Legerplaats aan de wateren
Na Mara komt Israël te Elim, waar twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen zijn. Het volk legert zich daar aan de wateren.
Elim (Hebreeuws אֵילִם) is een meervoudsvorm. De naam wordt meestal in verband gebracht met grote bomen, zoals terebinten of eiken, maar de precieze betekenis is onzeker.
Elim was de legerplaats van Israël met twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen, kort na de doortocht door de Rode Zee (Exodus 15:27). Na het bittere water van Mara vond het volk hier water en schaduw. Daarna trok het verder naar de woestijn Sin. De ligging is onzeker.
Elim lag op de route van Israël van de Rode Zee naar de Sinaï, één legerplaats na Mara (Exodus 15:23-27). Exodus 16:1 plaatst de woestijn Sin tussen Elim en de Sinaï. Volgens Numeri 33:10 legerde het volk zich na Elim aan de Schelfzee, zodat Elim waarschijnlijk niet ver van de kust lag. Het was een oase met bronnen en palmen in een droog gebied.
Elim wordt vaak gezocht in de Wadi Gharandel, een dal met water en palmen aan de westkant van het Sinaï-schiereiland in Egypte, maar die ligging is onzeker en hangt af van de route van de uittocht. Die keuze past bij wie de Sinaï in het zuiden van het schiereiland zoekt en een route langs de westkust aanneemt. Andere voorstellen volgen uit een andere route van de uittocht. Een vindplaats met de naam Elim is niet bekend.
De precieze ligging is onzeker: er zijn meerdere kandidaten.
Na Mara komt Israël te Elim, waar twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen zijn. Het volk legert zich daar aan de wateren.
De vergadering reist van Elim verder en komt op de vijftiende dag van de tweede maand in de woestijn Sin, tussen Elim en de Sinaï. Daar volgt het murmureren om brood en het manna.
De lijst van legerplaatsen in Numeri 33 noemt Elim tussen Mara en de Schelfzee.
Van Elim trekt het volk eerst naar de Schelfzee en legert zich daar, voordat het de woestijn Sin bereikt.
De volgende bijbelgedeelten helpen u om de rol van Elim in de Schrift beter te begrijpen.
Elim lag op de route van Israël van de Rode Zee naar de Sinaï, na Mara en vóór de woestijn Sin (Exodus 15:27, 16:1). Volgens Numeri 33:10 lag de volgende legerplaats aan de Schelfzee, dus Elim zal niet ver van de kust gelegen hebben. De precieze ligging is onzeker. Wie een route langs de westkust van het Sinaï-schiereiland aanneemt, denkt meestal aan de Wadi Gharandel, een dal met water en palmen.
Elim is in het Hebreeuws een meervoud. De naam wordt meestal in verband gebracht met grote bomen, zoals terebinten of eiken. Dat past bij een oase met zeventig palmbomen, maar de precieze betekenis is onzeker. De Bijbel geeft zelf geen verklaring van de naam, anders dan bij Mara, waar de naam uitdrukkelijk met het bittere water wordt verbonden (Exodus 15:23).
Elim staat in vier verzen: Exodus 15:27 en 16:1 en Numeri 33:9-10. Exodus 15:27 vertelt dat Israël er twaalf waterfonteinen en zeventig palmbomen vond en zich aan de wateren legerde. Exodus 16:1 noemt het vertrek naar de woestijn Sin. Numeri 33 herhaalt de beschrijving in de lijst van legerplaatsen. De naam Beer-Elim in Jesaja 15:8 is een andere plaats.
De Bijbel vermeldt de getallen als beschrijving van de oase: "daar waren twaalf waterfonteinen, en zeventig palmbomen" (Exodus 15:27). Er was water en schaduw genoeg voor het hele volk. Sommige uitleggers zien in de getallen een verwijzing naar de twaalf stammen en de zeventig oudsten van Israël (Exodus 24:1, Numeri 11:16); onder anderen Tertullianus (Tegen Marcion, boek 4) dacht aan de twaalf apostelen en de zeventig die de Heere uitzond (Lukas 10:1). De tekst zelf legt die verbanden niet.
Nee. Beer-Elim komt alleen voor in Jesaja 15:8, in de profetie over Moab: het gehuil van Moab zou reiken "tot Beer-Elim toe". Die plaats lag in of bij Moab, ten oosten van de Dode Zee, ver van de route van de uittocht. Elim, de oase van Exodus 15:27, lag op de weg van de Rode Zee naar de Sinaï. De namen lijken op elkaar, maar het gaat om twee plaatsen.
Na het bittere water van Mara kwam Israël te Elim en legerde zich daar aan de wateren (Exodus 15:27). De Bijbel vertelt bij Elim geen murmureren en geen wonder: het was een plaats van rust, met water en schaduw voor het hele volk. Hoe lang het volk er bleef, staat er niet. Daarna trok het via een legerplaats aan de Schelfzee naar de woestijn Sin, waar het op de vijftiende dag van de tweede maand aankwam (Numeri 33:10-11, Exodus 16:1); later volgde Rafidim (Exodus 17:1-6).
Mara
Mara wordt vaak gezocht bij Ain Hawara, een bron met brak water landinwaarts van de Golf van Suez in het huidige Egypte, maar die ligging is onzeker
Rode Zee
De Rode Zee bestaat nog als smalle zee tussen Afrika en het Arabisch Schiereiland, met in het noorden de Golf van Suez en de Golf van Akaba
Rafidim
De ligging van Rafidim is onzeker, omdat zij afhangt van de ligging van de Sinaï
Berg Horeb
De ligging is onzeker
Wilt u dieper ingaan op de geschiedenis, de bijbelteksten of de theologische betekenis van Elim? Onze AI-assistent helpt u verder.
Terug naar het overzicht van bijbelse plaatsen.
Ontdek wie er leefden bij Elim.
Plaats Elim in de bijbelse geschiedenis.
Lees de bijbelgedeelten over Elim.
Uitleg bij bijbelgedeelten over Elim.
Verken thema's die verbonden zijn met Elim.