Ga naar hoofdinhoud
ExodusExodus 16

Manna uit de hemel

God geeft Zijn volk elke morgen brood in de woestijn

Samenvatting

Manna uit de hemel gaat over Exodus 16: Israël heeft honger in de woestijn Sin en murmureert tegen Mozes en Aäron. De HEERE hoort het en geeft ’s avonds kwakkels en ’s morgens manna, brood uit de hemel. Elke dag mag het volk verzamelen wat het nodig heeft, op de zesde dag het dubbele voor de sabbat. Veertig jaar lang voedt God zo Zijn volk.

Bijbelgedeelte

“Toen zeide de HEERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen; en het volk zal uitgaan, en verzamelen elke dagmaat op haar dag; opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet.”
Exodus 16:4 (Statenvertaling)
“Toen het de kinderen Israels zagen, zo zeiden zij, de een tot den ander: Het is Man, want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.”
Exodus 16:15 (Statenvertaling)
“Doch als zij het met de gomer maten, zo had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet; een iegelijk verzamelde zoveel, als hij eten mocht.”
Exodus 16:18 (Statenvertaling)
“En de kinderen Israels aten Man veertig jaren, totdat zij in een bewoond land kwamen; zij aten Man, totdat zij kwamen aan de pale van het land Kanaan.”
Exodus 16:35 (Statenvertaling)
“En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.”
Johannes 6:35 (Statenvertaling)

Het verhaal

Exodus 16 vertelt wat er gebeurde ongeveer een maand na de uittocht uit Egypte. De HEERE had Zijn volk onder leiding van Mozes door de zee geleid (Mozes en de Rode Zee) en bij Mara het bittere water zoet gemaakt (Exodus 15:25). Op de vijftiende dag van de tweede maand kwam de hele vergadering van Israël in de woestijn Sin, tussen Elim en de Sinaï.

Waarom murmureerde Israël in de woestijn?

Er was geen voedsel, en het volk murmureerde tegen Mozes en Aäron. Murmureren is morren en klagen. Zij zeiden: "Och, dat wij in Egypteland gestorven waren door de hand des HEEREN, toen wij bij de vleespotten zaten" (Exodus 16:3). Mozes en Aäron hadden hen volgens het volk de woestijn in gebracht om hen van honger te laten sterven. De slavernij leek achteraf beter dan de weg met God.

De HEERE antwoordde met een belofte: "Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen" (Exodus 16:4). Elke dag mocht het volk verzamelen wat het voor die dag nodig had; zo wilde God het beproeven, of het in Zijn wet zou wandelen. Op de zesde dag zou er dubbel zijn. Mozes en Aäron zeiden tegen het volk dat hun murmureren eigenlijk tegen de HEERE ging (Exodus 16:7-8). Toen Aäron tot de vergadering sprak, verscheen de heerlijkheid van de HEERE in de wolk.

Wat zijn de kwakkels in Exodus 16?

De HEERE zei tegen Mozes: "Tussen twee avonden zult gij vlees eten, en aan den morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben" (Exodus 16:12). Diezelfde avond kwamen er kwakkels op, die het leger bedekten. Kwakkel is een oud woord voor kwartel, een kleine trekvogel. Exodus 16 noemt ze maar één keer; het brood voor elke dag kwam de volgende morgen.

Wat is manna?

’s Morgens lag er dauw rondom het leger. Toen de dauw was opgetrokken, lag er over de woestijn iets kleins en ronds, klein als rijp op de grond (Exodus 16:14). De Israëlieten zeiden tegen elkaar: "Het is Man", want zij wisten niet wat het was. Mozes legde het uit: "Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft" (Exodus 16:15). Verderop beschrijft het hoofdstuk het als korianderzaad, wit, met een smaak als van honingkoeken (Exodus 16:31). Een uitleg per vers vindt u bij Exodus 16.

Wat gebeurde er met manna dat bewaard werd?

Ieder moest verzamelen naar wat hij eten kon, een gomer per persoon. Sommigen verzamelden veel, anderen weinig. Maar toen zij het maten, "had hij, die veel verzameld had, niets over, en dien, die weinig verzameld had, ontbrak niet" (Exodus 16:18). Mozes zei dat niemand er iets van mocht overlaten tot de volgende morgen. Toch deden sommige mannen het. Er kwamen wormen in en het ging stinken, en Mozes werd zeer toornig op hen. Wat op het veld bleef liggen, smolt als de zon heet werd.

Wat had het manna met de sabbat te maken?

Op de zesde dag verzamelde het volk dubbel, twee gomers per persoon. Mozes legde uit: "Morgen is de rust, de heilige sabbat des HEEREN" (Exodus 16:23). Wat zij voor de zevende dag bewaarden, bedierf niet. Toch gingen sommigen op de sabbat uit om te verzamelen, en zij vonden niets. De HEERE vroeg: "Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten" (Exodus 16:28)? Hij had hun de sabbat gegeven en gaf daarom op de zesde dag brood voor twee dagen. Zo rustte het volk op de zevende dag.

Hoe lang at Israël manna?

Op bevel van de HEERE moest een gomer manna bewaard worden, zodat latere geslachten het brood zouden zien dat God in de woestijn gaf (Exodus 16:32). Aäron deed het in een kruik en zette die voor de getuigenis. Het hoofdstuk eindigt met een blik ver vooruit: Israël at manna veertig jaar, tot aan de grens van Kanaän (Exodus 16:35). Na het eerste Pascha in het land hield het manna op (Jozua 5:12). Daarna trok het volk verder naar Rafidim, waar geen water was; dat staat bij Water uit de rots.

Achtergrond

De woestijn Sin lag volgens Exodus 16:1 tussen Elim en de Sinaï. Waar precies, is onzeker, omdat ook de plaats van de berg Sinaï niet vaststaat. Een overzicht van de hele tocht staat bij de woestijnreis.

Een gomer is volgens het laatste vers van het hoofdstuk het tiende deel van een efa (Exodus 16:36). Hoeveel dat in liters was, weten wij niet zeker; de schattingen lopen uiteen. De naam manna komt uit vers 15: het volk zei "Het is Man", want zij wisten niet wat het was. Veel uitleggers verbinden de naam daarom met de vraag: wat is het? De herkomst van het woord wordt wel verschillend uitgelegd. Psalm 78:24 noemt het "hemels koren".

Er zijn pogingen gedaan het manna te verklaren uit een natuurverschijnsel in de Sinaïwoestijn, zoals een zoete afscheiding van struiken. De tekst laat zien dat het geen gewone opbrengst was: het lag er zes dagen per week, veertig jaar lang, dubbel op de zesde dag en niet op de sabbat. Ook vers 34 kijkt vooruit. Aäron zette de kruik "voor de getuigenis", de tafelen van het verbond die later in de ark gelegd werden (Exodus 25:16).

Betekenis

In Exodus 16 staat God centraal als de Gever. Het volk klaagt, maar de HEERE hoort. Vier keer zegt het hoofdstuk dat Hij hun murmureringen gehoord heeft (Exodus 16:7-12). Zijn antwoord is brood, en het doel noemt Hij erbij: "en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben" (Exodus 16:12). Het manna maakt bekend Wie Hij is: de God Die Zijn volk uit Egypte haalde en het in de woestijn niet loslaat.

Het manna is ook een beproeving. God gaf het "opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet" (Exodus 16:4). Wie elke dag alleen het brood voor die dag krijgt, leert afhankelijk leven. Mozes legt dat later uit: de HEERE liet Israël hongeren en spijsde het met het manna, "opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des HEEREN mond uitgaat" (Deuteronomium 8:3). Met die woorden antwoordde de Heere Jezus de verzoeker in de woestijn (Mattheüs 4:4).

Het Nieuwe Testament trekt de lijn naar Christus. Na de wonderbare spijziging spraken de mensen over het manna. Jezus antwoordde: "Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel" (Johannes 6:32). En Hij zei: "Ik ben het Brood des levens" (Johannes 6:35). De vaders aten het manna en stierven (Johannes 6:49); wie van Christus eet, zal in eeuwigheid leven. Zo wijst het manna vooruit naar Hem. Paulus noemt het "geestelijke spijs" (1 Korinthe 10:3) en haalt de verdeling van Exodus 16:18 aan als voorbeeld voor het delen tussen de gemeenten (2 Korinthe 8:15).

Lessen voor vandaag

God zorgt dag voor dag. Het manna lag er elke morgen, maar nooit voor een week vooruit. Zo leert de Heere Jezus ons bidden: "Geef ons heden ons dagelijks brood" (Mattheüs 6:11). Wie zich zorgen maakt over morgen, mag weten dat dezelfde God Die Israël veertig jaar voedde, ook nu weet wat wij nodig hebben.

Murmureren is geen klein ding. Mozes zei tegen het volk dat hun klagen tegen de HEERE ging. Toch antwoordde God met geduld en gaf Hij brood. Dat nodigt ons uit om onze nood bij Hem te brengen in plaats van over Hem te klagen. Psalm 105 bezingt later wat God deed: "Zij baden, en Hij deed kwakkelen komen" (Psalm 105:40).

God geeft ook rust. Het manna leerde Israël zes dagen verzamelen en op de zevende dag rusten, omdat de HEERE de sabbat had gegeven. Wie op die dag toch ging zoeken, vond niets. Rusten is in dit hoofdstuk een daad van vertrouwen: God zorgt, ook als wij ophouden met werken.

Ten slotte wijst het manna naar het Brood dat blijft. Gewoon brood is nodig, maar het verzadigt voor één dag. Christus zegt: "die tot Mij komt, zal geenszins hongeren" (Johannes 6:35).

Vertellen aan kinderen

Voorlezen duurt ongeveer 5 minuten · geschikt vanaf 6 jaar

Het volk Israël was uit Egypte weggetrokken. God had hen door de zee gebracht. Nu trokken ze door de woestijn. Een woestijn is een droog land met zand en stenen, waar bijna niets groeit. Een maand na het vertrek uit Egypte kwamen ze in de woestijn Sin.

Daar was geen eten. Toen begon het hele volk te mopperen tegen Mozes en Aäron. Ze zeiden dat ze in Egypte bij de potten met vlees hadden gezeten en brood hadden gegeten tot ze vol waren. Ze zeiden tegen Mozes en Aäron: "gijlieden hebt ons uitgeleid in deze woestijn, om deze ganse gemeente door den honger te doden". Ze bedoelden dat Mozes en Aäron hen naar de woestijn hadden gebracht om hen van honger te laten sterven.

De HEERE hoorde het mopperen. Hij sprak tegen Mozes: "Zie, Ik zal voor ulieden brood uit den hemel regenen". Elke dag mochten de mensen het gaan rapen. Maar alleen zoveel als ze die dag nodig hadden. Zo wilde God zien of ze naar Hem zouden luisteren.

Mozes en Aäron zeiden tegen het volk dat hun mopperen niet tegen hen ging. Het ging tegen de HEERE. Toen keek het volk naar de woestijn en zag de heerlijkheid van de HEERE in de wolk. Dat was de wolk waarin God met Zijn volk meetrok. Met Zijn heerlijkheid liet de HEERE zien dat Hij Zelf bij hen was. De HEERE sprak opnieuw tegen Mozes. Hij beloofde vlees voor de avond en brood voor de morgen. En Hij zei: "en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben".

Die avond liet de HEERE heel veel kwakkels komen. Kwakkels zijn kleine vogels, die wij kwartels noemen. Ze bedekten het hele kamp. Nu had het volk vlees te eten.

De volgende morgen lag er dauw rondom het kamp. Dauw zijn kleine druppeltjes water op de grond. Toen de dauw weg was, lag er overal iets op de grond. Het was klein en rond, zoals rijp op een koude morgen. De mensen zeiden tegen elkaar: "Het is Man". Ze wisten niet wat het was. Mozes zei: "Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft". Het was wit en smaakte als koekjes met honing. Het volk noemde het Man. Wij zeggen manna.

Iedereen ging manna rapen. Sommigen raapten veel, anderen weinig. Maar toen ze het afmaten, had niemand te veel en kwam niemand iets te kort.

Mozes zei dat niemand er iets van mocht bewaren tot de volgende morgen. Maar sommige mannen luisterden niet en bewaarden een deel. De volgende ochtend zaten er wormen in en het stonk. Mozes werd erg boos op hen. Het manna dat op het veld bleef liggen, smolt als de zon heet werd.

Op de zesde dag raapte het volk twee keer zoveel. Mozes legde uit dat de volgende dag de sabbat was, de rustdag van de HEERE. Wat ze voor die dag bewaarden, bleef goed. Toch gingen sommige mensen op de zevende dag naar buiten om manna te zoeken. Ze vonden niets. Toen vroeg de HEERE hoe lang het volk nog zou weigeren om naar Zijn geboden te luisteren. Hij had hun de sabbat gegeven. Daarom gaf Hij op de zesde dag brood voor twee dagen. Op de sabbat moest iedereen thuisblijven. Zo rustte het volk op de zevende dag.

Mozes zei ook dat ze een kruik vol manna moesten bewaren. Aäron zette die kruik neer voor het aangezicht van de HEERE. Zo konden de kinderen en kleinkinderen later zien met welk brood God hun ouders in de woestijn had gevoed.

Veertig jaar lang at het volk Israël manna. Zes dagen per week lag het er weer, totdat ze bij het land Kanaän kwamen. Al die jaren zorgde God elke dag voor Zijn volk. De Heere Jezus zei later dat Hij Zelf het Brood is dat uit de hemel gekomen is. Wie bij Hem komt, zal nooit meer honger hebben.

Om te onthouden
“Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.” (Exodus 16:15)

Tips voor de verteller

  • Kinderen vragen soms waarom God niet strafte toen het volk mopperde. Zeg eerlijk wat er staat: Mozes noemde het murmureren tegen de HEERE, en toch gaf God brood. Later, toen het volk opnieuw om vlees klaagde, strafte God wel (Numeri 11:33). Zo ziet u Gods geduld, en ook dat Hij het klagen niet goedkeurt.
  • Leg de woorden heerlijkheid, dauw, rijp en sabbat één keer uit. Voor kinderen van vier tot zeven kunt u de kwakkels kort houden en de nadruk leggen op het brood elke morgen, de wormen in het bewaarde manna en de dubbele portie voor de sabbat. Exodus 16:13-21 kunt u zelf uit de Bijbel voorlezen.
  • Een kind kan vragen of manna nog bestaat. Antwoord dat het manna ophield toen Israël in Kanaän van het koren van het land at (Jozua 5:12). Wijs oudere kinderen op Johannes 6, waar de Heere Jezus Zichzelf het Brood des levens noemt, en op het gebed om ons dagelijks brood.

Gespreksvragen voor kinderwerk en club

Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
  1. NavertellenWat lag er elke morgen op de grond rondom het kamp?
  2. NavertellenWat gebeurde er met het manna dat mensen bewaarden?
  3. VerwonderenWie gaf het volk elke dag brood in de woestijn?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
  1. KijkenWaarom moest het volk op de zesde dag twee keer zoveel manna verzamelen?
  2. BetekenisGod gaf het manna steeds maar voor één dag. Waarom deed Hij dat, denk je?
  3. VerbindingDe Heere Jezus zegt: "Ik ben het Brood des levens". Wat bedoelt Hij daarmee?
  4. ToepassingWaar maak jij je weleens zorgen over, en hoe kun je dat bij God brengen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
  1. BijbeltekstLees Deuteronomium 8:2-3. Mozes zegt dat God Israël liet hongeren en het daarna manna gaf. Wat wilde God Zijn volk daarmee leren?
  2. Wie is God?God gaf brood aan een volk dat tegen Hem murmureerde. Wat zegt dat over Zijn geduld, en waarom gaf Hij er toch regels bij?
  3. Moeilijke vraagIn Exodus 16 geeft God brood na het klagen, maar in Numeri 11 straft Hij het volk dat om vlees klaagt. Hoe zou je dat verschil verklaren?
  4. PersoonlijkDe Heere Jezus leert bidden om dagelijks brood (Mattheüs 6:11). Wat betekent het voor jou om elke dag van God afhankelijk te zijn?

Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij Zijn volk elke dag gaf wat het nodig had, en dat Christus het Brood des levens is. Bid om vertrouwen op God in plaats van zorgen en klagen.

Personen in dit verhaal

Plaatsen in dit verhaal

Lees het in een leesplan

Thema's in dit verhaal

Gods zorg voor elke dagMurmureren tegen GodAfhankelijk van God levenDe sabbat als Gods gaveChristus, het Brood des levens

Gerelateerde bijbelverhalen

Veelgestelde vragen over Manna uit de hemel

Waar staat het verhaal van het manna in de Bijbel?

Het verhaal staat in Exodus 16, kort na de doortocht door de Rode Zee (Exodus 14) en het bittere water van Mara (Exodus 15). Numeri 11 beschrijft het manna nog eens en vertelt hoe het volk later opnieuw om vlees klaagde. Deuteronomium 8 legt uit waarom God het manna gaf, en Jozua 5:12 vertelt dat het ophield toen Israël in Kanaän was. In Johannes 6 spreekt de Heere Jezus over het manna en noemt Hij Zich het Brood des levens.

Wat betekent het woord manna?

De naam komt uit Exodus 16:15. Toen de Israëlieten het voor het eerst zagen, zeiden zij: "Het is Man", want zij wisten niet wat het was. Veel uitleggers verbinden de naam daarom met de vraag wat het was, al wordt de precieze herkomst van het woord verschillend uitgelegd. In de Statenvertaling heet het in Exodus Man en in Jozua en Johannes Manna. Psalm 78:24 noemt het "hemels koren", en Mozes noemde het eenvoudig het brood dat de HEERE te eten gaf.

Hoe zag manna eruit en hoe smaakte het?

Exodus 16:14 beschrijft het als iets kleins en ronds, "klein als de rijm, op de aarde", dat achterbleef toen de dauw was opgetrokken. Volgens Exodus 16:31 was het als korianderzaad, wit, en smaakte het als honingkoeken. Numeri 11:7-8 voegt toe dat het volk het maalde of stampte, kookte en er koeken van maakte, met een smaak als van de beste olie. Meer zegt de Bijbel er niet over.

Was manna een natuurverschijnsel?

Sommigen hebben het manna willen verklaren als een zoete afscheiding van struiken of insecten in de Sinaïwoestijn. De Bijbel presenteert het als een gave van God: "Dit is het brood, hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft" (Exodus 16:15). Bovendien past het verloop niet bij een gewone opbrengst. Het manna lag er veertig jaar lang zes dagen per week, er was dubbel op de zesde dag en niets op de sabbat, en het bewaarde manna bedierf, behalve wat op de zesde dag voor de sabbat werd opgelegd.

Kregen de Israëlieten elke dag kwakkels te eten?

Nee, dat staat er niet. Exodus 16:13 noemt de kwakkels maar één keer: op de avond na Gods belofte bedekten zij het leger. Het dagelijkse voedsel was het manna. In Numeri 11 klaagde het volk later dat het alleen manna had en geen vlees. Toen gaf God opnieuw kwakkels, maar nu volgde er ook een plaag, omdat het volk belust was geweest (Numeri 11:33-34). De twee gebeurtenissen worden soms door elkaar gehaald.

Strafte God Israël voor het murmureren in Exodus 16?

In Exodus 16 niet. God hoorde het murmureren en antwoordde met vlees en brood, "en gij zult weten, dat Ik de HEERE uw God ben" (Exodus 16:12). Toch nam Hij het klagen ernstig: Mozes zei dat het murmureren tegen de HEERE ging (Exodus 16:8). Later in de woestijnreis strafte God het volk wel toen het opnieuw klaagde (Numeri 11:33; 1 Korinthe 10:10). Gods geduld in Exodus 16 is dus geen goedkeuring.

Waarom gaf God het manna per dag en niet voor een week?

God zei het zelf: "opdat Ik het verzoeke, of het in Mijn wet ga, of niet" (Exodus 16:4). Het volk moest elke dag op Hem vertrouwen voor het brood van die dag. Mozes legde later uit dat God Israël zo wilde leren dat de mens niet alleen van brood leeft, maar van alles wat uit de mond van de HEERE uitgaat (Deuteronomium 8:3). Daarom bedierf het manna dat werd bewaard, behalve wat op de zesde dag voor de sabbat werd opgelegd.

Wat zegt Jezus over het manna?

In Johannes 6, na de wonderbare spijziging, zeiden de mensen dat hun vaders het manna in de woestijn hadden gegeten. Jezus antwoordde: "Mozes heeft u niet gegeven het brood uit den hemel; maar Mijn Vader geeft u dat ware Brood uit den hemel" (Johannes 6:32). Daarna zei Hij: "Ik ben het Brood des levens" (Johannes 6:35). Het manna voedde voor een dag en de vaders stierven, maar wie Christus ontvangt, zal in eeuwigheid leven (Johannes 6:58).

Hoe vertelt u het verhaal van het manna aan kinderen?

Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Op deze pagina staat een vertelling die Exodus 16 volgt, met een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Leg de nadruk op wat God doet: Hij hoort het klagen, geeft elke morgen brood en zorgt voor rust op de sabbat. Voor jonge kinderen kunt u de kwakkels kort houden. Aan het slot kunt u laten zien dat de Heere Jezus Zich het Brood des levens noemt.

Stel een vraag over Manna uit de hemel

Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.

Feestdagen bij dit verhaal

Verdiep u verder