Jeremia 1 in het kort: Jeremia 1 is een roepingshoofdstuk. God zegt tegen Jeremia dat Hij hem kende voordat hij gevormd werd en hem den volken tot een profeet heeft gesteld (vers 5). Jeremia weert af omdat hij jong is; het antwoord in vers 7 en 8 luidt dat hij moet gaan waarheen God hem zendt en niet hoeft te vrezen. Daarna volgen twee visioenen en een opdracht.
De kernverzen van Jeremia 1 in de Statenvertaling
Vers 5 Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld.
Vers 7 Maar de HEERE zeide tot mij: Zeg niet: Ik ben jong; want overal, waarhenen Ik u zenden zal, zult gij gaan, en alles, wat Ik u gebieden zal, zult gij spreken.
Vers 8 Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u, om u te redden, spreekt de HEERE.
De negentien verzen leest u in de Statenvertaling op Jeremia 1; over de Herziene Statenvertaling leest u meer op de pagina over de HSV. In Engelse bijbels heet het boek Jeremiah, wat de schrijfwijze Jeremiah 1 verklaart; Nederlandse verwijzingen luiden Jer. 1, Jeremia 1:5 of Jeremia 1:7.
Inleiding tot Jeremia 1
Jeremia hoofdstuk 1 markeert het begin van een van de meest aangrijpende profetische boeken in de Bijbel. Dit hoofdstuk beschrijft de roeping van Jeremia tot profeet en geeft ons inzicht in hoe God zijn dienaren roept en uitrust voor hun taak. De boodschap van Jeremia zou zich uitstrekken over meer dan veertig jaar, tijdens een van de meest turbulente perioden in de geschiedenis van Juda.