De beproeving van Job
Een rechtvaardige verliest alles en houdt vast aan God
Samenvatting
De beproeving van Job (Job 1-2 en 42) gaat over een godvrezende man die op één dag zijn bezit en zijn kinderen verliest en daarna zwaar ziek wordt. De HEERE laat de satan Job beproeven, binnen grenzen die Hij Zelf stelt. Job prijst toch de Naam van de HEERE. Zijn vrienden zien zijn lijden als straf, maar God wijst hen terecht. Uit het onweer spreekt God tot Job, en aan het slot zegent Hij hem dubbel.
Bijbelgedeelte
“En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!”
“Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.”
“Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan”
“Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog.”
“En de HEERE wendde de gevangenis van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden; en de HEERE vermeerderde al hetgeen Job gehad had tot dubbel zoveel.”
“Ziet, wij houden hen gelukzalig, die verdragen; gij hebt de verdraagzaamheid van Job gehoord, en gij hebt het einde des Heeren gezien, dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer.”
Het verhaal
Het boek Job begint met een man die God vreesde en eindigt met dezelfde man die God gezien heeft. Daartussen ligt een beproeving waarvan Job de reden nooit te horen kreeg. Job 1, 2 en 42 vertellen de geschiedenis; de gesprekken daartussen staan in Job 3 tot en met 41. Meer over de persoon leest u bij Job.
Hoe begint het verhaal van Job?
In het land Uz woonde Job, een man die oprecht en vroom was, godvrezend en wijkend van het kwaad (Job 1:1). Hij had zeven zonen en drie dochters en zeer veel vee: zevenduizend schapen, drieduizend kamelen, vijfhonderd juk ossen en vijfhonderd ezelinnen. Hij was de grootste van allen in het oosten. Als zijn kinderen bij elkaar maaltijden hadden gehouden, stond Job vroeg op en offerde voor ieder van hen een brandoffer, want misschien hadden zij gezondigd (Job 1:5).
Wat gebeurde er tussen de HEERE en de satan?
Dan laat de tekst de lezer iets zien wat Job zelf niet zag. Op een dag stelden de kinderen Gods zich voor de HEERE, en de satan kwam in hun midden. De HEERE wees hem op Zijn knecht Job: niemand op aarde was zoals hij. De satan antwoordde: "Is het om niet, dat Job God vreest" (Job 1:9)? God had hem toch rondom beschermd en gezegend. Als God dat wegnam, zou Job Hem in Zijn aangezicht afzweren. De HEERE gaf alles wat Job had in de hand van de satan, met één grens: aan Job zelf mocht hij zijn hand niet uitsteken (Job 1:12). Meer dan de vraag van de satan geeft de tekst niet als reden. Wel laat hij zien dat de HEERE de grenzen bepaalde.
Hoe verloor Job alles?
Op één dag kwamen de boden achter elkaar. Sabeeërs roofden de runderen en de ezelinnen, vuur van God uit de hemel verteerde de schapen en de knechten, Chaldeeën namen de kamelen, en een grote wind deed het huis instorten waarin Jobs kinderen samen aten. Zij stierven allen. Telkens was er maar één knecht ontkomen om het te melden.
Job scheurde zijn mantel, schoor zijn hoofd, viel op de aarde en boog zich neer. Hij zei: "De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd" (Job 1:21). In dit alles zondigde Job niet en schreef hij God niets verkeerds toe (Job 1:22).
Wat antwoordde Job aan zijn vrouw?
Opnieuw stond de satan voor de HEERE, en de HEERE zei dat Job nog vasthield aan zijn oprechtheid. Nu vroeg de satan Jobs lichaam te mogen aantasten. De HEERE gaf Job in zijn hand, maar zijn leven moest hij sparen (Job 2:6). Job werd geslagen met boze zweren, van zijn voetzool tot zijn schedel. Hij zat in de as en krabde zich met een potscherf. Zijn vrouw zei dat hij God moest zegenen en sterven, waarbij zegenen hier het tegendeel bedoelt (zie de achtergrond). Job antwoordde: "zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen" (Job 2:10)? Ook toen zondigde hij niet met zijn lippen.
Wat zeiden de vrienden van Job?
Drie vrienden, Elifaz, Bildad en Zofar, kwamen om hem te beklagen en te troosten. Zij herkenden hem niet, weenden en zaten zeven dagen en zeven nachten zwijgend bij hem, omdat zij zagen hoe groot zijn smart was (Job 2:13). Daarna vervloekte Job de dag van zijn geboorte (Job 3:1). In de lange gesprekken die volgen, houden de vrienden vol dat God de onschuldige niet laat vergaan, zodat Jobs lijden wel een gevolg van zonde moest zijn (Job 4:7 en Job 8:4-6). Job weerspreekt dat, klaagt en vraagt God om antwoord. Toch belijdt hij ook dat zijn Verlosser leeft (Job 19:25). Daarna spreekt de jongere Elihu (Job 32 tot en met 37).
Hoe sprak God tot Job?
Toen antwoordde de HEERE Job uit een onweder (Job 38:1). Hij gaf geen verklaring van Jobs lijden en noemde de satan niet. Hij stelde vragen: "Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde" (Job 38:4)? Hij wees op de zee, het licht, de sterren en de dieren, die Hij allemaal kent en regeert. Job legde zijn hand op zijn mond (Job 39:37). Aan het slot erkende hij dat God alles vermag en dat hij gesproken had over dingen die te wonderbaar voor hem waren. Hij zei: "Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog" (Job 42:5). Hij had berouw in stof en as.
Hoe eindigt het verhaal van Job?
Daarna sprak de HEERE tot Elifaz: "Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job" (Job 42:7). De vrienden moesten offers brengen, en Job moest voor hen bidden. Toen Job voor zijn vrienden gebeden had, maakte de HEERE een einde aan zijn ellende en gaf Hij hem dubbel zoveel als hij gehad had. Zijn broers, zusters en bekenden kwamen hem troosten. Hij kreeg opnieuw zeven zonen en drie dochters: Jemima, Kezia en Keren-Happuch. Job leefde daarna nog honderdveertig jaar, zag vier geslachten en stierf op hoge leeftijd (uitleg van Job 42).
Achtergrond
De Bijbel dateert Job niet. Dat zijn geschiedenis op deze site bij de aartsvaders staat, is een indeling en geen uitspraak over zijn tijd. Een vroege datering is een oude traditie; uitleggers wijzen dan op Job die zelf als vader offerde, op zijn rijkdom in vee en op zijn lange leven. Zeker is het niet. Het land Uz komt ook voor in Klaagliederen 4:21, in verband met Edom; waar het precies lag, is onbekend.
Het boek heeft een omlijsting in proza (Job 1-2 en het slot van Job 42) en daartussen lange redevoeringen in dichtvorm: van Job, van Elifaz de Themaniet, Bildad de Suhiet en Zofar de Naamathiet, van Elihu en ten slotte van de HEERE Zelf. Wie het hele boek wil lezen, kan het leesplan Job in 21 dagen volgen.
De Schrift noemt Job naast andere personen uit de geschiedenis. Ezechiël noemt Noach, Daniël en Job als mannen van gerechtigheid (Ezechiël 14:14), en Jakobus spreekt van "de verdraagzaamheid van Job" (Jakobus 5:11).
In Job 1:5, 1:11, 2:5 en 2:9 staat "zegenen" waar het verband het tegendeel bedoelt. Uitleggers lezen het als een verhullende uitdrukking voor God afzweren of vervloeken. Daarom antwoordt Job zijn vrouw dat zij spreekt als een van de dwaze vrouwen.
Betekenis
In de geschiedenis van Job is de HEERE vanaf het begin Degene Die handelt. Hij noemt Job "Mijn knecht" en wijst de satan op hem (Job 1:8). De satan kan niets zonder Zijn toestemming en moet blijven binnen de grens die God trekt: eerst niet aan Jobs persoon, daarna niet aan zijn leven. Zo laat het boek zien dat ook het kwaad onder Gods regering staat (zie de satan in de Bijbel). Hoe dat samengaat met Gods goedheid, legt het boek niet uit; het laat het staan.
De vraag van de satan raakt de kern: dient een mens God om Hemzelf, of om wat hij van Hem krijgt? Job geeft het antwoord met zijn leven. Hij verliest alles en prijst toch de Naam van de HEERE. Zijn geloof rust niet op de gaven, maar op de Gever.
Het boek weerlegt ook een verklaring die voor de hand lijkt te liggen: dat lijden altijd straf is voor een bepaalde zonde. Dat was de redenering van de vrienden, en God zegt aan het slot dat zij "niet recht van Mij gesproken" hadden (Job 42:7). De Heere Jezus wijst dezelfde gedachte af bij de blindgeborene (Johannes 9:3). Dat betekent niet dat Job zonder zonde was, want hij kreeg berouw over zijn woorden (Job 42:6). Maar zijn lijden was geen vergelding.
Gods antwoord uit het onweer is geen uitleg, maar een ontmoeting. Job krijgt niet te horen wat er in Job 1 en 2 gebeurde. Hij krijgt God Zelf te zien (Job 42:5), en dat is genoeg om te zwijgen en te buigen.
Het Nieuwe Testament trekt de lijn door. Jakobus wijst op het einde dat de Heere gaf, "dat de Heere zeer barmhartig is en een Ontfermer" (Jakobus 5:11). Jobs belijdenis "mijn Verlosser leeft" (Job 19:25) wordt in de christelijke uitleg vaak gelezen als een vooruitzien naar de levende Verlosser, Christus; anderen lezen het eerst als Jobs vertrouwen dat God Zelf voor hem zal opkomen. De aanklager die we in Job 1 en 2 zien, noemt Openbaring 12:10 "de verklager onzer broederen", en daar staat dat hij is nedergeworpen.
Lessen voor vandaag
God is het waard om gediend te worden, ook als Hij neemt. Job zei niet alleen dat de HEERE gegeven had, maar ook dat Hij genomen had, en hij prees Zijn Naam (Job 1:21). Wie God alleen dient zolang het goed gaat, zoekt eigenlijk zichzelf. Wij mogen de HEERE vragen om een geloof dat aan Hem vastzit en niet aan Zijn gaven.
Wees voorzichtig met het verklaren van andermans lijden. De vrienden begonnen goed: zij kwamen, weenden en zwegen zeven dagen. Het ging mis toen zij gingen uitleggen waarom Job leed. Wie naast een lijdende staat, hoeft geen verklaring te geven. "Weent met de wenenden" (Romeinen 12:15) is vaak de beste troost.
Wie lijdt, mag zijn klacht bij God brengen. Job deed dat, soms met harde woorden. God wees hem daarin terecht (Job 38:2) en Job kreeg berouw (Job 42:6), maar toch zegt God aan het slot dat Job recht van Hem gesproken had, anders dan zijn vrienden (Job 42:7). Het antwoord op het lijden is niet altijd een verklaring. Het is God Zelf, Die Zich laat kennen. Jakobus 5:11 noemt het einde van Job een bewijs dat de Heere barmhartig is. Dat einde belooft niet dat ieder verlies op aarde wordt teruggegeven, wel dat God Zijn kinderen niet loslaat.
Vertellen aan kinderen
Voorlezen duurt ongeveer 6 minuten · geschikt vanaf 8 jaar
In het land Uz woonde een man die Job heette. Hij was oprecht: eerlijk en zonder bedrog. Hij had ontzag voor God en ging het kwade uit de weg.
Job had zeven zonen en drie dochters. Hij was heel rijk. Hij had duizenden schapen en kamelen, vijfhonderd span ossen en vijfhonderd ezelinnen. Als zijn kinderen samen feest hadden gevierd, stond Job vroeg op. Dan bracht hij voor ieder kind een offer aan God. Want misschien hadden zijn kinderen gezondigd, zei hij.
De Bijbel vertelt ons dan iets wat Job zelf niet wist. Op een dag kwamen de kinderen Gods om voor de HEERE te staan. Ook de satan kwam. De satan is de vijand van God en van de mensen.
De HEERE zei tegen de satan dat er niemand op aarde was zoals Job. Maar de satan vroeg: "Is het om niet, dat Job God vreest"? Hij bedoelde dat Job God alleen diende omdat hij zoveel van God kreeg. Toen gaf de HEERE de satan toestemming om alles van Job af te nemen. Maar Job zelf mocht hij niets doen.
Toen kwam er een knecht naar Job toe. Vijanden hadden de ossen en de ezels geroofd, vertelde hij. Terwijl hij nog sprak, kwam er een tweede knecht. Er was vuur uit de hemel gevallen, en de schapen waren verbrand. Toen kwam een derde knecht. Andere vijanden hadden de kamelen meegenomen. En toen kwam er nog een knecht. Een grote wind had het huis laten instorten waar Jobs kinderen samen aten. Ze waren allemaal gestorven.
Job scheurde zijn mantel en schoor zijn hoofd kaal. Zo liet hij zien hoe groot zijn verdriet was. Hij viel op de grond en boog zich voor God. Toen zei hij: "De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd"! Job zondigde niet. Hij zei niets verkeerds over God.
Weer kwam de satan bij de HEERE. De HEERE zei dat Job nog steeds oprecht was, hoewel hij zonder reden alles kwijt was. Nu mocht de satan ook Jobs lichaam aanraken. Alleen Jobs leven moest hij sparen. Toen sloeg de satan Job met zweren, van zijn voeten tot zijn hoofd. Zweren zijn pijnlijke, ontstoken plekken op je huid. Job ging in de as zitten. Hij krabde zich met een scherf. Zijn vrouw zei dat hij God maar moest loslaten en sterven. Maar Job antwoordde: "zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen"? Ook nu zondigde Job niet met zijn woorden.
Drie vrienden van Job hoorden wat er gebeurd was. Ze kwamen om hem te troosten. Toen ze hem zagen, herkenden ze hem niet. Ze huilden en gingen bij hem op de grond zitten. Zeven dagen en zeven nachten zeiden ze niets. Ze zagen hoe groot zijn pijn was.
Daarna begon Job te klagen. Hij wenste dat hij nooit geboren was. Toen gingen de vrienden praten. Ze zeiden dat Job vast iets slechts had gedaan. Daarom moest hij zo lijden, dachten ze. Job zei dat het niet waar was en vroeg God om antwoord. Hij zei ook dat hij wist dat zijn Verlosser leeft. Een verlosser is iemand die voor een ander opkomt.
Toen sprak de HEERE Zelf tot Job, uit een onweer. God legde niet uit waarom Job zo moest lijden. Hij stelde Job vragen. God vroeg: "Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde"? Hij vroeg Job naar de zee, het licht, de sterren en de wilde dieren.
God had dat allemaal gemaakt, en Hij zorgde ervoor. Job zag hoe groot God is. Hij zei: "Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog". Eerst had hij alleen van God gehoord; nu kende hij God echt. Job had berouw over wat hij gezegd had, en boog zich diep voor God.
Toen werd de HEERE boos op de drie vrienden. Ze hadden niet goed over Hem gesproken, zoals Job wel had gedaan. Ze moesten offers brengen, en Job moest voor hen bidden. Job bad voor zijn vrienden.
Toen maakte de HEERE een einde aan Jobs ellende. Hij gaf Job twee keer zoveel als hij eerst had. Job kreeg opnieuw zeven zonen en drie dochters. Hij werd heel oud en zag de kinderen van zijn kinderen.
De Bijbel vertelt niet dat Job ooit hoorde wat de satan tegen de HEERE had gezegd. De HEERE had Job geen moment losgelaten, ook niet toen hij alles kwijt was. Veel later schreef Jakobus dat de Heere in deze geschiedenis liet zien hoe barmhartig Hij is.
“De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!” (Job 1:21)
Tips voor de verteller
- Kinderen vragen bijna altijd waarom God dit toeliet. Zeg eerlijk dat de Bijbel het niet helemaal uitlegt en dat Job het zelf nooit te horen kreeg. Wel staat er dat God de grenzen bepaalde en dat het geen straf was. En het slot laat zien dat God Job niet losliet. U mag zeggen dat wij het waarom niet weten, maar wel Wie God is.
- Vertel sober over de satan: hij is de vijand van God en van de mensen, maar hij kan niets doen zonder dat God het toestaat. Maak hem niet groter of enger dan de Bijbel doet. De kinderen Gods in Job 1:6 worden meestal uitgelegd als engelen; meer zegt de tekst niet.
- Deze geschiedenis is bedoeld vanaf ongeveer acht jaar, omdat de kinderen van Job sterven. Voor jongere kinderen kunt u zeggen dat Job alles verloor, ook zijn kinderen, zonder het instorten van het huis te beschrijven. Denk aan kinderen met een ziek of gestorven familielid: zeg duidelijk dat ziekte en verdriet geen straf voor iets verkeerds hoeven te zijn.
- Job 1:20-22 en Job 42:1-6 kunt u zelf uit de Bijbel voorlezen. Oudere kinderen vragen soms of de nieuwe kinderen de gestorven kinderen vervingen. De Bijbel zegt daar niets over; vertel alleen wat er staat en laat de vraag gerust openstaan.
Gespreksvragen voor kinderwerk en club
Kleuters en onderbouw (4-7 jaar)
- NavertellenWat zei Job toen hij alles kwijt was?
- NavertellenHoe lang zaten de vrienden stil bij Job?
- VerwonderenWat vind jij het mooiste dat God aan Job liet zien?
Zondagsschool en club (8-12 jaar)
- KijkenWat zei de satan over Job, en wat mocht de satan van de HEERE doen?
- BetekenisDe vrienden dachten dat Job leed omdat hij gezondigd had. Waarom werd God boos op hen?
- VerbindingOok aan de Heere Jezus werd gevraagd of iemand door zonde blind geboren was. Lees Johannes 9:1-3. Wat zei Hij?
- ToepassingHoe kun jij iemand helpen die veel verdriet heeft, zonder te zeggen dat het zijn eigen schuld is?
Tieners en catechisatie (12-16 jaar)
- BijbeltekstLees Jakobus 5:11. Jakobus zegt dat de lezers "het einde des Heeren" gezien hebben. Wat bedoelt hij daarmee, en wat verandert dat aan hoe je naar lijden kijkt?
- Wie is God?God gaf Job geen verklaring, maar liet Zich zien in Zijn schepping. Waarom was dat voor Job genoeg? Zou het voor jou genoeg zijn?
- Moeilijke vraagGod gaf de satan toestemming om Job te beproeven. Hoe rijm je dat met Gods goedheid, en wat doe je met wat je niet begrijpt?
- PersoonlijkDe satan vroeg: "Is het om niet, dat Job God vreest"? Waarom zou iemand God dienen als hij er niets voor terugkrijgt? Wat vind jij daarvan?
Gebedspunt: Dank de HEERE dat Hij regeert, ook als wij Zijn wegen niet begrijpen, en dat Hij barmhartig is. Bid voor wie lijdt, en om wijsheid om te troosten zonder te oordelen.
Personen in dit verhaal
Lees het in een leesplan
Thema's in dit verhaal
Gerelateerde bijbelverhalen
Veelgestelde vragen over De beproeving van Job
Waar staat het verhaal van Job in de Bijbel?
Het verhaal van Job staat in het bijbelboek Job, tussen Esther en de Psalmen. Job 1 en 2 vertellen hoe Job alles verliest en ziek wordt. Job 3 tot en met 37 bevatten de gesprekken met zijn vrienden Elifaz, Bildad en Zofar en de redevoering van Elihu. In Job 38 tot en met 41 spreekt God uit het onweer, en Job 42 beschrijft Jobs antwoord en hoe God Job herstelt. Buiten het boek wordt Job genoemd in Ezechiël 14:14 en Jakobus 5:11.
Waarom liet God toe dat Job zo moest lijden?
De Bijbel geeft één ding als aanleiding: de vraag van de satan, "Is het om niet, dat Job God vreest" (Job 1:9)? Daarmee stelde hij de echtheid van Jobs geloof ter discussie. God liet de beproeving toe en bepaalde de grenzen (Job 1:12 en Job 2:6). Waarom God het zo deed, legt het boek verder niet uit, en Job kreeg het zelf nooit te horen. Wel laat het slot zien dat God goed en barmhartig bleef (Jakobus 5:11) en dat Job God dieper leerde kennen (Job 42:5).
Was het lijden van Job een straf voor zijn zonden?
Nee. Dat is juist wat zijn vrienden dachten, en God zegt aan het slot dat zij "niet recht van Mij gesproken" hadden (Job 42:7). Al aan het begin noemt God Job oprecht en vroom (Job 1:8), en Hij zegt dat de satan Hem tegen Job had opgehitst "zonder oorzaak" (Job 2:3). Job was geen zondeloos mens; hij kreeg berouw over zijn woorden (Job 42:6). Maar zijn lijden was geen vergelding. De Heere Jezus wijst dezelfde gedachte af in Johannes 9:3.
Wie is de satan in het verhaal van Job?
De satan verschijnt in Job 1 en 2 tussen "de kinderen Gods" die zich voor de HEERE stellen. Hij beschuldigt Job en vraagt toestemming om hem te beproeven. Het woord satan betekent tegenstander. Het boek beschrijft hem sober: hij heeft macht, maar alleen binnen de grenzen die God stelt, en na Job 2 verdwijnt hij uit het boek. Het Nieuwe Testament noemt de duivel de tegenpartij (1 Petrus 5:8) en "de verklager onzer broederen" (Openbaring 12:10).
Wat bedoelde de vrouw van Job met "Zegen God, en sterf"?
Uit het verband blijkt dat zegenen hier het tegendeel bedoelt: God afzweren of vervloeken. Hetzelfde woord gebruikt de satan wanneer hij zegt dat Job God "in Uw aangezicht" zal zegenen (Job 1:11). Jobs vrouw vond dat hij beter met God kon breken en sterven. Job noemde dat spreken "als een der zottinnen spreekt" (Job 2:10). De tekst zegt verder weinig over haar. Zij had, zo mag men aannemen, ook haar kinderen verloren; een oordeel over haar persoon velt de Bijbel niet.
Waarom moest Job voor zijn vrienden bidden?
Omdat de HEERE het zo bepaalde. Zijn toorn was ontstoken tegen Elifaz en zijn twee vrienden, "want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job" (Job 42:7). Zij hadden volgehouden dat Job wel gezondigd moest hebben (Job 4:7 en Job 8:4-6). Nu moesten zij zeven varren en zeven rammen offeren, en Job zou voor hen bidden (Job 42:8). De man die zij beschuldigd hadden, werd hun voorbidder. En de HEERE wendde de gevangenis van Job, "toen hij gebeden had voor zijn vrienden" (Job 42:10).
Wat antwoordde God aan Job uit het onweer?
God sprak Job toe "uit een onweder" (Job 38:1), maar gaf geen verklaring van zijn lijden. Hij stelde vragen over de schepping: "Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde" (Job 38:4)? Hij wees op de zee, het licht, de sterren en de dieren, die Hij kent en regeert. Daarmee liet God Zijn wijsheid en macht zien. Job antwoordde dat hij te gering was (Job 39:37) en dat hij nu God gezien had en berouw had (Job 42:5-6).
Kreeg Job aan het eind alles dubbel terug?
Zijn bezit wel: "de HEERE vermeerderde al hetgeen Job gehad had tot dubbel zoveel" (Job 42:10). Job 42:12 noemt veertienduizend schapen, zesduizend kamelen, duizend juk runderen en duizend ezelinnen, precies het dubbele van Job 1:3. Kinderen kreeg hij opnieuw zeven zonen en drie dochters, evenveel als eerst. Sommige uitleggers zien daarin dat de gestorven kinderen niet als verloren worden gerekend. De tekst zegt dat niet uitdrukkelijk.
Is het verhaal van Job echt gebeurd?
De Schrift spreekt over Job als over een werkelijk persoon. Ezechiël 14:14 noemt hem naast Noach en Daniël als een man van gerechtigheid, en Jakobus 5:11 wijst de gemeente op "de verdraagzaamheid van Job". Het boek begint ook als een geschiedenis: "Er was een man in het land Uz, zijn naam was Job" (Job 1:1). Dat de gesprekken in dichtvorm staan, betekent niet dat de geschiedenis niet gebeurd is.
Waarom staat het verhaal van Job bij de aartsvaders?
Dat is een indeling op deze site, geen uitspraak van de Bijbel, want de Bijbel dateert Job niet. Een oude traditie plaatst Job in de tijd van de aartsvaders. Uitleggers wijzen dan op zijn lange leven, op zijn rijkdom in vee en op het feit dat hij zelf als vader offerde, zonder priester of tabernakel. Dat zijn aanwijzingen en geen bewijs. Ook de tijd waarin het boek geschreven werd, is onzeker. Meer over Job zelf staat op de pagina over de persoon Job.
Wat bedoelde Job met "mijn Verlosser leeft"?
Midden in zijn klachten zegt Job: "Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan" (Job 19:25). Een verlosser was in Israël iemand die als naaste bloedverwant voor een ander opkwam (vergelijk de losser in Leviticus 25:25 en Ruth 3:12). Job verwacht dat God Zelf voor hem zal opkomen, en dat hij God zal aanschouwen (Job 19:26-27). In de christelijke uitleg worden deze woorden vaak gelezen als een vooruitzien naar Christus, de levende Verlosser. Over hoeveel Job daarvan zelf al zag, verschillen uitleggers.
Hoe vertelt u het verhaal van Job aan kinderen?
Deze geschiedenis is geschikt vanaf ongeveer 8 jaar, omdat Jobs kinderen sterven en de satan een rol speelt. Op deze pagina staat een vertelling die Job 1, 2 en 42 volgt, met een korte samenvatting van de gesprekken en Gods antwoord, een tekst om te onthouden en tips voor de verteller. Vertel het verlies sober en geef de meeste ruimte aan Jobs woorden in Job 1:21 en aan God Die spreekt. Zeg eerlijk dat ook Job niet alles begreep.
Stel een vraag over De beproeving van Job
Wilt u meer weten over dit bijbelverhaal? Onze AI-gestuurde assistent helpt u met achtergrond, context en diepere inzichten uit de Bijbel.
Verdiep u verder
Alle bijbelverhalen
Bekijk alle 191 bijbelverhalen met uitleg, in bijbelse volgorde.
Bijbelse Personen
Leer meer over de personen in dit verhaal.
Bijbelse Tijdlijn
Plaats dit verhaal in de bijbelse geschiedenis.
Bijbeluitleg
Lees uitleg bij de bijbelhoofdstukken van dit verhaal.
Bijbel Onderwerpen
Verken de thema's die in dit verhaal aan bod komen.
AI BijbelAssistent
Stel uw vragen over bijbelverhalen aan onze AI-assistent.