Johannes 17 in het kort: dit hoofdstuk is het hogepriesterlijk gebed van Jezus, uitgesproken in de nacht vóór Zijn gevangenneming. Jezus bidt eerst voor Zichzelf (vers 1-5), dan voor Zijn discipelen (vers 6-19) en ten slotte voor iedereen die later in Hem zal geloven (vers 20-26) - dus ook voor gelovigen nu.
Wat is het hogepriesterlijk gebed?
Het hogepriesterlijk gebed is de naam die de kerkelijke traditie geeft aan Jezus' gebed in Johannes 17. De benaming staat niet in de bijbeltekst zelf, maar drukt uit wat Jezus hier doet: zoals de hogepriester in het Oude Testament voorbede deed voor het volk, zo treedt Jezus hier als Hogepriester op voor de Zijnen (vergelijk Hebreeën 7:25, waar staat dat Hij altijd leeft om voor hen te bidden). Het gebed valt in drie delen uiteen: Jezus bidt voor Zichzelf, voor Zijn discipelen en voor alle latere gelovigen.
Johannes 17 lezen in de HSV, Statenvertaling of NBV21
Zoekt u de tekst van Johannes 17 in de HSV, de Statenvertaling of de NBV21? Op BijbelAssistent staan de 26 verzen in de Statenvertaling, met uitleg per gedeelte. Het bekendste vers luidt daar: "En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt" (vers 3).
De Herziene Statenvertaling (HSV) uit 2010 hertaalt dezelfde grondtekst in hedendaags Nederlands en houdt dezelfde versindeling aan; de NBV21 uit 2021 kiest eigentijdse formuleringen. In alle drie blijft de opbouw gelijk: Jezus bidt voor Zichzelf (vers 1-5), voor Zijn discipelen (vers 6-19) en voor alle latere gelovigen (vers 20-26). De volledige tekst leest u op Johannes 17.