Openbaring 1, ook geschreven als Openbaringen 1, is het openingshoofdstuk van het laatste boek van de Bijbel. Het begint met een titelregel: "De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen de dingen, die haast geschieden moeten" (vers 1). Daarna volgen een zaligspreking over het lezen en horen van dit boek (vers 3), een groet aan zeven gemeenten in Azie (vers 4-8) en het visioen waarin Johannes op het eiland Patmos de verheerlijkte Christus ziet tussen zeven gouden kandelaren (vers 9-20). Hieronder leest u eerst een korte samenvatting van het boek als geheel, daarna de uitleg per gedeelte.
De openbaring van Johannes in het kort: samenvatting en indeling
Het boek Openbaring, ook wel de openbaring van Johannes genoemd, geeft in dit eerste hoofdstuk zijn eigen indeling. In vers 19 krijgt Johannes de opdracht: "Schrijf, hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen." Die drie delen zijn in het boek terug te vinden: het visioen van Christus in hoofdstuk 1, de brieven aan de zeven gemeenten over hun toestand op dat moment in Openbaring 2 en Openbaring 3, en vanaf hoofdstuk 4 wat daarna komt.
Het woord openbaring vertaalt het Griekse apokalypsis en betekent onthulling. Het boek is dus niet bedoeld als raadsel maar als ontsluiering.