Het Evangelie Begint met Johannes de Doper (1:1-8)
Markus opent zijn evangelie krachtig met de woorden: 'Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zone Gods.' Deze opening zet meteen de toon - dit is geen gewoon verhaal, maar het goede nieuws over Gods Zoon. Johannes de Doper speelt een cruciale rol als wegbereider. Hij vervult de profetie uit Jesaja 40:3 door 'den weg des Heeren' te bereiden in de woestijn (vers 3).
Johannes predikt een doop van bekering tot vergeving van zonden. Zijn boodschap trekt grote menigten uit Judea en Jeruzalem. Zijn eenvoudige kleding (kamelharen mantel, leren gordel) en voedsel (sprinkhanen en wilde honing) tonen zijn ascetische levensstijl. Belangrijk is dat Johannes zichzelf niet centraal stelt, maar wijst naar degene die na hem komt: Jezus, die zal dopen met de Heilige Geest.
Jezus' Doop en Bevestiging (1:9-11)
Wanneer Jezus uit Nazareth komt om zich door Johannes te laten dopen in de Jordaan, gebeurt er iets bijzonders. De hemelen scheuren open, de Geest daalt neer als een duif, en een stem uit de hemel verklaart: 'Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!' (vers 11). Dit moment markeert het begin van Jezus' openbare bediening en bevestigt zijn identiteit als Gods Zoon.
De Verzoeking en het Begin van de Bediening (1:12-15)
Direct na zijn doop wordt Jezus door de Geest de woestijn ingedreven waar hij veertig dagen door Satan verzocht wordt. Na de gevangenneming van Johannes begint Jezus te prediken in Galilea met de boodschap: 'De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie' (vers 15).