De Tweede Ontmoeting tussen God en Satan
Job hoofdstuk 2 opent opnieuw met een hemelse raadsvergadering waarbij Satan zich presenteert voor God. Net als in hoofdstuk 1 wijst God op Job als een voorbeeldige dienaar - 'vroom en oprecht, godvrezend en het kwaad mijdend'. Dit herhaalt de karakterbeschrijving uit het eerste hoofdstuk, wat de nadruk legt op Job's onveranderde karakter ondanks alle verliezen.
Satan geeft echter niet op. Hij stelt een nieuwe uitdaging: 'Huid voor huid! Alles wat de mens heeft, geeft hij voor zijn leven.' Met deze uitspraak beweert Satan dat Job's geloof oppervlakkig is - zolang hij gezond blijft, zal hij God dienen, maar zodra zijn eigen lichaam wordt aangetast, zal hij God vervloeken.
Job wordt Getroffen met Ziekte
God staat Satan toe Job aan te tasten, maar met één belangrijke beperking: zijn leven moet gespaard blijven. Satan slaat Job met 'kwaadaardige zweren van zijn voetzool tot zijn hoofdkruin'. De Hebreeuwse term suggereert pijnlijke, etterige zweren die over zijn hele lichaam verspreid zijn.
De beschrijving van Job die zich met een potscherf krabt terwijl hij in de as zit, toont de diepte van zijn lijden. As was in de oude tijd een teken van rouw en verdriet, terwijl het krassen met een potscherf wijst op ondragelijke jeuk en pijn. Job bevindt zich letterlijk op het dieptepunt van menselijk lijden.