Wie door een Nederlands dorp loopt, ziet soms drie of vier kerken in één straat, allemaal protestants en allemaal met de Bijbel op de kansel. Dat roept vragen op, bij kerkgangers en bij buitenstaanders. Hoe kan één Heere zoveel kerkgenootschappen hebben? Hieronder leest u hoe kerkscheuringen ontstonden, wat de Bijbel over eenheid zegt en hoe u met deze verdeeldheid kunt leven zonder bitter te worden.
Waarom zijn er zoveel kerken en kerkgenootschappen?
Er is niet één oorzaak, maar in de geschiedenis komen steeds een paar dingen terug.
- De waarheid: christenen gingen uiteen over de leer van de zaligheid, over doop en avondmaal, of over de vraag hoe gezaghebbend de Schrift is.
- Het ambt en de regering van de kerk: wie heeft het laatste woord, een bisschop, een synode of de plaatselijke gemeente?
- Taal, cultuur en geschiedenis: kerken ontstonden in verschillende landen, met een eigen taal, liturgie en volksaard.
- De zonde: trots, partijzucht, ruzie over bijzaken en het onvermogen om elkaar te verdragen.
Dat laatste is geen modern verschijnsel. Al in Korinthe liepen de gelovigen achter verschillende voorgangers aan. De een zei dat hij van Paulus was, de ander van Apollos of van Cefas, en weer een ander van Christus (1 Korinthe 1:12). Het antwoord van Paulus is een vraag die nog steeds pijn doet: 'Is Christus gedeeld?' (1 Korinthe 1:13). Wie de uitleg van 1 Korinthe 1 leest, ziet dat Paulus de partijschappen vleselijk noemt (1 Korinthe 3:4).
Galaten 5 waarschuwt voor wat er gebeurt als de liefde verdwijnt: 'Maar indien gij elkander bijt en vereet, ziet toe, dat gij van elkander niet verteerd wordt' (Galaten 5:15). Veel kerkscheuringen begonnen met een echt leerverschil en werden verdiept door harde woorden over en weer.
Wat zegt de Bijbel over de eenheid van de kerk?
De Heere Jezus bad in de nacht voor Zijn sterven voor de eenheid van Zijn discipelen en van allen die door hun woord zouden geloven: 'Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt' (Johannes 17:21). Die eenheid is geen organisatie die mensen bouwen. Ze rust op de band tussen de Vader en de Zoon. In de uitleg van Johannes 17 leest u het hele hogepriesterlijk gebed.
Paulus roept de gemeente op: 'U benaarstigende te behouden de enigheid des Geestes door den band des vredes' (Efeze 4:3). Hij zegt niet dat de gelovigen de eenheid moeten maken; ze moeten haar bewaren. Ze is er al, want er is 'Een Heere, een geloof, een doop' (Efeze 4:5). Daarom is verdeeldheid geen onschuldige keuzevrijheid. In 1 Korinthe 1:10 bidt Paulus de broeders dat er onder hen geen scheuringen zijn.
Tegelijk is eenheid in de Bijbel nooit eenheid ten koste van de waarheid. Dezelfde apostel schrijft dat de gelovigen acht moeten nemen op wie tweedracht aanricht tegen de leer, en zich van hen moeten afkeren (Romeinen 16:17). Eenheid en waarheid horen bij elkaar, zoals Efeze 4:15 spreekt over de waarheid betrachten in liefde. Meer teksten vindt u bij de bijbelteksten over eenheid.
Hoe ontstonden de kerkscheuringen?
In grote lijnen zijn er drie golven te onderscheiden.
In 1054 gingen de kerk van het Westen, met Rome als middelpunt, en de oosterse kerk van Constantinopel uiteen. Het ging onder meer over het gezag van de bisschop van Rome en over een toevoeging aan de geloofsbelijdenis van Nicea.
In 1517 begon de Reformatie, toen Maarten Luther zijn stellingen tegen de aflaathandel openbaar maakte. De hervormers wilden de kerk niet verlaten, maar haar terugbrengen naar de Schrift. Toen Rome dat afwees, ontstonden lutherse, gereformeerde en andere protestantse kerken. Ook protestanten onderling gingen uiteen, onder meer over doop en avondmaal.
In Nederland volgden in de negentiende en twintigste eeuw nog verschillende afscheidingen, zoals de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886. Vaak ging het om de vraag of de kerk trouw bleef aan de Schrift en de belijdenis, en of een gelovige in een kerk mocht blijven waar dat niet meer zo was. Het verschil tussen de hervormde en de gereformeerde traditie is daar een voorbeeld van; u leest erover bij hervormd en gereformeerd.
Toen er in Korinthe scheuringen waren rond het avondmaal (1 Korinthe 11:18), schreef Paulus: 'Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat degenen, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u' (1 Korinthe 11:19). Dat is geen goedkeuring van scheuring, wel een erkenning dat God boven de verwarring staat. Daarmee is niet gezegd wie in een bepaalde scheuring gelijk had.
Is elke kerkscheuring verkeerd?
De Bijbel noemt partijschap een zonde, maar geeft ook ruimte om weg te gaan waar het evangelie zelf wordt prijsgegeven. Daarom maken reformatorische christenen een onderscheid tussen scheuring en reformatie.
Een scheuring om bijzaken, om een voorganger of om persoonlijke ruzie is wat Paulus in Korinthe afwijst. Sektarisme is het wanneer een groep zichzelf als de enige ware gemeente beschouwt om eigen inzichten die de Schrift niet leert. Een breuk die ontstaat omdat de prediking van Christus of de zuivere bediening van doop en avondmaal verdwijnt, wordt anders beoordeeld. Dan gaat het om gehoorzaamheid aan Christus, het Hoofd van de gemeente.
Ook dan blijft er verdriet. Wie zich aan de waarheid gebonden weet, kan niet onverschillig zijn over de broeders en zusters die blijven of anders kiezen. Wie zich afvraagt of hij wel bij een plaatselijke gemeente moet horen, leest in de Schrift dat de gelovigen hun onderlinge bijeenkomst niet moeten nalaten (Hebreeën 10:25).
Waar christenen verschillen
Alle bijbelgetrouwe christenen belijden dat er één Heere en één lichaam is (Efeze 4:4-5) en dat verdeeldheid niet past bij het gebed van Christus. Over de vraag wat dat voor de zichtbare kerken betekent, verschillen zij.
- Afscheiden waar het moet: wanneer een kerkverband de Schrift en de belijdenis loslaat, is het de plicht van de gelovigen zich te voegen bij een kerk waar Woord en sacrament zuiver zijn. Zij wijzen op Romeinen 16:17 en op artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
- Blijven en hervormen: zolang het Woord in een kerk nog gepredikt mag worden, blijft een gelovige daar en werkt aan herstel van binnenuit. Zij wijzen erop dat ook de gemeente van Korinthe, met al haar gebreken, door Paulus gemeente Gods werd genoemd (1 Korinthe 1:2).
- Eenheid in de onzichtbare kerk: veel evangelische christenen leggen de nadruk op de eenheid van alle wedergeborenen en hechten minder aan het kerkverband. Zij zien de verdeeldheid vooral als verschil in vorm.
- Eenheid in één instituut: de Rooms-Katholieke Kerk ziet de eenheid gewaarborgd in de verbondenheid met de bisschop van Rome, en beschouwt andere kerken als in meerdere of mindere mate van haar gescheiden.
Beide reformatorische posities zoeken trouw aan de Schrift en lijden onder de verdeeldheid. Een verschil hierover maakt een broeder of zuster niet tot ongelovige (Romeinen 14:5).
Wat zeggen de belijdenisgeschriften?
In Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 54) belijdt de gelovige 'Dat de Zone Gods uit het ganse menselijke geslacht zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde, vergadert, beschermt en onderhoudt'. Christus vergadert Zijn kerk; zij is Zijn werk, niet het onze. Er is één lichaam en één Geest (Efeze 4:4).
De Nederlandse Geloofsbelijdenis spreekt in artikel 27 over één algemene kerk, verspreid over de hele wereld en toch verbonden door dezelfde Geest en hetzelfde geloof. Artikel 28 zegt dat niemand zich van die vergadering mag afzonderen, en dat het de plicht van alle gelovigen is zich af te scheiden van wie niet van de kerk zijn, om zich bij de ware kerk te voegen. Artikel 29 geeft de kenmerken waaraan de ware kerk te herkennen is: de zuivere prediking van het evangelie, de zuivere bediening van de sacramenten en het oefenen van de kerkelijke tucht. Daarmee onderscheidt de belijdenis de ware kerk van de sekten die zich ook kerk noemen.
De belijdenis neemt dus eenheid en waarheid allebei ernstig.
Als deze vraag u persoonlijk raakt
Voor velen is deze vraag geen theorie. Er zijn families die verdeeld raakten door een kerkscheuring, gemeenteleden die na een conflict niet meer naast elkaar in de bank zitten, en mensen die hun kerk moesten verlaten en daar nog steeds verdriet van hebben. Die pijn mag er zijn. Psalm 133 bezingt hoe goed en liefelijk het is wanneer broeders samenwonen (Psalm 133:1); wie dat mist, voelt het gemis.
De Heere kent deze wonden. Van Christus staat geschreven: 'Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken' (Jesaja 42:3). Hij Die bad om de eenheid van Zijn volk, kent ook de Zijnen in de verschillende kerken en verliest er niet één. Bitterheid tegenover andere christenen hoeft niet het laatste woord te hebben. Ook wie niet meer in dezelfde kerk zit, kan voor de ander bidden.
Draagt u kerkpijn, of twijfelt u bij welke kerk u hoort? Praat erover met uw predikant, een ouderling of een gemeentelid dat u vertrouwt. Hebt u (nog) geen eigen kerk, dan kunt u ook een predikant bij u in de buurt om een gesprek vragen.
'en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder' (Johannes 10:16)