De uitdrukking doop met de Heilige Geest heeft in verschillende kerken een andere betekenis. Voor de een is het een bijzondere ervaring die op de bekering volgt, voor de ander het begin van het nieuwe leven zelf. Hieronder leest u de teksten, hoe pinksterkerken en reformatorische kerken ze lezen, en wat vervuld worden met de Geest betekent.
Wat zegt de Bijbel over de doop met de Heilige Geest?
De uitdrukking gaat terug op Johannes de Doper. Hij doopte met water en wees vooruit naar Iemand Die meer zou doen: 'Die zal u met den Heiligen Geest en met vuur dopen' (Mattheüs 3:11). Alle vier de evangeliën geven die belofte door (Markus 1:8, Lukas 3:16, Johannes 1:33). Steeds is Christus Degene Die doopt; de Geest is de gave die Hij geeft.
Het vuur lezen uitleggers verschillend: als het oordeel over het kaf (Mattheüs 3:12) of als de reiniging door de Geest, met de tongen als van vuur op de Pinksterdag (Handelingen 2:3).
Vlak voor Zijn hemelvaart herhaalde de Heere Jezus de belofte: 'gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen' (Handelingen 1:5). Op het Pinksterfeest ging zij in vervulling: 'En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen' (Handelingen 2:4). Petrus zag daarin de vervulling van de profetie van Joël, dat God Zijn Geest zou uitstorten op alle vlees (Handelingen 2:16-17). Aan wie zich bekeert, beloofde hij de gave van de Heilige Geest (Handelingen 2:38). Het hele verhaal leest u bij de uitstorting van de Heilige Geest en in de uitleg van Handelingen 2.
Wat bedoelt Paulus met gedoopt door één Geest?
Paulus gebruikt dezelfde taal voor alle gelovigen samen: 'Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt' (1 Korinthe 12:13). Hij schrijft dat aan een gemeente waarin lang niet iedereen met talen sprak. Even verderop vraagt hij: 'Spreken zij allen met menigerlei talen?' (1 Korinthe 12:30). Uit het verband, waarin Paulus ook vraagt of allen apostelen of profeten zijn (1 Korinthe 12:29), blijkt dat het antwoord nee is. Toch zijn zij allen door de Geest gedoopt. De doop met de Geest is hier wat iedere gelovige in Christus deelt; van een groep gelovigen die deze doop nog mist, spreekt Paulus niet.
Dat past bij wat hij aan de Romeinen schrijft: 'Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe' (Romeinen 8:9). Een christen zonder de Heilige Geest bestaat volgens de Schrift niet. Twijfelt u of u de Geest wel ontvangen hebt, spreek daarover dan met uw predikant of ouderling. De Galaten ontvingen de Geest uit de prediking van het geloof (Galaten 3:2): de gave komt mee met het geloof, dat zelf het werk van de Geest is.
Is de doop in de Heilige Geest een tweede ervaring?
Wie leert dat de doop in de Heilige Geest een aparte stap na de bekering is, wijst vooral op drie verhalen uit Handelingen.
- Samaria (Handelingen 8): mensen kwamen tot geloof en werden gedoopt, maar de Geest was nog op niemand van hen gevallen (Handelingen 8:16). Pas toen Petrus en Johannes hun de handen oplegden, ontvingen zij de Geest.
- Cornelius (Handelingen 10): terwijl Petrus nog sprak, viel de Heilige Geest op allen die het Woord hoorden, en zij spraken met talen (Handelingen 10:44-46).
- Efeze (Handelingen 19): Paulus vroeg ongeveer twaalf discipelen of zij de Heilige Geest ontvangen hadden toen zij tot geloof kwamen. Na hun doop en de handoplegging spraken zij met vreemde talen en profeteerden (Handelingen 19:6).
Reformatorische uitleggers lezen deze verhalen in het licht van Handelingen 1:8: de discipelen zouden getuigen zijn in Jeruzalem, Judea, Samaria en tot aan het uiterste der aarde. Bij elke nieuwe stap kwam de Geest zichtbaar, zodat de gemeente zag dat God ook Samaritanen en heidenen aannam. Petrus zegt het zelf van Cornelius en zijn huis: zij hebben de Heilige Geest ontvangen 'gelijk als ook wij' (Handelingen 10:47). In Jeruzalem verbindt hij het later met het woord van de Heere over de doop met de Heilige Geest (Handelingen 11:15-17). Het gaat dus om Pinksteren dat een nieuwe groep bereikt, minder om een regel voor iedere bekering.
De discipelen in Efeze kenden alleen de doop van Johannes en hadden niet eens van de Heilige Geest gehoord (Handelingen 19:2-3). Paulus wees hun erop dat die doop vooruitwees naar Christus Jezus; daarna werden zij in de Naam van de Heere Jezus gedoopt (Handelingen 19:4-5). Bovendien verschilt de volgorde: bij Cornelius kwam de Geest vóór de waterdoop, in Samaria erna. Een vast plan in twee stappen is uit Handelingen niet af te leiden.
Wat betekent vervuld met de Heilige Geest?
Naast de doop spreekt de Bijbel over vervuld worden met de Geest, en dat is iets anders. De doop met de Geest gebeurt eenmaal; het vervuld worden keert terug. Petrus wordt opnieuw vervuld (Handelingen 4:8), en kort daarna de hele biddende gemeente, die het Woord van God met vrijmoedigheid spreekt (Handelingen 4:31). Paulus maakt er een opdracht van voor de hele gemeente: 'En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met den Geest' (Efeze 5:18).
Wie dronken is, wordt beheerst door de wijn; de gelovige laat zich leiden door de Geest. Dat blijkt uit zingen tot God, danken en elkaar onderdanig zijn (Efeze 5:19-21), en uit de vrucht van de Geest: liefde, blijdschap, vrede (Galaten 5:22).
Hoe wordt een gelovige vervuld met de Geest? De Geest gebruikt daarvoor het Woord, en de Heere Jezus belooft dat de hemelse Vader de Heilige Geest geeft aan wie Hem daarom bidden (Lukas 11:13). Paulus waarschuwt ook om de Heilige Geest niet te bedroeven, door Wie de gelovigen verzegeld zijn tot de dag der verlossing (Efeze 4:30). Wat dat zegel inhoudt, leest u bij de vraag wat het betekent om met de Geest verzegeld te zijn.
Waar christenen verschillen
Alle christenen die de Bijbel als Gods Woord aanvaarden, belijden dat Christus met de Heilige Geest doopt en dat niemand Hem toebehoort zonder Zijn Geest. Het verschil gaat over de vraag wanneer en hoe die doop plaatsvindt.
- Klassieke pinksterbeweging: deze beweging, ontstaan aan het begin van de twintigste eeuw, leert dat de doop in de Heilige Geest een tweede ervaring is na de wedergeboorte, die kracht geeft om te getuigen (Handelingen 1:8). Het eerste teken ervan is het spreken in tongen, naar het voorbeeld van Handelingen 2, 10 en 19.
- Charismatische vernieuwing: velen in protestantse kerken en in de Rooms-Katholieke Kerk spreken over vernieuwing in de Geest, als het tot leven komen van wat God al gaf; tongentaal is dan een mogelijk teken, geen voorwaarde.
- Reformatorisch: de doop met de Geest valt samen met de wedergeboorte. Christus heeft Zijn gemeente op Pinksteren eenmaal met de Geest gedoopt, en iedere gelovige deelt daarin wanneer hij tot geloof komt (1 Korinthe 12:13). Wat daarna volgt, is groei in heiliging en telkens opnieuw vervuld worden. Of de Geest de gelovige daarna ook verzegelt met een bijzondere zekerheid (Efeze 1:13), is een eigen vraag.
Reformatorische kerken nemen het verlangen achter de pinkstervisie serieus: een christen mag meer vrijmoedigheid, liefde en kennis van Christus zoeken. Hun bezwaar geldt een indeling in gewone christenen en christenen die de Geest ten volle ontvangen hebben. Zo'n indeling kan iemand die nooit in tongen sprak, onzeker maken over het eigen geloof, terwijl de Geest Zijn gaven uitdeelt zoals Hij wil (1 Korinthe 12:11). Of tongentaal nu nog gegeven wordt, is een eigen vraag; zie wat de Bijbel over tongentaal zegt. Een verschil op dit punt maakt iemand geen ongelovige; het gesprek erover hoort bij de open Bijbel.
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
De belijdenisgeschriften kennen geen tweede doop met de Geest; zij spreken over de Geest als Degene Die ons met Christus verbindt. In Zondag 20 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de gelovige van de Heilige Geest 'dat Hij ook mij gegeven is, opdat Hij mij door een waar geloof Christus en al Zijn weldaden deelachtig make, mij trooste en eeuwiglijk bij mij blijve' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 20, vraag 53). De Geest is gegeven aan ieder die gelooft, en Hij blijft.
Artikel 24 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat het ware geloof, door het horen van Gods Woord en de werking van de Heilige Geest in de mens gewerkt, hem wederbaart en tot een nieuw mens maakt.
De waterdoop wijst daarheen. In Zondag 26 (vraag 70) legt de catechismus uit dat met het bloed en de Geest van Christus gewassen zijn betekent: vergeving van zonden hebben, en door de Heilige Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd zijn. Paulus noemt dat het bad der wedergeboorte en vernieuwing van de Heilige Geest (Titus 3:5). Het teken van het water en de doop met de Geest horen zo bij elkaar, al vallen zij in de tijd niet altijd samen. Over het sacrament zelf leest u meer bij wat de Bijbel over de doop zegt.
'hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?' (Lukas 11:13)