Hoogmoed, hebzucht en de andere hoofdzonden kent bijna iedereen, al is het maar uit schilderijen, romans of films. In de Goddelijke Komedie van Dante telt de louteringsberg zeven terrassen, één voor elke hoofdzonde. Waar komt die lijst vandaan, en staat hij in de Bijbel? Hieronder vindt u de zeven op een rij met wat de Schrift over elk ervan zegt, de geschiedenis van de lijst en de manier waarop de reformatorische belijdenis over zonde en genade spreekt.
De zeven hoofdzonden op een rij
Bij elke zonde staat kort wat de Bijbel erover zegt.
- Hoogmoed (superbia): zichzelf boven God en de naaste stellen. 'Hovaardigheid is voor de verbreking, en hoogheid des geestes voor den val' (Spreuken 16:18).
- Hebzucht (avaritia): altijd meer willen hebben. Paulus noemt de gierigheid afgodendienst (Kolossenzen 3:5).
- Onkuisheid (luxuria): toegeven aan seksuele begeerte buiten het huwelijk, ook in gedachten. Volgens de Heere Jezus begint overspel al in het hart (Mattheüs 5:28).
- Afgunst (invidia): verdriet om wat een ander heeft of is. Spreuken noemt nijd een verrotting van de beenderen (Spreuken 14:30).
- Gulzigheid (gula): de maat kwijtraken in eten en drinken, tot de buik een god wordt (Filippenzen 3:19).
- Toorn (ira): boosheid die de overhand krijgt en wraak zoekt. De toorn van een mens werkt Gods gerechtigheid niet (Jakobus 1:20).
- Traagheid (acedia): lusteloosheid tegenover God en Zijn dienst, wat meer is dan gewone luiheid. Paulus roept op vurig van geest te zijn en de Heere te dienen (Romeinen 12:11).
Niet elke boosheid is zonde: Paulus schrijft dat de gelovige toornig mag worden zonder te zondigen (Efeze 4:26). Of elke vorm van trots verkeerd is, leest u bij de vraag of trots altijd zonde is.
Waar komt de lijst van hoofdzonden vandaan?
De lijst is ontstaan onder monniken in de eerste eeuwen van de kerk. Evagrius Ponticus (ongeveer 345-399), monnik in de Egyptische woestijn, beschreef in zijn Praktikos (hoofdstuk 6) acht kwade gedachten die de mens aanvechten: gulzigheid, onkuisheid, geldzucht, droefheid, toorn, lusteloosheid, ijdele eer en hoogmoed. Johannes Cassianus (ongeveer 360-435) bracht die acht naar het Westen (De institutis coenobiorum, boek V tot XII).
Paus Gregorius de Grote (590-604) veranderde dat in zijn uitleg van Job (Moralia in Iob, boek XXXI, hoofdstuk 45). Hij zette de hoogmoed apart als koningin van alle zonden en noemde zeven zonden die daaruit voortkomen: ijdele eer, afgunst, toorn, droefheid, gierigheid, gulzigheid en onkuisheid. Bij Thomas van Aquino staat de traagheid (acedia) al op de plaats van de droefheid (Summa Theologiae I-II, vraag 84, artikel 4); later ging ook de ijdele eer op in de hoogmoed. Zo ontstond de lijst die de Catechismus van de Katholieke Kerk (1992, nummer 1866) nog geeft.
Het woord hoofdzonde vertaalt het Latijnse vitia capitalia, naar caput, hoofd. Thomas van Aquino legde uit dat ze zo heten omdat andere zonden eruit voortkomen (Summa Theologiae I-II, vraag 84, artikel 3). Dat Gregorius de hoogmoed vooraan zette, sluit aan bij het begin van de Bijbel: de val begon met de belofte 'gij zult als God wezen' (Genesis 3:5).
Staan de 7 hoofdzonden in de Bijbel?
Nee, niet als lijst. Geen bijbelboek noemt precies deze zeven zonden bij elkaar, en het woord hoofdzonde komt in de Schrift niet voor. De lijst was bedoeld als hulp bij zelfonderzoek.
Wel kent de Bijbel zondelijsten. De bekendste met het getal zeven staat in Spreuken 6: 'Deze zes haat de HEERE; ja, zeven zijn Zijn ziel een gruwel' (Spreuken 6:16). Daarna volgen hoge ogen, een valse tong, handen die onschuldig bloed vergieten, een hart dat kwaad bedenkt, voeten die haastig naar het kwaad lopen, een vals getuige en iemand die tussen broeders ruzie zaait (Spreuken 6:17-19). Alleen de hoge ogen, de hoogmoed, staan ook in de kerkelijke lijst. Meer hierover in de uitleg van Spreuken 6.
Paulus geeft langere lijsten. In Galaten 5 noemt hij de werken van het vlees, onder meer onreinigheid, toorn, afgunstigheden, nijd, dronkenschappen en brasserijen (Galaten 5:19-21). Johannes vat de zonde van de wereld samen in drie woorden: 'de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens' (1 Johannes 2:16).
Ook de traditie zocht de wortel in het hart; Gregorius liet alle zeven uit de hoogmoed voortkomen. De Heere Jezus noemt het hart zelf als de ene bron: 'Want van binnen uit het hart der mensen komen voort kwade gedachten' (Markus 7:21). In het vervolg noemt Hij onder andere gierigheden, een boos oog en hovaardij (Markus 7:22).
Zijn de zeven doodzonden hetzelfde als de hoofdzonden?
In de volksmond heten ze vaak de zeven doodzonden, naar het Engelse seven deadly sins. In de rooms-katholieke leer zijn dat twee verschillende dingen. Een hoofdzonde is een bron van andere zonden; een doodzonde is een zware zonde die met volle kennis en bewuste instemming gedaan wordt (Catechismus van de Katholieke Kerk, nummer 1857). Hoe de Rooms-Katholieke Kerk dat onderscheid maakt en waarom de Reformatie het afwees, leest u bij wat de kerk onder een doodzonde verstaat.
De Bijbel zegt over elke zonde: 'Want de bezoldiging der zonde is de dood' (Romeinen 6:23). Wie de hele wet houdt en in één gebod struikelt, is volgens Jakobus aan alle geboden schuldig (Jakobus 2:10). In die zin verdient elke zonde de dood. Hetzelfde vers uit Romeinen gaat echter verder: de genadegift van God is het eeuwige leven, door Jezus Christus.
Waar christenen verschillen
Alle christenen erkennen dat hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, afgunst, gulzigheid, toorn en geestelijke traagheid zonde zijn; de Bijbel noemt ze stuk voor stuk. Het verschil zit in de plaats die de lijst krijgt.
- Rooms-katholiek: de zeven hoofdzonden horen bij de catechese en bij het gewetensonderzoek voor de biecht (Catechismus van de Katholieke Kerk, nummer 1866).
- Oosters-orthodox: deze kerken houden vast aan de acht hartstochten van Evagrius en Cassianus; de Filokalia, een veelgelezen bundel geestelijke teksten, bevat het geschrift van Cassianus daarover. De strijd tegen de hartstochten staat centraal (vergelijk Galaten 5:24).
- Reformatorisch: de Reformatie gebruikte de Tien Geboden als spiegel, zoals de Heidelbergse Catechismus (Zondag 34 tot 44) en de Kleine Catechismus van Luther laten zien. De wet is Gods eigen Woord; de lijst van hoofdzonden is een menselijke indeling. Een lijst van zeven grote zonden kan bovendien de indruk wekken dat wie ze vermijdt er goed voor staat, terwijl de wet tot in de begeerte van het hart reikt (Romeinen 7:7).
Wie de lijst gebruikt om zichzelf te onderzoeken, doet daar niets verkeerds mee, zolang de Schrift de maat blijft en hij de Heere vraagt zijn hart te doorgronden (Psalm 139:23).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften kennen geen lijst van hoofdzonden. Ze spreken over de zonde vanuit de wet en vanuit het hart. In Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 8) wordt gevraagd of wij zo verdorven zijn dat wij tot geen goed in staat zijn en geneigd tot alle kwaad. Het antwoord luidt: 'Ja wij; tenzij dan dat wij door den Geest Gods wedergeboren worden' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 3, vraag 8).
Zondag 4 maakt geen onderscheid tussen grote en kleine zonden. God 'vertoornt Zich schrikkelijk beide over de aangeborene en werkelijke zonden' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 4, vraag 10). Bij het tiende gebod gaat de catechismus nog dieper: zelfs de minste lust of gedachte tegen een van Gods geboden is zonde (Zondag 44, vraag 113).
Artikel 15 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt de erfzonde een verdorvenheid van de hele menselijke natuur, die als een wortel allerlei zonden in de mens voortbrengt. Waar de traditie zeven hoofden onderscheidt, wijst de belijdenis op één wortel, die in ieder mens zit vanaf zijn ontvangenis (Psalm 51:7).
Is er genade voor wie zich in deze zonden herkent?
Wie de lijst eerlijk doorleest, vindt zichzelf erin terug. Daarvoor is ook Gods wet gegeven. Uit de wet kent de mens zijn ellende (Heidelbergse Catechismus, Zondag 2, vraag 3); zij laat hem zijn zonde zien, zodat hij vergeving zoekt bij Christus (Galaten 3:24). In 1 Korinthe 6 somt Paulus zonden op die buiten het Koninkrijk van God sluiten, onder meer die van gierigaards en dronkaards (1 Korinthe 6:10). Dan schrijft hij aan de gemeente: 'En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd' (1 Korinthe 6:11).
Daar klinkt het evangelie. Geen van deze zeven zonden is te groot voor het bloed van Christus, dat reinigt van alle zonde (1 Johannes 1:7). Wie door de Geest vernieuwd wordt, gaat tegen deze zonden strijden en draagt de vrucht van de Geest, zoals liefde, zachtmoedigheid en matigheid (Galaten 5:22). Die strijd duurt een leven lang; ook de allerheiligsten hebben volgens de catechismus in dit leven maar een klein beginsel van de nieuwe gehoorzaamheid (Zondag 44, vraag 114). Wat de hele Schrift over zonde, schuld en vergeving zegt, vindt u bij de bijbelteksten over zonde.
'Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid' (1 Johannes 1:9)