Wie de tien geboden leest, komt bij het vierde gebod de sabbat tegen, de zevende dag. Toch komen christenen al bijna twintig eeuwen op zondag samen. Adventisten en Joodse gesprekspartners vragen daarom terecht waar die verandering vandaan komt. Op deze pagina leest u wat de Bijbel zegt over de sabbat en over de eerste dag van de week, wat de vroege kerk deed en hoe de reformatorische kerken het vierde gebod verstaan.
Zondag of sabbat: wat is het verschil?
De sabbat is de zevende dag van de week. In de Joodse telling loopt hij van vrijdagavond tot zaterdagavond, omdat een dag in Israël bij de avond begon; zo staat in het scheppingsverhaal de avond vóór de morgen (Genesis 1:5). De zondag is de eerste dag van de week, de dag na de sabbat.
De sabbat gaat terug op de schepping. Na zes dagen rustte God van Zijn werk: 'En God heeft den zevende dag gezegend, en die geheiligd' (Genesis 2:3). In het vierde gebod krijgt Israël de opdracht die dag te gedenken en te heiligen (Exodus 20:8). Het gebod noemt twee redenen: Gods rust na de schepping (Exodus 20:11) en de bevrijding uit Egypte (Deuteronomium 5:15). Wat de Schrift verder over die dag zegt, leest u op de pagina over de sabbat in de Bijbel.
Waarom vieren christenen op zondag?
De reden is de opstanding van Christus. Alle vier evangeliën vertellen dat het graf leeg was op de eerste dag van de week (Mattheüs 28:1, Markus 16:2, Lukas 24:1, Johannes 20:1). Op de avond van diezelfde dag verscheen de Heere aan Zijn discipelen: 'Als het dan avond was, op denzelven eersten dag der week', kwam Jezus en stond in het midden (Johannes 20:19). Na acht dagen, naar Joodse telling dus weer op de eerste dag, kwam Hij opnieuw bij hen (Johannes 20:26). In de uitleg van Johannes 20 leest u het hele hoofdstuk.
Daarna zien we de gemeente op die dag samenkomen. In Troas staat: 'En op den eersten dag der week, als de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken, handelde Paulus met hen' (Handelingen 20:7). In Korinthe moest de gave voor de gemeente in Jeruzalem op elke eerste dag der week apart gelegd worden (1 Korinthe 16:2). En Johannes geeft die dag een eigen naam: 'En ik was in den geest op den dag des Heeren' (Openbaring 1:10). De dag waarop de Heere opstond, werd de dag van Zijn gemeente.
Is de zondag de sabbat?
Ja en nee. De zondag is niet de zevende dag, en het Nieuwe Testament verplaatst de sabbat nergens met zoveel woorden naar de eerste dag. Wel blijft het gebod om één dag van de zeven aan God te wijden.
Paulus schrijft dat niemand de gemeente mag oordelen over spijs en drank, feestdagen, nieuwe maan of sabbatten (Kolossenzen 2:16). Die dingen zijn 'een schaduw der toekomende dingen, maar het lichaam is van Christus' (Kolossenzen 2:17). De rust waar de sabbat heen wees, is in Christus gekomen. Wie in Gods rust ingaat, houdt op met zijn eigen werken, zoals God van de Zijne rustte (Hebreeën 4:10).
Tegelijk heeft de Heere Jezus het rustgebod niet afgeschaft. Hij verzette Zich tegen een uitleg die van de sabbat een last maakte: 'De sabbat is gemaakt om den mens, niet de mens om den sabbat' (Markus 2:27). En Hij noemde Zichzelf Heere ook van de sabbat (Markus 2:28). Zo verstonden de gereformeerde kerken het vierde gebod. De rust juist op de zevende dag hoorde bij de schaduwen die aan Israël gegeven waren; het zedelijke gebod om een vaste dag voor de dienst van God te heiligen, blijft. De Synode van Dordrecht legde dat in 1619, na de afsluiting van de leerregels, vast in zes korte regels over de zondag. Hoe die rust er in de praktijk uitziet, leest u bij wat wel en niet mag op zondag.
Heeft keizer Constantijn de sabbat veranderd?
Adventisten zeggen vaak dat de zondag pas in de vierde eeuw werd ingevoerd, door keizer Constantijn of door de kerk van Rome. Het klopt dat Constantijn in het jaar 321 bij wet bepaalde dat rechters en stedelingen op de dag van de zon moesten rusten. De christelijke samenkomst op de eerste dag is echter veel ouder.
De Didache, een kerkorde uit de vroegste tijd van de kerk, draagt de gemeente op om op de dag des Heeren samen te komen, het brood te breken en te danken (hoofdstuk 14). Ignatius van Antiochië schrijft rond het jaar 110 in zijn brief aan de Magnesiërs (hoofdstuk 9) over gelovigen die de oude gebruiken achter zich lieten en niet langer de sabbat hielden, maar leefden naar de dag des Heeren. Justinus de Martelaar beschrijft omstreeks 150 in zijn Eerste Apologie (hoofdstuk 67) dat de christenen samenkomen op de dag die naar de zon heet, omdat God op die dag de schepping begon en Christus op die dag uit de doden opstond.
Constantijn maakte van een bestaande christelijke gewoonte een wettelijke rustdag; hij bedacht haar niet. Wat de vroege kerk deed, sluit aan bij wat Handelingen 20 en Openbaring 1 al laten zien. Toch rust de zondag voor de kerk op de Schrift, en op de oudheid alleen voor zover die de Schrift volgt.
Waar christenen verschillen
Alle christenen belijden dat Christus op de eerste dag van de week is opgestaan en dat God de mens rust gunt. Het verschil gaat over de vraag welke dag het vierde gebod nu van ons vraagt.
- Joodse traditie: de sabbat is de zevende dag en een teken tussen God en Israël (Exodus 31:13). Hij wordt gevierd van vrijdagavond tot zaterdagavond.
- Zevendedagsadventisten (en de kleinere groep zevendedagsbaptisten): de sabbat werd bij de schepping ingesteld (Genesis 2:3), vóór er een Israël was, en staat in de tien geboden, die de Heere Jezus kwam vervullen en niet ontbinden (Mattheüs 5:17). Hij ging zelf naar Zijn gewoonte op de sabbat naar de synagoge (Lukas 4:16). Kolossenzen 2:16 gaat volgens hen over de feestsabbatten van Israël en laat de wekelijkse sabbat staan. Zij komen daarom op zaterdag samen.
- Reformatorisch: de rust op de zevende dag hoorde bij de schaduwdienst; de opstanding maakte de eerste dag tot dag des Heeren. Binnen deze lijn ligt de nadruk verschillend. De Westminster Confessie (hoofdstuk 21) spreekt van de christelijke sabbat, die sinds de opstanding op de eerste dag valt. Calvijn (Institutie II,8) legde meer nadruk op de geestelijke rust en op de zondag als dag van de gemeente; de dag zelf is voor hem niet heiliger dan andere dagen.
Dit verschil is geen reden om elkaar het christen-zijn te ontzeggen. Over het onderscheiden van dagen schrijft Paulus: 'Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd' (Romeinen 14:5). Toch is het geen bijzaak. De vraag raakt hoe de schaduwen van het Oude Testament in Christus vervuld zijn. Hoe die vervulling voor de hele wet werkt, leest u bij de vraag of christenen de wet van Mozes moeten houden. Twijfelt u zelf welke dag u moet houden, of speelt de vraag in uw gezin, bespreek het dan met uw predikant of ouderling.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 103) noemt de rustdag zonder hem aan de zaterdag te binden. God wil 'dat ik, inzonderheid op den sabbat, dat is op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome', om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God openlijk aan te roepen en de aalmoezen te geven. Daarna trekt de catechismus de lijn door naar heel het leven: dat ik alle dagen van mijn boze werken rust, de Heere door Zijn Geest in mij laat werken 'en alzo den eeuwigen sabbat in dit leven aanvange'.
Artikel 25 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijdt dat de ceremoniën en afbeeldingen van de wet met de komst van Christus opgehouden hebben, terwijl hun waarheid en wezen in Hem blijven. Tegelijk gebruiken wij de getuigenissen uit de wet en de profeten om ons leven naar Gods wil in te richten. Dat is de lijn van de zondag: de schaduw van de zevende dag is in Christus vervuld, het gebod om de rustdag te heiligen blijft. Zo wordt elke zondag een voorsmaak van de rust die Christus voor Zijn volk verworven heeft.
'Er blijft dan een rust over voor het volk Gods' (Hebreeën 4:9)