Johannes de Doper predikt bekering (Mattheus 3:1-6)
Matthéüs 3 begint met de introductie van Johannes de Doper, die in de woestijn van Judea predikt: 'Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen' (vers 2). Deze boodschap markeert een keerpunt in de Bijbelse geschiedenis. Johannes vervult de profetie uit Jesaja 40:3 als 'De stem des roependen in de woestijn' (vers 3).
De woestijn van Judea was een kale, rotsachtige streek ten oosten van Jeruzalem. Dit was een symbolische plek voor Gods spreken - weg van de drukte van de stad, waar mensen echt konden luisteren naar Gods stem. Johannes' kleding van kamelenhaar en zijn voedsel van sprinkhanen en wilde honing herinnerden aan de profeet Elia (2 Koningen 1:8).
Mensen uit Jeruzalem, heel Judea en de Jordaanstreek kwamen naar Johannes toe. Ze beleden hun zonden en werden door hem gedoopt in de rivier de Jordaan. Deze massale respons toont hoe groot de honger was naar geestelijke vernieuwing in die tijd.
Waarschuwing aan religieuze leiders (Mattheus 3:7-12)
Wanneer veel Farizeeën en Sadduceeën komen voor de doop, reageert Johannes scherp: 'Gij adderengebroedsels! wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?' (vers 7) Deze harde woorden waren gericht tegen hun geestelijke arrogantie en gebrek aan echte bekering.
Johannes benadrukt dat echte bekering meer is dan alleen woorden - het moet zichtbaar worden in daden. De religieuze leiders konden zich niet beroepen op hun afstamming van Abraham. God kan zelfs uit stenen kinderen voor Abraham verwekken. Dit onderstreept dat geestelijke erfenis niet automatisch wordt doorgegeven.