (Statenvertaling)

Het verhaal

Handelingen 17 vertelt hoe Paulus op zijn tweede reis door Macedonië en Griekenland trok. Na de gevangenis in Filippi verkondigde hij het Woord in Thessalonica en in Berea, maar in beide steden kwam er verzet. De broeders in Berea stuurden hem weg, en wie hem begeleidden, brachten hem tot Athene. Silas en Timotheüs bleven nog achter; zij moesten zo spoedig mogelijk naar hem toe komen (Handelingen 17:14-15). Wat er in Athene gebeurde, staat in Handelingen 17:16-34.

Wat zag Paulus in de stad Athene?

Terwijl Paulus op zijn helpers wachtte, zag hij hoe de stad eruitzag. Lukas schrijft dat "zijn geest in hem ontstoken" werd, "ziende, dat de stad zo zeer afgodisch was" (Handelingen 17:16). Overal stonden heiligdommen en altaren. Paulus zweeg er niet over. Hij sprak in de synagoge met de Joden en met hen die godsdienstig waren, heidenen die de God van Israël dienden, en op de markt sprak hij elke dag met wie hij maar tegenkwam (Handelingen 17:17).

Waarom brachten de wijsgeren Paulus naar de Areopagus?

Op de markt kwam Paulus in gesprek met Epicurische en Stoïsche wijsgeren, aanhangers van twee bekende Griekse scholen. Sommigen keken op hem neer: "Wat wil toch deze klapper zeggen"? (Handelingen 17:18). Anderen meenden dat hij vreemde goden verkondigde, omdat hij hun over Jezus en de opstanding vertelde. Zij namen hem mee naar de plaats die Areopagus heette, en vroegen wat die nieuwe leer was waarover hij sprak (Handelingen 17:19-20). Lukas voegt eraan toe dat de Atheners en de vreemdelingen in de stad hun tijd aan niets anders besteedden dan aan iets nieuws zeggen en horen (Handelingen 17:21).

Wat zei Paulus over de onbekende God op de Areopagus?

Paulus ging in het midden staan en sprak de mannen van Athene aan. Hij zei dat zij in alles zeer godsdienstig waren. Toen hij door de stad liep en hun heiligdommen bekeek, had hij zelfs een altaar gevonden met het opschrift "DEN ONBEKENDEN GOD". Daarop sloot hij aan: "Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden" (Handelingen 17:23).

Daarna sprak hij over die God. Hij heeft de wereld gemaakt en alles wat daarin is, en Hij is de Heere van hemel en aarde. Hij woont niet in tempels die door mensenhanden gemaakt zijn. Hij heeft de dienst van mensen niet nodig, want Hij geeft Zelf aan allen het leven, de adem en alle dingen (Handelingen 17:24-25). Uit één bloed heeft Hij alle volken gemaakt en hun tijden en grenzen bepaald, opdat zij Hem zouden zoeken. En toch is Hij niet ver van ieder van ons: "Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij" (Handelingen 17:28). Paulus haalde zelfs hun eigen dichters aan, die gezegd hadden dat wij Zijn geslacht zijn. Daarom mag niemand denken dat God lijkt op goud, zilver of steen, door de kunst van mensen gesneden (Handelingen 17:29).

Waarom riep Paulus de Atheners op tot bekering?

Toen kwam Paulus bij de kern. God heeft de tijden van de onwetendheid overzien, maar Hij "verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren" (Handelingen 17:30). Hij heeft namelijk een dag vastgesteld waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe heeft aangesteld. Van die Man heeft God aan allen de zekerheid gegeven: Hij heeft Hem uit de doden opgewekt (Handelingen 17:31). Paulus noemt Zijn Naam hier niet, maar zijn hoorders wisten al dat hij Jezus en de opstanding verkondigde.

Hoe reageerden de Atheners op Paulus?

Bij de woorden over de opstanding van de doden liep het gesprek vast. Sommigen spotten ermee. Anderen zeiden dat zij hem hierover nog eens wilden horen (Handelingen 17:32). Zo ging Paulus uit hun midden weg. Toch bleef het Woord niet zonder vrucht. Sommige mannen sloten zich bij hem aan en kwamen tot geloof. Onder hen was Dionysius, de Areopagiet, en een vrouw die Damaris heette, en nog anderen met hen (Handelingen 17:34). Daarna vertrok Paulus naar Korinthe (Handelingen 18:1).

Achtergrond

Athene was in de tijd van Paulus politiek niet meer machtig, maar nog altijd een beroemde stad van wijsbegeerte, kunst en godsdienst. Paulus kwam er op zijn tweede reis, waarschijnlijk rond het jaar 50. Een tijd lang was hij er alleen. Aan de gemeente in Thessalonica schreef hij later dat hij bereid was geweest "te Athene alleen gelaten" te worden (1 Thessalonicenzen 3:1).

De Areopagus, de heuvel van Ares, lag ten noordwesten van de Akropolis. Naar die heuvel heette ook de oude raad van de stad, die onder meer over godsdienst oordeelde. Of Paulus voor die raad stond of alleen op de heuvel sprak, maken de woorden "de plaats, genaamd Areopagus" (Handelingen 17:19) niet uit; uitleggers lezen het verschillend. Dat Dionysius de Areopagiet heet, wijst er wel op dat een lid van die raad erbij was.

Altaren voor onbekende goden waren in Griekenland niet onbekend. De reisschrijver Pausanias vermeldt bij Athene altaren voor goden die Onbekend genoemd werden (Beschrijving van Griekenland I, 1, 4). Waarom het altaar dat Paulus zag er stond, zegt de tekst niet.

Betekenis

In deze geschiedenis staat God Zelf in het middelpunt: Wie Hij is en wat Hij doet. Paulus begint niet bij Israël en de profeten, want zijn hoorders kenden de Schrift niet. Hij begint bij de Schepper, zoals de Bijbel zelf begint: "In den beginne schiep God den hemel en de aarde" (Genesis 1:1; zie de schepping). Deze God is van niemand afhankelijk. Al bij de inwijding van de tempel zei Salomo dat "de hemel der hemelen" God niet kan bevatten (1 Koningen 8:27). Het is andersom: de mensen hangen voor leven en adem van Hem af.

Paulus erkent dat de schepping van God getuigt. Gods eeuwige kracht en Goddelijkheid worden "uit de schepselen verstaan en doorzien" (Romeinen 1:20). Toch stond er in Athene een altaar voor een onbekende God, want "de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid" (1 Korinthe 1:21). Daarom maakt God Zich bekend door de prediking. Het altaar is voor Paulus een aanknopingspunt, geen goedkeuring: hij noemt die dienst onwetend en roept tot bekering.

Het hart van de rede is de opstanding. God zal de wereld oordelen door een Man, en Hij heeft daarvan de verzekering gegeven door Hem uit de doden op te wekken. Zo wijst de rede naar Christus: de Gekruisigde Die opgestaan is, is ook de Rechter. Juist dat was voor de Grieken onaanvaardbaar; Paulus schreef later dat de prediking van Christus voor hen "een dwaasheid" is (1 Korinthe 1:23).

Uitleggers verschillen over de vraag hoe deze rede zich verhoudt tot Korinthe, waar Paulus niets anders wilde weten "dan Jezus Christus, en Dien gekruisigd" (1 Korinthe 2:2). Sommigen zien daarin een les die hij in Athene leerde. Anderen wijzen erop dat Paulus ook hier bij de opgewekte Christus uitkwam en dat Lukas geen kritiek op de rede geeft, maar vertelt dat er mensen tot geloof kwamen.

Lessen voor vandaag

God is niet ver weg. Hij geeft ons elke dag het leven en de adem; in Hem leven wij. Daarmee is Hij geen onbekende achter de horizon, maar de God aan Wie wij alles te danken hebben. Wie dat beseft, kan niet blijven leven alsof Hij er niet is. Het eeuwige leven is dat wij Hem kennen: "U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt" (Johannes 17:3).

God roept alle mensen overal tot bekering. Geen volk en geen cultuur valt buiten die roep, en niemand kan zich verschuilen achter onwetendheid nu het evangelie verkondigd wordt. De reden staat erbij: er komt een dag van het oordeel, en Christus is opgestaan. Dat maakt bekering dringend, maar ook mogelijk, want de Rechter is Dezelfde Die zondaars roept.

De Heere zendt Zijn Woord ook in een stad vol goden, en Hij brengt er mensen tot geloof. Daarom mag de gemeente spreken waar mensen veel geloven of niets geloven, zoals Paulus deed op de markt: luisterend naar wat mensen bezighoudt, maar altijd met de boodschap van de opgewekte Christus. Petrus schreef dat gelovigen altijd bereid moeten zijn tot verantwoording "van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze" (1 Petrus 3:15). De vrucht is niet aan ons. In Athene spotten sommigen, sommigen stelden het uit, en sommigen geloofden.

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Paulus was een dienaar van de Heere Jezus. Hij reisde van stad naar stad om over Hem te vertellen. In de stad Berea kwamen er mensen die onrust maakten tegen Paulus. Daarom brachten de christenen hem weg. Ze brachten hem naar de grote stad Athene, in Griekenland. Zijn helpers Silas en Timotheüs moesten zo snel mogelijk naar hem toe komen. In Athene wachtte Paulus op hen.

Terwijl hij wachtte, liep Paulus door de stad. Overal zag hij heiligdommen en altaren voor goden. Heiligdommen zijn plaatsen waar mensen hun goden vereren. Een altaar is een soort tafel van steen, waarop mensen een offer brengen. De mensen in Athene dienden heel veel goden. Maar dat waren afgoden, goden die er niet echt zijn. De Bijbel zegt dat de geest van Paulus in hem ontstoken werd. Dat betekent: het brandde vanbinnen bij hem toen hij al die afgoden zag.

Daarom ging Paulus met de mensen praten. Hij praatte met de Joden in de synagoge, hun gebedshuis. En elke dag praatte hij op de markt met iedereen die hij tegenkwam. Daar gingen ook wijsgeren met hem in gesprek. Dat waren mensen die veel nadachten over het leven. Ze spraken Paulus tegen. Sommigen van hen zeiden: "Wat wil toch deze klapper zeggen"? Een klapper is een kletser. Anderen dachten dat Paulus over vreemde goden vertelde. Want Paulus vertelde over Jezus en over de opstanding uit de dood.

De wijsgeren namen Paulus mee naar de Areopagus. Dat was een plaats in Athene, op een heuvel. Ze wilden weten wat die nieuwe leer van Paulus was. In Athene deden de mensen niets anders dan nieuwe dingen vertellen en horen.

Daar ging Paulus in het midden staan. Hij zei tegen de mannen van Athene dat ze heel godsdienstig waren: ze deden veel voor hun goden. Hij had in hun stad een altaar gezien met iets erop geschreven. Er stond: "DEN ONBEKENDEN GOD". Dat betekent: voor de God Die je niet kent. Toen zei Paulus: "Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden". Paulus ging hun vertellen Wie die God is.

Paulus vertelde dat God de wereld gemaakt heeft, en alles wat erin is. Hij is de Heere van de hemel en de aarde. Hij woont niet in tempels die mensen gebouwd hebben. Hij heeft ook niets van de mensen nodig. Want Hij geeft Zelf aan iedereen het leven en de adem en alle dingen. Alle volken op de hele aarde heeft Hij gemaakt, zodat ze Hem zouden zoeken. En God is niet ver weg van ieder van ons. Paulus zei: "in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij".

Daarom moeten wij niet denken dat God lijkt op een beeld van goud, zilver of steen. Dat zei Paulus. Zulke beelden maken mensen zelf.

Vroeger kenden de volken God niet. Maar nu roept God alle mensen, overal, om zich te bekeren. Bekeren betekent: omkeren, weggaan van de afgoden en je tot God keren. Want God heeft een dag vastgesteld. Op die dag zal Hij de hele wereld rechtvaardig oordelen. Dat doet Hij door een Man Die Hij daarvoor aangesteld heeft. En God heeft laten zien dat het waar is: Hij heeft die Man uit de dood opgewekt. Die Man is de Heere Jezus.

Toen de mensen hoorden over de opstanding uit de dood, gingen sommigen spotten. Ze lachten erom. Anderen zeiden dat ze er later nog eens over wilden horen. Toen ging Paulus bij hen weg.

Maar een paar mannen sloten zich bij Paulus aan, en ze gingen geloven. Een van hen heette Dionysius. Er was ook een vrouw die geloofde. Zij heette Damaris. En er waren nog anderen.

Zo eindigt deze geschiedenis. De God Die de mensen in Athene niet kenden, maakte Zich bekend door wat Paulus vertelde. Hij is niet ver weg. Hij roept ook nu mensen om zich tot Hem te bekeren. En Hij brengt mensen tot geloof in de Heere Jezus.

Om te onthouden
“in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij” (Handelingen 17:28)

Tips voor de verteller

  • Leg vooraf uit wat een altaar, een afgod en bekeren is. De toespraak van Paulus is voor kinderen van 4-7 jaar te lang. Vertel dan alleen dat God alles gemaakt heeft, dat Hij niet ver weg is, dat Hij alle mensen roept om zich te bekeren en dat Hij de Heere Jezus uit de dood heeft opgewekt.
  • Een kind vraagt misschien of de goden van Athene echt bestonden. Zeg eerlijk wat Paulus zegt: er is één God, Die de wereld gemaakt heeft, en beelden van goud, zilver of steen zijn door mensen gemaakt (Handelingen 17:24, 29). Zo’n beeld kan niet horen of spreken (Psalm 115:4-7).
  • Een kind kan ook vragen wat er gebeurt met mensen die nooit van God gehoord hebben. Zeg eerlijk dat de Bijbel daar niet alles over vertelt. Wel zegt Paulus dat God nu alle mensen overal roept om zich te bekeren, en dat Hij rechtvaardig oordeelt. Daarom wil God dat het evangelie overal verteld wordt.
  • Lees met oudere kinderen Handelingen 17:24-28 uit de Bijbel zelf voor. Laat hen letten op alles wat God doet en geeft. De woorden "DEN ONBEKENDEN GOD" kunt u kort uitleggen als: voor de God Die u niet kent.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat zag Paulus overal in de stad Athene?
  2. NavertellenWat stond er op het altaar dat Paulus vond?
  3. VerwonderenWat geeft God aan alle mensen, zei Paulus?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat deden de mensen nadat Paulus over de opstanding had gesproken? Noem de drie groepen.
  2. BetekenisWaarom begon Paulus zijn toespraak bij het altaar voor de onbekende God?
  3. VerbindingPaulus sprak over een Man Die God uit de doden heeft opgewekt. Wie is dat, en waar lees je over Zijn opstanding?
  4. ToepassingDe mensen in Athene kenden God niet. Hoe maakt God Zich aan jou bekend, en waar kun je meer over Hem horen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Romeinen 1:19-23. Wat kunnen mensen volgens Paulus van God weten uit de schepping, en hoe zie je dat terug in zijn toespraak in Athene?
  2. Wie is God?Paulus zegt dat God niets van mensen nodig heeft, maar Zelf aan allen het leven en de adem geeft. Wat zegt dat over Wie God is?
  3. Moeilijke vraagPaulus begon bij een altaar voor een onbekende god en haalde Griekse dichters aan. Mag je aansluiten bij wat ongelovigen denken, en waar ligt dan de grens?
  4. PersoonlijkSommigen spotten, anderen wilden later nog eens luisteren, en enkelen gingen geloven. Welke reactie herken je bij jezelf of bij mensen om je heen?

Gebedspunt: Dank God dat Hij Zich bekendmaakt als de Schepper, Die niet ver is van ieder van ons. Bid voor mensen die God niet kennen, dat zij Hem zoeken en vinden in de Heere Jezus, Die Hij uit de doden heeft opgewekt.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

de onbekende GodGod de Schepperafgoderijbekering en oordeelde opstanding van Christus

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Paulus op de Areopagus

Waar staat het verhaal van Paulus op de Areopagus in de Bijbel?

Het verhaal staat in Handelingen 17:16-34. Paulus is dan op zijn tweede reis. Na Filippi, Thessalonica en Berea brengen de broeders hem naar Athene, waar hij wacht op Silas en Timotheüs (Handelingen 17:15). Daar spreekt hij in de synagoge, op de markt en ten slotte op de Areopagus. Daarom heet deze geschiedenis ook wel Paulus in Athene. Direct daarna reist hij verder naar Korinthe (Handelingen 18:1).

Wat betekent het altaar voor "den onbekenden God"?

Paulus vond in Athene een altaar met het opschrift "DEN ONBEKENDEN GOD" (Handelingen 17:23). Waarom het er stond, zegt de tekst niet. Paulus gebruikt het opschrift om over de ware God te spreken: "Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden". Er is een God Die de Atheners niet kenden, en Hem maakt Paulus bekend: de Schepper van hemel en aarde, Die de wereld zal oordelen door de Man Die Hij uit de doden heeft opgewekt.

Zei Paulus dat de Atheners de ware God al dienden?

Nee. Soms wordt de rede zo gelezen, alsof elke godsdienst bij dezelfde God uitkomt. Paulus zegt iets anders. Hij zag dat de stad "zo zeer afgodisch was" (Handelingen 17:16), hij zegt dat God niet lijkt op goud, zilver of steen (Handelingen 17:29), en hij roept allen op zich te bekeren (Handelingen 17:30). Het altaar is een aanknopingspunt: er is een God Die zij niet kennen. Die God maakt Paulus bekend, met de opgewekte Christus in het middelpunt.

Welke Griekse dichters haalde Paulus aan in Athene?

Paulus zegt dat "enigen van uw poeten" gezegd hebben: "Want wij zijn ook Zijn geslacht" (Handelingen 17:28). Die zin staat bijna letterlijk bij de Griekse dichter Aratus, aan het begin van zijn gedicht over de sterren (Phaenomena, regel 5). Een vergelijkbare regel staat in de hymne aan Zeus van de Stoïcijn Cleanthes (regel 4). Waar de woorden "in Hem leven wij" vandaan komen, is onzeker. Paulus gebruikt hun woorden niet om hun goden te eren, maar om te laten zien dat de mens van God afhangt.

Wie waren de Epicureërs en Stoïcijnen in Handelingen 17?

Het waren aanhangers van twee Griekse scholen van wijsbegeerte, die met Paulus streden (Handelingen 17:18). De Epicureërs zochten het geluk in rust en een leven zonder angst; de goden bemoeiden zich volgens hen niet met de mensen. De Stoïcijnen zagen een goddelijke rede in alles en leerden het lot gelaten te aanvaarden. Paulus spreekt tegenover beide over één God, Die de wereld gemaakt heeft, Die nabij is en Die de wereld zal oordelen.

Wat betekent "klapper" in Handelingen 17?

Een klapper is een babbelaar, iemand die praat zonder dat er veel achter zit. Sommige wijsgeren zeiden over Paulus: "Wat wil toch deze klapper zeggen"? (Handelingen 17:18). Het Griekse woord werd gebruikt voor een vogel die zaadjes oppikt, en daarna voor iemand die overal wat ideeën opraapt en doorvertelt. Zo keken zij op Paulus neer. Anderen dachten dat hij vreemde goden verkondigde, omdat hij over Jezus en de opstanding sprak.

Waarom spotten de Atheners met de opstanding?

Lukas schrijft dat sommigen spotten toen zij "van de opstanding der doden hoorden" (Handelingen 17:32). Veel Griekse denkers konden zich voorstellen dat de ziel voortleefde, maar dat een dode lichamelijk zou opstaan, vonden zij dwaas. Paulus schreef later dat de prediking van de gekruisigde Christus voor Grieken "een dwaasheid" is (1 Korinthe 1:23). Toch maakte hij de opstanding juist tot de verzekering van zijn boodschap: God heeft de Man Die Hij daartoe aangesteld heeft, uit de doden opgewekt (Handelingen 17:31), en dat was Jezus, Die Paulus verkondigde (Handelingen 17:18).

Wat bedoelt Paulus met "de tijden der onwetendheid"?

Paulus zegt dat God "de tijden der onwetendheid overzien hebbende" nu alle mensen tot bekering roept (Handelingen 17:30). Hij bedoelt de tijd waarin de volken zonder Gods Woord leefden en afgoden dienden. Overzien betekent niet dat God het goedkeurde, maar dat Hij nog niet met het oordeel kwam. In Lystre zei Paulus iets vergelijkbaars: God heeft de heidenen in de verleden tijden laten wandelen in hun wegen (Handelingen 14:16). Nu het evangelie gepredikt wordt, roept God iedereen.

Hoe vertelt u het verhaal van Paulus in Athene aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar, met gespreksvragen voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar. Leg eerst uit wat een altaar en een afgod is. Vertel de toespraak van Paulus in een paar eenvoudige stappen: God heeft alles gemaakt, Hij is niet ver weg, Hij roept alle mensen om zich te bekeren, en Hij heeft de Heere Jezus uit de doden opgewekt. Eindig waar de Bijbel eindigt: sommigen spotten, maar enkelen gingen geloven.

Stel een vraag over Paulus op de Areopagus

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder