Inleiding
2 Samuel hoofdstuk 15 markeert een dramatisch keerpunt in het leven van koning David. Na jaren van relatieve rust breekt er een familiecrisis uit die het koninkrijk zal verscheuren. Dit hoofdstuk beschrijft hoe David's eigen zoon Absalom een zorgvuldig geplande opstand tegen zijn vader organiseert, wat uiteindelijk leidt tot David's vlucht uit Jeruzalem.
Absalom wint het vertrouwen van het volk (2 Samuel 15:1-6)
Absalom begint zijn campagne op een slimme en berekende manier. Hij toont zich als een toegankelijke leider die zich bekommert om de gewone mensen. Door vroeg op te staan en bij de stadspoort te gaan staan, onderschept hij mensen die naar de koning komen voor rechtspraak. Hij suggereert dat hun zaken rechtmatig zijn, maar dat er niemand is die namens de koning naar hen luistert.
Deze tactiek onthult Absalom's politieke scherpzinnigheid, maar ook zijn manipulatieve karakter. Hij profiteert van mogelijke tekortkomingen in David's rechtssysteem en presenteert zichzelf als de oplossing. Zijn woorden "O, was ik maar rechter in het land!" tonen zijn ambitie om de macht over te nemen.
De opstand begint (2 Samuel 15:7-12)
Na vier jaar van deze propaganda vraagt Absalom toestemming om naar Hebron te gaan, onder het mom van het vervullen van een gelofte. David, die zijn zoon vertrouwt, staat dit toe. Hebron was echter David's eerste hoofdstad en had symbolische betekenis. Daar laat Absalom zich tot koning uitroepen.