Ga naar hoofdinhoud
De Heilige GeestGevorderd

Wat betekent verzegeld met de Heilige Geest?

Kort antwoord

Verzegeld met de Heilige Geest betekent dat God iedere gelovige door Zijn Geest merkt als Zijn eigendom en hem bewaart tot de dag der verlossing (Efeze 1:13-14). De Geest is ook het onderpand: de eerste gave die borg staat voor de volle erfenis. Daarom is de verzegeling een grond voor zekerheid en volharding.

Paulus schrijft twee keer in zijn brief aan de Efeziërs dat gelovigen verzegeld zijn met de Heilige Geest, en in 2 Korinthe gebruikt hij hetzelfde woord. Een zegel klinkt voor een moderne lezer wat ouderwets. Toch raakt het een vraag die veel christenen bezighoudt: mag ik zeker zijn van mijn behoud? Hier leest u wat de Bijbel met het zegel en het onderpand van de Geest bedoelt, hoe dat samenhangt met de volharding der heiligen en waarin het verschilt van de sacramenten als zegels.

Wat betekent verzegeld met de Heilige Geest?

De kerntekst staat in Efeze 1. Paulus beschrijft daar wat God in Christus aan Zijn gemeente geschonken heeft, en hij eindigt bij de Geest: 'in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met den Heiligen Geest der belofte' (Efeze 1:13). Het gaat hier om een orde, niet om een wachttijd: wie het Evangelie hoort en gelooft, draagt het zegel van de Geest. Het is God Die verzegelt: Hij bevestigt de gelovigen in Christus, zalft en verzegelt hen (2 Korinthe 1:21-22).

Paulus noemt Hem de Heilige Geest der belofte, omdat God door de profeten beloofd had Zijn Geest uit te gieten over alle vlees (Joël 2:28), een belofte die op de Pinksterdag vervuld werd (Handelingen 2:33). In de uitleg van Efeze 1 ziet u hoe Paulus de verkiezing door de Vader, de verlossing door het bloed van Christus en de verzegeling door de Geest samenneemt in één lofzang (Efeze 1:3-14). De verzegeling is werk van de drieënige God, tot prijs van Zijn heerlijkheid.

Wat is een zegel in de Bijbel?

In de oudheid drukte men een zegelring in was of klei. In de Bijbel heeft zo'n zegel vier functies:

  • Eigendom. Een zegel liet zien wie de eigenaar was. In Openbaring worden de dienstknechten van God aan hun voorhoofden verzegeld voordat het oordeel komt (Openbaring 7:3).
  • Echtheid. Een verzegeld stuk was bevestigd. Jeremia verzegelt de koopbrief van de akker bij Anathoth in het bijzijn van getuigen (Jeremia 32:10). Van Zichzelf zegt de Heere Jezus dat God de Vader Hem verzegeld heeft (Johannes 6:27).
  • Onherroepelijkheid. Wat met de ring van de koning verzegeld was, kon niet herroepen worden (Esther 8:8).
  • Bewaring. Het fundament van God staat vast, 'hebbende dit zegel: De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn' (2 Timotheüs 2:19).

Alle vier de kanten klinken mee als Paulus de Geest een zegel noemt. Door de Geest merkt God de gelovige als Zijn eigendom, bevestigt Hij dat het geloof Zijn werk is en bewaart Hij wat Hij begonnen is. De gelovige is niet van zichzelf, maar van zijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus.

Wat is het onderpand van de Geest?

Direct na het zegel gebruikt Paulus een tweede beeld. De Heilige Geest is het, 'Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregene verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid' (Efeze 1:14). In 2 Korinthe staan zegel en onderpand vlak naast elkaar. God is het, 'Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven' (2 Korinthe 1:22).

Het Griekse woord achter onderpand, arrabon, komt uit de handel: een eerste deel van de betaling dat ervoor instaat dat de rest volgt. Zo is de Geest geen losse gave naast de hemelse erfenis; Hij is er het begin van. Wat de gelovige nu van de Geest ontvangt, aan troost, liefde tot God en strijd tegen de zonde, is een voorsmaak van wat komt. Paulus spreekt in dezelfde lijn over gelovigen die de eerstelingen des Geestes hebben en verlangend uitzien naar de verlossing van het lichaam (Romeinen 8:23), en over het onderpand met het oog op het huis dat eeuwig is in de hemelen (2 Korinthe 5:1-5).

Tot wanneer geldt de verzegeling met de Heilige Geest?

Het zegel is geen stempel dat na één moment geen rol meer speelt. In zijn vermaning aan de gemeente schrijft Paulus: 'En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing' (Efeze 4:30). Het zegel blijft staan tot de jongste dag. Dat de Geest bedroefd kan worden, laat bovendien zien dat Hij een Persoon is en geen kracht; zie de vraag of de Heilige Geest een persoon is. De Heere Jezus zegt hetzelfde met andere woorden over Zijn schapen: niemand zal hen uit Zijn hand rukken (Johannes 10:28).

Daarom is de verzegeling een grond voor de leer van de volharding der heiligen. God laat niet los wat Hij met Zijn Geest gemerkt heeft, omdat Christus voor de Zijnen betaald heeft en voor hen bidt. Daarmee is ook een antwoord gegeven op de vraag of een christen zijn redding kan verliezen.

Tegelijk staat dezelfde tekst in een vermaning. Juist omdat de Geest de gelovige verzegeld heeft, mag hij Hem niet bedroeven met bitterheid, gramschap en lastering (Efeze 4:31). De zekerheid maakt dus niet zorgeloos; ze roept tot een leven dat bij het zegel past. Ook is de beleving van die zekerheid niet altijd even sterk. Een gelovige kan het zegel dragen en er weinig van merken, zeker als hij de Geest bedroefd heeft.

Is de verzegeling een tweede ervaring na het geloof?

Over het moment van de verzegeling wordt verschillend gedacht. In pinksterkerken en charismatische kringen wordt zij soms verbonden met een tweede ervaring na de bekering; daarover gaat de vraag wat de doop met de Heilige Geest is. Ook in een deel van de puriteinse en bevindelijke traditie spreekt men over de verzegeling als een bijzondere, latere bevestiging waarin de Geest de gelovige persoonlijk verzekert van zijn kindschap.

De tekst van Efeze 1 wijst een andere kant uit. Paulus schrijft aan de hele gemeente dat zij verzegeld zijn nadat zij geloofd hebben, en hij noemt geen groep gelovigen die het zegel nog mist. Ook Efeze 4:30 is gericht aan alle lezers, met hun zonden en tekorten. De Dordtse Leerregels spreken van een verzegeling des Heiligen Geestes die bij ieder waar gelovige niet verijdeld kan worden (DL V, artikel 8). Daarom wordt de verzegeling hier gezien als iets wat aan ieder waar gelovige geschiedt, terwijl de Geest de zekerheid daarvan meer of minder helder doet ervaren. De Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn (Romeinen 8:16), en Hij doet dat door het Woord. Wie oprecht naar Christus uitziet en toch weinig zekerheid kent, hoeft daaruit niet af te leiden dat hij door God is afgewezen. Wie hiermee worstelt, mag dat bespreken met zijn predikant of ouderling.

Zijn de sacramenten ook zegels?

Het woord zegel komt ook voor bij de sacramenten. Van Abraham schrijft Paulus: 'En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs' (Romeinen 4:11). In die lijn noemt de Heidelbergse Catechismus de sacramenten heilige, zichtbare tekenen en zegels die God heeft ingesteld (Zondag 25, vraag 66), en artikel 33 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt dat God ze gegeven heeft om Zijn beloften aan ons te verzegelen.

Toch gaat het om twee verschillende dingen. De sacramenten verzegelen de belofte van het Evangelie: zij bevestigen zichtbaar wat God in Zijn Woord toezegt. De verzegeling met de Heilige Geest is het werk van de Geest Zelf in het hart. Volgens dezelfde catechismus werkt de Heilige Geest het geloof door de verkondiging van het Evangelie en sterkt Hij het door het gebruik van de sacramenten (Zondag 25, vraag 65). De doop valt dus niet samen met de verzegeling door de Geest, en wie gedoopt is, draagt daarmee nog niet vanzelf het zegel van de Geest. De doop wijst wel naar die belofte en roept op tot geloof; daarop mogen ouders en dopelingen pleiten.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De kerk vat dit na de Schrift samen in haar belijdenis. De eerste vraag van de catechismus eindigt met de troost dat Christus de gelovige bewaart, 'waarom Hij mij ook door Zijn Heiligen Geest van het eeuwige leven verzekert' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 1, vraag 1). In Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus belijdt de gelovige dat de Zoon van God Zijn gemeente door Zijn Geest en Woord vergadert, beschermt en onderhoudt, 'en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 21, vraag 54).

Het uitvoerigst spreken de Dordtse Leerregels erover, in hoofdstuk V over de volharding der heiligen (vergelijk Johannes 10:28). Volgens artikel 8 danken de gelovigen hun bewaring aan Gods genadige barmhartigheid en niet aan eigen verdienste of kracht. Zijn raad kan niet veranderen, Zijn belofte kan niet breken, de verdienste en voorbede van Christus kunnen niet krachteloos worden, en de verzegeling van de Heilige Geest kan niet verijdeld of vernietigd worden. Artikel 10 noemt waar de zekerheid daarvan uit voortkomt, zonder bijzondere openbaring buiten het Woord om: uit het geloof in Gods beloften, uit het getuigenis van de Geest met onze geest, en uit een ernstige oefening van een goed geweten en goede werken. Artikel 11 erkent eerlijk dat gelovigen in dit leven met twijfel en aanvechting strijden, en dat God hen daarin niet verlaat. Volgens de artikelen 12 en 13 maakt deze zekerheid ootmoedig en dankbaar in plaats van zorgeloos.

'Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus' (Filippenzen 1:6)

Bijbelverwijzingen

verzegeld met de heilige geestverzegeling met de heilige geestonderpand van de geestzegelzegel van de geesthc zondag 21dl hoofdstuk v

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Zonde en verlossing

Hoe weet ik of ik gered ben?

De zekerheid van het geloof rust op Christus en op Gods beloften: wie in de Zoon van God gelooft, mag weten dat hij het eeuwige leven heeft (1 Johannes 5:13). De Heilige Geest getuigt daarvan in het hart, en de vruchten van het geloof bevestigen het. Ook ware gelovigen kennen twijfel; dan wijst de Bijbel hen opnieuw naar Christus.

Zonde en verlossing

Kan een christen zijn redding verliezen?

Volgens de reformatorische kerken kan een ware christen zijn redding niet verliezen, omdat God de gelovige bewaart tot het einde (Johannes 10:28). Dat heet de volharding der heiligen. Rooms-katholieke, lutherse en remonstrantse christenen leren dat het wel kan. De ernstige waarschuwingen tegen afval in de Bijbel gebruikt God juist als middel om de Zijnen te bewaren.

De Heilige Geest

Is de Heilige Geest een persoon?

Ja, de Heilige Geest is een Persoon en geen onpersoonlijke kracht. De Bijbel laat zien dat Hij spreekt, leert, getuigt en bedroefd kan worden. Liegen tegen de Heilige Geest noemt Petrus liegen tegen God (Handelingen 5:3-4). Daarom belijdt de kerk Hem met de Vader en de Zoon als waarachtig en eeuwig God.

De Heilige Geest

Wat is de doop met de Heilige Geest?

De doop met de Heilige Geest is het werk van Christus waarin Hij Zijn Geest geeft aan wie in Hem gelooft (Mattheüs 3:11). Reformatorische kerken zien hierin de wedergeboorte, die alle gelovigen gemeenschappelijk hebben. Pinksterkerken zien er een tweede ervaring na de bekering in, vaak met tongentaal als teken.

De Heilige Geest

Wat betekent 'uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest'?

Uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest: dat betekent dat God door Zijn Geest in de gelovige woont en dat die niet meer van zichzelf is (1 Korinthe 6:19). Paulus schrijft dit in zijn waarschuwing tegen hoererij. Wie door Christus gekocht is, eert God daarom ook met zijn lichaam.

Verdiep u verder