De Uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren
Handelingen 2 vormt een van de meest cruciale hoofdstukken in het Nieuwe Testament. Het beschrijft het historische moment waarop de Heilige Geest wordt uitgestort over de apostelen en de christelijke kerk haar werkelijke begin neemt. Dit gebeurde op de Joodse feestdag Pinksteren (Shavuot), vijftig dagen na Pasen.
Het hoofdstuk begint met alle apostelen bijeen in één plaats. Plotseling komen er tekenen uit de hemel: een geluid als van een geweldige wind, en tongen als van vuur die zich op ieder van hen neerzetten. Allen worden vervuld van de Heilige Geest en beginnen in andere talen te spreken.
Het Wonder van de Talen
De gave van het spreken in vreemde talen (xenoglossia) zorgt voor grote verbazing onder de aanwezige pelgrims uit verschillende landen. Lucas somt bewust een indrukwekkende lijst van volkeren op (verzen 9-11), van Parthen en Meden tot Romeinen en Arabieren. Dit benadrukt de universele aard van het evangelie - het is bestemd voor alle volken.
Sommigen zijn verbaasd, anderen spotten en beweren dat de apostelen dronken zijn van nieuwe wijn. Dit geeft Petrus de gelegenheid om zijn eerste grote preek te houden.