Voor veel christenen is de zondag een andere dag dan de rest van de week. Toch lopen de gewoonten ver uiteen: de een sport niet en doet geen boodschappen, de ander maakt na de kerkdienst een fietstocht met het gezin. Hieronder leest u wat het vierde gebod vraagt, wat de Heere Jezus leerde en hoe christenen omgaan met werk, sport en winkelen. Een regelboek vindt u hier niet, wel de overwegingen die ertoe doen.
Wat mag niet op zondag volgens de Bijbel?
De Bijbel bevat geen lijst met zondagsregels. Het uitgangspunt is het vierde gebod: 'Gedenkt den sabbatdag, dat gij dien heiligt' (Exodus 20:8). God geeft zes dagen voor de arbeid en zegt dan: 'Maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen' (Exodus 20:10). Het gebod geldt voor het hele huis, tot de knecht, de vreemdeling en het vee toe. De reden ligt in de schepping: God rustte op de zevende dag; daarom zegende Hij die dag en heiligde hem (Exodus 20:11). In de uitleg van Exodus 20 leest u het gebod in zijn verband.
Heiligen betekent: apart zetten voor God. Het gebod vraagt dus twee dingen tegelijk: het gewone werk laten rusten en de dag aan de Heere wijden. Deuteronomium 5:15 voegt er de bevrijding uit Egypte aan toe; de rustdag is ook een teken van verlossing.
Wat onder werk valt, wordt soms concreet. Nehemia zag mannen in Juda op de sabbat persen treden en waren naar Jeruzalem brengen. Hij liet de poorten sluiten, 'opdat er geen last zou inkomen op den sabbatdag' (Nehemia 13:19). Handel en het gewone beroepswerk horen dus niet bij de rustdag. Christenen houden die rustdag op de eerste dag van de week, de dag van de opstanding; waarom, leest u bij de vraag waarom christenen zondag vieren en niet de sabbat.
Wat zijn werken van noodzaak en barmhartigheid?
In de tijd van de Heere Jezus hadden de Farizeeën het sabbatsgebod met veel eigen regels omringd. In de synagoge was een man met een dorre hand. De Farizeeën vroegen Jezus of het geoorloofd was op de sabbat te genezen, om Hem te kunnen beschuldigen. Hij antwoordde met een vraag: wie haalt zijn schaap niet uit de gracht als het op de sabbat daarin valt? Zijn conclusie was: 'Zo is het dan op de sabbatdagen geoorloofd wel te doen' (Mattheüs 12:12). Daarna genas Hij de man. Eerder, toen de discipelen op de sabbat aren plukten, had Hij gezegd: 'De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat' (Markus 2:27). Meer hierover in de uitleg van Mattheüs 12.
Daaruit heeft de kerk het onderscheid afgeleid tussen gewoon werk en werken van noodzaak en barmhartigheid. Zieken verzorgen, een brand blussen, vee voeren en melken, iemand in nood helpen: dat ontheiligt de dag niet. Het past bij de dag van een barmhartige God. Wel is noodzaak iets anders dan gemak: een dienst in het ziekenhuis is iets anders dan op zondag de administratie bijwerken omdat het dan stil is.
Mag een christen op zondag werken?
Werk in de zorg, bij de politie, de brandweer of op een veebedrijf valt onder de werken van noodzaak en barmhartigheid. Wie daar op zondag dienst heeft, doet geen verkeerd werk. Veel reformatorische christenen in zulke beroepen roosteren wel zo dat zij één van de kerkdiensten kunnen bijwonen, en nemen geen zondagsdiensten aan die niet nodig zijn.
Ander werk ligt anders. Een winkel of bedrijf dat zonder noodzaak op zondag opengaat, zet medewerkers aan het werk op de rustdag. Reformatorische ondernemers blijven daarom meestal dicht, ook als dat omzet kost, en werknemers vragen hun werkgever om vrij op zondag. Vraagt uw werkgever zondagsdiensten van u, of twijfelt u over zulk werk, bespreek dat dan met uw predikant of ouderling.
Mag een christen sporten of boodschappen doen op zondag?
Over sporten, winkelen en reizen zegt de Bijbel niets met zoveel woorden. Wel geven de teksten een paar toetsstenen:
- Zet het anderen aan het werk? Het gebod noemt ook de knecht en de vreemdeling (Exodus 20:10). Wie boodschappen doet of uit eten gaat, laat anderen voor zich werken.
- Is het handel? Nehemia sloot de poorten voor de markt (Nehemia 13:15-19). Koopzondagen vallen daar voor velen onder.
- Houdt het u af van de eredienst? Een wedstrijd op zondagochtend of een lange reis maakt samenkomen met de gemeente moeilijk.
- Geeft het rust? Wedstrijdsport in competitieverband vraagt inspanning en prestatie; een wandeling in de stilte is iets anders.
In reformatorische gezinnen wordt op zondag over het algemeen niet gesport, niet gewinkeld en niet gereisd zonder noodzaak. In andere kerken is er meer ruimte voor ontspanning, zolang de eredienst voorop staat.
Is de zondagsrust een last of een vreugde?
Wie de zondag vooral als een dag van verboden heeft leren kennen, mag weten dat de Bijbel er ook anders over spreekt. Jesaja noemt de sabbat een feest: 'en indien gij den sabbat noemt een verlustiging, opdat de HEERE geheiligd worde' (Jesaja 58:13). Verlustiging betekent vreugde. De belofte die volgt, is dat Gods volk zich verlustigen zal in de HEERE Zelf (Jesaja 58:14). Hetzelfde vers vraagt wel iets: wie de dag heiligt, zoekt niet zijn eigen lust. De rust is ruimte voor God: de kerkdienst, de Bijbel, het gebed, het gezin, een bezoek aan een zieke of eenzame.
Uiteindelijk wijst de rustdag naar Christus. Hij is Heere, ook over de sabbat (Markus 2:28), en roept vermoeiden tot Zich om hun rust te geven (Mattheüs 11:28). Er blijft een rust over voor het volk Gods (Hebreeën 4:9); elke zondag is daar een voorproef van. Alle teksten over de rustdag vindt u bij bijbelteksten over de sabbat.
Waar christenen verschillen
Wat vaststaat: God gaf een ritme van zes dagen werk en één dag rust, en de gemeente kwam vanaf het begin samen 'op den eersten dag der week, als de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken' (Handelingen 20:7). Werken van barmhartigheid zijn op die dag goed. Het verschil gaat over de strengheid van de rust.
- Strikte zondagsheiliging: in de lijn van de Nadere Reformatie en de puriteinen is de hele dag aan de Heere gewijd. De Westminster Confessie (hoofdstuk 21, artikel 8) vraagt rust van eigen werk, woorden en gedachten over dagelijkse bezigheden en ontspanning, zodat de tijd vrij is voor de eredienst en voor werken van noodzaak en barmhartigheid. In de praktijk: geen sport, geen boodschappen, geen reizen zonder noodzaak. Men wijst op Exodus 20:8-11 en Jesaja 58:13.
- Gematigde lijn: ook veel reformatorische christenen houden de zondag als dag van rust en eredienst, maar zien een wandeling, een rustig spel met de kinderen of familiebezoek niet als ontheiliging. Zij wijzen op Markus 2:27. Winkelen en wedstrijdsport wijzen ook zij meestal af, omdat anderen dan moeten werken.
- Breder protestants en evangelisch: veel christenen buiten de reformatorische kerken zien het sabbatsgebod als in Christus vervuld; de zondag is voor hen de goede gewoonte van samenkomst, zonder vaste rustregels. Zij wijzen op Kolossenzen 2:16 en Romeinen 14:5. Reformatorische uitleggers lezen die teksten als een verwijzing naar de ceremoniële sabbatten en feestdagen van Israël, die een schaduw waren van Christus (Kolossenzen 2:17), en niet naar de dag des Heeren.
Over de concrete invulling geeft deze pagina geen eindoordeel. Hoe uw eigen kerk hierin staat, kan uw predikant of kerkenraad u uitleggen. Dat een ander de zondag strenger of ruimer houdt dan u, is op zichzelf geen reden om aan zijn geloof te twijfelen.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 103) geeft geen lijst met verboden. Hij zegt wat God in het vierde gebod gebiedt: eerst dat de kerkdienst en de scholen onderhouden worden, en dan 'dat ik, inzonderheid op den sabbat, dat is op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God den Heere openlijk aan te roepen, en de Christelijke aalmoezen te geven'. Het tweede deel reikt verder dan één dag: 'dat ik alle de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, den Heere door Zijn Geest in mij werken late, en alzo den eeuwigen sabbat in dit leven aanvange'.
In de nazittingen van de Synode van Dordrecht (mei 1619) aanvaardden de Nederlandse afgevaardigden zes regels over de sabbat. Zij onderscheiden in het vierde gebod iets ceremonieels, de zevende dag en de strenge rust van Israël, en iets zedelijks dat blijft: een vaste dag voor de dienst van God. Die dag des Heeren moet zo geheiligd worden dat men rust van het gewone werk, behalve werken van liefde en noodzaak, en van ontspanning die de godsdienst hindert. De kerk heeft de zondag altijd gevierd als de dag van de opstanding, de dag waarop de verworpen steen tot hoeksteen werd (Psalm 118:22).
'Dit is de dag, dien de HEERE gemaakt heeft; laat ons op denzelven ons verheugen, en verblijd zijn' (Psalm 118:24)