Achan en de stad Ai
Een nederlaag bij Ai, een belijdenis en een nieuw begin
Samenvatting
Achan en de stad Ai gaat over Jozua 7 en 8: na Jericho verliest Israël bij het kleine Ai, omdat Achan van het verbannene had genomen. De HEERE wijst hem aan, Achan belijdt zijn zonde en wordt in het dal Achor gestenigd. Daarna zegt God: "Vrees niet", en geeft Hij Ai alsnog in de hand van Israël.
Bijbelgedeelte
“Maar de kinderen Israels overtraden door overtreding met het verbannene; want Achan, de zoon van Charmi, den zoon van Zabdi, den zoon van Zerah, uit den stam van Juda, nam van het verbannene. Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen de kinderen Israels.”
“Daarom zullen de kinderen Israels niet kunnen bestaan voor het aangezicht hunner vijanden; zij zullen den nek voor het aangezicht hunner vijanden keren; want zij zijn in den ban. Ik zal voortaan niet meer met ulieden zijn, tenzij gij den ban uit het midden van ulieden verdelgt.”
“Toen zeide Jozua tot Achan: Mijn zoon! Geef toch den HEERE, den God van Israel, de eer, en doe voor Hem belijdenis; en geef mij toch te kennen, wat gij gedaan hebt, verberg het voor mij niet.”
“Want ik zag onder den roof een schoon sierlijk Babylonisch overkleed, en tweehonderd sikkelen zilvers, en een gouden tong, welker gewicht was vijftig sikkelen; en ik kreeg lust daartoe, en ik nam ze; en zie, zij zijn verborgen in de aarde, in het midden mijner tent, en het zilver daaronder.”
Het verhaal
Jozua 7 en 8 volgen direct op de muren van Jericho. Daar was al het zilver en goud aan de HEERE gewijd (Jozua 6:18-19). Hoofdstuk 7 begint met wat Israël nog niet wist: Achan uit de stam Juda "nam van het verbannene. Toen ontstak de toorn des HEEREN tegen de kinderen Israëls" (Jozua 7:1).
Waarom verloor Israël bij Ai?
Op advies van verspieders trokken maar ongeveer drieduizend man naar het kleine Ai. Zij vluchtten voor de mannen van Ai, en ongeveer zesendertig Israëlieten werden gedood (Jozua 7:2-5). Jozua scheurde zijn kleren en lag met de oudsten tot de avond op zijn aangezicht voor de ark. Hij vroeg de HEERE wat Hij voor Zijn grote Naam zou doen (Jozua 7:6-9).
De HEERE antwoordde: "Israël heeft gezondigd" (Jozua 7:11). Er was van het verbannene genomen, gestolen en gelogen. Zolang de ban in hun midden was, zou Hij niet meer met hen zijn (Jozua 7:12).
Hoe werd Achan ontdekt?
De volgende morgen wees de HEERE de stam Juda aan, daarna het geslacht van Zarchi, het huisgezin van Zabdi en ten slotte Achan (Jozua 7:16-18). Jozua zei: "Mijn zoon! Geef toch den HEERE, den God van Israël, de eer, en doe voor Hem belijdenis" (Jozua 7:19). Achan antwoordde: "Voorwaar, ik heb tegen den HEERE, den God Israëls, gezondigd" (Jozua 7:20). Hij had een kleed, zilver en goud begeerd en genomen, en midden in zijn tent begraven, waar boden alles vonden (Jozua 7:21-23).
Achan werd met de buit, zijn zonen en dochters, zijn vee en zijn tent naar het dal Achor gebracht (Jozua 7:24). Daar zei Jozua: "Hoe hebt gij ons beroerd? De HEERE zal u beroeren te dezen dage" (Jozua 7:25). Dan volgt: "En gans Israël stenigde hem met stenen, en zij verbrandden hen met vuur, en zij overwierpen hen met stenen" (Jozua 7:25). De HEERE had vooraf bepaald: "hij en al wat hij heeft" (Jozua 7:15). Daarom lezen de meeste uitleggers, ook gereformeerde, dat zijn kinderen omkwamen; wat zij wisten, zegt de tekst niet. Toen "keerde Zich de HEERE van de hittigheid Zijns toorns" (Jozua 7:26).
Hoe nam Israël Ai alsnog in?
Daarna sprak de HEERE opnieuw: "Vrees niet, en ontzet u niet" (Jozua 8:1). Met Ai moest Israël doen zoals met Jericho, maar nu mocht het volk de buit en het vee nemen (Jozua 8:2). Jozua legde een hinderlaag achter de stad en vluchtte met het volk, zodat de mannen van Ai hen achterna kwamen. Op Gods woord strekte hij zijn spies naar Ai uit. De hinderlaag nam de stad in en stak haar in brand, en Israël sloeg de mannen van Ai (Jozua 8:3-22). Jozua trok zijn hand niet terug "totdat hij al de inwoners van Ai verbannen had" (Jozua 8:26). Daarna bouwde hij op de berg Ebal een altaar en las hij de wet van Mozes voor aan heel Israël (Jozua 8:30-35).
Achtergrond
Ai lag volgens Jozua 7:2 bij Beth-Aven, ten oosten van Beth-El, in het heuvelland boven Jericho. Waar de stad precies lag, is onder archeologen omstreden. Verbannen betekent in de Statenvertaling: onherroepelijk aan de HEERE gewijd. Wat verbannen was, kon niet gelost worden; voorwerpen kwamen aan de HEERE, en verbannen mensen werden gedood (Leviticus 27:28-29). Daarom was de buit van Jericho niet voor de soldaten maar voor de schat van de HEERE (Jozua 6:19). Een sikkel was een gewicht van naar schatting elf gram; tweehonderd sikkels zilver is dus ruim twee kilo. Hoe de HEERE de stam, het geslacht en het huisgezin aanwees, zegt de tekst niet. Veel uitleggers denken aan het lot (vergelijk Spreuken 16:33). De uitleg bij Jozua 7 bespreekt het hoofdstuk vers voor vers.
Betekenis
In Jozua 7 en 8 staat de HEERE in het midden. Hij ziet wat midden in een tent in de grond begraven ligt, terwijl Jozua en het volk van niets weten. Hij noemt de zonde van één man de zonde van het volk: "Israël heeft gezondigd" (Jozua 7:11). Israël is één volk voor Zijn aangezicht, en Hij gaat niet met een volk mee zolang de ban in zijn midden is (Jozua 7:12). Jozua 22:20 herinnert er later aan dat "die man stierf niet alleen in zijn ongerechtigheid".
Het zwaartepunt ligt bij Jozua 7:19. Jozua roept Achan op om de HEERE de eer te geven en voor Hem belijdenis te doen. Belijden is God gelijk geven: Hij heeft alles gezien en Hij oordeelt rechtvaardig. Achan belijdt, maar pas als hij is aangewezen, en de straf blijft niet uit. Of Achan vergeving ontving, zegt de tekst niet.
Achan beschrijft zijn zonde in drie stappen: hij zag, hij kreeg lust, hij nam (Jozua 7:21). Veel uitleggers wijzen op dezelfde volgorde bij de zondeval (Genesis 3:6). Jakobus beschrijft die weg zo: "de begeerlijkheid ontvangen hebbende baart zonde" (Jakobus 1:15). Meer daarover leest u bij het onderwerp zonde.
Na het oordeel keert de HEERE Zich van Zijn toorn (Jozua 7:26) en spreekt Hij weer: "Vrees niet" (Jozua 8:1). Bij Ai geeft Hij het volk zelf buit, terwijl Achan eigenmachtig had genomen wat aan Hem gewijd was (Jozua 8:27). Het dal Achor, de plaats van beroering, noemt Hosea later "een deur der hoop" (Hosea 2:14). Zo wijst deze geschiedenis vooruit naar de God Die na het oordeel herstelt.
Lessen voor vandaag
De HEERE ziet wat verborgen is. Achan begroef zijn buit in de grond, midden in zijn tent, maar God wist het voordat iemand het merkte. "Er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem" (Hebreeën 4:13). Dat is ernstig voor wie iets verbergt, en tegelijk een troost: voor Hem hoeft niets verstopt te blijven.
De HEERE roept tot belijdenis, en Hij belooft genade aan wie belijdt. "Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen" (Spreuken 28:13). Achan beleed pas toen hij aangewezen was. Wij hoeven niet te wachten tot onze zonde ontdekt wordt: "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve" (1 Johannes 1:9).
De HEERE ziet Zijn volk als één geheel. Wat Achan in zijn eigen tent deed, kostte ongeveer zesendertig mannen het leven en bracht heel Israël onder de ban. Daarom neemt de gemeente zonde ernstig, ook verborgen zonde. En zij mag weten dat de HEERE, als de zonde is weggedaan, weer tot Zijn volk spreekt en met hen meegaat.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 4 minuten · geschikt vanaf 8 jaar
De HEERE had Jericho aan Israël gegeven. Niemand mocht er iets uit voor zichzelf houden: het zilver en het goud waren voor de HEERE. De Bijbel noemt dat het verbannene: het was helemaal van God.
Maar Achan uit de stam Juda nam toch iets. Jozua en het volk wisten het niet. Maar de HEERE wist het wel, en Hij werd boos op Zijn volk.
Niet ver van Jericho lag een kleine stad, Ai. Jozua stuurde er ongeveer drieduizend soldaten heen. Maar ze moesten vluchten voor de mannen van Ai. Ongeveer zesendertig van hen werden gedood.
Jozua scheurde zijn kleren. Tot de avond lag hij met zijn gezicht op de grond voor de ark van de HEERE, samen met de oudsten, de leiders van het volk. Hij vroeg de HEERE wat Hij nu voor Zijn grote Naam zou doen.
Toen sprak de HEERE tegen Jozua: "Israël heeft gezondigd". Iemand had van het verbannene genomen en verstopt. Zolang dat zo bleef, zou de HEERE niet meer met Zijn volk meegaan. Wie het gedaan had, zou gestraft worden, want hij had het verbond van de HEERE overtreden.
De volgende morgen moest heel Israël komen, stam voor stam. De HEERE wees de stam Juda aan, toen een familie, toen een gezin. En ten slotte één man: Achan.
Jozua zei tegen hem: "Mijn zoon! Geef toch den HEERE, den God van Israël, de eer, en doe voor Hem belijdenis". Belijdenis doen is: eerlijk tegen God zeggen wat je verkeerd deed.
Achan zei: "Voorwaar, ik heb tegen den HEERE, den God Israëls, gezondigd". In Jericho had hij een mooie mantel uit Babel gezien, en zilver, en een staaf van goud. Hij wilde het hebben, en hij nam het. Alles lag in de grond, midden in zijn tent. Mannen van Jozua vonden het daar.
Toen werd Achan gestraft, zoals de HEERE gezegd had. "En gans Israël stenigde hem met stenen". In het dal Achor legden ze een grote hoop stenen. Toen was de HEERE niet meer boos op Zijn volk.
Daarna sprak de HEERE weer tegen Jozua: "Vrees niet, en ontzet u niet". Hij had Ai al in Jozua’s hand gegeven. Nu mocht het volk de buit van Ai wel houden.
Jozua liet soldaten zich achter de stad verstoppen en kwam met de anderen tegenover de stad. Toen de mannen van Ai naar buiten kwamen, vluchtte hij met het volk, zoals afgesproken. Nu moest Jozua van de HEERE zijn speer naar Ai uitsteken. De verstopte soldaten liepen de stad in en staken haar in brand. Jozua en het volk keerden zich om en sloegen de mannen van Ai. Zo gaf de HEERE de overwinning.
Daarna bouwde Jozua op de berg Ebal een altaar, een plaats om offers aan de HEERE te brengen. Hij las de wet van Mozes voor aan het hele volk, ook aan de kinderen.
De HEERE is heilig, en Hij ziet ook wat verborgen is. Maar toen de zonde was weggedaan, sprak Hij weer tegen Zijn volk en ging Hij met hen mee.
“Mijn zoon! Geef toch den HEERE, den God van Israel, de eer, en doe voor Hem belijdenis” (Jozua 7:19)
Tips voor de verteller
- Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 8 jaar. Vertel de steniging in één zin, met de woorden van de Bijbel, en breid haar niet uit. Leg het zwaartepunt bij wat de HEERE zegt en bij de oproep van Jozua om de HEERE de eer te geven en belijdenis te doen. Vraagt een kind waarom de straf zo zwaar was, zeg dan dat Achan nam wat aan de HEERE gewijd was. God noemt dat een overtreding van Zijn verbond, en zo bracht Achan heel Israël onder de ban (Jozua 7:11-12).
- De vertelling noemt het gezin van Achan niet. Leest een ouder kind Jozua 7:24-25 en vraagt het naar zijn zonen en dochters, zeg dan eerlijk wat er staat. De HEERE had vooraf gezegd: "hij en al wat hij heeft" (Jozua 7:15), en in Jozua 7:25 staat: "zij verbrandden hen met vuur". De meeste uitleggers lezen dat zijn kinderen omkwamen; velen denken dat zij ervan wisten, omdat de buit midden in de tent lag. Wat zij wisten, zegt de Bijbel niet.
- Leg vooraf het woord verbannene uit: wat helemaal van de HEERE is. Een kind kan vragen of Achan vergeving kreeg toen hij zijn zonde beleed. De Bijbel zegt dat niet, en u hoeft het niet in te vullen. Wel mag u vertellen dat de HEERE ook nu vergeving belooft aan wie zijn zonde belijdt (1 Johannes 1:9).
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat had Achan uit Jericho meegenomen en verstopt?
- NavertellenWat zei de HEERE tegen Jozua nadat Achan gestraft was?
- VerwonderenHoe kon de HEERE weten wat er in Achans tent verstopt lag?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- BetekenisAlleen Achan had iets gestolen. Waarom zei de HEERE dan: "Israël heeft gezondigd"?
- VerbindingAchan zag, kreeg lust en nam. Lees Genesis 3:6. Wat zie je daar bij Eva gebeuren?
- ToepassingWaarom is het soms moeilijk om eerlijk te zeggen wat je fout deed, en waarom mag je het toch aan God vertellen?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Spreuken 28:13 en 1 Johannes 1:9. Wat zeggen deze teksten over bedekken en belijden, en hoe zie je dat terug bij Achan?
- Wie is God?In Jozua 7:26 keert de HEERE Zich van Zijn toorn, en in Jozua 8:1 zegt Hij: "Vrees niet". Wat leert dat je over wie God is na het oordeel?
- Moeilijke vraagBij Ai stierven ongeveer zesendertig mannen door wat Achan deed. Lees Jozua 7:11-12. Waarom rekent God de zonde van één man aan heel Israël toe, en wat vind jij daarvan?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij ziet wat verborgen is en dat Hij vergeving belooft aan wie zijn zonde belijdt. Bid om eerlijkheid voor Zijn aangezicht en om een hart dat niet begeert wat niet van ons is.
Personen in dit verhaal
Plaatsen in dit verhaal
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over Achan en de stad Ai
Waar staat het verhaal van Achan en de stad Ai in de Bijbel?
Het verhaal van Achan en de stad Ai staat in Jozua 7 en 8. Het volgt direct op de val van Jericho in Jozua 6, waar het verbod op het verbannene wordt gegeven (Jozua 6:18-19). Jozua 7 vertelt over de nederlaag bij Ai en de ontdekking van Achan, Jozua 8 over de inname van Ai en het altaar op de berg Ebal. Later wordt Achan nog genoemd in Jozua 22:20 en in 1 Kronieken 2:7.
Waarom zegt God "Israël heeft gezondigd", terwijl alleen Achan zondigde?
Achan nam van het verbannene, maar het eerste vers zegt al: "de kinderen Israëls overtraden door overtreding met het verbannene" (Jozua 7:1). De HEERE ziet Zijn volk als één geheel, dat samen voor Zijn aangezicht staat. Daarom zegt Hij tegen Jozua: "Israël heeft gezondigd" (Jozua 7:11). Zolang de ban in hun midden was, kon het volk niet bestaan voor zijn vijanden (Jozua 7:12). Later herinnert Jozua 22:20 eraan dat er "een verbolgenheid over de ganse vergadering van Israël" kwam. De zonde van één raakte de hele gemeente.
Ging het bij Achan om een kleine diefstal?
Nee. Het ging niet om de waarde van een mantel, maar om wat aan de HEERE gewijd was. Het zilver en goud van Jericho waren "den HEERE heilig" (Jozua 6:19). God noemt de daad een overtreding van Zijn verbond, en ook diefstal en leugen (Jozua 7:11). Bovendien bracht Achan zo heel Israël onder de ban, waardoor God niet meer met Zijn volk meeging (Jozua 7:12). Daarom woog deze zonde zo zwaar.
Waarom mocht Israël bij Ai wel buit nemen en bij Jericho niet?
Bij Jericho had de HEERE alles aan Zich gewijd: het zilver en het goud zouden "den HEERE heilig zijn" en kwamen in Zijn schat (Jozua 6:19). Wie daarvan nam, nam wat van God was. Voor Ai gaf de HEERE Zelf een ander bevel: "behalve dat gij haar roof en haar vee voor ulieden roven zult" (Jozua 8:2). Zo namen de Israëlieten het vee en de buit "naar het woord des HEEREN" (Jozua 8:27). Het verschil zat niet in de buit, maar in wat de HEERE gebood. Achan nam eigenmachtig; bij Ai gaf God het.
Kreeg Achan vergeving toen hij zijn zonde beleed?
Dat zegt de Bijbel niet. Jozua sprak hem aan als "Mijn zoon" en riep hem op de HEERE de eer te geven en belijdenis te doen (Jozua 7:19), en Achan erkende: "Voorwaar, ik heb tegen den HEERE, den God Israëls, gezondigd" (Jozua 7:20). Zijn straf bleef niet uit. Of Achan vergeving ontving, laat de tekst open, en het is niet aan ons om dat in te vullen. Wel belooft God elders vergeving aan wie zijn zonden belijdt (1 Johannes 1:9).
Waarom bouwde Jozua na Ai een altaar op de berg Ebal?
Jozua deed wat Mozes had opgedragen. Hij bouwde het altaar "gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, den kinderen Israëls geboden had" (Jozua 8:31; vergelijk Deuteronomium 27:2-8). Daarop offerden zij brandoffers en dankoffers. Jozua schreef op stenen een afschrift van de wet en las alle woorden van de wet voor, "de zegening en den vloek" (Jozua 8:34), aan heel Israël, ook aan de vrouwen, de kinderen en de vreemdelingen. Na de nederlaag en het oordeel over Achan stelde het volk zich zo opnieuw onder het woord van de HEERE.
Hoe vertelt u Achan en de stad Ai aan kinderen?
De geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 8 jaar. Bij deze pagina staat een vertelling die Jozua 7 en 8 volgt, met de woorden van de Statenvertaling op de kernmomenten. Laat de HEERE de hoofdpersoon zijn: Hij ziet wat verborgen is, Hij spreekt, en Hij geeft na het oordeel opnieuw de overwinning. Vertel de steniging in één zin, en leg de nadruk op de oproep van Jozua om de HEERE de eer te geven. De gespreksvragen zijn er voor drie leeftijdsgroepen.
Stel een vraag over Achan en de stad Ai
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.