In de evangeliën noemt Jezus Zichzelf veel minder vaak de Christus of de Zoon van God. De naam die Hij het meest gebruikt, is Zoon des mensen. Voor een lezer van nu klinkt dat bescheiden, alsof Hij alleen wilde zeggen dat Hij een mens was. Wie de achtergrond kent, hoort meer. Op deze pagina leest u wat de uitdrukking in het Oude Testament betekent, waar de titel vandaan komt, hoe hij verschilt van het woord mensenkind bij Ezechiël en wat Jezus ermee over Zichzelf zei.
Wat betekent Zoon des mensen?
In het Oude Testament is een zoon des mensen eenvoudig een mens. Dat blijkt uit Psalm 8, waar de dichter de twee uitdrukkingen naast elkaar zet: 'Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, en de zoon des mensen, dat Gij hem bezoekt?' (Psalm 8:5). De tweede helft van het vers zegt hetzelfde als de eerste, in andere woorden. Een zoon des mensen is iemand uit het mensengeslacht, klein en kwetsbaar tegenover de Schepper van hemel en aarde. Hebreeën 2 leest deze psalm later van Jezus: Hij werd voor het lijden van de dood een weinig minder dan de engelen en is nu met eer en heerlijkheid gekroond (Hebreeën 2:9).
Jezus gebruikt de uitdrukking op een eigen manier. Hij spreekt steeds over de Zoon des mensen, met lidwoord, als over één bepaalde Persoon. In de evangeliën staat de titel in de Statenvertaling ruim tachtig keer, bijna altijd uit Zijn eigen mond. Hij vraagt Zijn discipelen bijvoorbeeld wie de mensen zeggen dat Hij, de Zoon des mensen, is (Mattheüs 16:13). Zijn tijdgenoten vroegen zich ook af wat Hij ermee bedoelde. De schare vraagt Hem ronduit wie deze Zoon des mensen is (Johannes 12:34).
Waar komt de titel Zoon des mensen vandaan?
De sleutel ligt in Daniël 7. Daniël ziet in een nachtgezicht vier grote dieren uit de zee opkomen (Daniël 7:3). Zij staan voor vier koningen (Daniël 7:17), rijken die als roofdieren over de aarde heersen. Daarna ziet hij de Oude van dagen op Zijn troon, met een kleed wit als de sneeuw (Daniël 7:9). En dan verschijnt Iemand anders: 'en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen' (Daniël 7:13).
Na de dieren komt er dus Een Die eruitziet als een mens. Hij rijst niet op uit de zee. Hij komt met de wolken des hemels, en in het Oude Testament is de wolk het teken van Gods eigen tegenwoordigheid, zoals bij de wolkkolom waarin de HEERE voor Israël uit ging (Exodus 13:21). Deze Mensenzoon ontvangt wat geen mens ooit kreeg: heerschappij, eer en het Koninkrijk, zodat alle volken, natiën en tongen Hem eren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet vergaan zal (Daniël 7:14). Het volk van God deelt daarin, want de heiligen der hoge plaatsen zullen dat Koninkrijk ontvangen (Daniël 7:18). In de uitleg van Daniël 7 leest u het hele visioen in zijn verband.
Wat is het verschil met mensenkind bij Ezechiël?
Ook de profeet Ezechiël wordt in het Hebreeuws aangesproken met dezelfde uitdrukking als in Psalm 8. De Statenvertaling geeft die daar weer met mensenkind, en in het boek Ezechiël staat dat woord in ruim negentig verzen. Direct nadat hij de heerlijkheid des HEEREN gezien heeft en op zijn aangezicht is gevallen (Ezechiël 1:28), hoort hij: 'Mensenkind, sta op uw voeten, en Ik zal met u spreken' (Ezechiël 2:1). Ook Daniël wordt één keer zo aangesproken, als hij voor de engel neervalt (Daniël 8:17).
Bij Ezechiël en Daniël onderstreept het woord de afstand: een sterfelijk mens staat voor de heilige God en mag Zijn boodschap doorgeven. Het is een aanspreekvorm en geen titel. Bij Jezus is het andersom. Niemand spreekt Hem aan met mensenkind. Hij noemt Zichzelf de Zoon des mensen, de Ene uit het visioen van Daniël. Ezechiël valt neer voor de heerlijkheid van God; de Zoon des mensen komt Zelf met de wolken des hemels.
Wat is de betekenis van Zoon des mensen bij Jezus?
Wie de uitspraken van Jezus naast elkaar legt, ziet drie lijnen. Samen laten zij zien wat de titel betekent.
- Op aarde, in nederigheid. Tegen een schriftgeleerde die Hem wil volgen, zegt Hij: 'maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd nederlegge' (Mattheüs 8:20). Tegelijk heeft Hij als Zoon des mensen macht op de aarde om zonden te vergeven (Mattheüs 9:6) en is Hij een Heere ook van de sabbat (Markus 2:28).
- In lijden en dood. Hij leert Zijn discipelen dat de Zoon des mensen veel moet lijden, gedood worden en na drie dagen weer opstaan (Markus 8:31). Hij is gekomen om te dienen, 'en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen' (Markus 10:45).
- In heerlijkheid. Hij zal komen in Zijn heerlijkheid met al de heilige engelen en zitten op de troon van Zijn heerlijkheid (Mattheüs 25:31). De Vader heeft Hem macht gegeven gericht te houden, omdat Hij des mensen Zoon is (Johannes 5:27).
Deze drie lijnen horen bij elkaar. De Koning uit Daniël 7 gaat eerst de weg van het kruis, en juist langs die weg komt Hij in Zijn heerlijkheid. Een rantsoen is een losprijs: de Zoon des mensen geeft Zijn leven in de plaats van velen. Meer over Zijn lijden en opstanding leest u op de pagina over het leven van Jezus.
Betekent Zoon des mensen dat Jezus alleen mens was?
Soms wordt gezegd dat Zoon des mensen de menselijke natuur van Jezus aanwijst en Zoon van God Zijn goddelijke natuur. Daarin zit iets waars, want Jezus is echt mens geworden. Toch zegt de titel meer. Dat blijkt het duidelijkst bij het verhoor voor de Joodse Raad. De hogepriester vraagt Hem of Hij de Christus is, de Zoon des gezegenden Gods (Markus 14:61). Jezus antwoordt: 'Ik ben het. En gijlieden zult den Zoon des mensen zien zitten ter rechter hand der kracht Gods, en komen met de wolken des hemels' (Markus 14:62).
Jezus verbindt hier Daniël 7 met Psalm 110, waar David zegt: 'De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand' (Psalm 110:1). De hogepriester verscheurt zijn klederen en de Raad veroordeelt Hem wegens godslastering (Markus 14:63-64). Dat zou vreemd zijn als Jezus alleen had gezegd dat Hij een mens was. Zij begrepen dat Hij de plaats naast God voor Zich opeiste. In de uitleg van Markus 14 leest u het verhoor in zijn verband.
Na Zijn hemelvaart ziet Stefanus, vlak voor zijn dood, de hemelen geopend en de Zoon des mensen staande ter rechter hand Gods (Handelingen 7:56). De Zoon des mensen is dus Gods eigen Zoon, Die mens werd. Waarom de kerk belijdt dat Hij waarachtig God is, werkt de vraag of Jezus God is verder uit.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De Heidelbergse Catechismus heeft geen aparte vraag over de titel Zoon des mensen. Wel belijdt hij wat de titel samenhoudt: Christus is waarachtig God en waarachtig mens. In Zondag 13 van de Heidelbergse Catechismus staat waarom Hij Gods eniggeboren Zoon heet: 'Omdat Christus alleen de eeuwige natuurlijke Zone Gods is' (vraag 33). Zondag 14 belijdt dat diezelfde eeuwige Zoon 'de ware menselijke natuur uit het vlees en bloed der maagd Maria' heeft aangenomen (vraag 35), Zijn broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde. De Zoon van God werd de Zoon des mensen.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt in artikel 18 dat de Zoon van God een ware menselijke natuur heeft aangenomen, met lichaam en ziel. Artikel 19 voegt eraan toe dat de goddelijke en de menselijke natuur in de ene Persoon van Christus verenigd zijn en elk hun eigen eigenschappen behouden.
Voor de gelovige is dat een troost. Omdat de Zoon des mensen in alles de broederen gelijk werd, is Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester (Hebreeën 2:17). Omdat Hij de Koning uit Daniël 7 is, zal Zijn Koninkrijk niet verdorven worden (Daniël 7:14). Hoe deze titel samenhangt met de naam Christus, de Gezalfde, leest u bij de vraag wat Christus betekent.
'Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was' (Lukas 19:10)