Job 42 in het kort: Job 42 is het slothoofdstuk van het boek Job en telt 17 verzen. In vers 1 tot 6 antwoordt Job God en zegt hij: "Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog" (vers 5). In vers 7 tot 9 berispt God de drie vrienden en laat Hij Job voor hen bidden. In vers 10 tot 17 wendt de HEERE Jobs lot en krijgt hij het dubbele terug. De volledige tekst in de Statenvertaling staat op Job 42.
Job 42 in de Statenvertaling en de HSV: opbouw, versbereiken en schrijfwijzen
Job 42 telt 17 verzen en valt uiteen in drie gedeelten. Zoekt u een bepaald versbereik, dan vindt u hieronder waar het bij hoort.
Job 42:1-6, het antwoord van Job. Job erkent dat geen van Gods gedachten kan worden afgesneden (vers 2), geeft toe dat hij sprak over dingen die te wonderbaar voor hem waren (vers 3), en komt in vers 5 en 6 tot de kern: hij had van God gehoord, nu ziet zijn oog Hem, en daarom heeft hij berouw in stof en as.
Job 42:7-9, God spreekt tot de vrienden. Gods toorn is ontstoken tegen Elifaz, Bildad en Zofar; zij moeten zeven varren en zeven rammen offeren, en Job moet voor hen bidden.
Job 42:10-17, het herstel. De HEERE wendt Jobs lot nadat hij voor zijn vrienden gebeden heeft, geeft hem het dubbele van wat hij bezat, en het boek eindigt met zijn dood, oud en der dagen zat.
Het veelgezochte bereik Job 42:1-3 hoort dus bij het eerste gedeelte, en Job 42:5-6 is het scharnier daarvan. Job 42:10 is het eerste vers van het derde gedeelte en het kantelpunt van het hele boek.