De muren van Jericho
De HEERE geeft Israël de eerste stad in Kanaän
Samenvatting
De geschiedenis van de muren van Jericho staat in Jozua 6: de HEERE geeft Israël de eerste stad in Kanaän. Op Zijn bevel trekt het volk zes dagen lang eenmaal rond de stad, met zeven priesters met ramsbazuinen voor de ark uit. Op de zevende dag gaan zij zevenmaal rond. Als de bazuinen klinken en het volk juicht, valt de muur. Jericho wordt verbannen, maar Rachab en haar familie blijven leven.
Bijbelgedeelte
“Toen zeide de HEERE tot Jozua: Zie, Ik heb Jericho met haar koning en strijdbare helden in uw hand gegeven.”
“En het geschiedde ten zevenden male, als de priesters met de bazuinen bliezen, dat Jozua tot het volk sprak: Juicht, want de HEERE heeft ulieden de stad gegeven!”
“Het volk dan juichte, als zij met de bazuinen bliezen; en het geschiedde, als het volk het geluid der bazuin hoorde, zo juichte het volk met een groot gejuich; en de muur viel onder zich, en het volk klom in de stad, een ieder tegenover zich, en zij namen de stad in.”
“Dus liet Jozua de hoer Rachab leven, en het huisgezin haars vaders, en al wat zij had; en zij heeft gewoond in het midden van Israël tot op dezen dag, omdat zij de boden verborgen had, die Jozua gezonden had, om Jericho te verspieden.”
“Alzo was de HEERE met Jozua; en zijn gerucht liep door het ganse land.”
“Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest.”
Het verhaal
Jozua 6 vertelt hoe Israël de eerste stad in het beloofde land Kanaän innam. Het volk was onder leiding van Jozua door de Jordaan getrokken (Jozua 3 en 4) en lag gelegerd bij Gilgal. Daar werden de mannen besneden en hield het volk het pascha. Daarna aten zij van het koren van het land, en het manna hield op (Jozua 5:2-12). Bij Jericho kreeg Jozua een ontmoeting met de Vorst van het heir des HEEREN, Die een getrokken zwaard in Zijn hand had (Jozua 5:13-15). Dan begint hoofdstuk 6 met de stad zelf: Jericho had de poorten gesloten, "er ging niemand uit, en er ging niemand in" (Jozua 6:1).
Wat zei God tegen Jozua over Jericho?
Voordat er één stap gezet is, spreekt de HEERE: "Zie, Ik heb Jericho met haar koning en strijdbare helden in uw hand gegeven" (Jozua 6:2). God spreekt in de verleden tijd. De stad is nog dicht, maar in Zijn woord is zij al gegeven. Daarna geeft Hij het bevel. Alle krijgslieden moeten zes dagen lang eenmaal rond de stad trekken. Zeven priesters dragen zeven ramsbazuinen voor de ark uit. Op de zevende dag moeten zij zevenmaal rond de stad gaan. Als het volk de lange klank van de ramshoorn hoort, moet het juichen, en dan zal de muur van de stad onder zich vallen (Jozua 6:3-5).
Hoe liep Israël zes dagen om Jericho?
Jozua gaf het bevel door aan de priesters en het volk (Jozua 6:6-7). De stoet trok in een vaste volgorde: eerst de gewapende mannen, dan de zeven priesters die op de bazuinen bliezen, dan de ark des verbonds, en ten slotte de achterhoede. Het middelpunt van de stoet was de ark, die het teken was van de aanwezigheid van de HEERE. Jozua had het volk geboden te zwijgen: "geen woord zal er uit uw mond uitgaan, tot op den dag, wanneer ik tot ulieden zeggen zal: Juicht" (Jozua 6:10). Alleen de bazuinen klonken. Na één ronde keerden zij terug naar het leger en overnachtten daar. Zo deden zij zes dagen lang (Jozua 6:11-14).
Hoe vielen de muren van Jericho?
Op de zevende dag stonden zij op bij het aanbreken van de dageraad en trokken zij op dezelfde wijze zevenmaal rond de stad (Jozua 6:15). Bij de zevende keer, terwijl de priesters bliezen, zei Jozua: "Juicht, want de HEERE heeft ulieden de stad gegeven" (Jozua 6:16). Hij voegde er twee bevelen aan toe. De stad zou de HEERE verbannen zijn, dat wil zeggen: helemaal aan Hem gewijd en aan het oordeel overgegeven. Alleen Rachab zou met allen die in haar huis waren in leven blijven, omdat zij de verspieders verborgen had. En niemand mocht iets van het verbannene voor zichzelf nemen. Zilver, goud, koper en ijzer waren heilig voor de HEERE (Jozua 6:17-19).
Toen bliezen de priesters, en het volk juichte "met een groot gejuich; en de muur viel onder zich, en het volk klom in de stad, een ieder tegenover zich, en zij namen de stad in" (Jozua 6:20). Er kwam geen stormram aan te pas en geen belegering. Wat God op de eerste dag had gezegd, gebeurde op de zevende.
Wat gebeurde er na de val van Jericho?
Daarna voltrokken de Israëlieten de ban over alles wat in de stad leefde, mensen en dieren, door de scherpte van het zwaard (Jozua 6:21). Jozua stuurde de twee verspieders naar het huis van Rachab. Zij brachten haar naar buiten met haar vader, haar moeder, haar broers en al haar familie, en zetten hen buiten het leger van Israël (Jozua 6:22-23). De stad werd met vuur verbrand. Het zilver, het goud en de vaten van koper en ijzer kwamen in de schat van het huis van de HEERE (Jozua 6:24). Rachab bleef leven en ging in Israël wonen, "omdat zij de boden verborgen had, die Jozua gezonden had" (Jozua 6:25).
Het hoofdstuk sluit met een vloek en een getuigenis. Jozua liet het volk zweren dat wie Jericho herbouwde, dat zou doen ten koste van zijn oudste en zijn jongste zoon (Jozua 6:26). Eeuwen later ging dat woord in vervulling bij Hiël uit Bethel, in de dagen van koning Achab (1 Koningen 16:34). Het laatste vers zegt wie de overwinning gaf: "Alzo was de HEERE met Jozua; en zijn gerucht liep door het ganse land" (Jozua 6:27). Direct daarna begint hoofdstuk 7 met het verhaal van Achan, die toch van het verbannene nam. De uitleg bij Jozua 6 bespreekt het hoofdstuk vers voor vers.
Achtergrond
Jericho lag in de Jordaanvallei, ten westen van de rivier, en heet in Deuteronomium 34:3 de palmstad. Wie vanuit het oosten over de Jordaan het land in trok, kwam eerst bij Jericho. Israël legerde zich bij Gilgal, "aan het oosteinde van Jericho" (Jozua 4:19).
De Bijbel noemt geen jaartal voor de val van de stad. Wie 1 Koningen 6:1 letterlijk neemt (480 jaar tussen de uittocht en de bouw van de tempel), komt uit in de vijftiende eeuw vóór Christus. Andere uitleggers houden het op de dertiende eeuw. Ook de archeologie geeft geen eenstemmig antwoord. John Garstang meende in de jaren 1930 bij Tell es-Sultan de gevallen muren uit de tijd van Jozua gevonden te hebben; Kathleen Kenyon dateerde die verwoesting in de jaren 1950 juist eerder. Daarover verschillen archeologen tot vandaag van mening.
Een ramsbazuin is een blaashoorn van een ramshoorn, in het Hebreeuws de sjofar. Het is iets anders dan de zilveren trompetten uit Numeri 10. De ark des verbonds was de met goud overtrokken kist met de stenen tafelen van de wet. Het woord verbannen betekent in de Statenvertaling: onherroepelijk aan de HEERE gewijd. Wat verbannen was, mocht niet verkocht of gelost worden (Leviticus 27:28). Bij een stad als Jericho hield dat in dat zij onder Gods oordeel viel en dat de buit niet voor de soldaten was.
Betekenis
In Jozua 6 is de HEERE de handelende Persoon. Hij geeft de stad (Jozua 6:2), Hij bepaalt de weg, en het laatste vers zegt: "Alzo was de HEERE met Jozua" (Jozua 6:27). Israël vecht niet om de muur te breken. Het volk loopt, zwijgt, hoort de bazuinen en juicht, en de muur valt. De ark gaat in het midden van de stoet: God Zelf trekt rond de stad. Zo ging in vervulling wat Hij Jozua had beloofd: "gelijk als Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn" (Jozua 1:5).
Hebreeën 11:30 legt de geschiedenis uit: "Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest". Het geloof was niet de kracht die de muur deed vallen. Het geloof nam God op Zijn woord en deed wat Hij zei, ook toen de weg vreemd leek en het zeven dagen duurde. Veel uitleggers wijzen erop dat het getal zeven steeds terugkomt (zeven priesters, zeven bazuinen, zeven dagen, zevenmaal), als teken van wat God volkomen maakt. De tekst legt het getal zelf niet uit.
De val van Jericho is ook een oordeel. De Bijbel geeft daar zelf redenen voor. Al bij Abraham zei God dat de ongerechtigheid van de Amorieten nog niet vol was (Genesis 15:16). Mozes zegt dat God de volken uitdrijft "om de goddeloosheid dezer volken" en niet om de gerechtigheid van Israël (Deuteronomium 9:5). Jericho had gehoord wat de HEERE bij de Schelfzee en aan de Jordaan gedaan had (Jozua 2:10-11 en Jozua 5:1). Hebreeën 11:31 noemt de inwoners daarom "de ongehoorzamen". Dat dit oordeel ook vrouwen en kinderen trof, blijft zwaar om te lezen. De Schrift praat het niet weg en noemt het een daad van de heilige God. Het was bevolen voor de steden van Kanaän bij de intocht in het land, en niet als regel voor elke oorlog (Deuteronomium 20:10-18).
Midden in het oordeel staat de genade. Rachab had hetzelfde gehoord als haar stadgenoten, maar zij beleed dat de HEERE "een God boven in den hemel, en beneden op de aarde" is (Jozua 2:11). Zij werd met haar hele familie gered. Mattheüs 1:5 noemt haar in het geslachtsregister van de Heere Jezus, als moeder van Boaz. Zo wijst Jericho vooruit naar het Evangelie: de HEERE redt uit het oordeel wie op Hem vertrouwt, ook iemand van buiten Israël.
Lessen voor vandaag
Wat God belooft, doet Hij. De HEERE noemde Jericho al gegeven voordat het volk één ronde had gelopen, en het laatste vers van het hoofdstuk bevestigt het. Ook de vloek van Jozua 6:26 kwam eeuwen later uit (1 Koningen 16:34). Na de verdeling van het land staat: "Er viel niet een woord van al de goede woorden, die de HEERE gesproken had tot het huis van Israël; het kwam altemaal" (Jozua 21:45). Dat geeft ons houvast als wij de vervulling van Zijn beloften nog niet zien.
God bepaalt de weg, en het geloof volgt Hem, ook als die weg vreemd lijkt. Zes dagen zwijgend rond een gesloten stad lopen leek nergens op uit te lopen. Toch was dit de weg die God gaf. Wij hoeven Gods werk niet met eigen kracht te forceren. Paulus schrijft dat "de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God" (2 Korinthe 10:4). Meer over vertrouwen op God leest u bij het onderwerp geloof.
God is heilig en Hij redt. Jericho laat zien dat de HEERE zonde ernstig neemt en dat Zijn geduld een einde heeft. Tegelijk laat Rachab zien dat er redding is voor wie zich tot Hem wendt, wat zijn verleden ook is. De HEERE zegt over de goddeloze: "daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve" (Ezechiël 33:11). Dat roept ons op om niet te blijven staan aan de kant van de ongehoorzamen, maar onze toevlucht te nemen tot de God van Rachab.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 6 jaar
Het volk Israël was door de rivier de Jordaan getrokken. De HEERE had het water tegengehouden, zodat zij droogvoets naar de overkant konden. Nu waren ze in Kanaän, het land dat God hun beloofd had. Maar vlak voor hen lag een stad met sterke muren. Dat was Jericho.
De mensen in Jericho hadden gehoord wat de HEERE voor Israël gedaan had, en ze waren bang. De poorten van de stad gingen dicht. Niemand ging naar buiten en niemand ging naar binnen.
In Jericho woonde een vrouw die Rachab heette. Een tijd eerder had zij twee verspieders van Israël in haar huis verborgen. Dat waren mannen die stiekem waren gekomen om het land en de stad te bekijken. Rachab had ook gehoord wat de HEERE voor Zijn volk gedaan had, en zij geloofde in Hem. De verspieders hadden haar beloofd dat zij gered zou worden, met iedereen die bij haar in huis was.
Toen sprak de HEERE tegen Jozua, de leider van het volk. Hij zei: "Zie, Ik heb Jericho met haar koning en strijdbare helden in uw hand gegeven". De stad was nog dicht. De koning en zijn sterke soldaten waren nog binnen. Toch zei God dat Hij de stad al gegeven had. Wat God zegt, dat gebeurt.
De HEERE vertelde ook hoe het moest. De soldaten moesten om de stad heen lopen. Zes dagen lang, elke dag één keer. Zeven priesters moesten bazuinen dragen. Dat waren hoorns van een ram, een mannetjesschaap. Daar kon je hard op blazen. Achter de priesters ging de ark. Dat was een kist met goud eromheen. Daarin lagen de stenen tafelen met de wet van God. De ark liet zien: de HEERE gaat Zelf met Zijn volk mee.
Op de zevende dag moesten ze zeven keer om de stad gaan. Als de bazuin klonk, moest het hele volk juichen. Dan zou de muur van de stad vallen, zei de HEERE.
Jozua zei tegen het volk dat ze stil moesten zijn. Geen woord mocht er uit hun mond komen, tot hij zou zeggen dat ze moesten juichen. En zo gingen ze. Eerst de soldaten. Dan de priesters, die op de bazuinen bliezen. Dan de ark. En daarachter liep nog een groep, helemaal achteraan. Eén keer rond de stad, en weer terug naar het kamp. De volgende dag weer. Zes dagen lang. Je kunt je voorstellen hoe stil het was, alleen het geluid van de bazuinen.
Op de zevende dag stonden ze heel vroeg op, toen het licht werd. Nu gingen ze niet één keer, maar zeven keer om de stad. Bij de zevende keer bliezen de priesters op de bazuinen. Toen riep Jozua: "Juicht, want de HEERE heeft ulieden de stad gegeven"! Hij zei ook dat de stad helemaal voor de HEERE was, met alles wat erin was. De Bijbel noemt dat verbannen. Niemand mocht er iets van voor zichzelf nemen. Alleen Rachab mocht blijven leven, met iedereen die bij haar in huis was.
Het hele volk juichte, heel hard. En toen gebeurde het. De Bijbel zegt: "de muur viel onder zich". De sterke muur zakte in elkaar. Het volk klom de stad in, ieder recht voor zich uit. Niet de mensen hadden de muur laten vallen. De HEERE had het gedaan.
Daarna doodde Israël alles wat in de stad leefde, mensen en dieren, "door de scherpte des zwaards". Zo strafte God de stad. Ook de mensen van Jericho hadden over de HEERE gehoord, maar zij keerden zich niet tot Hem.
Maar Jozua stuurde de twee verspieders naar het huis van Rachab. Ze haalden haar eruit, met haar vader, haar moeder, haar broers en heel haar familie. De stad werd verbrand. Het zilver en het goud kwamen bij de schat van de HEERE.
Rachab mocht blijven leven. Ze ging wonen tussen het volk Israël. Zij werd de moeder van Boaz. Uit haar familie kwam later koning David. En nog veel later werd in die familie de Heere Jezus geboren.
De Bijbel zegt aan het eind: "Alzo was de HEERE met Jozua". Hij had gedaan wat Hij beloofd had. Hij straft de zonde, en Hij redt iedereen die op Hem vertrouwt.
“Toen zeide de HEERE tot Jozua: Zie, Ik heb Jericho met haar koning en strijdbare helden in uw hand gegeven.” (Jozua 6:2)
Tips voor de verteller
- Leg een paar woorden vooraf uit. Een ramsbazuin is een blaashoorn, gemaakt van de hoorn van een ram. De ark des verbonds was de kist met de stenen tafelen; zij liet zien dat de HEERE bij Zijn volk was. Voor kinderen van 4 tot 7 jaar kunt u de volgorde van de stoet kort houden en vooral vertellen wat de HEERE zei en wat Hij deed.
- Kinderen vragen soms waarom ook de kinderen en de dieren van Jericho moesten sterven. De Bijbel zegt dat God Jericho strafte om de zonden van de volken in Kanaän (Deuteronomium 9:5), en dat de stad over de HEERE gehoord had, net als Rachab. U mag zeggen dat dit ook voor volwassenen moeilijk is. Wijs dan op Rachab: God redde iedereen die bij haar in huis was.
- Laat geen misverstand ontstaan over wat de muur deed vallen. Het was niet de kracht van het geluid en niet het geroep van het volk. Lees Jozua 6:20 voor uit de Bijbel en daarna vers 2: de HEERE had de stad gegeven. Met oudere kinderen kunt u Hebreeën 11:30 erbij lezen: door het geloof vielen de muren.
- Een kind kan vragen hoe Rachab kon blijven leven als haar huis op de muur stond (Jozua 2:15). De Bijbel vertelt niet hoe dat ging. Er staat alleen dat de verspieders haar huis binnengingen en haar met haar familie naar buiten brachten. Zeg dat ook zo, zonder het in te vullen.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat beloofde de HEERE aan Jozua over Jericho?
- NavertellenHoe vaak liep het volk op de zevende dag rond?
- VerwonderenWat vind jij het meest bijzonder aan hoe de muren vielen?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat moest het volk zes dagen lang doen, en wat was er anders op de zevende dag?
- BetekenisWaarom liet de HEERE het volk rond de stad lopen, in plaats van de stad aan te vallen?
- VerbindingRachab staat in het geslachtsregister van de Heere Jezus (Mattheüs 1:5). Wat zegt dat over wie God redt?
- ToepassingWaarbij vind jij het moeilijk om de HEERE te vertrouwen, als je nog niet ziet hoe het afloopt?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Hebreeën 11:30-31. Wat deed Israël door het geloof, en wat deed Rachab door het geloof? Wat hebben die twee gemeen?
- Wie is God?In Jozua 6:2 zegt God dat Hij Jericho al gegeven heeft, nog vóór iemand om de stad gelopen had. Wat leert dat je over Gods beloften?
- Moeilijke vraagLees Jozua 6:21 en Deuteronomium 9:4-5. Welke reden geeft de Bijbel zelf voor het oordeel over Jericho? En wat blijft er voor jou moeilijk aan?
- PersoonlijkRachab en de inwoners van Jericho hadden hetzelfde over de HEERE gehoord (Jozua 2:10-11). Wat maakte het verschil, en wat doe jij met wat je over God hoort?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij doet wat Hij belooft, en dat Hij Rachab en haar familie redde toen Jericho viel. Bid om een geloof dat Hem vertrouwt en gehoorzaamt, ook als Zijn weg vreemd lijkt.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De muren van Jericho
Waar staat het verhaal van de muren van Jericho in de Bijbel?
Het verhaal van de muren van Jericho staat in Jozua 6. Het volgt op de doortocht door de Jordaan (Jozua 3 en 4) en de besnijdenis en het pascha bij Gilgal (Jozua 5). De geschiedenis van Rachab en de twee verspieders, die erbij hoort, staat in Jozua 2. Direct na Jericho volgt in Jozua 7 de zonde van Achan. Het Nieuwe Testament noemt de val van de muren in Hebreeën 11:30 en Rachab in Hebreeën 11:31, Jakobus 2:25 en Mattheüs 1:5.
Hoe vaak liepen de Israëlieten om Jericho?
Dertien keer in totaal. Zes dagen lang trokken zij eenmaal per dag rond de stad, en op de zevende dag zevenmaal (Jozua 6:14-15). Over die zevende dag staat er: "alleenlijk op dien dag gingen zij zevenmaal rondom de stad" (Jozua 6:15). Na elke ronde op de eerste zes dagen keerden zij terug naar het leger bij Gilgal. Pas na de zevende ronde op de zevende dag gaf Jozua het bevel om te juichen.
Vielen de muren van Jericho door het geluid van de bazuinen?
Nee, dat zegt de Bijbel niet. Soms wordt gedacht dat de klank van de hoorns of het geroep van het volk de muur deed scheuren. De tekst legt het anders: voordat er iets gebeurde, zei de HEERE dat Hij de stad al in Jozua’s hand gegeven had (Jozua 6:2), en Jozua riep bij het juichen: "Juicht, want de HEERE heeft ulieden de stad gegeven" (Jozua 6:16). De bazuinen en het juichen waren het teken waarop het volk moest wachten. God liet de muur vallen.
Waarom moesten de Israëlieten zeven dagen om Jericho lopen?
De Bijbel legt het niet uit; er staat alleen dat God het zo beval (Jozua 6:3-4). Wel maakt de tekst duidelijk dat de overwinning niet uit de kracht van Israël kwam. Het volk moest Gods woord vertrouwen en zeven dagen geduld hebben. Hebreeën 11:30 zegt: "Door het geloof zijn de muren van Jericho gevallen, als zij tot zeven dagen toe omringd waren geweest". Veel uitleggers zien het steeds terugkerende getal zeven als teken van volkomenheid, maar dat is uitleg.
Wat betekent het dat Jericho verbannen was?
Verbannen betekent in de Statenvertaling: onherroepelijk aan de HEERE gewijd. Wat verbannen was, mocht niet verkocht of gelost worden (Leviticus 27:28). Bij Jericho hield het in dat de stad met haar inwoners onder Gods oordeel viel, en dat niemand iets voor zichzelf mocht nemen. Het zilver, het goud en de vaten van koper en ijzer kwamen in de schat van de HEERE (Jozua 6:19 en Jozua 6:24). Achan hield zich daar niet aan, met grote gevolgen voor heel Israël (Jozua 7).
Waarom liet God heel Jericho verwoesten?
De Bijbel noemt het een oordeel over de zonde van de volken in Kanaän. God zegt dat Hij hen verdrijft "om de goddeloosheid dezer volken", en niet om de gerechtigheid van Israël (Deuteronomium 9:5). Hij had eeuwen geduld gehad (Genesis 15:16). Jericho had gehoord wat de HEERE gedaan had (Jozua 2:10-11), en Hebreeën 11:31 noemt de inwoners "de ongehoorzamen". Dat ook kinderen omkwamen, blijft zwaar. De Schrift praat het niet weg, en laat in Rachab zien dat er redding was voor wie zich tot God wendde.
Hoe bleef Rachab gespaard als haar huis op de muur stond?
De Bijbel vertelt niet hoe dat precies ging. Jozua 2:15 zegt dat haar huis op de stadsmuur stond, en Jozua 6:20 dat de muur onder zich viel. Daarna staat er dat de verspieders haar huis binnengingen en haar met haar vader, moeder, broers en hele familie naar buiten brachten (Jozua 6:22-23). Sommige uitleggers denken dat een deel van de muur bleef staan, maar de tekst zegt het niet. Wel zegt de tekst dat de belofte aan Rachab werd gehouden.
Wie was de Man met het zwaard bij Jericho?
Vlak voor Jozua 6 ziet Jozua bij Jericho een Man met een getrokken zwaard. Hij zegt: "Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN" (Jozua 5:14). Jozua valt op zijn aangezicht en aanbidt, en moet zijn schoenen uittrekken omdat de plaats heilig is. Veel reformatorische uitleggers zien in Hem de Zoon van God vóór Zijn menswording, de Engel des HEEREN. Anderen zien een hoge engel. Daar denken christenen verschillend over. Direct daarna spreekt de HEERE tot Jozua over Jericho (Jozua 6:2).
Wat is de vloek over Jericho?
Na de val van de stad liet Jozua het volk zweren dat wie Jericho zou herbouwen, haar zou grondvesten op zijn eerstgeboren zoon en haar poorten zetten op zijn jongste zoon (Jozua 6:26). Eeuwen later, in de tijd van koning Achab, ging dat in vervulling. Hiël uit Bethel bouwde Jericho, en dat kostte hem zijn zonen Abiram en Segub, "naar het woord des HEEREN, dat Hij door den dienst van Jozua, den zoon van Nun, gesproken had" (1 Koningen 16:34).
Is de val van Jericho archeologisch bewezen?
Daar verschillen archeologen van mening. Het oude Jericho wordt gezocht bij Tell es-Sultan. John Garstang meende in de jaren 1930 daar de gevallen muren uit de tijd van Jozua gevonden te hebben, Kathleen Kenyon dateerde de verwoesting in de jaren 1950 eerder. Ook over de datering van de uittocht zelf bestaan verschillende opvattingen. De Bijbel noemt geen jaartal voor de val van Jericho. Het gezag van Jozua 6 hangt niet af van een opgraving.
Wat leert de val van Jericho over God?
Dat de HEERE doet wat Hij belooft en dat Hij Zelf de strijd voor Zijn volk voert. Hij noemde de stad gegeven voordat het volk één stap had gezet (Jozua 6:2), en het hoofdstuk eindigt met: "Alzo was de HEERE met Jozua" (Jozua 6:27). Tegelijk laat Jericho zien dat God heilig is en zonde oordeelt, en dat Hij redt wie op Hem vertrouwt, zoals Rachab. Hebreeën 11:30-31 noemt zowel de val van de muren als de redding van Rachab een werk van het geloof.
Hoe vertelt u de muren van Jericho aan kinderen?
De geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 6 jaar. Bij deze pagina staat een vertelling die Jozua 6 volgt, met de woorden van de Statenvertaling op de kernmomenten. Laat zien dat de HEERE de hoofdpersoon is: Hij geeft de stad, en Hij laat de muur vallen, niet het geluid. Vertel het oordeel over de stad kort, in de woorden van de Bijbel, en geef de redding van Rachab de ruimte. Leg ramsbazuin, ark en verbannen kort uit. De gespreksvragen zijn er voor drie leeftijdsgroepen.
Stel een vraag over De muren van Jericho
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.