Ga naar hoofdinhoud
HandelingenHandelingen 16:16-40

Paulus en Silas in de gevangenis

Een lofzang om middernacht en een stokbewaarder die zalig wordt

Samenvatting

Paulus en Silas in de gevangenis is de geschiedenis uit Handelingen 16:16-40 over twee gevangen dienaren van Christus in Filippi: om middernacht bidden zij en zingen zij lofzangen voor God. Zij zijn gegeseld, nadat Paulus een waarzeggende geest heeft uitgedreven. Een aardbeving opent alle deuren, maar niemand vlucht. De stokbewaarder vraagt wat hij moet doen om zalig te worden, en komt met zijn hele huis tot geloof.

Bijbelgedeelte

“Ik gebied u in den Naam van Jezus Christus, dat gij van haar uitgaat. En hij ging uit ter zelfder ure.”
Handelingen 16:18 (Statenvertaling)
“En omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen en de gevangenen hoorden naar hen.”
Handelingen 16:25 (Statenvertaling)
“En er geschiedde snellijk een grote aardbeving, alzo dat de fundamenten des kerkers bewogen werden; en terstond werden al de deuren geopend, en de banden van allen werden los.”
Handelingen 16:26 (Statenvertaling)
“En hen buiten gebracht hebbende, zeide hij: Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde?”
Handelingen 16:30 (Statenvertaling)
“En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.”
Handelingen 16:31 (Statenvertaling)
“En hij bracht hen in zijn huis, en zette hun de tafel voor, en verheugde zich, dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.”
Handelingen 16:34 (Statenvertaling)

Het verhaal

Handelingen 16 vertelt over de tweede reis van Paulus, die hij met Silas maakte (Handelingen 15:40). In Troas zag Paulus in de nacht een gezicht van een Macedonische man, die hem bad: "Kom over in Macedonië, en help ons" (Handelingen 16:9). Zo kwamen zij in Filippi, de eerste stad van dat deel van Macedonië en een Romeinse kolonie. Bij de rivier opende de Heere daar het hart van Lydia, een purperverkoopster uit Thyatira. Zij werd met haar huis gedoopt en nam de reizigers bij zich in huis (Handelingen 16:13-15). Daarna volgt de geschiedenis van de gevangenis.

Waarom kwamen Paulus en Silas in de gevangenis?

Op weg naar de plaats van het gebed kwam hun een dienstmaagd tegemoet die een waarzeggende geest had. Met haar waarzeggen bracht zij haar heren veel geld op. Vele dagen liep zij achter Paulus en zijn metgezellen aan en riep dat zij dienstknechten waren van God de Allerhoogste, die de weg van de zaligheid verkondigden (Handelingen 16:17). Wat zij riep, was op zichzelf waar. Toch werd Paulus er ontevreden over. Hij keerde zich om en sprak niet tot het meisje, maar tot de geest: "Ik gebied u in den Naam van Jezus Christus, dat gij van haar uitgaat" (Handelingen 16:18). De geest ging uit, in hetzelfde uur.

Haar heren zagen dat hun hoop op winst verdwenen was. Zij grepen Paulus en Silas, trokken hen naar de markt en brachten hen voor de hoofdmannen, de bestuurders van de stad. Over de geest en het geld zeiden zij niets. Zij klaagden dat deze Joden de stad in beroering brachten en zeden verkondigden die Romeinen niet mochten aannemen (Handelingen 16:20-21). De menigte keerde zich tegen hen. De hoofdmannen lieten hun de kleren afscheuren en bevalen hen te geselen. Na vele slagen werden zij in de gevangenis geworpen. De stokbewaarder, de cipier, kreeg opdracht hen zeker te bewaren. Hij zette hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in de stok (Handelingen 16:22-24).

Wat deden Paulus en Silas om middernacht in de gevangenis?

De nacht wordt in één zin beschreven: "En omtrent den middernacht baden Paulus en Silas, en zongen Gode lofzangen en de gevangenen hoorden naar hen" (Handelingen 16:25). Wat zij zongen, staat er niet. Zij waren gewond door de slagen en hun voeten zaten vast, maar hun gebed en hun lofzang waren tot God gericht. De andere gevangenen luisterden mee.

Hoe gingen de deuren van de gevangenis open?

Plotseling kwam er een grote aardbeving. De fundamenten van de kerker bewogen, terstond gingen alle deuren open en de banden van alle gevangenen raakten los (Handelingen 16:26). De stokbewaarder werd wakker en zag de deuren openstaan. Hij meende dat de gevangenen gevlucht waren, trok een zwaard en wilde zichzelf ombrengen. Toen riep Paulus met luide stem: "Doe uzelven geen kwaad; want wij zijn allen hier" (Handelingen 16:28). Niemand was ontvlucht. De bewaarder liet licht brengen, sprong naar binnen en viel bevend neer voor Paulus en Silas.

Wat vroeg de cipier van Filippi aan Paulus en Silas?

Hij bracht hen naar buiten en vroeg: "Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde"? (Handelingen 16:30). Het antwoord was kort: "Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis" (Handelingen 16:31). Daarna spraken zij het woord van de Heere tot hem en tot allen die in zijn huis waren. Nog in hetzelfde uur van de nacht nam hij hen bij zich en waste hun striemen. Hij werd terstond gedoopt, hij en al de zijnen. Hij bracht hen in zijn huis, zette hun de tafel voor en verheugde zich dat hij met zijn hele huis in God was gaan geloven (Handelingen 16:32-34). Dezelfde man die hun voeten in de stok had gesloten, waste nu hun wonden.

Hoe kwamen Paulus en Silas weer vrij?

Toen het dag werd, stuurden de hoofdmannen de stadsdienaars met de boodschap dat die mensen losgelaten moesten worden. De stokbewaarder bracht het bericht over en zei dat zij in vrede konden gaan. Maar Paulus weigerde in het geheim te vertrekken. Zij waren Romeinen en waren zonder vonnis in het openbaar gegeseld en gevangengezet; nu moesten de hoofdmannen hen zelf komen uitleiden (Handelingen 16:37). Toen de hoofdmannen hoorden dat het Romeinen waren, werden zij bevreesd. Zij kwamen zelf, smeekten hen, leidden hen naar buiten en vroegen hen de stad te verlaten. Paulus en Silas gingen eerst naar het huis van Lydia. Daar zagen zij de broeders, troostten hen en vertrokken uit de stad (Handelingen 16:40). De reis ging verder naar Thessalonica (Handelingen 17:1).

Achtergrond

Filippi heet in Handelingen 16:12 een kolonie. De stad had een Romeins bestuur, en de aanklagers beriepen zich erop dat zij Romeinen waren (Handelingen 16:21). De hoofdmannen waren de bestuurders van de stad, de stadsdienaars hun dienaren, die vonnissen uitvoerden. Veel uitleggers denken bij hen aan de Romeinse lictoren, die een bundel roeden droegen. Paulus schrijft later dat hij driemaal "met roeden gegeseld" is (2 Korinthe 11:25).

Een Romeins burger mocht volgens het Romeinse recht niet zonder vonnis gegeseld worden. Daarom schrokken de hoofdmannen toen zij hoorden wie zij hadden laten slaan. Ook in Jeruzalem beriep Paulus zich later op zijn burgerrecht, toen men hem wilde geselen (Handelingen 22:25).

De stok was een houten blok waarin de voeten van een gevangene werden vastgezet. Een bewaarder stond in voor zijn gevangenen. Hoe zwaar dat woog, blijkt uit Handelingen 12:19: na de bevrijding van Petrus liet Herodes de wachters ondervragen en wegleiden.

Voor waarzeggende geest gebruikt het Grieks een uitdrukking die doet denken aan Python, de slang die in de Griekse mythen bij het orakel van Delphi hoorde. Opvallend is verder dat de schrijver in Handelingen 16:10-17 in de wij-vorm vertelt. Vanaf vers 19 gaat het alleen over Paulus en Silas.

Betekenis

In Handelingen 16 is het de Heere Die de weg wijst. Hij verhinderde Paulus eerst om in Azië te spreken, riep hem door een gezicht naar Macedonië en opende in Filippi het hart van Lydia (Handelingen 16:6-14). De gevangenis onderbreekt dat werk niet, maar hoort er zelf bij. Juist door de slagen en de stok komt het evangelie bij een stokbewaarder en zijn huis.

De Naam van Jezus Christus heeft macht. Paulus spreekt de geest niet in eigen kracht aan, maar "in den Naam van Jezus Christus" (Handelingen 16:18), en de geest gaat uit. Hij laat de verkondiging niet ondersteunen door een waarzeggende geest, ook niet als die iets waars roept. Ook de Heere Jezus liet de duivelen niet spreken, "omdat zij Hem kenden" (Markus 1:34).

De aardbeving komt plotseling, midden in gebed en lofzang. De tekst zegt niet met zoveel woorden dat God haar zond, maar de samenhang wijst duidelijk op Zijn hand: alle deuren gaan open, de banden van allen raken los, en toch vlucht er niemand. God opent de gevangenis hier niet om Zijn dienaren te laten ontsnappen, maar om een verloren mens te redden. Daarin verschilt deze geschiedenis van die van Petrus, die door een engel uit de gevangenis werd geleid (Petrus bevrijd uit de gevangenis).

Het hart van de geschiedenis is de vraag van de stokbewaarder en het antwoord daarop. Hij vraagt wat hij moet doen. Het antwoord noemt geen prestatie, maar een Persoon: "Geloof in den Heere Jezus Christus" (Handelingen 16:31). Ook dat geloof is een gave. Aan dezelfde gemeente in Filippi schreef Paulus later: "u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven" (Filippenzen 1:29). Dat de belofte ook zijn huis gold, sluit aan bij wat Petrus op de Pinksterdag zei: "u komt de belofte toe, en uw kinderen" (Handelingen 2:39). De gereformeerde traditie ziet in zulke huisdopen een steun voor de doop van de kinderen van gelovigen (Heidelbergse Catechismus, Zondag 27). Anderen wijzen erop dat allen in het huis het woord hoorden en tot geloof kwamen (Handelingen 16:32-34). Daarover denken christenen verschillend.

Lessen voor vandaag

God is ook in de nacht te loven. Paulus en Silas zongen voordat er iets veranderd was, met striemen op hun lichaam en hun voeten in de stok. Hun lofzang hing niet af van hun omstandigheden, maar van Wie God is. De psalmdichter kende dat: "des nachts zal Zijn lied bij mij zijn" (Psalm 42:9). Aan dezelfde gemeente in Filippi schreef Paulus later, opnieuw gevangen: "Verblijdt u in den Heere te allen tijd" (Filippenzen 4:4).

De weg van de zaligheid wijst naar Christus. Een man die kort tevoren nog gevangenen in de stok sloot, hoort hetzelfde antwoord als ieder ander: geloof in de Heere Jezus Christus. Paulus en Silas wijzen niet naar zichzelf, al lag de man aan hun voeten. Wie met de vraag van de stokbewaarder zit, mag bij datzelfde antwoord uitkomen. Geloof en bekering zijn hier geen eigen prestatie, maar het werk van God aan een mens, in één nacht.

God gebruikt lijden voor de voortgang van Zijn Woord. De slagen en de nacht in de kerker waren onrecht, en Paulus noemde dat onrecht ook bij naam (Handelingen 16:37). Toch kwam het evangelie juist zo in het huis van de stokbewaarder. Paulus schreef later vanuit zijn gevangenschap dat zijn banden "meer tot bevordering van het Evangelie gekomen" waren (Filippenzen 1:12). Wie om Christus' wil tegenwerking ondervindt, mag weten dat de Heere ook daar Zijn werk doet. Zo eindigt Handelingen 16 niet met een vlucht, maar met een bezoek: in het huis van Lydia troostten de pas vrijgelaten gevangenen de broeders (Handelingen 16:40).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Paulus en Silas waren dienaren van de Heere Jezus. Ze reisden samen van stad naar stad om over Hem te vertellen. Zo kwamen ze in Filippi. Daar woonde Lydia. De Heere had haar hart geopend, zodat ze geloofde wat Paulus vertelde. Ze was gedoopt, en nu logeerden Paulus en zijn helpers in haar huis.

In Filippi was ook een meisje dat slavin was. Ze moest werken voor haar heren, haar bazen. Ze had een waarzeggende geest. Dat was een geest die niet van God kwam. Door die geest zei ze dingen over wat er ging gebeuren. Daar verdienden haar heren veel geld mee.

Als Paulus en de anderen naar de plaats gingen waar gebeden werd, liep dat meisje achter hen aan. Ze riep dat deze mannen dienaren waren van de allerhoogste God. Ze riep ook dat zij de weg van de zaligheid vertelden. Zalig worden betekent: gered worden en voor altijd bij God horen. Dat deed ze vele dagen lang. Paulus werd daar ontevreden over. Hij draaide zich om. Hij sprak niet tegen het meisje, maar tegen de geest: "Ik gebied u in den Naam van Jezus Christus, dat gij van haar uitgaat". Meteen ging de geest weg.

Haar heren zagen dat ze nu geen geld meer aan haar konden verdienen. Ze grepen Paulus en Silas en trokken hen mee naar de markt. Daar waren de leiders van de stad. De heren zeiden dat deze Joden onrust brachten in de stad. Ze zeiden ook dat ze dingen leerden die Romeinen niet mochten doen. De mensen op de markt keerden zich tegen Paulus en Silas. De leiders van de stad lieten hun kleren afscheuren en lieten hun veel slagen geven. Daarna werden ze in de gevangenis gegooid.

De bewaker van de gevangenis heet in de Bijbel de stokbewaarder. Hij moest goed op Paulus en Silas passen. Daarom zette hij hen in het binnenste deel van de gevangenis. Hun voeten sloot hij vast in de stok. Dat was een houten blok met gaten voor de voeten.

Het werd midden in de nacht. Paulus en Silas waren gewond van de slagen, en hun voeten zaten vast. Maar ze baden. En ze zongen lofliederen voor God. Loven betekent: God eren om Wie Hij is en om wat Hij doet. De andere gevangenen luisterden naar hen.

Opeens kwam er een grote aardbeving. De grond schudde. Zelfs de onderkant waar de gevangenis op stond, bewoog. Meteen gingen alle deuren open. En de boeien van alle gevangenen gingen los.

De stokbewaarder werd wakker. Hij zag dat de deuren openstonden. Hij dacht dat alle gevangenen gevlucht waren. Hij trok zijn zwaard en wilde zichzelf doden. Maar Paulus riep heel hard: "Doe uzelven geen kwaad; want wij zijn allen hier".

De stokbewaarder liet licht halen. Hij sprong naar binnen en beefde over zijn hele lijf. Hij viel neer voor de voeten van Paulus en Silas. Hij bracht hen naar buiten en vroeg: "Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde"?

Paulus en Silas antwoordden: "Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis". Met uw huis bedoelden ze zijn gezin en iedereen die bij hem woonde. Toen spraken ze het woord van de Heere tot hem en tot iedereen in zijn huis.

Nog in diezelfde nacht waste de stokbewaarder de wonden van Paulus en Silas. Daarna werd hij gedoopt, samen met iedereen die bij hem hoorde. Hij nam Paulus en Silas mee naar zijn huis en gaf hun te eten. Hij was heel blij, omdat hij met zijn hele huis in God was gaan geloven.

Toen het dag werd, stuurden de leiders van de stad hun dienaars. Ze lieten zeggen dat Paulus en Silas vrij waren. Maar Paulus zei dat ze Romeinen waren. Een Romein mocht niet geslagen worden zonder rechtszaak, en toch waren ze voor iedereen geslagen. Nu mochten de leiders hen niet stiekem wegsturen. Ze moesten zelf komen om hen naar buiten te brengen. Toen werden de leiders bang. Ze kwamen zelf en smeekten hen. Ze brachten hen naar buiten en vroegen hun de stad te verlaten.

Paulus en Silas gingen eerst naar het huis van Lydia. Daar zagen ze de broeders die in de Heere Jezus geloofden. Ze bemoedigden hen, en daarna gingen ze de stad uit. Zo eindigt deze geschiedenis. In die nacht gingen de deuren van de gevangenis open. Maar er gebeurde nog iets groters: de Heere maakte een stokbewaarder en zijn hele huis zalig. De Heere Jezus redt ook nu iedereen die in Hem gelooft.

Om te onthouden
“Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.” (Handelingen 16:31)

Tips voor de verteller

  • De stokbewaarder wilde zichzelf doden. De Bijbel zegt het in één zin, en zo kunt u het ook vertellen. Voor kinderen van 4-7 jaar kunt u zeggen dat hij zichzelf iets wilde aandoen. Vraagt een kind waarom, zeg dan wat er staat: hij dacht dat alle gevangenen gevlucht waren, en een bewaker moest instaan voor zijn gevangenen. Leg de nadruk op wat Paulus riep: dat hij zichzelf geen kwaad moest doen, omdat zij er allemaal nog waren.
  • Kinderen vragen soms waarom God Paulus en Silas eerst liet slaan, en hen niet meteen bevrijdde. Zeg eerlijk dat de Bijbel niet vertelt waarom. Wel laat de geschiedenis zien dat de Heere bij hen was: zij konden zingen in de nacht, en door hun gevangenschap hoorde de stokbewaarder het evangelie. Vertel de slagen in één zin en sta er niet langer bij stil.
  • Een kind kan vragen waarom Paulus de geest wegstuurde, terwijl het meisje iets goeds over hen riep. U kunt zeggen dat Paulus niet wilde dat een geest die niet van God kwam, over de Heere Jezus sprak. Ook de Heere Jezus Zelf liet de duivelen niet spreken (Markus 1:34).
  • Leg een paar woorden kort uit: stokbewaarder is de bewaker van de gevangenis; de stok is een houten blok voor de voeten; zalig worden is gered worden; uw huis is het hele gezin. Lees na de vertelling Handelingen 16:25-34 zelf uit de Bijbel voor; dat is het hart van de geschiedenis.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenVoor Wie zongen Paulus en Silas midden in de nacht?
  2. NavertellenWat vroeg de stokbewaarder aan Paulus en Silas?
  3. VerwonderenWaarom was de stokbewaarder aan het eind zo blij?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWat gebeurde er door de aardbeving, en wat riep Paulus toen naar de stokbewaarder?
  2. BetekenisDe stokbewaarder vroeg wat hij moest doen. Waarom wezen Paulus en Silas hem naar de Heere Jezus?
  3. VerbindingOok Petrus zat eens in de gevangenis (Handelingen 12). Hoe bevrijdde God Petrus, en wat was anders bij Paulus en Silas?
  4. ToepassingPaulus en Silas zongen voor God terwijl ze pijn hadden. Wanneer vind jij het moeilijk om God te danken?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Filippenzen 4:4-7. Paulus schreef dit later aan de gemeente in Filippi, terwijl hij weer gevangen zat. Hoe lees je die woorden als je Handelingen 16 kent?
  2. Wie is God?In Filippi komen een purperverkoopster, een slavin en een cipier met de Heere Jezus in aanraking. Wat zegt dat over de God Die mensen roept?
  3. Moeilijke vraagPaulus en Silas werden eerst gegeseld en in de stok gezet, en pas in de nacht gingen de deuren open. Waarom laat God Zijn dienaren soms lijden? Lees ook Filippenzen 1:29.
  4. PersoonlijkDe stokbewaarder vroeg: "wat moet ik doen, opdat ik zalig worde"? Heb jij die vraag weleens gesteld, en wat doe je met het antwoord dat hij kreeg?

Gebedspunt: Dank de Heere dat wie in de Heere Jezus Christus gelooft, zalig wordt, zoals de stokbewaarder in één nacht met zijn huis. Bid om een hart dat God ook in moeite kan loven.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

lofzang in het lijdende Naam van Jezus Christusgeloof en zaligheidde doop van een huisgezinGods leiding in de zending

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Paulus en Silas in de gevangenis

Waar staat het verhaal van Paulus en Silas in de gevangenis in de Bijbel?

Het verhaal staat in Handelingen 16:16-40. Het speelt in Filippi, tijdens de tweede reis van Paulus, die hij met Silas maakte (Handelingen 15:40). Kort ervoor riep een Macedonische man Paulus in een gezicht naar Macedonië (Handelingen 16:9), en kwam in Filippi Lydia tot geloof (Handelingen 16:14-15). Na hun vrijlating reisden Paulus en Silas verder naar Thessalonica (Handelingen 17:1). Later schreef Paulus aan de gemeente in Filippi de brief aan de Filippenzen.

Wat gebeurde er met de dienstmaagd met de waarzeggende geest?

Paulus zei tot de geest: "Ik gebied u in den Naam van Jezus Christus, dat gij van haar uitgaat", en de geest ging in hetzelfde uur uit (Handelingen 16:18). Daarmee was zij van die geest verlost. Haar heren zagen echter "dat de hoop huns gewins weg was" en grepen Paulus en Silas (Handelingen 16:19). Wat er daarna met het meisje gebeurde, en of zij tot geloof kwam, vertelt de Bijbel niet. Over haar wordt in Handelingen verder niets gezegd.

Wat zongen Paulus en Silas in de gevangenis?

Dat vertelt de Bijbel niet. Er staat alleen dat zij omtrent middernacht baden en "Gode lofzangen" zongen, en dat de gevangenen naar hen luisterden (Handelingen 16:25). Veel uitleggers denken aan psalmen, omdat de psalmen het lied- en gebedenboek van Israël waren. Ook voor de gemeente noemt Paulus "psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen" (Efeze 5:19). Welke liederen het precies waren, blijft onbekend. De nadruk ligt erop dat zij God loofden, midden in pijn en gevangenschap.

Wie was de cipier van Filippi?

De cipier heet in de Statenvertaling de stokbewaarder: de bewaker van de gevangenis in Filippi. Zijn naam wordt niet genoemd. Hij kreeg opdracht Paulus en Silas zeker te bewaren, zette hen in de binnenste kerker en sloot hun voeten in de stok (Handelingen 16:23-24). Na de aardbeving vroeg hij wat hij moest doen om zalig te worden. Hij kwam met zijn hele huis tot geloof en werd gedoopt (Handelingen 16:33-34). Verder zegt de Bijbel niets over hem.

Wat betekent "Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden"?

Het is het antwoord van Paulus en Silas op de vraag van de stokbewaarder: "Lieve heren, wat moet ik doen, opdat ik zalig worde"? (Handelingen 16:30). Zalig worden is gered worden van zonde en oordeel en voor eeuwig bij God horen. Het antwoord noemt geen eigen werk, maar het vertrouwen op een Persoon: de Heere Jezus Christus (Handelingen 16:31). Daarna legden zij hem het woord van de Heere uit (Handelingen 16:32). Aan de gemeente in Filippi schreef Paulus later dat ook het geloven hun "uit genade gegeven" is (Filippenzen 1:29).

Ontsnapten Paulus en Silas door de aardbeving?

Nee. Dat wordt soms gedacht, maar de tekst zegt het tegenovergestelde. Na de aardbeving stonden alle deuren open en waren de banden van allen los, maar Paulus riep tot de stokbewaarder: "Doe uzelven geen kwaad; want wij zijn allen hier" (Handelingen 16:28). Zij bleven, en de volgende morgen lieten de hoofdmannen hen officieel vrij (Handelingen 16:35-39). Ook kwam er in Filippi geen engel aan te pas. Dat is de geschiedenis van Petrus in Jeruzalem (Handelingen 12:7).

Waarom wilde de stokbewaarder zichzelf doden?

De tekst zegt dat hij meende dat de gevangenen ontvloden waren (Handelingen 16:27). Een bewaarder stond in voor zijn gevangenen. Hoe zwaar dat woog, blijkt uit Handelingen 12:19: na de bevrijding van Petrus liet Herodes de wachters ondervragen en wegleiden. Paulus hield hem tegen met de woorden "Doe uzelven geen kwaad" (Handelingen 16:28). Zo werd de man die zijn leven wilde beëindigen, dezelfde nacht zalig.

Waarom dreef Paulus de waarzeggende geest uit, terwijl de slavin de waarheid zei?

De dienstmaagd riep: "Deze mensen zijn dienstknechten Gods des Allerhoogsten, die ons den weg der zaligheid verkondigen" (Handelingen 16:17). Dat was waar, maar het kwam van een waarzeggende geest. Paulus wilde niet dat zo een geest het evangelie aanprees. Ook de Heere Jezus liet de duivelen niet spreken, "omdat zij Hem kenden" (Markus 1:34). Paulus gebood de geest uit te gaan in de Naam van Jezus Christus, en hij ging uit (Handelingen 16:18).

Werd het hele huis van de stokbewaarder gedoopt, ook de kinderen?

De tekst zegt dat hij "terstond gedoopt" werd, "en al de zijnen" (Handelingen 16:33). Of er kinderen in zijn huis waren, en hoe oud zij waren, staat er niet. De gereformeerde traditie ziet in zulke huisdopen een steun voor de kinderdoop, omdat de belofte ook voor de kinderen van gelovigen is (Handelingen 2:39; Heidelbergse Catechismus, Zondag 27). Anderen wijzen erop dat het woord tot allen in het huis gesproken werd en dat hij met zijn hele huis tot geloof kwam (Handelingen 16:32 en 16:34). Daarover denken christenen verschillend.

Waarom zei Paulus pas de volgende dag dat hij Romein was?

De tekst zegt niet waarom Paulus zijn burgerrecht niet eerder noemde. Wel zegt hij de volgende morgen tegen de stadsdienaars: "Zij hebben ons, die Romeinen zijn, onveroordeeld in het openbaar gegeseld" (Handelingen 16:37). Volgens het Romeinse recht mocht dat niet. Paulus eiste dat de hoofdmannen hen zelf kwamen uitleiden. Veel uitleggers zien daarin dat hij het onrecht openlijk erkend wilde zien, ook voor de jonge gemeente die in Filippi achterbleef. Dat laatste is uitleg; Handelingen geeft geen reden.

Hoe vertelt u het verhaal van Paulus en Silas in de gevangenis aan kinderen?

Op deze pagina staat een vertelling voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar. Geef de meeste ruimte aan het gebed en de lofzang in de nacht, aan de vraag van de stokbewaarder en aan het antwoord: "Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden" (Handelingen 16:31). Vertel de slagen en het zwaard van de stokbewaarder ieder in één zin. Het slot hoort erbij: de stokbewaarder komt met zijn huis tot geloof en Paulus en Silas bemoedigen de broeders bij Lydia. De gespreksvragen zijn ingedeeld voor 4-7, 8-12 en 12-16 jaar.

Stel een vraag over Paulus en Silas in de gevangenis

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Verdiep u verder