De Tweede Ontmoeting tussen God en Satan
Job hoofdstuk 2 opent opnieuw met een hemelse raadsvergadering waarbij Satan zich presenteert voor God. Net als in hoofdstuk 1 wijst God op Job als een voorbeeldige dienaar - 'oprecht en vroom, godvrezende en wijkende van het kwaad' (vers 3). Dit herhaalt de karakterbeschrijving uit het eerste hoofdstuk, wat de nadruk legt op Job's onveranderde karakter ondanks alle verliezen.
Satan geeft echter niet op. Hij stelt een nieuwe uitdaging: 'Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven' (vers 4). Met deze uitspraak beweert Satan dat Job's geloof oppervlakkig is - zolang hij gezond blijft, zal hij God dienen, maar zodra zijn eigen lichaam wordt aangetast, zal hij God vervloeken.
Job wordt Getroffen met Ziekte
God staat Satan toe Job aan te tasten, maar met één belangrijke beperking: zijn leven moet gespaard blijven. Satan slaat Job 'met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe' (vers 7). De Hebreeuwse term suggereert pijnlijke, etterige zweren die over zijn hele lichaam verspreid zijn.
De beschrijving van Job die zich met een potscherf krabt terwijl hij in de as zit, toont de diepte van zijn lijden. As was in de oude tijd een teken van rouw en verdriet, terwijl het krassen met een potscherf wijst op ondragelijke jeuk en pijn. Job bevindt zich letterlijk op het dieptepunt van menselijk lijden.
De Reactie van Job's Vrouw
In dit donkere moment spreekt Job's vrouw de beroemde woorden: 'Houdt gij nog vast aan uw oprechtigheid? Zegen God, en sterf' (vers 9). Haar woorden weerspiegelen haar eigen pijn en frustratie. Ze heeft alles verloren - haar kinderen, bezittingen, en nu ziet ze haar man lijden in ondraaglijke pijn.