Inleiding tot 1 Johannes 1
Het eerste hoofdstuk van de eerste brief van Johannes vormt een krachtige opening van een brief die draait om liefde, licht en leven. Johannes, de geliefde discipel, schrijft vanuit zijn persoonlijke ervaring met Jezus Christus en legt de fundamenten voor wat het betekent om in gemeenschap met God te leven.
Het Woord des Levens (verzen 1-4)
Johannes begint met een prachtige getuigenis: "Wat er van den beginne was, wat wij gehoord hebben, wat wij met onze ogen gezien hebben, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben, aangaande het Woord des levens." Deze woorden benadrukken de historische realiteit van Jezus' menswording. Johannes spreekt niet over abstracte filosofie, maar over concrete, tastbare waarheid.
De apostel gebruikt zintuiglijke woorden - horen, zien, aanschouwen, tasten - om te benadrukken dat Jezus werkelijk mens werd. Dit was een directe reactie op vroege ketterijen die beweerden dat Jezus alleen maar leek te lijden (docetisme). Johannes verklaart dat hij en de andere apostelen ooggetuigen waren van het leven, de dood en de opstanding van Jezus.
Het doel van deze getuigenis is gemeenschap: "opdat ook gij gemeenschap met ons moogt hebben" (vers 3). De apostolische getuigenis creëert een keten van gemeenschap die doorloopt tot vandaag.