Ga naar hoofdinhoud
De Heilige GeestGevorderd

Wat is de zonde tegen de Heilige Geest?

Kort antwoord

De zonde tegen de Heilige Geest is het bewust en moedwillig lasteren van het werk van Gods Geest, door iemand die weet dat het Gods werk is en het toch verwerpt. De Heere Jezus zegt dat deze zonde niet vergeven wordt (Mattheüs 12:31). Wie bezorgd is haar begaan te hebben en vergeving zoekt, heeft haar niet begaan.

Weinig woorden van de Heere Jezus hebben zoveel mensen wakker gehouden als Zijn uitspraak over de zonde die niet vergeven wordt. Sommigen lezen haar en schrikken: heb ik dat gedaan, in een onbewaakt ogenblik of in een gedachte die ik niet wilde? Anderen willen eenvoudig begrijpen wat er staat. Hier leest u in welk verband Jezus deze woorden sprak, waarom deze zonde onvergeeflijk heet, hoe Hebreeën 6 en 1 Johannes 5 erbij passen, wat de belijdenis zegt en wat dit betekent voor wie ermee worstelt.

Wat bedoelde Jezus met de zonde tegen de Heilige Geest?

Om deze woorden te begrijpen, moet u het verband lezen. In Mattheüs 12 brengt men bij Jezus een man die door de duivel bezeten was, blind en stom. Jezus geneest hem, zodat hij spreekt en ziet (Mattheüs 12:22). De schare vraagt zich verbaasd af of Hij de Zoon van David is. De Farizeeën zeggen daarentegen dat Hij de duivelen uitwerpt door Beelzebul, de overste der duivelen (Mattheüs 12:24).

Dat is meer dan ongeloof. Zij zien een onmiskenbaar werk van God voor hun ogen gebeuren en noemen het een werk van de satan. Jezus weerlegt hen eerst nuchter: een koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest (Mattheüs 12:25). Hij werpt de duivelen uit door de Geest van God (Mattheüs 12:28). Dan volgen de ernstige woorden: 'En zo wie enig woord gesproken zal hebben tegen den Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar zo wie tegen den Heiligen Geest zal gesproken hebben, het zal hem niet vergeven worden' (Mattheüs 12:32).

Markus vertelt hetzelfde en geeft er de reden bij, zodat er geen twijfel is over wie Jezus op het oog had: 'Want zij zeiden: Hij heeft een onreinen geest' (Markus 3:30). Het gaat dus om mensen die het licht hebben gezien en het opzettelijk duisternis noemen. In de uitleg van Mattheüs 12 leest u het hele hoofdstuk in zijn samenhang.

Waarom is lasteren tegen de Heilige Geest onvergeeflijk?

Het ligt niet aan de kracht van het bloed van Christus. In hetzelfde gedeelte zegt Jezus met nadruk dat alle zonde en lastering de mensen vergeven zal worden (Mattheüs 12:31). Dat geldt ook voor zware zonden. Paulus noemt zichzelf een godslasteraar en vervolger, en toch is hem barmhartigheid geschied, omdat hij het onwetend in zijn ongeloof gedaan had (1 Timotheüs 1:13). Petrus verloochende zijn Heere driemaal en weende daarna bitter (Lukas 22:62); de Heere Jezus herstelde hem en gaf hem de opdracht Zijn schapen te weiden (Johannes 21:17).

Deze zonde is onvergeeflijk omdat zij zich keert tegen de Enige Die een mens tot bekering brengt. De Heilige Geest overtuigt van zonde en wijst op Christus (Johannes 16:8 en 16:14). Wie Zijn werk tegen beter weten in voor duivelswerk verklaart, verwerpt de weg waarlangs vergeving tot een mens komt. Wie zo verhard is, zoekt geen vergeving meer en wil haar ook niet.

Calvijn omschrijft deze zonde in zijn Institutie (boek III, hoofdstuk 3, paragraaf 22) als het opzettelijk en kwaadwillig weerstaan van Gods waarheid door iemand die zo door haar licht getroffen is, dat hij zich niet op onwetendheid kan beroepen. In die lijn staat de reformatorische uitleg. Het gaat om een bewuste en volgehouden vijandschap tegen wat men als Gods werk herkent. Een losse uitspraak in een opwelling of een lasterlijke gedachte die ongewild opkomt, valt daar niet onder.

Wat zeggen Hebreeën 6 en 1 Johannes 5 over zondigen tegen de Heilige Geest?

Twee andere teksten worden vaak met deze zonde in verband gebracht. Hebreeën 6 spreekt over mensen die een rijke ervaring van het Evangelie hadden: 'Want het is onmogelijk, degenen, die eens verlicht geweest zijn, en de hemelse gave gesmaakt hebben, en des Heiligen Geestes deelachtig geworden zijn' (Hebreeën 6:4). Wie daarna afvallig wordt, is volgens de schrijver niet opnieuw tot bekering te brengen, omdat zo iemand de Zoon van God als het ware opnieuw kruisigt en openlijk te schande maakt (Hebreeën 6:6).

In de reformatorische uitleg wordt dit vaak gelezen als een waarschuwing over mensen die veel van het Evangelie hebben gekend en gesmaakt, zonder dat hun hart vernieuwd werd, en die zich daarna bewust en openlijk tegen Christus keren. Opvallend is dat de schrijver direct daarna zijn lezers bemoedigt: hij verzekert zich van hen betere dingen, die met de zaligheid gepaard gaan (Hebreeën 6:9). De waarschuwing is bedoeld om wakker te schudden en niet om oprechte gelovigen te laten wanhopen.

Johannes schrijft over de voorbede voor een broeder die zondigt, en voegt eraan toe: 'Er is een zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden' (1 Johannes 5:16). Hij noemt die zonde niet bij name. Sommige uitleggers zien hier dezelfde zonde als in Mattheüs 12; Johannes zegt dat niet met zoveel woorden, en daarom past voorzichtigheid. Wat de teksten gemeen hebben, is het beeld van een mens die het licht kende en zich er welbewust van afkeerde.

Kan een christen de zonde tegen de Heilige Geest begaan?

Een waar gelovige kan diep vallen. David zondigde zwaar, en toen hij het beleed, zei Nathan dat de HEERE zijn zonde had weggenomen (2 Samuël 12:13). De Schrift belooft dat God Zijn werk in de Zijnen niet laat varen: niemand zal de schapen van Christus uit Zijn hand rukken (Johannes 10:28). De Heilige Geest kan wel bedroefd worden (Efeze 4:30), en dat is ernstig genoeg. Toch neemt God Zijn Geest niet geheel van Zijn kinderen weg.

Daarom is de Bijbel zo ruim in de belofte van vergeving voor wie zijn zonden belijdt: 'Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid' (1 Johannes 1:9). Er staat geen uitzondering bij voor wie oprecht belijdt. De zonde tegen de Heilige Geest is juist de zonde van wie niet meer wil belijden. Meer over de reikwijdte van Gods vergeving leest u bij de vraag of God alle zonden vergeeft.

Wat zeggen de belijdenisgeschriften?

De belijdenis houdt beide kanten vast: de ernst van deze zonde en de troost voor wie bevreesd is. In Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus (vraag 56) belijdt de gelovige dat God vanwege de genoegdoening van Christus 'al mijn zonden, ook mijn zondige aard, waarmede ik mijn leven lang te strijden heb, nimmermeer wil gedenken' (Heidelbergse Catechismus, Zondag 21, vraag 56). De strijd tegen de zonde houdt in dit leven niet op, en toch is de vergeving volkomen.

De Dordtse Leerregels spreken er op twee plaatsen over. In hoofdstuk V, artikel 6 belijden zij dat God Zijn Heilige Geest ook bij droevige vallen niet geheel van de Zijnen wegneemt, en hen niet zo diep laat vallen dat zij de zonde tot de dood of tegen de Heilige Geest begaan. In hoofdstuk I, artikel 16 spreken zij over mensen die het levende geloof nog weinig in zich bemerken en toch ernstig verlangen zich tot God te bekeren en Hem alleen te behagen. Zij hoeven niet te schrikken wanneer de verwerping genoemd wordt, want God heeft beloofd het gekrookte riet niet te verbreken en de rokende vlaswiek niet uit te blussen (Jesaja 42:3). Wie daarentegen God vergeet en helemaal in de wereld opgaat, heeft reden tot vrees zolang hij zich niet ernstig tot God bekeert.

Als deze vraag u persoonlijk raakt

Het kan zijn dat u dit leest omdat de angst u niet loslaat. U hebt iets gezegd of gedacht dat u niet meer kunt vergeten, of er schieten steeds weer lasterlijke gedachten door uw hoofd, juist omdat u ze zo verschrikkelijk vindt. Weet dan dit: de Farizeeën over wie Jezus sprak, waren niet bang dat zij gezondigd hadden. Zij waren zeker van hun gelijk (Mattheüs 12:24). Wie bezorgd is deze zonde begaan te hebben en vergeving zoekt, heeft haar niet begaan. Die bezorgdheid kan juist een teken zijn dat de Geest nog aan uw hart werkt.

Gods belofte geldt juist de zwakken: 'Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen' (Jesaja 42:3). U hoeft niet eerst zekerheid over uzelf te hebben om tot Christus te mogen gaan. Blijft de angst knagen, praat er dan over met uw predikant, ouderling of een gemeentelid dat u vertrouwt. Wie verder wil lezen over schuld en genade, vindt veel troost in de bijbelteksten over zonde en vergeving.

Blijven de gedachten terugkomen, ook al wilt u ze niet en verzet u zich ertegen? Dan kan het gaan om dwanggedachten. Dat zulke gedachten komen, bewijst geen ongeloof; dat u ze verafschuwt, wijst eerder op het tegendeel. Bespreek het ook met uw huisarts, want voor dwanggedachten bestaat behandeling, ook bij christelijke ggz zoals Eleos of De Hoop ggz. Hulp zoeken is geen gebrek aan geloof. Wilt u eerst anoniem uw verhaal kwijt, dan kunt u De Luisterlijn dag en nacht bellen via 088 0767 000, of chatten via deluisterlijn.nl. Raakt de wanhoop zo diep dat u aan zelfdoding denkt, bel dan 113 Zelfmoordpreventie via 0800-0113 (gratis, dag en nacht), in België 1813, of bij direct gevaar 112.

'die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen' (Johannes 6:37)

Bijbelverwijzingen

zonde tegen de heilige geestzonden tegen de heilige geestlasteren tegen de heilige geestzondigen tegen de heilige geestonvergeeflijke zondehc zondag 21dl v,6dl i,16

Stel uw eigen vraag

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Stel uw vraag aan de AI BijbelAssistent en krijg direct een onderbouwd antwoord met bijbelverwijzingen.

Stel een vraag

Gerelateerde vragen

Zonde en verlossing

Vergeeft God alle zonden?

Ja, God vergeeft alle zonden aan ieder die ze belijdt en op Christus vertrouwt (1 Johannes 1:9). Dat geldt ook voor zware zonden, zoals die van David en Paulus. De Heere Jezus noemt één uitzondering: de lastering tegen de Heilige Geest, door wie Gods werk bewust verwerpt en geen vergeving meer zoekt. Wie daarvoor vreest, zoekt nog vergeving.

Zonde en verlossing

Hoe weet ik of ik gered ben?

De zekerheid van het geloof rust op Christus en op Gods beloften: wie in de Zoon van God gelooft, mag weten dat hij het eeuwige leven heeft (1 Johannes 5:13). De Heilige Geest getuigt daarvan in het hart, en de vruchten van het geloof bevestigen het. Ook ware gelovigen kennen twijfel; dan wijst de Bijbel hen opnieuw naar Christus.

Zonde en verlossing

Kan een christen zijn redding verliezen?

Volgens de reformatorische kerken kan een ware christen zijn redding niet verliezen, omdat God de gelovige bewaart tot het einde (Johannes 10:28). Dat heet de volharding der heiligen. Rooms-katholieke, lutherse en remonstrantse christenen leren dat het wel kan. De ernstige waarschuwingen tegen afval in de Bijbel gebruikt God juist als middel om de Zijnen te bewaren.

De Heilige Geest

Is de Heilige Geest een persoon?

Ja, de Heilige Geest is een Persoon en geen onpersoonlijke kracht. De Bijbel laat zien dat Hij spreekt, leert, getuigt en bedroefd kan worden. Liegen tegen de Heilige Geest noemt Petrus liegen tegen God (Handelingen 5:3-4). Daarom belijdt de kerk Hem met de Vader en de Zoon als waarachtig en eeuwig God.

De Heilige Geest

Wat betekent 'uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest'?

Uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest: dat betekent dat God door Zijn Geest in de gelovige woont en dat die niet meer van zichzelf is (1 Korinthe 6:19). Paulus schrijft dit in zijn waarschuwing tegen hoererij. Wie door Christus gekocht is, eert God daarom ook met zijn lichaam.

Verdiep u verder