Ga naar hoofdinhoud

Het Joodse leesrooster

Vierenvijftig weken door de Tora langs het Joodse leesrooster: elke week één parasja in zeven dagdelen, met de haftara en een gedeelte uit het Nieuwe Testament.

54 weken
~10-15 min/dag
Gemiddeld

Over dit leesplan

Dit plan volgt het Joodse leesrooster: de vaste jaarcyclus waarin in de synagoge elke week één parasja gelezen wordt — het weekgedeelte uit de Tora — van Genesis 1 tot het slot van Deuteronomium. Het telt daarom geen 54 dagen maar 54 weken. Elke stap is één parasja, en binnen die stap staan de zeven alijot: de zeven gedeelten waarin de portie op sabbatochtend wordt voorgelezen, hier verdeeld over zondag tot en met sabbat. U leest dus elke dag een gedeelte van tien tot vijftien minuten; wie in eigen tempo gaat, vinkt de week af wanneer hij klaar is.

Naast de Tora-portie leest u twee dingen. De haftara — de bijbehorende lezing uit de Profeten, die in de synagoge al eeuwen bij juist deze parasja hoort — en één gedeelte uit het Nieuwe Testament dat inhoudelijk bij dezelfde week aansluit. Bij elke week hoort een verdieping die de tekst langsloopt met PaRDeS, de Joodse geheugensteun voor vier manieren van lezen: pesjat (wat er staat), remez (een wenk in de tekst zelf), derasj (wat de traditie erin hoorde) en sod (waar de tekst over God zelf spreekt en onze uitleg ophoudt). Daarnaast staat er elke week een stuk Joodse geschiedenis of gewoonte: het feest dat in deze weken valt, wat er in een huis gebeurt, hoe het in de synagoge toegaat.

Wie instapt, begint standaard bij de parasja die deze week in de synagoge aan de beurt is; u leest dan mee met de lopende cyclus. Wie liever bij het begin begint, kiest week 1, Bereesjiet. Het plan beschrijft de Joodse praktijk en schrijft haar niet voor: er wordt niets van u gevraagd behalve lezen. En wie een week overslaat, mist niets — dit rooster keert elk jaar op dezelfde plek terug.

Achtergrond en doel

Het Joodse leesrooster is geen bedenksel van dit leesplan maar een eeuwenoude synagogale gewoonte. De Tora is verdeeld in 54 parasjot — weekgedeelten — en elke sabbatochtend wordt er één voorgelezen, zodat de vijf boeken van Mozes in één jaar rond zijn. De cyclus draait om Simchat Tora, de dag waarop de laatste woorden van Deuteronomium worden uitgelezen en er in dezelfde dienst, uit een tweede rol, meteen opnieuw bij Genesis 1:1 wordt begonnen. Er zit geen dag tussen. Omdat een Joods jaar zelden precies 54 sabbatten met een parasja telt, worden er in kortere jaren vaste paren samengelezen; het rooster past zich dus aan de kalender aan, maar de volgorde blijft altijd dezelfde.

Op sabbatochtend wordt de parasja in zeven alijot gelezen — "opgangen", de zeven gedeelten waarvoor telkens iemand anders naar voren wordt geroepen. Die zevendeling is de reden dat een stap in dit plan een week is en geen dag: u leest per dag één alija, van zondag tot en met sabbat, en hebt de portie compleet op de dag dat de synagoge haar in haar geheel leest. Dat sluit aan bij een oude gewoonte die de Talmoed beschrijft (Talmoed, Berachot 8a): de parasja in de loop van de week zelf doornemen, afgerond vóór sabbatochtend. Op de sabbatdag komt daar de haftara bij, de lezing uit de Profeten die vast bij deze parasja hoort — soms om een woord dat terugkeert, soms om een thema, soms om een gebeurtenis die de profeet spiegelt. Waaróm juist die lezing erbij hoort, staat elke week uitgelegd.

PaRDeS is de naam voor vier manieren om een tekst te lezen. Het woord betekent "boomgaard" en staat tegelijk als geheugensteun voor pesjat (de eenvoudige betekenis, in de eigen taal en het eigen verband), remez (een wenk: een zeldzaam woord, een echo, een structuur die over de tekst heen wijst), derasj (de ondervraging van de tekst door de traditie, die bijna altijd begint bij een oneffenheid — een herhaling, een gat, een vreemd woord) en sod (het geheim: waar de tekst over God zelf spreekt). Over de herkomst zijn we eerlijk: het acroniem is betrekkelijk laat, het komt op in dertiende-eeuws Spanje, en het is nooit een algemeen geldende Joodse methode geweest. De klassieke uitleggers vinken de vier lagen dan ook niet af — Rasji doet vooral pesjat en derasj, Ibn Ezra nauwelijks sod. Zo doen wij het hier ook: pesjat en derasj staan er elke week, remez en sod alleen wanneer de tekst er aanleiding toe geeft. Een ontbrekende laag is geen gat maar een keuze, en een gezochte wenk is erger dan geen wenk.

Bij die laatste laag hoort één uitgesproken grens. Sod is in dit plan de laag van eerbied, niet van geheime kennis. Er wordt niet gerekend met getalswaarden, er worden geen sefirot-schema's of "bijbelcodes" als bewijs gebruikt, en waar de Joodse mystiek iets in een tekst zag, wordt dat genoemd met bron én met de aantekening dat wij daarin niet meegaan. De klassieke rabbijnse regel dat een Schriftwoord zijn eenvoudige betekenis nooit verliest (Talmoed, Sjabbat 63a) weegt hier zwaarder dan de gedachte dat pesjat "maar het begin" zou zijn. "De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons" (Deuteronomium 29:29) — dat vers is de maat van deze laag.

Dan de verhouding waar dit plan het meest op let. De gemeente uit de volken is, zoals Paulus schrijft, geënt op de olijfboom van Israël (Romeinen 11:17): de wortel draagt ons, en niet andersom. "Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk" (Romeinen 11:29). Deze teksten hebben éérst iets te zeggen over God en Zijn volk; wie Christus kent hoort daarin méér, maar nooit minder. Waar de Joodse en de christelijke uitleg uiteenlopen, worden beide als lezing benoemd, zonder winnaar. En de grens geldt net zo hard de andere kant op: de christelijke lezer wordt hier niet tot Tora-observantie geroepen. Handelingen 15 laat zien dat de gemeente uit de volken niet onder de gehele Tora is gesteld, en juist daarom mag zij vrij en dankbaar meelezen. Joodse gebruiken worden dus beschreven — "in de synagoge wordt...", "veel Joodse gezinnen..." — en niet voorgeschreven.

Wat dit plan belooft, is de tekst en de uitleg: vierenvijftig weken lang de portie, de haftara, een gedeelte uit het Nieuwe Testament en een verdieping erbij. Wat die woorden bij u doen, valt niet te plannen en wordt hier niet beloofd. Eén ding zit wel in de vorm zelf: dit rooster is een cyclus. Wie een week mist, komt volgend jaar op dezelfde plek weer langs — en leest dan anders, omdat de lezer een jaar verder is.

Dagoverzicht

Bezig met laden…
Bekijk het volledige leesschema
1

Week 1 · Bereesjiet — In het begin schiep God

Genesis 1:1-6:8, Jesaja 42:5-43:10, Johannes 1:1-18

2

Week 2 · Noach — De boog in de wolken

Genesis 6:9-11:32, Jesaja 54:1-55:5, 1 Petrus 3:18-22

3

Week 3 · Lech Lecha — Ga uit uw land

Genesis 12:1-17:27, Jesaja 40:27-41:16, Romeinen 4:1-25

4

Week 4 · Wajera — Bezoek, voorbede en de berg

Genesis 18:1-22:24, 2 Koningen 4:1-37, Jakobus 2:14-26

5

Week 5 · Chajee Sara — Een graf in het beloofde land

Genesis 23:1-25:18, 1 Koningen 1:1-31, Hebreeën 11:8-16

6

Week 6 · Toledot — Twee volken in één schoot

Genesis 25:19-28:9, Maleachi 1:1-2:7, Romeinen 9:6-13

7

Week 7 · Wajetsee — Een ladder in de nacht

Genesis 28:10-32:2, Hosea 12:13-14:10, Johannes 1:44-52

8

Week 8 · Wajisjlach — De nacht bij de Jabbok

Genesis 32:3-36:43, Obadja 1:1-21, Romeinen 12:17-21

9

Week 9 · Wajesjev — Hij woonde, en het brak open

Genesis 37:1-40:23, Amos 2:6-3:8, Handelingen 7:9-16

10

Week 10 · Mikeets — Aan het einde van twee jaren

Genesis 41:1-44:17, 1 Koningen 3:15-4:1, Johannes 6:26-35

11

Week 11 · Wajigasj — Toen naderde Juda tot hem

Genesis 44:18-47:27, Ezechiël 37:15-28, Efeze 2:11-22

12

Week 12 · Wajechi — God heeft het ten goede gedacht

Genesis 47:28-50:26, 1 Koningen 2:1-12, Hebreeën 11:20-22

13

Week 13 · Sjemot — Een Naam uit het vuur

Exodus 1:1-5:24, Jesaja 27:6-28:13, 29:22-23, Handelingen 7:30-35

14

Week 14 · Waëra — Vier woorden van verlossing

Exodus 6:1-9:35, Ezechiël 28:25-29:21, Romeinen 9:14-18

15

Week 15 · Bo — De nacht die verteld blijft

Exodus 10:1-13:16, Jeremia 46:13-28, 1 Korinthe 5:6-8

16

Week 16 · Besjallach — Aan de overkant klinkt een lied

Exodus 13:17-17:16, Richteren 4:4-5:31, 1 Korinthe 10:1-13

17

Week 17 · Jitro — De berg die rookte

Exodus 18:1-20:26, Jesaja 6:1-7:6, 9:5-6, Hebreeën 12:18-24

18

Week 18 · Misjpatiem — De knecht, de weduwe, de os

Exodus 21:1-24:18, Jeremia 34:8-22, 33:25-26, Jakobus 2:1-13

19

Week 19 · Teroema — Dat Ik in hun midden wone

Exodus 25:1-27:19, 1 Koningen 5:12-6:13, Openbaring 21:1-7

20

Week 20 · Tetsawe — Namen op schouders en hart

Exodus 27:20-30:10, Ezechiël 43:10-27, Hebreeën 7:23-28

21

Week 21 · Ki Tisa — Mozes staat in de bres

Exodus 30:11-34:35, 1 Koningen 18:1-39, Lukas 9:28-36

22

Week 22 · Wajakheel — Zij brachten meer dan genoeg

Exodus 35:1-38:20, 1 Koningen 7:40-50, 1 Korinthe 12:4-11

23

Week 23 · Pekoedee — De wolk vult de tabernakel

Exodus 38:21-40:38, 1 Koningen 7:51-8:21, Handelingen 7:44-50

24

Week 24 · Wajikra — De HEERE roept uit de tent

Leviticus 1:1-6:7, Jesaja 43:21-44:23, Hebreeën 10:1-14

25

Week 25 · Tsav — Het vuur dat blijft branden

Leviticus 6:8-8:36, Jeremia 7:21-8:3, 9:23-24, Hebreeën 13:11-16

26

Week 26 · Sjemini — De achtste dag en de stilte

Leviticus 9:1-11:47, 2 Samuël 6:1-7:17, Handelingen 10:9-28

27

Week 27 · Tazria — De priester die alleen maar kijkt

Leviticus 12:1-13:59, 2 Koningen 4:42-5:19, Lukas 2:22-24

28

Week 28 · Metsora — De weg terug naar binnen

Leviticus 14:1-15:33, 2 Koningen 7:3-20, Mattheüs 8:1-4

29

Week 29 · Acharee Mot — Eén dag achter het voorhangsel

Leviticus 16:1-18:30, Amos 9:7-15, 1 Johannes 1:5-2:2

30

Week 30 · Kedosjiem — Heilig in het gewone leven

Leviticus 19:1-20:27, Ezechiël 22:1-19, Lukas 10:25-37

31

Week 31 · Emor — De vaste tijden van de HEERE

Leviticus 21:1-24:23, Ezechiël 44:15-31, Johannes 7:37-39

32

Week 32 · Behar — Het land is het Mijne

Leviticus 25:1-26:2, Jeremia 32:6-27, Lukas 4:16-21

33

Week 33 · Bechoekotai — Ik zal Mijn verbond gedenken

Leviticus 26:3-27:34, Jeremia 16:19-17:14, Romeinen 11:1-6

34

Week 34 · Bemidbar — Geteld worden in de woestijn

Numeri 1:1-4:20, Hosea 1:10-2:19, Handelingen 2:1-11

35

Week 35 · Naso — De Naam op het volk gelegd

Numeri 4:21-7:89, Richteren 13:2-25, Lukas 1:5-25

36

Week 36 · Beha'alotecha — Het licht en de last

Numeri 8:1-12:16, Zacharia 2:10-4:7, Markus 9:33-41

37

Week 37 · Sjelach Lecha — Twaalf mannen en één blauwe draad

Numeri 13:1-15:41, Jozua 2:1-24, Hebreeën 3:7-4:11

38

Week 38 · Korach — Een twist en een bloeiende staf

Numeri 16:1-18:32, 1 Samuël 11:14-12:22, Handelingen 15:1-21

39

Week 39 · Choekat — Een gebod zonder uitleg

Numeri 19:1-22:1, Richteren 11:1-33, Hebreeën 9:11-14

40

Week 40 · Balak — De vloek die zegen werd

Numeri 22:2-25:9, Micha 5:6-6:8, 2 Petrus 2:15-19

41

Week 41 · Pinchas — Een verbond des vredes

Numeri 25:10-29:40, 1 Koningen 18:46-19:21, Mattheüs 9:35-38

42

Week 42 · Matot — Wat een woord vastlegt

Numeri 30:1-32:42, Jeremia 1:1-2:3, Mattheüs 5:33-37

43

Week 43 · Masee — De reis die is opgeschreven

Numeri 33:1-36:13, Jeremia 2:4-28, 3:4, Efeze 1:11-14

44

Week 44 · Devariem — De woorden voor de overtocht

Deuteronomium 1:1-3:22, Jesaja 1:1-27, Lukas 19:41-44

45

Week 45 · Waëtchanan — Hoor, Israël, de HEERE is één

Deuteronomium 3:23-7:11, Jesaja 40:1-26, Markus 12:28-34

46

Week 46 · Ekev — Danken als u verzadigd bent

Deuteronomium 7:12-11:25, Jesaja 49:14-51:3, Mattheüs 4:1-11

47

Week 47 · Ree — Zegen en vloek liggen voor u

Deuteronomium 11:26-16:17, Jesaja 54:11-55:5, Mattheüs 7:13-27

48

Week 48 · Sjofetiem — Gerechtigheid zult gij najagen

Deuteronomium 16:18-21:9, Jesaja 51:12-52:12, Handelingen 3:17-26

49

Week 49 · Ki Tetsee — De wet met een omheining

Deuteronomium 21:10-25:19, Jesaja 54:1-10, Mattheüs 19:3-9

50

Week 50 · Ki Tavo — Een korf en een belijdenis

Deuteronomium 26:1-29:9, Jesaja 60:1-22, 2 Korinthe 9:6-15

51

Week 51 · Nitsaviem — Gij staat heden allen

Deuteronomium 29:10-30:20, Jesaja 61:10-63:9, Romeinen 10:5-13

52

Week 52 · Wajelech — Mozes draagt het over

Deuteronomium 31:1-30, Jesaja 55:6-56:8, 2 Timotheüs 3:14-4:8

53

Week 53 · Ha'azinoe — Een lied als getuige

Deuteronomium 32:1-52, 2 Samuël 22:1-51, Openbaring 15:1-4

54

Week 54 · Wezot Haberacha — De Tora eindigt buiten het land

Deuteronomium 33:1-34:12, Jozua 1:1-18, Lukas 24:44-49

Wat u krijgt

Wekelijks leesschema

Wat er deze week op het rooster staat

Voortgang bijhouden

Vink een week af en zie waar u gebleven was

Direct naar de tekst

Klik door naar de Bijbeltekst in uw favoriete vertaling

Reflectievragen

Verdiepende vragen om over na te denken

Tips voor dit leesplan

  • Tien tot vijftien minuten per dag: één alija, één van de zeven gedeelten waarin de parasja op sabbat wordt voorgelezen. Wie liever in één keer leest, neemt de hele portie op zaterdag.

  • Blijft een naam, een gewoonte of een Joodse term hangen, leg de vraag dan voor aan de assistent; die kent het gedeelte dat u las en antwoordt met de tekst erbij.

  • Het plan beschrijft Joodse gewoonten en feesten als achtergrond bij de tekst; er wordt niets van u gevraagd behalve lezen. Wie de sabbat of de feesten niet houdt, leest gewoon mee.

  • Een week overslaan is geen achterstand. Het rooster is een cyclus: over een jaar komt dezelfde parasja op dezelfde plek terug.

Veelgestelde vragen

Wat als ik een week oversla?
Niets aan de hand. Het Joodse leesrooster is een cyclus en geen ladder: over een jaar komt dezelfde parasja op dezelfde plek terug, en dan leest zij anders omdat u een jaar verder bent. Pak gewoon de week op die nu aan de beurt is, of ga terug naar de week die u miste — het plan loopt niet weg.
Moet ik Hebreeuws kennen?
Nee. Alle lezingen staan in de Statenvertaling en er komt geen Hebreeuws schrift in de teksten voor. Waar een Joodse term nodig is — parasja, haftara, alija — wordt hij in dezelfde zin vertaald, en per week zijn dat er hoogstens drie. Wie het Hebreeuwse woord achter een vers wél wil zien, kan daarvoor de woordstudie gebruiken.
Is dit plan alleen voor Messiaanse Joden?
Nee, al is de Messiaans-Joodse lezer hier uitdrukkelijk welkom: wie Jezus — in het Hebreeuws Jesjoea, "Hij redt" (Mattheüs 1:21) — belijdt als de Messias en tegelijk Joods leeft, wordt in dit plan volledig bediend en hoeft zijn twee loyaliteiten niet uit elkaar te halen. Het is net zo goed geschreven voor kerkelijke lezers die de Joodse wortels van hun eigen Bijbel willen leren kennen, en voor wie Joodse familie heeft. De uitleg is Nederlands, de vertaling is de Statenvertaling en er wordt geen voorkennis verondersteld.
Waarom begin ik niet bij week 1?
Omdat de cyclus doorloopt. Wie instapt, sluit standaard aan bij de parasja die deze week in de synagoge aan de beurt is; u leest dan mee met wat er wereldwijd op dezelfde sabbat gelezen wordt, en na 54 weken bent u rond. Liever toch bij het begin, bij Bereesjiet ("in het begin")? Kies dan bij het inschrijven voor week 1.
Wordt hier van mij verwacht dat ik de sabbat of de feesten ga houden?
Nee. Dit plan beschrijft Joodse praktijk en schrijft haar niet voor. U leest wat er in de synagoge gebeurt, wat er op een sederavond aan tafel komt en hoe een loofhut wordt gebouwd — als achtergrond bij de tekst, niet als leefregel om over te nemen. Handelingen 15 laat zien dat de gemeente uit de volken niet onder de gehele Tora is gesteld; juist daarom kunt u vrij en dankbaar meelezen. En wie de sabbat en de feesten wél houdt, vindt hier zijn eigen kalender terug.

Verdiep u verder

Andere leesplannen